Agnosticisme


Het heersende levensgevoel
In de praktijk van alle dag houden we geen rekening met het ingrijpen van God, laat staan met wonderbaarlijke daden die tegen (ons begrip) van de natuur in gaan. We bidden bv niet meer om verlossing van kiespijn, maar gaan naar de tandarts, vragen om een verdoving en we worden geholpen.

We kunnen eigenlijk niet meer geloven dat God gaat over oorlog en vrede, over armoede en rijkdom. We gaan daar zelf over, zelfs over regen en droogte: klimaatverandering is een gevolg van menselijk handelen. Dat geldt ook van ziekte en gezondheid:: welvaartsziekten doen we onszelf aan. Medicatie, operatie, therapie enz, het is mensenwerk. Voor zover ons nog dingen overkomen waar we zelf niets aan doen kunnen, zoals aardbevingen, tsunami’s, inslaande kometen enz denken we niet meer aan God. Van die dingen proberen we meer aan de weet te komen zodat we de schade kunnen beperken.

In de Bijbel, vooral het OT, worden al zulke dingen wel aan God toegeschreven. Jahweh, de God van Israël gaat over alles. Voor zover we in het OT van bedenkingen horen, betreft het meer het onbegrijpelijke van het handelen van God - het onheil rijmt niet met het verbond - dan het betwijfelen van Gods macht over alles. Daarin geloven ook Prediker en Job.

Waarom lukt het ons niet meer de gebeurtenissen in onze levens te verbinden met God?
(1) Een belangrijke reden is de opkomst van wetenschap en techniek. We begrijpen tegenwoordig veel beter hoe de werkelijkheid in elkaar zit en werkt dan in de eeuwen voor Christus. Het Bijbelse wereldbeeld – een platte schijf met God daarboven in de hemel, is achterhaald. Bij donder en bliksem zeggen we niet dat het de stem van God is, zoals de dichter van Ps 29. We weten: dat heeft te maken met elektrische spanning tussen luchtlagen. En als de bliksem inslaat, beleven we dat niet meer als een straf of beproeving van God, maar als domme pech: de bliksemafleider liet ons in de steek. Gelukkig hebben we een brandverzekering. Zulke veranderingen zijn op tal van levensgebieden te vinden. We gebruiken kunstmest op het land, laten ons preventief inenten tegen ziekte enz. 
Het Bijbelse, mythologische wereldbeeld heeft plaats gemaakt voor een materialistisch wereldbeeld: alles wat is, groeit, gebeurt, verandert komt voort uit massa en/of energie. Ook al het geestelijke - waarden en normen, wat we mooi vinden, waarheid, emoties/gevoelens, gedrag, gedachten, dromen, bewustzijn, ziel/geest/geweten, mystieke ervaringen - verklaren we vanuit deze basis. We zijn ons brein. Weliswaar zijn daar veel bezwaren tegen in te brengen, maar dat is (nog) niet zo vanzelfsprekend dat het ons levensgevoel bepaalt.

(2) Een andere reden, zwaarwegender, is een existentiële: we hebben er grote moeite mee als ziekte en gebrek, honger en dorst eenvoudige en goede mensen treft en grote schurken een paradijselijk leven kunnen leiden. Als God over alles gaat, waarom verdeelt Hij lief en leed dan zo oneerlijk?1 En als Hij een mooie toekomst belooft, waarom gaat Hij dan zo'n lange weg van eeuwen? 
Een gevolg daarvan is, dat velen niet meer met vertrouwen kunnen leven. Ze hebben teveel teleurstellingen meegemaakt en geloven niet meer dat God hun leven leidt cq dat hun leven zich in Zijn handen afspeelt.

(3) Een derde reden (oiv van 1 en 2): We zijn onze religieuze antenne kwijt geraakt. Wie beleeft nog de natuur, - even mooi als wreed en onverschillig - als schepping van God? Wie ziet in de geschiedenis - bv de oprichting van een Joodse staat - nog de hand van God? Wie zegt van zijn ingevingen dat het een boodschap van God is? Of van een toevallige gebeurtenis dat God je iets wil laten weten?2. Op zijn hoogst is het een ‘zien, soms even.’
Ooit brachten de dingen hun eigen zekerheid mee. De profeten wisten met zekerheid dat hun woord van God kwam3. Eli wist Samuël te vertellen dat God hem riep (I Sam 3). Maar tegenwoordig is er op het gebied van de geestelijke ervaring vooral verlegenheid. Hoe weet je of een droom van God komt of uit jezelf? Waaraan is God herkenbaar? Geestelijk verzorgers en voorgangers konden het mij niet zeggen. Het is allemaal zo subjectief, zo vaag en tobberig geworden.4

(4) Er zijn nog meer redenen te bedenken, bv dat het christendom niet  meer de vanzelfsprekende religie is, we weten ook van andere godsdiensten.
Er kwam ook kritiek op godsdienst geloof en kerk van Feuerbach, Marx, Freud, Nietzsche.

Een verborgen God
We kunnen de ontwikkeling niet terug draaien. We leven in deze technische wereld en ademen het materialistische levensgevoel voortdurend in. We kunnen ons er onmogelijk aan onttrekken5 . En in deze, onze echte wereld, komt het erop aan te geloven in God
(1) die we niet nodig hebben om de wereld te verklaren.
(2) die hoe dan ook de waarom vraag wakker roept.
(3) die we vermoeden, die een verborgen God is, een Deus Absconditus.

Wat we gelovig voor onze rekening kunnen nemen, is van mens tot mens verschillend. De belangrijkste opties (veel te summier):

  • Atheïsme: geloven dat er niet een God is.
  • Deïsme: God de Schepper maakte hemel en aarde als een verfijnd uurwerk, zette die in gang en laat die nu over aan de natuurwetten, zonder in te grijpen. (klokkenmaker).
  • (mono)Theïsme: Het Opperwezen, dat alles kan, weet, bestuurt en af en toe op wonderbaarlijke ingrijpt. Alles, ook het onheil van ziekte en dood is zijn wil. De waarom vraag wordt een open zenuw.
  • Dualisme: Het goede en het kwade zijn over twee instanties verdeeld: God en de duivel; lichaam en ziel; materie en geest; licht en duister. (gnostiek, manicheïsme)
  • Polytheïsme: er zijn vele machten en krachten, geen enkele is doorslaggevend. De werkelijkheid is dus geen kosmos maar chaos.
  • Pantheïsme: God is in alles, ook het onweer, de ziekteverwekkers, de roofdieren enz zijn goddelijk.
  • Panentheïsme: Alles is in God en ontwikkelt zich onder leiding van God (bv procestheologie) De waarom vraagt wijzigt in 'waarom gaat Hij deze lange weg?'
  • Ietsisme: 'geloven' dat er wel iets is, een God, of geestelijke dingen. Dit geloof is vooral heel vrijblijvend.6
  • Agnosme: meer een houding dan een opvatting: met schouder ophalen voorbij gaan aan de vraag naar God. Desinteresse, onverschilligheid.
  • Agnosticisme: de opvatting dat je niet met zekerheid kunt weten of er al dan niet een God is. Er is dus een atheïstische en een theïstische variant7.

Met de punten (1), (2) en (3) in gedachten voel ik mij het meest thuis bij het agnosticisme. Ik ben huiverig om dat te verbinden met een alomvattende theorie, al vind ik die van het panentheïsme daar nog het meest voor in aanmerking komen. Maar omdat geen mens kan weten hoe de werkelijkheid in elkaar steekt, is elke alomvattende theorie, dus ook die van het panentheïsme en de procestheologie, een brug te ver. Bovendien: wanneer je het geloof bouwt op dit fundament en inpast in zo'n wereldbeeld, komt het in de problemen zodra dit wereldbeeld bijgesteld of verlaten moet worden. God past niet in een theorie over de werkelijkheid. En geloof is wat anders dan er zo'n denksysteem op na houden.
Ik spreek me dus niet theoretisch uit over de verhouding God - wereld/werkelijkheid. Dat is het verkeerde taalspel. Alleen in het taalspel van het geloof kunnen woorden over God, Schepper, zijn leiding en zorg enz betekenis hebben (Wittgenstein). Door verhalen komt zijn Woord tot ons en neemt Hij ons voor zich in. Vanwege die insteek lijkt me een keus voor verhalende of narratieve theologie en het Fideïsme het meest voor de hand liggend.

Wat betekent dit inhoudelijk?

  • Aanvaarden van huidige situatie: Godsverduistering.
    • De waarom-vraag laten staan, niet van een daarom voorzien.
       
  • Gelovig spreken, schrijven, denken is een eigen taalspel.
    • Reflectie op geloof is geen geloof, zoals de uitleg van een gedicht geen gedicht is.8
       
  • Inzetten bij gegrepen zijn door Jezus, dwz aangesproken door het sleutelverhaal: God die door Jezus mensen voor zich inneemt.
    • Dus: de basis voor het geloof niet zoeken in natuurlijke theologie of Godsbewijzen.
    • En geloof ook niet funderen op algemene openbaring door natuur of geschiedenis.
    • De Bijbel is belangrijk (bijzondere openbaring) want de voornaamste bron voor het sleutelverhaal. Vooral het NT.9
       
  • Een christen is iemand die in de Geest van Jezus wil leven: het grote dubbelgebod van de liefde, in de liefde blijven (Joh), het kwade door het goede overwinnen (P).
    • Van geloof, hoop en liefde, is de liefde het belangrijkste, geloof en hoop zijn secundair en ter ondersteuning van de liefde.
       
  • Spiritualiteit: 
    • Niet gericht zijn op geestelijke ervaringen.
    • De Bijbel lezen en overwegen.
    • Bidden: afstemmen op de goede golflengte (niet zo zeer vragen om genezing, hulp, kracht, nabijheid).
    • Eenvoudig leven.



-----
Het helpt niet als je zegt, dat God het niet wil maar wel toelaat. Dan komt de waarom vraag even goed.
2 Augustinus hoorde een kind een liedje zingen: tolle lege (Lat neem en lees). Hij maakte daaruit op dat God hem een aanwijzing gaf, nam een Bijbel en las een tekst die zijn leven zou veranderen.
3  Dat er ook leugenprofeten waren die hetzelfde beweerden, doet daar niets aan af.
Wat een verschil met vroeger. Christenen uit de eerste eeuwen werden vanwege hun geloof in de arena’s voor de leeuwen gegooid. Dat lieten ze niet met zich gebeuren om iets vaags, maar omdat ze God kenden en met hem leefden. Een geloof dat ze absoluut niet kwijt wilden, waar ze alles voor over hadden.
Als je dagelijks stroom gebruikt, kun je onmogelijk het mythologische wereldbeeld van de Bijbel aanhouden en als zinvol beleven (Bultmann)
6 Een vorm van geestelijke luiheid / gemakzucht om hier niet verder in te willen komen? Of is het onvermogen?
7 Er zijn agnostici die menen dat er geen God is. Een agnostische atheïst is, bv B. Russell. Er zijn er ook die menen dat er wel een God is. Een agnostisch theïst is bv S. Kierkegaard.
En de verklaring van een schilderij is geen schilderij, een beschrijving van een symfonie is geen muziek enz.
9 Het OT is in de eerste plaats voor Israël (Joden en christelijke Joden) en veel minder voor mensen met een niet-Joodse afkomst. Zie hoe Paulus het evangelie aan de heidenen brengt.

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)

 

 

×