Mat 22: 15 - 22 // Mc 12: 13 - 17 // Luc 20: 20 - 26


Dit gedeelte hebben Mattheüs (22: 15 - 22) en Lucas (20: 20-26) beiden uit Marcus 12: 13-17 overgenomen en daarbij kleine wijzigingen aangebracht. Bij Mattheüs staat deze episode in een lange rij van toenemend verzet tegen Jezus. We volgen hier de versie van Marcus.
Joh heeft deze episode niet, al lijkt de vraag van Nicodemus in Joh 3: 2 een beetje aan de vraag in Mc 12: 16.

Mc 12: 13 
Ze stuurden enkele farizeeën en herodianen naar Hem toe om Hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken. (NBV21)

De Farizeeën willen Jezus tot een 'foute' uitspraak verlokken (Mat: hem met een strikvraag vangen). Beide groeperingen sturen een paar van hun aanhangers. Wat zijn Herodianen?

  • Daarmee kunnen nakomelingen zijn bedoeld van koning Herodes de Grote zoals bv Herodes Antipas (4vC – 39nC ), die in feite vazalvorsten waren van de keizer in Rome.
  • Maar meer voor de hand ligt dat het om hun aanhangers gaat: een politieke stroming die belang had bij het pro-Romeinse bestuur in Israël.
Dat de Farizeeën met de Herodianen samenwerken wekt verbazing: de Farizeeën waren juist afkerig van de Romeinse bezetter en hun invloed op samenleving en cultuur. Maar zo’n monsterverbond komt vaker voor: in hun afkeer van Jezus worden gezworen vijanden soms vrienden (vgl Luc 23: 12). Ze beginnen met Jezus te prijzen:

12: 14
Toen ze bij Hem gekomen waren, zeiden ze tegen Hem: ‘Meester, we weten dat U oprecht bent en dat U zich niets aantrekt van het oordeel van anderen. U ziet niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet? (NBV21)’

Het woord dat Marcus voor oprecht en oprechtheid gebruikt is het gangbare woord (Gr alèthès) voor waarheid en betekent oorspronkelijk ‘onverhuld’, ‘onverborgen’. Jezus onthult, ontsluiert, openbaart de waarheid over de weg van God, dwz wat God van mensen verwacht: dat ze Zijn wil doen. Jezus brengt die frank en vrij aan het licht. Hij trekt zich niets aan van wat de mensen hoog of laag, machtig of niet ervan vinden. Dat is een groot compliment. De vragenstellers spreken onbedoeld zelfs de waarheid over Jezus, alleen zij menen er niets van. Ze geloven niet dat hij ‘waarheid’ is die niets verhult. Daar zullen ze straks nog achter komen wanneer hij hen als hypocrieten ontmaskert.
De tegenstanders hebben een strikvraag in gedachten en door Jezus eerst zo te prijzen, moet hij straks wel antwoord geven.  Die vraagt betreft het betalen van belasting (Gr census, ons woord accijns is daarvan afgeleid) aan de keizer. Is dat toegestaan? dwz mag je van God belasting betalen aan de keizer in Rome die

  • er zijn soldaten mee betaalt? Die door de belasting het volk van God uitmergelt en verarmt?
  • Bovendien stond op de belastingmunt de beeltenis van de keizer, en het tweede van de tien geboden verbiedt gesneden beelden.
  • En alsof het nog niet erg genoeg was staat er een tekst op die de keizer goddelijk verklaart2.

Is het toegestaan? De Herodianen zullen die vraag wel met ja beantwoorden, de Farizeeën liever met nee. Maar wat zal Jezus zeggen? Zegt hij ja, dan verliest hij direct een flink deel van zijn aanhang onder de bevolking die zwaar leed onder de belastingen die de Romeinse bezetter oplegde. Zegt hij nee, dan staat hij op hetzelfde moment als staatsgevaarlijk bekend en moet hij vrezen voor zijn leven.Jezus neemt echter geen genoegen met de twee opties die ze hem voor houden. Hij laat zich niet in het ene of andere kamp duwen.

Mc 12: 15
Maar omdat Hij hun huichelarij doorzag, antwoordde Hij: ‘Waarom stelt u Me op de proef? Laat Me eens een denarie zien.’ (NBV21)

Jezus doorziet hun huichelachtigheid (Gr hupokrisis) bedoelingen (bij Luc: sluwheid) (bij Mat maakt hij zijn tegenstanders zelfs uit voor huichelaars)
Een scherp contrast met het compliment dat zij Jezus eerder maakten. Maar het is de waarheid: het zijn hypocrieten die met hun zgn gewetensvraag enkel op de val van Jezus uit zijn.  Dat Jezus hun ‘huichelaars’ noemt, hadden ze kunnen verwachten van hem die zij eerder een man van waarheid noemden, een die niemand naar de ogen kijkt.
‘Waarom stellen jullie me op de proef? (Gr peirazdo) - dat deed de duivel al eerder (Mc 1: 13, zelfde werkwoord). Jezus blijft het antwoord ook nu niet schuldig en vraagt om een denarius, dat is een zilverstuk ter waarde van een dagloon. (Bij Mat heet deze munt de belastingmunt).

Mc 12: 16 
Ze gaven Hem een munt en Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ ‘Van de keizer,’ antwoordden ze.
 (NBV21)

Ze hoeven niet lang te zoeken. Dat ze een denarius bij zich hebben, geeft al te denken: voor de vragenstellers is de munt blijkbaar een geaccepteerd betaalmiddel. Opnieuw blijkt hun hypocrisie.
Dan stelt Jezus hun deze vraag: ‘van wie is dit een afbeelding (Gr eikoon) en van wie is het opschrift (Gr epigrafè, dus niet randschrift)? 
Wat het opschrift betreft:

  • op de kopkant staat te lezen TI CAESAR DIVI AVG F AVGVSTVS (Tiberius Caesar goddelijke en verheven, zoon van Augustus)
  • op de andere kant PONTIF MAXIM (hogepriester).
Tiberius Julius was de tweede keizer van Rome van 14-37 nC. Beeld en opschrift maken de denarius voor vrome Joden nog bezwaarlijker dan die als belastingmunt al is. Het antwoord  kan niet anders luiden dan  Van de keizer‘. 

Mc 12: 17
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ En ze waren met stomheid geslagen.  (NBV21)

Dat is niet alleen antwoord op de vraag over de keizerlijke belasting. Maar ook een opmerking over wat mensen aan God moeten geven.

  • Wat is van de keizer? Dat is waar zijn naam en beeltenis op staat: de munten
  • Wat is van God? Wat draag zijn beeld? Dat zijn wij, de mensen, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis (Gen 1:27).
    Onze roeping, onze bestemming is het om God zichtbaar te maken door zijn wil te doen en naar elkaar om te zien.*

Met de eerste helft van dit antwoord geeft Jezus aan dat als de keizer belastingen oplegt, die zonder gewetensnood betaald kunnen worden. Weigeren heeft trouwens toch geen zin: de legers dwingen het gewoon af. Nog niet zo lang daarvoor (6nC) was Judas de Galileeër met zijn troepen in opstand gekomen tegen de census, en bloedig verslagen.
Veel zwaarder weegt de tweede helft: dat we God geven wat hem toekomt: geen geld of wat anders, maar onszelf aan hem toewijden. Met hart en ziel, met al ons verstand en met alle kracht zullen we hem liefhebben en onze naaste als onszelf. Zo weerspiegelen we de liefde en trouw van God, zijn we ikonen: beelddragers van God3.

Dit antwoord4 is wel eens uitgelegd in het kader van de zgn twee-rijken leer, waarbij de keizer / de overheid voor het wereldlijk bestuur zorgt en de paus / de synode voor het rijk van Christus. Alsof kerk en staat (geloof en politiek, zondag en maandag) twee gescheiden werelden zijn, elk met eigen wetten. Er is een andere verhouding tussen die twee. Als beelddragers van God zijn we geroepen om ook in de politiek, in zaken, op maandag uit te beelden wie God is. ‘We moeten God meer gehoorzamen dan mensen’, zegt Petrus (Hnd 5: 29). ‘We hebben ons burgerrecht in de hemel’ zou Paulus later schrijven (Filp 3:20)

De tegenstanders verbaasden zich buitegewoon. Bij Mat druipen ze af, bij Luc weten ze niets meer te zeggen. Van hun valse plan om Jezus met een strikvraag in de problemen te brengen kwam niets terecht.
 

Mat 22: 15 - 22, Mc, Luc 20: 20 - 26 en Joh -
SQE 280 - SVBS 291

Gespreksvragen
* In dit gedeelte staan waarheid en waarachtigheid tegenover leugen en hypocrisie. Heb jezelf ook wel eens het idee dat iemand je probeert te verleiden tot foute uitspraken?
* Hoe wist Jezus dat deze vragenstellers geen gewetensnood hadden maar op zijn val uitwaren?
* Vind je het tweedelige antwoord van Jezus over geld en belasting en medeplichtigheid, over keizer en God luchtig of ernstig?


-----
1
 Later zou Jezus ervan beschuldigd worden dat hij het volk verbood de keizer belasting te betalen, maar Pilatus vindt de beschuldiging ongegrond (Luc 23: 1 - 4)
2 Om die reden gebruikten Joden In de tempel muntjes zonder afbeeldingen.
Jezus zelf is bij uitstek beelddrager van God geweest. Oprecht en in waarheid, zonder iemand naar de ogen te zien. De uiterste consequentie is hij niet uit de weg gegaan.
4 De Rabbijnse traditie heeft overigens een vergelijkbaar antwoord (Hillel, Lev. Rabba 24.4). Hebben ze dit van Jezus? Of is het andersom? Of putten ze beide uit een gezamenlijke bron? Of hebben ze onafhankelijk van elkaar dit bedacht?

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerk
cq = casu quo (bv ik doe kaas cq ham op mijn brood = ik doe kaas op mijn brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV = Nieuwe Bijbel Vertaling (2004)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
OT = Oude of eerste Testament
P = Paulus of de brieven van Paulus
p = pagina of pagina's 
PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
P = Preek (bv Ps 84P = Preek over Psalm 84)
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (bv A en B reden in resp een Golf en een Astra = A reed in een Golf, B in een Astra)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum (bv SQE 37 = parallelle passages Mat 8: 14v // Mc 1: 29vv // Luc 4: 38v)
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting (bv SVBS 57  = parallelle passages Mat 8: 14v // Mc 1: 29vv // Luc 4: 38v) vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling
X = Chiasme (kruisstelling)
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme

 

 

×