Luc 19: 29 - 40 // Mat 21: 1 - 9 // Mc 11: 1 - 10


Afb 42  Christus op de Palmezel,   Museum Catharijneconvent Utrecht (foto Ruben de Heer)

Context
In Luc reist Jezus vanaf 9: 51 naar Jeruzalem. Op het eind van de reis volgt dit gedeelte dat bekend staat als de intocht in Jeruzalem. Met vele pelgrims die het Pesach-feest daar willen vieren, trekt Jezus nu onder enthousiast geroep Jeruzalem binnen. Het is het begin van een korte periode waarin de stemming helemaal zal omslaan. Straks klinkt er "kruisig hem" en wendt iedereen zich van hem af.

Traditie
Uitgaande  van de Twee Bronnen Theorie vinden we dit gedeelte allereerst in Mc 11: 1-11. Mat en Luc hebben het beide van Mc overgenomen en bewerkt.
Bij Mat21: 1-9 valt vooral op, dat daar sprake is van een ezelin en haar veulen(vs 2.5.7). Dat zal onder invloed zijn van het citaat uit Zach 9: 9 waar in de Septuaginta (Griekse vertaling van het OT) ook sprake is van twee ezels. De oorspronkelijke Hebreeuwse tekst heeft echter 'Nederig komt hij aanrijden op een ezel,op een hengstveulen, het jong van een ezelin." Door Jezus op twee ezels te laten rijden, doet Mat de oude profetie exact volgens de LXX in vervulling gaan.
bij Luc valt vooral de toevoeging op in vs 39v: het protest van de Farizeeën.
Het vierde evangelie heeft een parallel in Joh 12: 12-15


Luc 19: 29 - 31
Toen Hij Betfage en Betanië bij de Olijfberg naderde, stuurde Hij twee van de leerlingen vooruit 30 en zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. 31 Als iemand jullie vraagt: “Waarom maken jullie het los?”, moeten jullie antwoorden: “De Heer heeft het nodig.”’(NBV21) 

Het gebeurt allemaal bij het naderen van Betfage, en Betanië bij de Olijfberg. Dat is niet erg nauwkeurig aangeduid, maar in elk geval vlakbij Jeruzalem, de eindbestemming van de pelgrimage. Daar geeft Jezus twee van zijn leerlingen - namen worden niet genoemd - de opdracht om een ezel te halen. Opvallend is dat hij precies weet wat voor ezel dat is, wat de eigenaars zullen zeggen, en dat die eigenaars zullen meewerken.

Die ezel zullen ze vinden in het dorp hier tegenover (Betfage?). De ezel staat ergens gebonden, en er is nog nooit iemand op gaan zitten. Het zal dus om een jong veulen gaan, dat nu net de leeftijd heeft om als lastdier dienst te moeten doen. Uit het vervolg blijkt dat het een kalme, getemde ezel betreft, niet een koppig dier dat tegenstribbelt en zijn berijder er af wil gooien. Een dier dat rustig blijft ook onder het luide gejuich dat straks losbarst.

De discipelen moeten het losmaken en naar Jezus brengen. Ze stellen geen vragen. Ze begrijpen kennelijk waar Jezus de ezel voor nodig heeft: om daarop zittend Jeruzalem binnen te gaan en zo het signaal af te geven, dat hij die zachtmoedige koning is over wie Zacharia ooit van profeteerde. Dat was een bekende profetie (Zach 9: 9) waarvan velen zeiden dat die in de messiaanse tijd in vervulling zou gaan. Mat haalt de tekst expliciet aan, maar ook bij Mc en Luc is - gezien de reactie van de mensen - duidelijk dat zij het teken herkennen. Ze halen Jezus binnen als de beloofde Messias.
Luc
vindt het overbodig te vermelden dat de ezel weer terug gebracht zal worden. Mc en Mat hebben dat wel.

Luc 19: 32 - 34
De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. 33 Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: ‘Waarom maken jullie het los?’ 34 Ze antwoordden: ‘De Heer heeft het nodig.’ (NBV21)

De twee discipelen doen wat Jezus had opgedragen en het gaat precies zoals hij had gezegd. Mat vindt dat zo vanzelfsprekend dat hij dit alleen maar kort aangeeft, Mc en Mat vertellen dit gedetailleerder, zodat de overeenkomsten tussen Jezus opdracht en de uitvoering van zijn opdracht goed uitkomen
De eigenaars van de ezel vragen nog wel waarom ze het veulen losmaken. Maar het antwoord is blijkbaar afdoende: "Omdat de Heer het nodig heeft"


Luc 19: 35 - 38
Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten. 36 Onderweg spreidden de leerlingen hun mantels voor Hem op de weg uit. 37 Toen Hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. 38 Ze riepen: ‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’  (NBV21)

Vervolgens leggen de discipelen hun mantels op de ezel, zetten Jezus erop en leggen ook mantels op de weg waarover de ezel gaat. Daarmee voorkomen ze dat Jezus door stofwolken moet reizen. Dat is beneden de waardigheid van de messiaanse koning. Mc en Mat vermelden dat de omstanders ook palmtakken op de weg legden. Luc laat dit detail achterwege. 
Het gaat om een symbolische handeling: Jezus presenteert zich als de koning over wie de profeet Zacharia profeteerde. Een anti-koning zou je kunnen zeggen. Want een echte koning zit hoog te paard, reist met meer rijkdom en weelde (hoeft niet op gebruikte mantels te zitten) en heeft een stoet soldaten bij zich (geen handje vol discipelen). Ik denk dat je te ver gaat door deze symbolische handeling op te vatten als een clowneske parodie, een bespotting van de reguliere koningen en machthebbers.

Het teken wordt herkend: de hele menigte van de leerlingen die meegereisd waren om in Jeruzalem het Pesach feest te vieren, begint verheugd God te loven. Dat doen pelgrims toch al: ze zingen onderweg de zgn pelgrimspsalmen (Ps 120 - 134), blij als ze het doel van hun lange reis bereikt hebben. Maar nu zijn ze blij om alle machtsdaden - de wonderen van Jezus onderweg - waar zij getuige van waren geweest. Hij is hun koning. Dat woord voegt Lucas uitdrukkelijk toe. En uit een andere psalm zingen ze: "Gezegend de komende, de koning in de naam des Heren" (Ps 118: 26). Zouden ze denken dat Jezus straks in Jeruzalem een greep naar de macht zou doen en Gods nieuwe wereld zou aanbreken? (Luc 19: 11)

Bij Mc valt er dan twee keer het woord Hosanna, Mat neemt dat over; Luc laat het weg. Zijn Griekse lezers zouden dit Hebreeuwse woord niet begrepen hebben.

Interessant is wat er op dit psalmwoord volgt. Luc laat weg 'gezegend het komende Rijk van onze vader David' (Mc 11: 10), en voegt toe: 'Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste! Dit herinnert aan de engelenzang: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft. (Luc 2: 14) In de kerstnacht zongen de engelen van vrede op aarde. Bij de intocht zingen de mensen van vrede in de hemel. Betekent dit

  • dat de vrede nu - aan het begin van de lijdensweek - van de aarde verdwijnt en alleen nog in de hemel te vinden is?
  • Of dat de duivel, die Jezus na de beproevingen (Luc 4: 13) een tijd met rust had gelaten, weer terug is?
  • Of zou het betekenen dat hemel (engelen in de kerstnacht) en aarde (mensen bij de intocht) elkaar vrede toezingen, vrede toewensen?

Luc 19: 39 - 40
Enkele farizeeën in de menigte zeiden tegen Jezus: ‘Meester, berisp uw leerlingen.’ 40 Maar Hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’ (NBV21)

Onder de mensenmassa bevinden zich ook enkele Farizeeën. Zij vinden dat de discipelen te ver gaan in hun blijdschap en enthousiasme voor Jezus. Meester, zo spreken ze hem aan. Ze houden hem kennelijk voor een rabbi, niet voor de komende koning. En ze willen dat hij zijn leerlingen berispt omdat die hem als de messiaanse koning toejuichen. Maar Jezus zegt dat het niet stil zal worden. Zouden de discipelen zwijgen, dan zouden de stenen schreeuwen. Dwz luidkeels bekend maken dat Jezus de komende koning is. Een verholen verwijt is het: Als zelfs de stenen weten wie op dat ezeltje voorbij gaat, waarom zien jullie, Farizeeën dat dan niet?

De woorden herinneren aan de profeet Habakuk die in Hab 2:11 zegt:  Want de steen schreeuwt uit de muur, en de balk antwoordt hem uit het houtwerk. (NBG51)

De verontwaardiging van de Farizeeën en het antwoord van Jezus vinden we alleen bij Luc. Mat gaat in (Mat 21: 10v) verder met de opschudding die in de stad ontstaat vanwege de komst van Jezus. Mc heeft ook dat niet, en laat Jezus rechtstreeks naar de tempel gaan en daarna terug naar Betanië (Mc 11: 11)


Mat 21: 1 - 9, Mc 11: 1 - 10, Luc 19: 28 - 40; Joh 12: 12 - 19
SQE 269  - SVBS 279

Gespreksvragen:
* Waarom juichen de mensen als Jezus Jeruzalem binnen gaat? Waar dromen ze van? 
* Welke signalen in het optreden van Jezus bevestigen hen in hun dromen? En aan welke signalen gaan ze voorbij?
* In hoeverre past Jezus bij jouw wensdromen?
* Pas je je wensdromen aan Jezus aan, of moet Jezus eraan geloven?
 

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
( -- ) bevat verduidelijking

{ -- }  bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×