Omschrijvingen
| onderwerp | 'mijn' definitie |
|---|---|
| algemene openbaring | Wat ieder mens over God kan weten door het boek van de natuur en/of de loop van de geschiedenis te bestuderen. Je hoeft dus geen christen te zijn om God te kennen. |
| bijzondere openbaring | Wat God over zichzelf te kennen geeft in de Bijbel. Soms nader gepreciseerd in Christus, de Prediking van het evangelie (Barth). Of aangevuld met 'de Traditie' (RKK) |
| fides qua | Het geloof dat gelooft: de act van geloven |
| fides quae | Het geloof waarin je gelooft: de geloofsleer. Het functioneert als het kader van zin en betekenis waarbinnen je als gelovige je leven plaatst en je ervaringen duidt. |
| God | van God is geen ontologische definitie te geven, want Hij behoort niet tot de wereld van de dingen. |
| godsdienst of religie | Transcendent zingevingssysteem met een bovennatuurlijke heilige werkelijkheid (het goddelijke) die ook voldoent aan de zeven aspecten van Smart. bv Jodendom |
| ideologie of levensbeschouwing | Immanent, seculier zingevingssysteem betrokken op deze wereld alleen (niet een bovennatuurlijke) en dit leven alleen (geen hiernamaals oid) bv materialisme |
| levensbeschouwing of ideologie | Immanente, seculiere zingevingssystemen betrokken op deze wereld alleen (niet een bovennatuurlijke) en dit leven alleen (geen hiernamaals oid) bv materialisme |
| natuurlijke theologie | Filosofische Godsleer ontwikkeld door puur abstract, logisch te denken. Ieder mens kan dit bedenken. Je hoeft er niet gelovig voor te zijn. Dus wat je van God kunt weten zonder gebruik te maken van openbaring (Bijbelse gegevens of waarnemingen uit de natuur). |
| openbaring | Wat God over zichzelf te kennen geeft, ook wel het spreken van God. zie ook algemene en bijzondere openbaring |
| predestinatie of uitverkiezing | de leer dat God van de mensen sommigen heeft uitverkoren en anderen verworpen: de leer van de dubbele uitverkiezing oftewel gemina predestinatio. Vooral uitgewerkt in de DL |
| providentia of voorzienigheid | de leer dat God al wat bestaat onderhoudt en regeert (bestuurt), zie bij Zondag 10 van de HCat |
| religie of godsdienst | Transcendent zingevingssyteem met een bovennatuurlijke heilige werkelijkheid (het goddelijke) die ook voldoet aan de zeven aspecten van Smart. bv Jodendom |
| uitverkiezing of predestinatie | de leer dat God van de mensen sommigen heeft uitverkoren en anderen verworpen: de leer van de dubbele uitverkiezing oftewel gemina predestinatio. Vooral uitgewerkt in de DL |
| voorzienigheid of providentia | de leer dat God al wat bestaat onderhoudt en regeert (bestuurt), zie bijv Zondag 10 van de HCat |
| welvaartsevangelie | De misleidende opvatting dat het Gods bedoeling is dat wie gelooft welvarend, rijk, gelukkig en gezond is. |
| wereld of werkelijkheid kosmos, heelal |
alle dingen (zijnden) die bestaan bij elkaar, dus uitgezonderd God, die van een andere orde is dan de zijnden. |
| werkelijkheid of wereld | alle dingen (zijnden) die bestaan bij elkaar dus, uitgezonderd God, die van een andere orde is dan de zijnden. |
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV12 = Willibrord Vertaling 2012 tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |