Mc 2: 13 - 17


Context
De episoden die we in Mc 2 aantreffen kenmerken zich door stevige discussie tussen Jezus en de schriftgeleerden en/of farizeeën. Dat loopt van 2: 1 - 3: 6. 
In dit gedeelte draait het om de vraag waarom Jezus zulke nauwe banden met geronommeerde zondaars onderhoudt.

Mc 2: 13v
Jezus vertrok en ging weer naar het meer. Een grote mensenmenigte kwam naar Hem toe, en Hij onderwees hen. 14 Toen Hij verderging zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ Levi stond op en volgde Hem. (NBV21)

Na de genezing van de verlamde in Kapernaüm gaat Jezus naar het meer van Galilea. Ook daar weten de mensen hem te vinden. Daar gebeuren geen wonderlijke genezingen maar Jezus geeft de mensen onderricht. De inhoud van het onderwijs vermeldt de evangelist niet. Dat zal Mc elders wel doen (bv Mc 4, 7 en 10), maar al met al is het beperkt. De andere evangelisten hebben veel meer van het onderwijs van Jezus opgenomen.

Onderweg passeert Jezus een tolhuis, de woning van een tollenaar dwz van iemand die de belastingen int voor de Romeinse overheid en daarbovenop ook een bedrag dat hij als inkomen voor zichzelf mocht vragen. (zie Zacheüs, Luc 19: 1 - 10). Om die reden waren tollenaars gehaat bij de bevolking en werden ze als zondaars beschouwd. Jezus merkt in het voorbijgaan de tollenaar, zittend bij het tolhuis, op. Hij negeert hem niet, maar ziet een mens, niet een functie, een rol, een etiket. Hij wil hem bij zich en roept hem op om met Hem mee te gaan. De bedoeling zal zijn dat hij gaandeweg los komt van zijn rol, (vrijwillig aangenomen?) en isolement (maatschappelijk opgedrongen). Dat hij meer zichzelf en vrij wordt door wat Jezus hem zal leren (onderwijs), laten zien (wonderdaden) en bewijzen (het offer van zijn leven).

De evangelist weet de naam van de tollenaar te vermelden: het gaat om Levi, de zoon van Alfeüs. De toevoeging zoon van Alfeüs is merkwaardig: doorgaans heet een andere discipel, Jakobus de zoon van Alfeüs (Mat 10: 3; Mc 3: 18 (!); Luc 6: 15 en Hnd 1: 13).  Maar het kan natuurlijk zijn dat zij broers zijn en allebei zonen van Alfeüs. Maar dan is vreemd dat Mc dat niet vermeldt. Bij Simon en Andreas, bij Johannes en Jakobus doet hij dat wel.
Bij Luc heet Levi gewoon Levi zonder toevoegingen.
Bij Mat heet de tollenaar niet Levi maar Mattheus, de zevende of achtste discipel.l  

Levi die zat, staat op (Gr anastas, een paaswoord!) en komt in beweging. Net als de eerste vier discipelen laat hij alles uit handen vallen om Jezus te volgen.

Mc 2: 15 – 17

Toen Jezus en zijn leerlingen bij hem thuis uitgenodigd waren, lagen ze daar samen met een groot aantal tollenaars en zondaars aan voor de maaltijd, want velen van hen volgden Hem. 16 Toen de farizese schriftgeleerden zagen dat Hij samen met zondaars en tollenaars at, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Eet Hij met tollenaars en zondaars?’ 17 Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ (NBV21)

De volgende scene lijkt zich later op diezelfde dag af te spelen. Levi heeft heeft Jezus en zijn leerlingen uitgenodigd voor een maaltijd. Onder die leerlingen een groot aantal tollenaars en zondaars, kennelijk allemaal geboeid door Jezus en benieuwd naar wat Hij te zeggen heeft.

Bij een maaltijd zat men niet op stoelen aan een hoge tafel; men lag op de zij op kussens en kleden naast elkaar rondom een lage tafel.

Samen een maaltijd gebruiken is vooral een teken van verbondenheid. Het ging minder om het eten, en meer om het gesprek, de gezelligheid.
Samen eten, dat deed je als fatsoenlijke, rechtvaardige en vrome mensen natuurlijk niet met ‘slechte mensen’ zoals tollenaars en zondaars. Daarom viel het zo op dat Jezus met zijn leerlingen dat wel deed. Vooral bij de Schriftgeleerden van de Farizeese richting riep dat bedenkingen op2. Ze vragen kritisch ‘eet Hij met zulke mensen?’ Zo keuren ze deze actie van Jezus af. Opmerkelijk: hun commentaar richten ze niet rechtstreeks tot Jezus. Durven ze dat niet? Of is het omdat ze zich nog wel kunnen voorstellen dat de discipelen bij Levi een maaltijd gebruiken, maar dat van Jezus ongepast vinden? Ze vragen het de leerlingen. Daarmee zijn de leerlingen in engere zin bedoeld, de vier die Mc tot dan toe heeft genoemd: Simon, Andreas, Jakobus en Johannes.
Maar dezen hoeven geen antwoord te geven. Dat doet Jezus zelf, want hij heeft hun afkeurende vraag wel gehoord. Zijn antwoord is verbluffend eenvoudig: een dokter gaat niet naar gezonde mensen. Die hebben hem niet nodig. Maar zieken wel. Zo ziet Jezus zichzelf: als een soort dokter. In dat beeld zijn rechtvaardigen te vergelijken met gezonde mensen; zondaars met zieken. Naar die zondaars gaat hij toe, om hen te genezen van het verkeerde. Hoe? Door hen te roepen tot de navolging.
Roepen waaruit en waartoe dan? Dat vermeldt Mc nu niet expliciet, maar zijn lezers weten het al van het opschrift Mc 1: 1. Uit het slechte, het kwaad, de zonde. Naar zichzelf, om bij Jezus te blijven en te zien hoe er rondom hem een koninkrijk komt waar iedereen bij mag horen, die Jezus tot de zijnen rekent: allen over wie Hij zich ontfermt en voor wie Hij zijn leven over heeft. (zie opschrift Mc 1: 1). Een roep in de navolging.

Daarop horen we niets meer van deze critici. Ze zouden blij kunnen zijn met het heel makende, samenbindende optreden van Jezus. Maar daar zijn ze nog niet aan toe. Zij willen de indeling in goed en slecht in stand houden. Dat geeft immers aanzien bij anderen. En kunnen neerkijken op anderen die niet deugen betekent dat je een hoog beeld van jezelf hebt. Dat wil je niet zomaar kwijt.
 

Mat 9: 9 – 13; Mc; Luc 5: 27 – 32; Joh -  
SQE 44 - SVBS 68 en 69
Opvallende verschillen:
- De naam van de tollenaar: Levi (Luc), Levi, de zoon van Alfeüs (Mc); bij Mattheüs heet de tollenaar niet Levi, maar Mattheüs. Dat is de discipel die volgens de latere traditie het evangelie naar Mat heeft geschreven.
- In Mat 9: 13 een citaat uit de profeet Hosea 6: 6 (Barmhartigheid wil Ik en geen offer)
- Mat en Mc gebruiken het woord ischuontes (= de sterken), Luc heeft het woord 'hugiainontes (= de gezonden) <>  'kakoos echontes' = die er slecht aan toe zijn (bij Mat, Mc en Luc).
- Luc voegt toe 'tot bekering'  ....maar zondaars tot bekering (5: 32 slot)


Gespreksvragen:
* Probeer te bedenken wat er door Levi heenging, toen Jezus hem zag en riep
* Wie zou je nu tot de gezonden (rechtvaardigen, goede mensen) willen rekenen?
* Wie zou je vandaag tot de zieken (de onrechtvaardige, slechte mensen) willen rekenen?
* Wat vind je van die indeling in goede en slechte mensen?
* Houdt zo'n indeling zichzelf in stand?
* Zou je uit die twee groepen één groep mensen kunnen maken? Zou een maaltijd een goed begin zijn? Wat nog meer?


-----
1 In de tijd dat Mc zijn evangelie schrijft was Levi een van de bekende twaalf discipelen. Of Jezus op dat moment Levi al kende, valt uit de tekst niet op te maken.
Farizeeën zijn in oorsprong een vrome lekenbeweging, de voorloper van het latere Rabbijnse Jodendom (Mishna, Talmoed) Onder hen leraren (Rabbijnen) die veel van de Joodse Bijbel (TeNaCh) en voorvaderlijke tradities weten en daarover discussiëren. Een andere groepering vormen de Sadduceeën: aristocratisch, priesterlijk, met een andere opvattingen dan de Farizeeën. De Sadduceeén wilden niets weten van de mondelinge tradities. Hun Bijbel bevatte alleen de Tora (niet de profeten en geschriften). Ze geloven niet in een leven na de dood, itt de Farizeeën. Schriftgeleerden (een beroepsgroep, ook wel wetsgeleerden) konden zowel de Farizeese als de Sadduceese richting zijn toegedaan. Zij speelden een belangrijke rol in de rechtspraak.
Bij Mat en Mc vragen de critici niet waarom zij (Jezus = discipelen) bij Levi aan tafel aanliggen. Dat de discipelen dat doen is niet heel opmerkelijk, maar dat hun Meester dat doet, dat wel. Daar begrijpen ze niets van. Bij Lucas morren de critici dat Jezus en zijn leerlingen bij een tollenaar aanliggen.

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)

 

 

×