Mc 4: 10vv // Luc 8: 9v // Mat 13: 10 - 17 Waarom gelijkenissen?
Onthullen en verhullen
Gelijkenissen zijn verhaaltjes over alledaagse gebeurtenissen, dingen die iedereen begrijpt zoals het terugvinden van een schaap dat zoek is geraakt (Luc 15: 4 - 7 / Mat 18: 12 - 14).. Met zo'n bekend tafereeltje uit onze wereld laat Jezus iets zien over die andere wereld: het Koninkrijk van God dat komende is. Bv dat God (in dit geval) afgedwaalde mensen mist, veel moeite doet om hen weer bij Zich terug te krijgen en blij is als dat lukt. Een gelijkenis is onthullend.1
Maar een gelijkenis is niet hetzelfde als de zaak waar het naar verwijst. Er zijn enkel een paar overeenkomsten, nl in de zorg, de moeite en de blijdschap om het vinden. Maar de herder die zijn verloren schaap gaat zoeken is niet God. Een gelijkenis past nooit één op één. Daarom werkt een gelijkenis ook verhullend.
Dat betekent, dat je een gelijkenis kunt vertellen
- om iets te onthullen / openbaren / duidelijk te maken.
Vrijwel alle gelijkenissen die Jezus vertelt, zijn om iets te laten zien. - om iets te verhullen / verbergen.
Een enkele keer lezen we dat Jezus gelijkenissen vertelt om dingen geheim te houden, om te voorkomen dat mensen gaan geloven.
Mc 4: 10
De meeste belangstellende mensen zijn vertrokken. De twaalf leerlingen en een aantal andere aanwezigen blijven nog wat na. Ze vragen Jezus naar de gelijkenissen (meervoud). Op dat moment heeft Jezus in Mc echter nog maar één gelijkenis verteld, nl die van de zaaier (Mc 4: 3 - 9). Ze vragen zich af wat die betekent. De gelijkenis was dus toch niet zo onthullend. Maar Mc maakt van die vraag een andere, meer algemene: waarom spreekt Jezus in gelijkenissen? Op beide gaat Jezus in
- de uitleg van de gelijkenis van de zaaier vinden we in Mc 4: 13
- antwoord op de vraag naar het waarom van de gelijkenissen volgt nu in Mc 4: 11v
Het antwoord brengt ons in verwarring. Jezus was toch gekomen om de mensen voor God en zijn Rijk dat komt in te nemen? Zijn gelijkenissen moeten dat toch laten zien (onthullen)? Maar hier zegt hij, dat hij gelijkenissen gebruikt om te verhullen. Het is de bedoeling dat mensen wel zien, maar niet opmerken. Dat ze wel horen, maar niet begrijpen. Hij spreek in gelijkenissen om te verhinderen dat mensen zich bekeren en vergeving ontvangen (opdat)!
Wat we ook schokkend vinden is, dat de mensen in twee groepen zijn opgedeeld: de insiders (mensen rond Jezus) en buitenstaanders. Aan de eersten werd het geheim (enkelvoud) van het Koninkrijk Gods gegeven. De passieve vorm met worden betekent: door God gegeven. Wat is dit geheim? Antwoord: Jezus kennen als de Christus en Zoon van God (Mc 1: 1) Door Hem breekt het Koninkrijk door in deze wereld.
Met een reformatorische achtergrond associëren wij de tweedeling al gauw met de dubbele uitverkiezing: God heeft je verkozen om bij de uitverkorenen te horen, of Hij je heeft afgewezen. Aan zowel het een als het ander kun je zelf niets aan doen. Maar zo massief is de Bijbelse boodschap niet. In deze passage
- hebben de mensen wel degelijk een eigen verantwoordelijkheid: ze hebben keus om bij Jezus te blijven (zo de discipelen en een deel van de belangstellenden) of naar huis te gaan (zoals de meesten).
- het verschil tussen insiders en buitenstaanders is betrekkelijk:
- ook de discipelen begrijpen de gelijkenis van de zaaier niet en vragen hem uitleg.
- in Mc 8: 16 - 19 noemt Jezus hen zelfs hardleers, blind en doof, deels dezelfde diskwalificaties die hij hier voor de buitenstaanders gebruikt.
- er zijn voortdurend misverstanden tussen Jezus en zijn leerlingen.
- deze dingen staan in verband met het Messiaanse geheim : Jezus wil zijn identiteit geheim houden voor de massa. De mensen zouden hem met een messiaanse verzetsstrijder kunnen verwarren. Slechts aan een kleine groep leerlingen maakt Hij zich enigermate bekend. Pas na zijn dood aan het kruis en de berichten van zijn opstanding komt zijn ware identiteit aan het licht. Voor wie geloven is Jezus de Christus, Zoon van God (Mc 1: 1).
Lucas 8:9v
Lucas neemt de versie van Mc grotendeels over. De voornaamste verschillen met Mc zijn:
- Luc strijkt de twee vragen bij Mc glad
- geheimenissen meervoud: niet alleen inzicht in de ware identiteit van Jezus, maar in nog veel meer bv de heilsgeschiedenis.
- de groep insiders bestaat uit alleen de twaalf discipelen, dus niet met 'die in zijn omgeving waren'
- de groep buitenstaanders heet bij Luc: de overigen, een term waar niet een waardeoordeel in doorklinkt als in buitenstaanders.
- hij verkort het citaat uit Jesaja 6: 9 door de woorden over 'niet terugkeren en vergeven worden' weg te laten. Lucas - de evangelist van de zending - gaat er vanuit dat er altijd een weg terug is. Het evangelie betekent redding van mensen wanneer ze zich bekeren.
Mattheüs blijft dicht bij de versie van Mc, maar er zijn enkele opvallende verschillen
- de geheimenissen meervoud: niet alleen inzicht in de ware identiteit van Jezus, maar in nog veel meer, bv de vervulling van oud-testamentische beloften.
- van het Koninkrijk der hemelen
- de groep insiders bestaat uit alleen de discipelen, dus niet met 'die in zijn omgeving waren'
- de groep buitenstaanders heet bij Mat: diegenen (net als de overigen bij Lucas een minder beladen term)
- hij voegt vers 12 toe (een uitspraak die Mc in 4: 25 heeft, en Luc in 8: 18)
- en vervangt opdat in omdat. Maw: Jezus spreekt in gelijkenissen om de mensen te bereiken. Ze zijn nu eenmaal te onwillig, verblind en doof. Jezus past zich aan aan hun niveau. Hij wil hun met de gelijkenis iets onthullen. Anders zouden ze hem niet begrijpen. Maar hoewel dat een verzachting is tov het harde opdat, toch is ook de versie van Mat hard vanwege wat hij laat volgen:
"Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken;
Met ongeveer deze woorden zei de profeet Jesaja eeuwen voor Christus dat het volk Israël doof en blind is voor God. Nu Jezus het goede nieuws brengt en op steeds meer verzet en tegenwerking stuit (en tenslotte gekruisigd zal worden) zijn deze woorden meer dan ooit waar, dwz ze gaan in vervulling. Om precies te zijn volgt verderop het originele Hebreeuws.
Mat 13: 16v
Mat vult Mc met deze verzen aan. Bij Luc vinden we ze in een ander verband (Luc 10: 23v).
Jezus prijst zijn volgelingen gelukkig omdat zij getuige zijn van het heil dat God door hem in de wereld brengt. Vele goede mensen hebben gehoopt dat ooit mee te maken, maar het mocht niet zo zijn. God besliste anders: de heilstijd zou later beginnen. Zie ook 1 Pe 4: 10 - 12
Jesaja 6: 9v
God geeft aan de profeet Jesaja de taak om het alleen maar erger te maken! De onwil van het volk om naar God te horen moet tot het uiterste gedreven worden. Hun verharde hart, hun blinde ogen, hun dove oren moeten ahw helemaal uitwoeden. Pas dan kan er genezing komen. Want dat God het definitief voor gezien houdt, dat is zelfs in de ergste situaties ondenkbaar. Een restje van het volk zal de crisis overleven (Jes 6: 11v).
We moeten in deze woorden niet alleen het harde, bestraffende van God horen, maar ook Zijn grote teleurstelling om wat Zijn volk er van maakt en om het negeren van alle profetische waarschuwingen. Het is woede of toorn vermengd met teleurstelling en wanhoop. Het komt in de buurt van 'wie niet horen wil, moet maar voelen' maar dan zonder het 'ik trek mijn handen ervan af, ze zoeken het maar uit' waar het bij ons vaak mee verbonden is.
Conclusies
We komen niet om het harde opdat heen. Het staat er eenvoudig bij Mc
Luc heeft de tekst van Mc wel enigszins aangepast, maar het opdat liet hij welbewust staan.
Mat verving het opdat door omdat, maar liet het via het citaat uit Jes 6 terugkomen.
We kunnen ook niet onder het opdat uit door anders te vertalen of het uit de tekst weg te laten. Daar zijn geen goede redenen voor.
Het zijn en blijven ongemakkelijke teksten die ons in verwarring brengen.
Jezus heeft vele gelijkenissen verteld. Het zijn in principe omdat-gelijkenissen, bedoeld om op eenvoudige wijze iets bekend te maken over God en de nieuwe wereld die Hij brengt. Aan mensen die het anders niet konden begrijpen2. En omdat een gelijkenis de meest geschikte taalvorm is om God en zijn Koninkrijk ter sprake te brengen.
Toch zijn de gelijkenissen moeilijker dan we op het eerste gezicht zouden denken3, zoals bv de gelijkenis van de zaaier. Vandaar dat de discipelen om uitleg vragen en die van Jezus krijgen. Bij de meeste gelijkenissen echter geven de evangelisten de uitleg er niet bij. Dat is niet omdat die andere gelijkenissen zoveel eenvoudiger zijn, integendeel. Het zijn in eerste instantie raadselachtige, irriterende, onzinnige verhaaltjes voor wie niets met Jezus en de komst van Gods Koninkrijk hebben ('buitenstaanders'). Dat Mat, Mc en Luc de uitleg van de gelijkenissen achterweg laten is waarschijnlijk omdat ze ervan uitgaan dat hun lezers - mensen die in Jezus geloven ('insiders') - met die betekenis bekend zijn gemaakt door de prediking van het evangelie.
Van alle gelijkenissen zei Jezus dat hij ze vertelde opdat ze niet begrepen zouden worden. Zo verklaart hij dat veel mensen er niets van begrijpen4. Dat ligt niet aan de boodschap (goed nieuws) of de verpakking (eenvoudige gelijkenissen) maar aan de mensen zelf. Ze willen niet, ze staan er niet voor open. Daarin herhaalt zich de geschiedenis van de profeet Jesaja (Jes 6). Voor de (nog) niet-gelovigen (buitenstaanders) zijn de gelijkenissen dus opdat-gelijkenissen.
Voor wie bekend zijn met de geschiedenis van Jesaja, zouden Jezus' verhullende gelijkenissen desondanks een teken, een profetische handeling, een wake-up call kunnen zijn om hem en zijn boodschap serieus te nemen en zich met God te laten verzoenen. In het opdat gaat een omdat schuil.
Schema
| doel van de gelijkenissen: om iets van het Koninkrijk te | onthullen, openbaren, laten zien, duidelijk maken | verhullen, verbergen, geheim te houden |
| voor wie | de mensen iha de belangstellenden rond Jezus + de twaalf discipelen {de uitverkorenen} |
{alle anderen} de buitenstaanders (Gr ekeinois de tois exoo) |
| waarom | hun is het nu eenmaal (door God) gegeven | {hun is het kennelijk niet gegeven} |
| reden | aanpassen aan mensen die het anders niet begrijpen de situatie verbeteren: genezing pastorale en didactische motieven, zacht |
om te voorkomen dat mensen het begrijpen de situatie tot het uiterste verergeren straffende motieven hard |
| concreet | want hun hart is afgestompt ze zijn horende doof ze zijn ziende blind |
maak het hart ongevoelig stop de oren toe smeer hun ogen dicht |
| omdat of opdat | diagnostisch - verklarend : omdat (want) | bestraffing - doelstellend : opdat (om te) |
Tenslotte
Overigens geeft Mat 13: 34v nog een verklaring voor het feit dat Jezus gelijkenissen vertelt. Dit alles zeide Jezus in gelijkenissen tot de scharen en zonder gelijkenis zeide Hij niets tot hen, 35opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zeide: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is. (NBG51) De evangelist verwijst naar Ps 78: 2 - Jezus maakt bekend wat vanaf de grondlegging der wereld verborgen is. Ook dat betreft het Koninkrijk van God. Tot dan toe verborgen, maar in Jezus - ihb zijn gelijkenissen - treedt het aan de dag. Maw dit is de omdat-opvatting van de gelijkenissen. De evangelist voelde geen tegenspraak met de opdat-verklaring die hij even daarvoor in Mat 13: 10 - 17 noteerde. .
Het naast elkaar van omdat en opdat vinden we ook in Mc 4: 33v
Mat 13: 10 - 17, Mc 4: 10 - 12, Luc 8: 9v (Joh 12: 40)
SQE 123 - SVBS 127
Gespreksvragen
* Welke gelijkenis spreekt jou het meest aan?
* Heb je ook een gelijkenis die je nog altijd raadselachtig vindt?
* Wat zouden de mensen vroeger moeilijk gevonden hebben om Jezus te geloven? Wat was hun verblinding? Wat wilden ze niet horen of zien?
* Waar heb jezelf de meeste moeite mee?
* Is geloven: jouw keus voor God...of een keus van God voor jou? Of allebei? Of allebei niet?
1 Al moeten we ook niet menen dat die alledaagse dingen altijd gemakkelijk te begrijpen zijn. Als dat zo lijkt is het waarschijnlijk omdat je ze al langer kent en al vaker een uitleg hebt gehoord. Maar als je ze voor het eerst zou horen, zouden ze wel eens raadselachtig kunnen zijn. Probeer maar eens zelf uit met een minder bekende gelijkenis, bv van het mosterdzaad, of van het zuurdeeg.
2 Andere vormen om dit goede nieuws bekend te maken zijn de wonderen, uitleg van de wet, discussies met de Farizeeén, symbolische handelingen (bv de intocht in Jeruzalem, tempelreiniging), de Passio uitlopend op Pasen
3 Net zoals die andere vormen: niet iedereen ziet in een wonder een teken, of in een kruis de overwinning, of in een leeg graf het goede nieuws van de opstanding (Mc 16: 1 - 8)
4 Paulus heeft zich met hetzelfde raadsel bezig gehouden: waarom vond Jezus zo weinig gehoor? Zijn verklaring in 2 Kor 3: 14v is dat
Lucas legt Paulus aan het slot van Hnd dezelfde woorden uit Jes 6 in de mond: Hnd 28: 26v
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel) brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( -- ) bevat verduidelijking { -- } bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |