Mc 4: 10vv - opdat en omdat
Onthullen en verhullen
Gelijkenissen zijn verhaaltjes over alledaagse gebeurtenissen, dingen die iedereen begrijpt zoals het terugvinden van een schaap dat zoek is geraakt (Luc 15: 4 - 7 / Mat 18: 12 - 14).. Met zo'n bekend tafereeltje uit onze wereld laat Jezus iets zien over die andere wereld: het Koninkrijk van God dat komende is. Bv dat God afgedwaalde mensen mist, veel moeite doet om hen weer bij Zich terug te krijgen en blij is als dat (door Jezus) lukt . Een gelijkenis is onthullend.1
Maar een gelijkenis is niet hetzelfde als de zaak waar het naar verwijst. Er zijn enkel overeenkomsten, nl in de zorg, de moeite en de blijdschap om het vinden. Maar de herder die zijn verloren schaap gaat zoeken is niet God. Een gelijkenis past nooit één op één. Daarom werkt een gelijkenis ook verhullend.
Dat betekent, dat je een gelijkenis kunt vertellen
- om iets te onthullen / openbaren / duidelijk te maken.
Dit is het meest voor de hand liggende gebruik. Vrijwel alle gelijkenissen die Jezus vertelt, zijn om iets te laten zien. - om iets te verhullen / verbergen.
Een enkele keer lezen we dat Jezus gelijkenissen vertelt om dingen geheim te houden, om te voorkomen dat mensen gaan geloven.
Mc 4: 10
De meeste belangstellende mensen zijn vertrokken. De twaalf leerlingen en een aantal andere aanwezigen blijven nog wat na. Ze vragen Jezus naar de gelijkenissen (meervoud). Op dat moment heeft Jezus in Mc echter nog maar één gelijkenis verteld, nl die van de zaaier (Mc 4: 3 - 9). Ze vragen zich af wat die betekent, de gelijkenis was dus toch niet zo onthullend. Maar Mc maakt van die vraag een andere, meer algemene: waarom spreekt Jezus in gelijkenissen? Op beide gaat Jezus in
- de uitleg van de gelijkenis vinden we in Mc 4: 13
- antwoord op de vraag naar het waarom van de gelijkenissen volgt nu in Mc 4: 11v
Het antwoord brengt ons in verwarring. Jezus was toch gekomen om de mensen weer met God te verbinden? Gelijkenissen moeten dat laten zien, onthullen? Maar hier zegt hij, dat hij gelijkenissen gebruikt om te verhullen. Het is de bedoeling dat mensen wel zien, maar niet opmerken. Dat ze wel horen, maar niet begrijpen! Hij spreek in gelijkenissen om te verhinderen dat mensen zich bekeren en vergeving ontvangen (opdat).
Wat we ook schokkend vinden is, dat de mensen in twee groepen zijn opgedeeld: de insiders (mensen rond Jezus) en buitenstaanders. Aan de eersten werd het geheim (enkelvoud > omgang met Jezus, de Christus en Zoon van God) van het Koninkrijk Gods gegeven (de passieve vorm met worden betekent: door God gegeven).
Dit associëren wij al gauw met de dubbele uitverkiezing: God heeft je verkozen om bij de uitverkorenen te horen, of Hij je heeft afgewezen en daar kun je zelf niets aan doen. Maar zo massief is de Bijbelse boodschap niet. In deze passage
- hebben de mensen wel een eigen verantwoordelijkheid: ze hebben keus om bij Jezus te blijven (zo de discipelen en een deel van de belangstellenden) of naar huis te gaan (zoals de meesten).
- het verschil tussen insiders en buitenstaanders is betrekkelijk:
- ook de discipelen begrijpen de gelijkenis van de zaaier niet en vragen hem uitleg.
- in Mc 8: 16 - 19 noemt Jezus hen zelfs hardleers, blind en doof, deels dezelfde diskwalificaties die hij hier voor de buitenstaanders gebruikt.
- er zijn voortdurend misverstanden tussen Jezus en zijn leerlingen.
- deze dingen staan in verband met het Messiaanse geheim : Jezus wil zijn identiteit geheim houden voor de massa. De mensen zouden hem met een messiaanse verzetsstrijder kunnen verwarren. Slechts aan een kleine groep leerlingen maakt Hij zich enigermate bekend. Pas na zijn dood aan het kruis en de berichten van zijn opstanding komt zijn ware identiteit aan het licht. Voor wie geloven is Jezus de Christus, Zoon van God (Mc 1: 1).
Lucas 8:9
Lucas neemt de versie van Mc grotendeels over. De voornaamste verschillen met Mc zijn:
- Luc strijkt de twee vragen bij Mc glad
- geheimenissen meervoud: niet alleen inzicht in de ware identiteit van Jezus, maar nog veel meer bv de heilsgeschiedenis.
- van het Koninkrijk van God
- de groep insiders bestaat uit alleen de twaalf discipelen, dus niet met 'die in zijn omgeving waren'
- de groep buitenstaanders heet bij Luc: de overigen, een term waar niet een waardeoordeel in doorklinkt als in buitenstaanders.
- hij verkort het citaat uit Jesaja 6: 9 door de woorden over 'niet terugkeren en vergeven worden' weg te laten. Lucas de evangelist van de zending houdt het erop dat er altijd een weg terug is. Het evangelie betekent redding van mensen wanneer ze zich bekeren.
Mattheüs blijft dicht bij de versie van Mc, maar er zijn enkele opvallende verschillen
- de geheimenissen meervoud: niet alleen inzicht in de ware identiteit van Jezus, maar nog veel meer, bv de vervulling van oud-testamentische beloften.
- van het Koninkrijk der hemelen
- de groep insiders bestaat uit alleen de discipelen, dus niet met 'die in zijn omgeving waren'
- de groep buitenstaanders heet bij Mat: diegenen (ook een minder beladen term)
- hij voegt vers 12 toe (een uitspraak die Mc in 4: 25 heeft, en Luc in 8: 18)
- en vervangt opdat in omdat. Maw: Jezus spreekt in gelijkenissen om de mensen te bereiken. Anders zouden ze hem niet begrijpen. Ze zijn nu eenmaal te onwillig, verblind en doof.
Maar hoewel dat een verzachting is tov het harde opdat, toch is ook de versie van Mat hard vanwege wat hij laat volgen:
Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken;
opdat zij niet zien met hun ogen, en met hun oren niet horen, en met hun hart niet verstaan en zich bekeren,
en Ik hen zou genezen.
Met ongeveer deze woorden zei de profeet Jesaja eeuwen voor Christus dat Israël doof en blind is voor God. Nu Jezus het goede nieuws brengt en op steeds meer verzet en tegenwerking stuit (en tenslotte gekruisigd zal worden) zijn ze meer dan ooit waar, dwz ze gaan in vervulling. Om precies te zijn volgt verderop het originele Hebreeuws.
Mat 13: 16v
Mat vult Mc met deze verzen aan. Bij Luc vinden we ze in een ander verband (Luc 10: 23v).
Jezus prijst zijn volgelingen gelukkig omdat zij getuige zijn van Jezus en het heil dat God door hem in de wereld brengt. Vele goede mensen hebben gehoopt dat ooit mee te maken, maar het mocht niet zo zijn. God besliste anders: de heilstijd zou later beginnen. Zie ook 1 Pe 4: 10 - 12
Jesaja 6: 9v
10
opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren niet hore en opdat zijn hart niet versta,
zodat het zich niet bekere en genezen worde.
God geeft aan de profeet Jesaja de taak om het alleen maar erger te maken! De onwil van het volk om naar God te horen, hun verharde hart, hun blinde ogen, hun dove oren moeten ahw helemaal uitzieken. Pas dan kan er herstel komen. Want dat God het definitief voor gezien houdt, dat is zelfs in de ergste situaties ondenkbaar. Een restje van het volk zal overblijven (Jes 6: 11v).
We moeten in deze woorden niet alleen het harde, bestraffende van God horen, maar ook Zijn grote teleurstelling om wat Zijn volk er van maakt en om het negeren van alle profetische waarschuwingen. Het is woede / toorn vermengd met wanhoop. Het komt in de buurt van 'wie niet horen wil, moet maar voelen' maar dan zonder het 'ik trek mijn handen ervan af, ze zoeken het maar uit' waar het bij ons vaak mee verbonden is.
Conclusies
We komen niet om het harde opdat heen. Het staat er bij Mc en Luc en via het citaat uit Jes ook bij Mat.
Mat en Luc hebben de tekst van Mc wel enigszins aangepast, maar het opdat lieten ze welbewust staan.
We kunnen ook niet onder het opdat uit door het anders te vertalen of uit de tekst weg te laten. Daar zijn geen goede redenen voor.
Het zijn en blijven ongemakkelijke teksten die ons in verwarring brengen.
Jezus heeft vele gelijkenissen verteld.
De meeste waren omdat gelijkenissen: bedoeld om op eenvoudige wijze iets uit te leggen van het geloof aan mensen die het anders niet konden begrijpen.
Soms hadden de omdat gelijkenissen toch nog uitleg nodig:
Van alle gelijkenissen zei Jezus dat hij ze vertelde opdat ze niet begrepen zouden worden.
Want veel mensen begrijpen er niets van en dat ligt niet aan de boodschap (goed nieuws) of de verpakking (eenvoudige gelijkenissen) maar aan de mensen zelf. Ze willen niet, ze staan er niet voor open.
Daarin herhaalt zich de geschiedenis van de profeet Jesaja (Jes 6), die het volk nog meer tegen God moest opzetten.
Maar vanwege die bekende geschiedenis zijn de opdat gelijkenissen ook een teken (ondanks de schijn van het tegendeel), een profetische handeling, een wake-up call om Jezus en zijn boodschap serieus te nemen en zich met God te laten verzoenen. In het opdat gaat een omdat schuil!
Schema
| doel van de gelijkenissen: om iets van het Koninkrijk te | onthullen, openbaren, laten zien, duidelijk maken | verhullen, verbergen, geheim te houden |
| voor wie | de mensen iha de belangstellenden rond Jezus + de twaalf discipelen (de uitverkorenen) |
(alle anderen) de buitenstaanders (Gr ekeinois de tois exoo) |
| waarom | hun is het nu eenmaal (door God) gegeven | (hun is het kennelijk niet gegeven) |
| reden | aanpassen aan mensen die het anders niet begrijpen de situatie verbeteren: genezing pastorale en didactische motieven, zacht |
om te voorkomen dat mensen het begrijpen de situatie tot het uiterste verergeren straffende motieven hard |
| concreet | want hun hart is afgestompt ze zijn horende doof ze zijn ziende blind |
maak het hart ongevoelig stop de oren toe smeer hun ogen dicht |
| omdat of opdat | diagnostisch - verklarend : omdat (want) | bestraffing - doelstellend : opdat (om te) |
Tenslotte
Overigens geeft Mat 13: 34v nog een verklaring voor het feit dat Jezus gelijkenissen vertelt. Dit alles zeide Jezus in gelijkenissen tot de scharen en zonder gelijkenis zeide Hij niets tot hen, 35opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zeide: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is. (NBG51) De evangelist verwijst naar Ps 78: 2 - Jezus maakt bekend wat vanaf de grondlegging der wereld verborgen is. Ook dat betreft het Koninkrijk van God. Tot dan toe verborgen, maar in Jezus - ihb zijn gelijkenissen - treedt het aan de dag. Maw dit is de omdat opvatting van de gelijkenissen. De evangelist voelde geen tegenspraak met wat de opdat verklaring die hij even daarvoor in Mat 13 : 10 - 17 noteerde. .
Het naast elkaar van omdat en opdat vinden we ook in Mc 4: 33v
Paulus heeft zich met hetzelfde raadsel bezig gehouden: waarom vond Jezus zo weinig gehoor? Zijn verklaring in 2 Kor 3: 14v is dat
Ook hier trouwens enerzijds menselijke verantwoordelijkheid (als iemand zich tot de Heer wendt), anderzijds Gods werk (wordt de sluier weggenomen).
Lucas legt Paulus aan het slot van Hnd dezelfde woorden uit Jes 6 in de mond: Hnd 28: 26v
Mat 13: 10 - 17, Mc 4: 10 - 12, Luc 8: 9v (Joh 12: 40)
SQE 123 - SVBS 127
Gespreksvragen
* Welke gelijkenis spreekt jou het meest aan?
* Heb je ook een gelijkenis die je nog altijd raadselachtig vindt?
* Wat zouden de mensen vroeger moeilijk gevonden hebben om Jezus te geloven? Wat was hun verblinding? Wat wilden ze niet horen of zien?
* Waar heb jezelf de meeste moeite mee?
* Is geloven jouw keus voor God...of een keus van God voor jou? Of allebei? Of allebei niet? (nog anders)
1 Al moeten we ook niet menen dat die alledaagse dingen altijd gemakkelijk te begrijpen zijn. Als dat zo lijkt is het waarschijnlijk omdat je ze al langer kent en al vaker een uitleg hebt gehoord. Maar als je ze voor het eerst zou horen, zouden ze wel eens raadselachtig kunnen zijn. Probeer maar eens zelf uit met een minder bekende gelijkenis, bv van het mosterdzaad, of het zuurdeeg.
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel) brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) |