Mc 4: 21 - 32


Context
De evangelist Mc plaatst een aantal belangrijke gelijkenissen bij elkaar. Op de gelijkenis van de zaaier en de bijbehorende uitleg, volgen er nog vier1. Dat Mc die hier vermeldt zal wel zijn, omdat ze qua thema goed aansluiten bij de gelijkenis van de zaaier. De meeste komen uit de wereld van de akkerbouw: het gaat over een korenmaat, zaad dat opschiet uit de grond en morsterdzaad. Alle vier staan ze in verband met de komst van de Zoon des Mensen op het einde der tijden. Deze gelijkenissen bevatten een sterke tegenstelling of contrast en opvallende trekjes.

Mc 4: 21vv
En Hij zei: ‘Je pakt toch geen lamp om hem onder een korenmaat te zetten of onder een bed weg te bergen? Nee, je zet hem op een standaard. 22 Alles wat verborgen is, moet openbaar worden gemaakt, en alles wat geheim is, moet aan het licht komen. 23 Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’  (NBV21)

Afb 45 een eenvoudig aardewerk olielampje (met dank aan Catharijne Convent)

vers 21 - 23  Deze 'gelijkenis' komt zonder een inleidende formule als Het is met het koninkrijk van God als met... (als in vers 26) of als 'waarmee zullen we het Koninkrijk van God vergelijken? (als in vers 30). Toch zijn ook dit beeldende woorden die iets duidelijk maken over de komst van het Koninkrijk, nl dat dan alles aan het licht komt.

Wat doe je met een lamp (Gr luchnos)? Uiteraard zet je die niet onder een korenmaat (Gr modios) of onder een bed (Gr klinè). Dat is veel te gevaarlijk (brand) en volkomen nutteloos: het licht komt dan op plekken waar geen mens is. Veel beter de lamp op een standaard (Gr luchnia) geplaatst zodat het licht de gehele ruimte verlicht.

Aan dit alledaagse gebruik koppelt Jezus een uitspraak die als een parallellisme is geformuleerd: alle dingen die verborgen (Gr kruptos) zijn zullen openbaar worden gemaakt // alles wat geheim is moet aan het licht komen.
De beide delen zeggen het zelfde: het is een synoniem parallellisme. De beide helften bevatten een scherp contrast: verborgen / geheim < > openbaar / aan het licht komen

Jezus doelt hier op de komst van de Mensenzoon op het einde der tijden. Hij spreekt daar over in Mc, al gaat het daar niet om het openbaar worden van wat verborgen en geheim is. Maar dat verband is er wel bij Mat 10: 26 // Luc 12: 2 en 1 Kor 4: 5. Op het eind van de geschiedenis komt de Mensenzoon om over mensen en volken te oordelen.
Deze dingen zijn niet als dreigement bedoeld, maar als waarschuwing: wie oren heeft om te horen, die hore. Maw Jezus vraagt geloof in zijn boodschap en roept met deze gelijkenis op zo te leven dat je de dag van het openbaar worden en oordeel goed kunt doorstaan. Dat past ook bij het volgende over de maat waarmee je meet.


Mat 5: 15 ook 10: 26 , Mc 4: 21vv, Luc 8: 16v ook 11: 33 en 12: 2  (Joh-)
SQE 125  SVBS 130


Mc 4: 24v
Hij zei ook tegen hen: ‘Let goed op wat je hoort: met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden, en er zal je zelfs meer worden toebedeeld. 25 Want wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs het laatste worden ontnomen.’ (NBV21)

Gewichtjes die je gebruikt om iets te wegen en daarna de prijs te bepalen en te verkopen, gebruik je ook als je iets van een ander wilt kopen. Dat is wel zo eerlijk. Anders bedrieg je de ander, of wordt jezelf bedrogen. Jezus past deze gewoonte toe op het oordelen over mensen. Hij zegt waarschuwend (let goed op): de maat waaraan je anderen afmeet, zal ook gebruikt worden om jou de maat te nemen. De tegenstelling is dus: een ander de maat nemen < > jezelf beoordelen.

Denk bv aan hoe je oordeelt over anderen: ben je voor een ander streng en heb je voor je eigen fouten allerlei excuses? Of ander voorbeeld: je kunt een ander wel hebzuchtig en krenterig vinden, maar wees eens heel eerlijk over jezelf: hoe luidt het oordeel over jezelf als je dezelfde maat / norm hanteert? Of je vindt je medeweggebruikers veel te roekeloos rijden, maar houd jij jezelf wel altijd aan de maximum snelheid?

Ook dit is een gelijkenis die iets zegt over het Koninkrijk: nl dat de komst ervan gepaard gaat met beoordeling (door God, daar wijst de passieve formulering met worden op) en vervolgens ook met beloning en bestraffing.

En dan komt het
bijzondere naar voren. Deze gelijkenis begint met 'eerlijk meten, eerlijk beoordelen. Maar het loopt uit op (in onze ogen) oneerlijk belonen en bestraffen. Het Koninkrijk van God gaat niet volgens menselijke moralistische, wettische logica te werk.

  • Wie het goed deden: Er zal je zelfs nog meer worden toebedeeld (opnieuw worden > door God). Want het goede wat je zei, deed, dacht was wel goed, maar niet volmaakt. Niemand leeft 100% toegewijd aan God. Maar dit tekort zal worden aangevuld. Dit wijst op vergeving en een nieuw, eeuwig leven in Gods nieuwe wereld.
  • Wie helemaal geen goede dingen heeft gezegd, gedaan, gedacht: hem zal zelfs wat hij heeft ontnomen worden. Wat iemand met zijn slechte gedrag heeft verworven (koninkrijken, landerijen, macht, geld en aanzien) dat zal hij verliezen. Het is niet van hem en komt hem niet toe. Dat geldt ook van zijn leven dat hij meende te hebben. Dat is geen bezit.

Op het eind van alles, als het Koninkrijk gekomen is, loopt het voor de één heel goed af, voor de ander helemaal niet goed.

Mat 7:2 ook 13: 12, Mc, Luc 8: 18  (Joh - )
SQE 125  SVBS 131 


Mc 4: 26 - 29
En Hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: 27 Hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. 28 De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. 29 Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’ (NBV21)

Nu volgt beeldspraak die met een korte gelijkenisformule wordt ingeleid. Het lijkt op de eerste gelijkenis van de zaaier (Mc 4: 3vv): iemand strooit zaad (Gr sporos) op de aarde. Daarna moet de boer lange tijd wachten. Hij slaapt en staat weer op, dagen en nachten gaan voorbij zonder dat hij iets kan doen om de oogst te versnellen of te verbeteren. Ondertussen ontkiemt en groeit het zaad in de bodem, helemaal vanzelf (Gr automatos), er vormt zich een stengel (halm) en tenslotte een aar waarin nieuwe graankorrels rijpen. Maar dan is het wachten voorbij. Wanneer de aar zich als rijp presenteert slaat hij terstond (Gr euthus - weer dat voorkeurswoordje van Mc) de sikkel erin. Hij wacht geen dag langer dan nodig is, hij heeft haast: de tijd van de oogst is aangebroken (Gr parestèken. een perfectum: dit staat vast, er is geen weg meer terug, geen houden meer aan) Eindelijk - blijdschap. Niet langer wachten want straks in de herfstregens zullen de halmen en de aren verrotten op het land. Dan gaat de oogst nog verloren en is alles voor niets geweest.

De
tegenstelling: lange tijd + niets doen < > opeens een korte tijd + volop actie
Het
bijzondere: de opmerking 'hij weet niet hoe'. De boer moet vertrouwen op de kiemkracht van het zaad in de akker. 

Hoe is dit een gelijkenis van het Koninkrijk van God? 
1) God lijkt wel eens afwezig te zijn en werkeloos toe te kijken > een ervaring die herkenbaar is,
  maar Jezus en zijn volgelingen konden het ook zo beleven.
2) Maar het is geen onverschilligheid van God, eerder een gespannen wachten. Zoals de zaaier een groot vertrouwen heeft in de kiemkracht van het zaad in de grond, zo rekent God erop dat het evangelie van Jezus en het Koninkrijk in het verborgene groeit en zich doorzet. Gelovigen zouden dat ook moeten hebben en behalve bidden en werken hoort bij een gelovige houding dus ook: af en toe de dingen uit handen geven. ‘God het is uw kerk, ik ga slapen’ bad Paus Johannes XXIII.
Zo staat het Koninkrijk van God haaks op de koninkrijken die niet vanzelf tot stand komen, maar die wij zelf oprichten en waar we voortdurend aan moeten werken. Bijbels voorbeeld: Nebukadnezar die van zijn rijk zegt '
Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een koninklijke woonstede door de sterkte mijner macht en tot eer mijner majesteit? (Dan 4: 27 NBG)
3) Zodra het maar kan grijpt Hij in om te oogsten,
dwz de vrucht, de opbrengst, de positieve moeitevolle bijdrage van ieder mens waarderen en opnemen in de nieuwe wereld.

Het perfectum geeft aan dat het om iets definitiefs gaat: de oogst op het eind van de geschiedenis.

Mat -, Mc 4: 26 - 29, Luc -  (Joh -)
SQE 126  SVBS 132


Mc 4: 30vv
En Hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? 31 Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. 32 Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’ (NBV21)

Opnieuw eerst een inleidende formule: de lange variant met daarin expliciet het woord gelijkenis (Gr parabolè). Nu over een mosterdzaad en plant. Waarschijnlijk gaat het om de Sinapis nigra (zwarte mosterd). De cylindervormige peultjes bevatten 4 - 6 korreltjes: het mosterdzaad. De eenjarige plant is een snelle groeier die in Israël maximaal ruim 3 meter hoog kan worden. Dat heeft wel iets van een boom, en zo noemt Mat de plant dan ook (Mat 13: 32)
Het
contrast is klein < > groot. Het zaad van de mosterdplant is (naar toenmalig besef) het kleinste van alle (tuin)zaden: minder dan 1 mm, maar eenmaal volgroeid is het het grootste van alle planten (groenten en fruit).
Het
bijzondere: het gaat kennelijk niet om de mosterdzaadjes en de mosterd die je daarvan kunt maken, maar om iets anders:  De mosterdplant biedt de vogelen des hemels takken: een plekje om te wonen / nestelen in de schaduw. Zie ook Dan 4, waar de grote boom symbool is voor de machtige keizer Nebukadnezar. Die boom heeft takken waarin de vogels nestelen (symbool voor mensen en volken).

Waarin ligt de gelijkenis met het Koninkrijk? Het Koninkrijk begint klein, het is zelfs kleiner dan alle andere koninkrijken en idealen. Maar het groeit en zal tenslotte gastvrij onderdak bieden en bescherming aan (alle) mensen.


Mat 13: 31v , Mc: 30vv, Luc 13: 18v (Joh -)
SQE 128  SVBS 134

Gespreksvragen
* Hoe zou je het vinden als alles wat verborgen is van jezelf en van anderen, aan het licht komt?
* Ben je voor anderen strenger dan voor jezelf?
* Helpt het als je elke dag in de bloembak kijkt om te zien of het zaaigoed al begint te groeien? Spreekt daar bezorgdheid uit of juist vertrouwen in het automatisch groeien? Wat heeft dit met geloof te maken?
* Hoe gastvrij is het Koninkrijk? Waartegen biedt het bescherming?

-----
1 Buiten deze vijf in Mc 4 zijn nog tot de gelijkenissen te rekenen: (afhankelijk van hoe ruim je de definitie van een gelijkenis neemt)
Mc 2: 21 > niet-gekrompen lap op een scheur op een oud kledingstuk)
Mc 2: 22 > jonge wijn in oude zakken
Mc 3: 27 > de sterke man eerst binden voordat je hem kunt beroven
Mc 12: 1 - 9  > de onrechtvaardige pachters
Mc 13: 28 - 31 > de les van de ontluikende vijgenboom
Mc 13: 34 - 37 > de heer des huizes komt onverwacht terug

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
( -- ) bevat verduidelijking

{ -- }  bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×