Mc 3: 13 - 19
Hij ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie Hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar Hem toe. 14 Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten Hem vergezellen, en Hij wilde hen uitzenden om het goede nieuws te verkondigen. 15 Ook kregen ze de macht om demonen uit te drijven. 16 Het waren Simon, die Hij de naam Petrus gaf, 17 Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Johannes, de broer van Jakobus (aan deze twee gaf Hij de naam Boanerges, wat ‘zonen van de donder’ betekent), 18 Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs 19 en Judas Iskariot, die Hem heeft uitgeleverd. (NBV21)
Roeping
bij Mc (en Luc) volgt op de enorme toeloop van mensen (3: 7 - 12) het bericht dat Jezus de berg op gaat en de mensen roept. Hij roept die niet allemaal bij zich, maar diegenen die Hij wilde. En als deze eerste selectie gehoorzaam gekomen is, maak Jezus een tweede keus: hij stelt er twaalf aan.
Duidelijk is, dat het initiatief bij Jezus ligt. Je kunt je niet aanmelden, maar wordt door hem geroepen.
Mc vertelt niet waarom Jezus de een wel, een ander niet voor deze taak wil. We horen niets over leeftijd, opleiding, gezondheid, geloof, bezit, status of wat dan ook. Zo geeft de evangelist aan dat zulke dingen er niet toe doen. Afgaande op de namenlijst is het een bont gezelschap. Zij worden niet gekozen op grond van wat zij aan eigenschappen, diploma's enz hadden, maar op grond van wat ze - Jezus volgende - van hem zouden zien, horen en meemaken. Niet het verleden maakt hen geschikt voor apostel, maar de toekomst, hun optrekken met Jezus.
De enige overeenkomst tussen die twaalf is, dat het allemaal mannen zijn. Maar ook dat krijgt geen bijzondere nadruk en wordt niet tot criterium verheven. Het lijkt meer te maken te hebben met de toenmalige cultuur dat rabbijnen geen vrouwelijke leerlingen hadde. Dat zou pas in de twintigste eeuw veranderen.
Twaalf
De bedoeling van 'de twaalven' zoals ze ook vaak bij Mc genoemd worden, is:
- dat ze bij Jezus zijn: met hem optrekken en alles zien en horen en meemaken
- dat ze door hem uitgezonden zullen worden (Gr apostellein)
- om te verkondigen (Gr kèrussein = als een heraut het goede nieuws bekend maken). Daarvan vertelt Mc in Mc 6: 7vv
- om te hebben de macht om boze geesten uit te drijven.
Vanwege het Griekse apostellein vinden we in latere handschriften1 bij vers 14 de toevoeging 'die Hij ook apostelen heeft genoemd'.
Het gaat dus om een kleine kring van twaalf personen die er altijd bij zijn om getuigen te worden van wat Jezus zegt en doet en overkomt.
Maar als ze zo met Jezus optrekken, leren ze natuurlijk ook van hem over het Koninkrijk. Behalve getuigen zijn het ook leerlingen en stagelopers.
Twaalf is ook een symbolisch getal: het staat oa voor de twaalf stammen van het volk Israël. De twaalf representeren dan het gehele volk en het zal wel de bedoeling zijn dat zij, na Pasen, aan het gehele volk het evangelie bekend maken. Maar al eerder, in Mc 6, stuurt Jezus hen erop uit.
Binnen de synoptische traditie zijn de twaalf namen vrijwel identiek overgeleverd: elf dezelfde. Alleen hebben Mat en Lc ene Taddeus waar Luc ene Judas (van Jakobus) heeft.
Opvallend is dat het vierde evangelie slechts zeven namen van discipelen noemt, onder wie Natanaël die niet bij Mat, Mc of Luc genoemd wordt.
Berg
Wat de berg betreft: rond het Meer van Galilea is het heuvelachtig. Het is niet duidelijk wat hier een berg zou moeten heten. Of moeten we aan Mozes denken, die op de berg Sinaï de Torah ontving om die aan het volk over te brengen? Presenteert Jezus zich hier als een tweede Mozes?
Mat 10: 1 - 4, Mc, Luc 6: 12 - 16 (Joh 1: 42)
SQE 49 - SVBS 97
Bij Mat volgt de aanstelling van de 12 apostelen op de uitspraak van de Heer over een grote oogst en weinig arbeiders ( Mat 9: 37v). Na hun aanstelling zendt Jezus erop uit.(Mat 10: 5 - 16).
Bij Luc staat dit gedeelte net als bij Mc zonder duidelijke verbinding met het voorafgaande en volgende.
Tov Mc heeft Luc als opvallende aanvulling het nachtelijke gebed van Jezus. De aanstelling van de twaalf is bij Luc het gevolg van dit gebed.
In de namen van de 12 en hun volgorde bestaan kleine verschillen. Een overzicht vind je hier.
Gespreksvragen:
- We kwamen verschillende groepen mensen tegen:
er zijn er die uit zichzelf komen: de hulpbehoevenden, de belangstellenden, de critici (uit de vorige verzen)
er zijn er die door Jezus geroepen worden op de berg, er zijn er die tot apostel worden aangesteld (om te verkondigen en boze geesten uit te drijven)
bij welke groep hoor jij thuis?
- Als je vindt dat je eerst een tijdlang met Jezus moet optrekken voordat hij je kan gebruiken, hoe kun je dat dan doen?
- Wat vind je ervan, dat alleen mannen geroepen zijn om discipel en apostel te worden?
-----
1 De Griekse tekst is hier onzeker en in allerlei van varianten overgeleverd
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel) brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) |