Mc 1: 16 - 20
Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. 17 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 18 Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. 19 Iets verderop zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, 20 en direct riep Hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden Hem. (NBV21)
De twaalf leerlingen
Jezus’ optreden begint met het verzamelen van enkele leerlingen (Gr mathètai)1. Vandaag roept hij er vier, straks (Mc 2: 13 – 17) zal hij een vijfde (Levi) vragen en tenslotte de kring van zijn leerlingen uitbreiden tot twaalf (Mc 3: 13 – 19). Om die reden heten zij ook wel ‘de twaalven’ (Gr hoi dodeka).2 Het aantal van twaalf is niet zonder reden: het symboliseert de twaalf stammen van Israël.
De twaalven of de leerlingen - allemaal mannen - vormen de ‘inner-circle’ van een veel grotere groep nieuwsgierigen, bewonderaars en volgelingen die bij Mc meestal met ochlos aangeduid wordt, de ‘schare’ (NBV21) of menigte (NBV21).
Een enkele keer noemt Mc de twaalf leerlingen ‘apostelen’ (Mc 6: 30) en in ons gedeelte omschrijft hij vier van hen als ‘vissers van mensen’.
Twee alledaagse tafereeltjes
Het gaat om twee keer twee broers. Het eerste paar, Simon en Andreas, gooit juist de netten uit om te vissen, waarschijnlijk vanuit een boot al staat dat er niet met zoveel woorden bij, het zou ook staande vanaf het strand kunnen. Het tweede paar, Jakobus en Johannes, is in een boot – samen met hun vader Zebedeüs en enkele dagloners - bezig de netten te boeten (repareren). Deze werkzaamheden gebeuren doorgaans wanneer de boot op het strand ligt, nadat de vangst uit de netten is verwijderd. Een goede verklaring voor dit twee aan twee is er niet. De andere discipelen komen niet met een broer.
Het twee aan twee komt terug bij de uitzending van de discipelen in Mc 6: 7.
Een ongewone actie
Om de afstand tot de eerste boot op het meer en de tweede boot (nog wat verder weg) te overbruggen roept Jezus. De eerste keer gebruikt Mc daarvoor het gewone woord voor ‘aanspreken, zeggen’ (Gr legoo), de tweede keer het alledaagse ‘roepen’ (Gr kaleoo). Of Jezus de vier broers kent? Of dat hij al eerder met hen over zijn plannen overlegd heeft? Mc zegt er niets over, maar er is enige aanleiding voor om dat te denken:
- de vier maken niet de indruk verbaast te zijn als ze Jezus te zien,
- ze begrijpen wat hij hun vraagt,
- ze volgen hem zonder vragen of bedenkingen.
- Zebedeüs en de dagloners laten de roep aan zich voorbij gaan. Zij weten kennelijk dat zij niet bedoeld zijn.
Of is het volgen van de vier helemaal te danken aan de indruk die Jezus’ woorden maken? Klonk er zoveel gezag in zijn woorden dat ze hem volgen? Ook daarover zegt Mc niets (op andere plaatsen soms wel, bv Mc 1: 27). Dus opnieuw: het is aan de lezer om hier te interpreteren en een keus te maken.
Jezus gebiedt de vier uit om hem te volgen (Gr akoloutheoo). Hij wil vissers van mensen van hen maken. Dat zijn ze niet vanzelf. Ze moeten omgeschoold worden, een nieuw beroep leren. Vandaar hun naam: leerlingen of beter nog stagelopers. Want ze leren hun nieuwe vak door er bij te zijn, te kijken, vragen te stellen, mee te helpen al die keren dat Jezus zondaars aanspreekt en hulpbehoevenden helpt en tenslotte voor hen zijn leven geeft. Dan pas is de opleiding voltooid en zijn zij er klaar voor op hun beurt vissers van mensen te zijn.
Een ongewone reactie
Simon en Andres volgen het bevel van Jezus, ze laten direct (vs 18 - Gr euthus) alles uit handen vallen. Dat doen ook Jakobus en Johannes, ze nemen zelfs geen afscheid van hun vader, maar gaan weg, achter Jezus aan.
Mat, Luc en Joh
Mat en Luc nemen van Mc alleen over dat Jezus naar Galilea gaat en daar zijn prediking begint. Dat discipelen vissers van mensen worden vinden we ook in Luc 5: 1 -11 (de wonderbare visvangst)
De versie van Joh is een eigen creatie met grote verschillen (oa de discipelen vinden Jezus, ten dele andere namen), al zijn er ook enkele overeenkomsten met Mc (bv het 'volg mij').
Christelijke traditie
Deze dingen staan in verband met wat in het geloof de navolging van Christus heet. Aan het begin van zijn evangelie is Mc daarover nog heel summier, maar geleidelijk aan ontvouwt hij dat thema steeds meer. > Navolging.
Gespreksvragen:
* Ben jij een volgeling, leerling of stageloper van Christus?
* Ben je ook al een visser van mensen?
* Hoe zou je de zee van ellende omschrijven waaruit mensen door Jezus en het geloof gevist / gered kunnen worden?
-----
1 In het verleden – NBG, SV - ook vaak vertaald met het Latijnse discipelen.
2 De twaalven genoemd in Mc 3: 16; 4: 10; 6: 8; 9: 35; 10: 32; 11: 11; 14: 10. 17. 20 en 43. Mat 20: 17; 26: 14 en 47. Luc 8: 1; 9: 1. 12; 18: 31; 22: 3. 47 en Hnd 6: 2. Joh 6: 67. 70 en 71; 20: 24 en Paulus 1 Kor 15: 5.
(De) twaalf icm discipelen genoemd in Mat 9: 20; 10: 1. 2. 5; 11: 1 en 26: 20. Mc 3: 14 en Luc 6: 13.
(De) twaalf soms apostelen genoemd in Mc 6: 31; Mat 10: 2; Luc 6: 13; 9: 10; 17: 5; 22: 14; 24: 10; Hnd 1: 2. 26 2: 37. 42 en 43; en Paulus 1 Kor 15: 7; Gal 1: 17 en 19. In Hnd en bij P is apostel meestal de algemene term voor zendelingen, niet voor de 12 leerlingen van Jezus.
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerk cq = casu quo (bv ik doe kaas cq ham op mijn brood = ik doe kaas op mijn brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV = Nieuwe Bijbel Vertaling (2004) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament OT = Oude of eerste Testament P = Paulus of de brieven van Paulus p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme P = Preek (bv Ps 84P = Preek over Psalm 84) Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (bv A en B reden in resp een Golf en een Astra = A reed in een Golf, B in een Astra) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling X = Chiasme (kruisstelling) > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme |