Mc 6: 14 - 29


Op dit punt van zijn evangelie vindt Mc het nodig gevangenname en dood van Johannes de Doper te vermelden. Maar waarom eigenlijk? Wat voegt deze geschiedenis toe aan het evangelie dat Jezus brengt? Een goede vraag, die we pas kunnen beantwoorden, als we de gehele passage gelezen hebben.

Mc 6: 14 – 16
Koning Herodes hoorde van Hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt Hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ 15 Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia,’ en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’ 16 Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’ (NBV21)

Nu de geruchtenstroom (ondanks de zwijggeboden) over Jezus steeds meer op gang komt, begint ook het speculeren over zijn identiteit. Ook Herodes Antipas doet er aan mee. Hij is de tetrach (vazalkoning)van Galilea, een van de zonen van Herodes de Grote. Zijn moeder was Malthake, een van de tien vrouwen van Herodes.

Wie is Jezus, dat hij over zulke wonderbaarlijke krachten beschikt? Een vraag die velen bezig houdt. De voorgestelde antwoorden laten zien dat men aan een messiaanse figuur dacht want Elia, een profeet speelden allemaal een rol in de toenmalige messiaanse verwachtingen:

  • Elia verwachtte men bij het begin van de messiaanse tijd terug als Messias2
  • een profeet als vroeger: Mozes had gezegd dat er een profeet zou komen, een tweede Mozes (Deut 18: 15 en 18)
  • anderen denken aan Johannes de Doper, die nog niet zo lang geleden was onthoofd. Bij leven hielden sommigen hem al voor de messias. Zou hij door God uit de dood zijn opgewekt? Dan is de messiaanse tijd begonnen!

Voor Herodes is het duidelijk: Jezus is niet Elia of een tweede Mozes; Johannes de Doper werkt in hem.

Dan richt Mc zicht tot zijn lezers om uit te leggen (want / namelijk; Gr gar in vers 17, 18, 20) hoe Johannes de Doper aan zijn eind kwam. De woorden tot ons gericht gaan geleidelijk en haast ongemerkt weer over in vertelstijl vanaf vers 21.

Mc 6: 17 - 20
Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was.
18 Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’ 19 Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem doden, maar ze kreeg er de kans niet toe, 20 want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen. (NBV21)

Wat Mc niet vertelt, maar wel via oa Flavus Josefus bekend is, is het volgende:  Herodes Antipas was getrouwd met Phasaelis, dochter van de koning van Nabatea (Aretas de vierde). Hij was echter een relatie begonnen met zijn schoonzuster Herodias. Zij (dochter van Aristoboulos, een zoon van Herodes de Grote) was de vrouw van zijn halfbroer Herodes Filippus3. Nadat ze beiden gescheiden waren, trouwden ze volgens Josefus in 27 nC. Dochter Salome gaat met haar moeder mee.

Johannes de Doper had bezwaar gemaakt tegen deze affaire en daardoor was hij in de gevangenis beland. Volgens Mc niet zo zeer omdat Herodes dat wilde, maar vanwege Herodias, die het op hem voorzien had (Gr enechoo). Zij zette haar nieuwe man ertoe aan (vers 17) en ze zou niet rusten voordat Johannes gedood was.

Mc verontschuldigt Herodes door te vertellen dat hij ontzag voor Johannes heeft en hem in bescherming neemt. Door Herodes leeft hij nog, ondanks de haat van Herodias.
Maar zo komt Herodes er ook als een zwakkeling op te staan:

  • een man die zijn vrouw niet in de hand heeft.
  • Hij is maar een halfslachtig figuur: af en toe bezoekt hij Johannes in de gevangenis. Dan luistert hij geregeld en graag naar hem (vers 20), tegelijk vindt hij zijn boodschap verontrustend.
  • Maar hij doet er niets op, hij blijft weifelen tussen sympathie voor Johannes en verontrustende gevoelens mbt diens boodschap. Zo blijft hij (gemakzuchtig, slap) in zijn halfslachtigheid hangen. Tot zijn vrouw een beslissing forceert (vers 21vv)
  • Dan is hij verdrietig, maar gaat tegen zijn gevoel in en geeft opdracht Johannes om te brengen (vers 26)
  • Een buitenlandse soldaat moet het vuile werk opknappen (vers 27); onder zijn eigen manschappen heeft Herodes Antipas niet veel te zeggen.

Volgens Flavius Josefus was Johannes gevangen gezet in Machaerus (Gr zwaardplaats?), een fort aan de zuidgrens van Perea – ten Oosten van de Dode Zee. Dus niet ver van de plek waar Johannes met zijn leerlingen preekte en doopte. Dat kan verklaren hoe de leerlingen zo snel al van de dood van Johannes wisten en hem nog in een graf konden leggen (vers 29). Het fort was ooit gebouwd om Judea te beschermen tegen de Nabateeërs. In de directe nabijheid van het fort stond het paleis van koning Herodes Antipas. Andere, bekende forten in de omgeving: Massada, het Herodion.

Mc 6: 21 - 23
Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feest gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. 22 De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ 23 En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’ (NBV21)

Dan is er een (voor Herodias) gunstige gelegenheid. Haar dochter Salome (leeftijd onbekend, ongeveer tien jaar? want nog niet gehuwd) moet dansen (Gr orcheomai) voor de gasten op het verjaardagsfeest van haar stiefvader Herodes. Dat is zeer ongebruikelijk, zelfs ongepast: geen vader laat zijn (stief)dochter dansen voor zijin gasten. Herodes en de gasten vinden (Gr areskoo) dat het meisje (Gr korasion) dat heel goed doet (lees sexy, verleidelijk). Herodes is blij dat zij z’n gasten zo goed weet te vermaken en wil haar belonen. Ze mag vragen wat ze wil, tot de helft van zijn koninkrijk. Hij zweert (Gr omnuoo) erbij.

Mc 6: 24v
Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’ 25 Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’ (NBV21)

Salome overrompeld door deze gunst, overlegt met haar moeder en Herodias hoeft geen moment na te denken: het hoofd van Johannes de Doper. Direct geeft ze dat door aan de koning. Opvallend is de haast: Direcht en met haast (vers 25a), haastig (25b) en meteen (vers 27). Ze willen de weifelende koning geen kans geven zich te bedenken. Ze eist het hoofd van Johannes: het moet haar op een schaal gegeven wordem.

MC 6: 26 - 28
Dit bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. 27 Hij stuurde meteen iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. 28 Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder. (NBV21)

Zo gebeurt het. Ook al vindt Herodes het enorm jammer (Gr perilupos), hij luister niet naar zijn gevoel. Hij kan niet (vind hij) op zijn eed, gezworen in aanwezigheid van zijn gasten, terug komen. Een soldaat (Gr spekoulatoor) uit de garde (beveiliging) krijgt het bevel en deze doet zonder bedenkingen wat hem bevolen is: slaat het hoofd eraf en brengt het op een schaal.

Een speculator (een Latinisme) is een buitenlandse soldaat (verkenner, spion). Herodes kon voor de onthoofding kennelijk niet een van zijn eigen mensen vragen. Die hadden geen zin om de populaire profeet te doden.

Salome neemt het hoofd in ontvangst en geeft het aan haar moeder Herodias. Een gruwelijk tafereel.
Mc doet geen mededelingen over de gevoelens van de Herodes, Salome, Herodias. De laatste zal vast tevreden zijn. Of de gasten nu nog zo enthousiast zijn over de sexy Salome en wat dit met de stemming op het feest deed, laat de evangelist zich niet uit. Evenmin over wat Johannes die laatste minuten van zijn leven heeft gevoeld, gezegd, gebeden.

Mc 6: 29
Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.

De dood van Johannes werd al gauw bekend. Een paar leerlingen krijgen toestemming het lijk (gr ptooma) met of zonder hoofd (?) in een graf te leggen. Waar dat is, vond Mc niet nodig te vermelden.4

Waarom vermeldt Mc deze geschiedenis? Wat draagt het bij aan het evangelie?
- het maakt duidelijk dat Galilea, waar Herodes vazalkoning is, een gevaarlijke streek is. Je bent er je leven niet zeker. Gaat Jezus ook om die reden uit Galilea weg?
- lijden en dood van Johannes vormen een contrast met dat van Jezus

 

SQE 143, 144; VBS 148, 149
Mat 14: 1 – 12 // Mc 6: 14 – 29 // Luc 9: 7 – 9 en 3: 19v
In hun eerste verzen volgen Mat en Luc hun bron Mc.
De geschiedenis over gevangenname en onthoofding van Johannes de Doper neemt Mat enigzins verkort over van Mc. Luc daarentegen vond het niet nodig er in groter detail over uit te wijden en houdt het bij enkel de mededeling van zijn dood (Lc 9: 9).



-----
 Vazalkoning over Galilea en Perea, een kwart van het gebied van waar zijn vader over heerste; vandaar de titel viervorst Gr tetrarch.
Nog altijd houdt de gelovige Jood als hij Pesach viert, een stoel voor Elia vrij.
Zoon van Herodes de Grote en Mariamne II.
De latere kerkelijke traditie wijst verschillende plaatsen aan voor lichaam en hoofd van Johannes. Deze geschiedenis en vooral de rol van Solome heeft verschillende schilders (ao Caravaggio), schrijvers (oa Oscar Wilde), componisten (Strauss) en filmmakers (bv Visconti) geïnspireerd.
Een overzicht van wat er in de eerste eeuwen over Johannes werd geschreven, biedt Roukema


 

 

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
( -- ) bevat verduidelijking

{ -- }  bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×