Mc 6: 14 - 29
Op dit punt van zijn evangelie vindt Mc het nodig gevangenname en dood van Johannes de Doper te vermelden. Maar waarom eigenlijk? Wat voegt deze geschiedenis toe aan het evangelie dat Jezus brengt? Een goede vraag, die we pas kunnen beantwoorden, als we de gehele passage gelezen hebben.
Mc 6: 14 – 16
Koning Herodes hoorde van Hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt Hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ 15 Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia,’ en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’ 16 Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’ (NBV21)
Nu de geruchtenstroom (ondanks de zwijggeboden) over Jezus steeds meer op gang komt, begint het speculeren over zijn identiteit. Ook Herodes Antipas doet er aan mee. Hij is de tetrach (vazalkoning)1 die van 4 vC tot 39 nC Galilea en Perea regeerde.
Hij was een van de zonen van Herodes de Grote, zijn moeder Malthake was een van de tien(!) vrouwen van Herodes.
Zijn paleis stond in Tiberias ( bij het meer van Galilea). Maar wat Herodes met Johannes liet doen gebeurde waarschijnlijk elders. Volgens Flavius Josefus was Johannes gevangen gezet in Machaerus (Gr zwaardplaats?), een fort aan de zuidgrens van Perea – ten Oosten van de Dode Zee. Dus niet ver van de plek waar Johannes met zijn leerlingen preekte en doopte. Dat kan verklaren hoe Johannes' leerlingen zo snel al van de dood van Johannes wisten en hem nog in een graf konden leggen (vers 29). Het fort was ooit gebouwd om Judea te beschermen tegen de Nabateeërs. In de directe nabijheid van het fort stond het paleis van Herodes Antipas. Andere, bekende forten in de omgeving: Massada, het Herodion.
Wie is Jezus, dat hij over zulke wonderbaarlijke krachten beschikt? Een vraag die velen bezig houdt. Mc zal er 8: 27vv nog speciaal op ingaan. De voorgestelde antwoorden laten zien dat men aan een messiaanse figuur dacht:
- Elia verwachtte men bij het begin van de messiaanse tijd terug als Messias2 (Mal 3: 1 en 3: 23)
- een profeet als vroeger: Mozes had gezegd dat er een profeet zou komen, een tweede Mozes (Deut 18: 15 en 18)
- anderen denken aan Johannes de Doper, die nog niet zo lang geleden was onthoofd. Bij leven hielden sommigen hem al voor de messias. Zou hij door God uit de dood zijn opgewekt?
Voor Herodes is het duidelijk: Jezus is niet Elia of een tweede Mozes; het is die verdomde Doper! In en door Jezus blijft hij de koning achtervolgen en herhalen dat het niet goed is dat hij het met de vrouw van zijn halfbroer heeft aangelegd. Maw Herodes is er niet gerust op, zijn geweten laat hem niet met rust.
De lezer kan nu ook bedenken dat Jezus zijn leven - net als Johannes de Doper - niet meer zeker is. Machthebbers werken critici - ook al zijn ze nog zo rechtvaardig, heilig - zonder al te veel bedenkingen uit de weg.
Dan richt Mc zicht tot zijn lezers om uit te leggen (want / namelijk; Gr gar in vers 17, 18, 20) hoe Johannes de Doper aan zijn eind kwam. De woorden tot ons gericht gaan geleidelijk en haast ongemerkt weer over in vertelstijl vanaf vers 21.
Mc 6: 17 - 20
Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was.
18 Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’ 19 Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem doden, maar ze kreeg er de kans niet toe, 20 want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen. (NBV21)
Wat Mc niet vertelt, misschien omdat zijn lezers dat wel wisten (ons is het oa via Flavus Josefus bekend), is het volgende: Herodes Antipas was getrouwd met Phasaelis, dochter van de koning van Nabatea (Aretas de vierde). Hij was echter een relatie begonnen met zijn schoonzuster Herodias. Zij (dochter van Aristoboulos IV, die een zoon was van Herodes de Grote en Mariamne I) was de vrouw van zijn halfbroer Herodes Filippus3. Nadat beide huwelijken ontbonden waren, trouwden Herodes Antipas en Herodias, volgens Josefus in 27 nC. Dochter Salome gaat met haar moeder mee. (zie evt onderaan: wie is wie?)
Johannes de Doper had bezwaar gemaakt tegen deze gang van zaken die zo tegen de Joodse opvattingen over het huwelijk ingingen. Daardoor was hij in de gevangenis beland. Volgens Mc niet zo zeer omdat Herodes dat wilde, maar vanwege Herodias, die het op hem voorzien had (Gr enechoo). Zij had er bij haar nieuwe man op aan gedrongen (vers 17) en ze zou niet rusten voordat Johannes gedood was. Herodias was een buitengewoon eerzuchtige vrouw die streefde naar de hoogst mogelijke positie en daar haar man ook voor gebruikte en toe aanzette4. Herodes echter komt als een zwakkeling over:
- Hij is een man die niet tegen zijn vrouw op kan
- Hij vindt Johannes een rechtvaardig en heilig man (vers 20), maar laat hem wel opsluiten in de gevangenis.
- Hij luistert graag naar hem (vers 20); tegelijk maken zijn woorden hem ongerust (Gr aporeoo, vgl aporie = geen doorgang, klem zitten) want Johannes blijft hem op zijn overtreding van de Tora (zevende gebod) wijzen. Hij doet echter niets met de kritiek van Johannes, hij blijft weifelen tussen sympathie voor Johannes en verontrustende gevoelens mbt diens boodschap. Zo blijft hij (gemakzuchtig, slap) in zijn halfslachtigheid hangen. Tot zijn vrouw een beslissing forceert (vers 21vv)
- Dan is hij verdrietig, maar gaat tegen zijn gevoel in en geeft opdracht Johannes om te brengen (vers 26)
- Een buitenlandse soldaat moet het vuile werk opknappen (vers 27). Onder zijn eigen manschappen heeft Herodes Antipas niet veel te zeggen.
De verhouding Herodes - Herodias lijkt op die tussen koning Achab en Izebel (1 Kon 19 - 21)
Mc 6: 21 - 23
Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feest gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. 22 De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ 23 En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’ (NBV21)
Dan is er een (voor Herodias) gunstige gelegenheid. Haar dochter Salome (leeftijd onbekend, ongeveer tien jaar? want nog niet gehuwd) moet dansen (Gr orcheomai) voor de gasten op het verjaardagsfeest van haar stiefvader Herodes. Dat is zeer ongebruikelijk, zelfs ongepast: geen vader laat zijn (stief)dochter dansen voor zijin gasten. Herodes en de gasten vinden (Gr areskoo) dat het meisje (Gr korasion) dat heel goed doet (lees sexy, verleidelijk). Herodes is blij dat zij z’n gasten zo goed weet te vermaken en wil haar belonen. Ze mag vragen wat ze wil, tot de helft van zijn koninkrijk (alsof hij dat zonder goedkeuring van Rome zomaar zou kunnen weggeven). Hij zweert (Gr omnuoo) erbij. Het herinnert aan koning uit de geschiedenis van Ester (Est 5: 3 en 7: 2)
Mc 6: 24v
Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’ 25 Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’ (NBV21)
Salome overrompeld door deze gunst, overlegt met haar moeder Herodias en zij hoeft geen moment na te denken: het hoofd van Johannes de Doper. Direct geeft ze dat door aan de koning. Opvallend is de haast: Direcht en met haast (vers 25a), haastig (25b) en meteen (vers 27). Ze willen de weifelende koning geen kans geven zich te bedenken. Ze eist het hoofd van Johannes: het moet haar op een schaal gegeven wordem.
MC 6: 26 - 28
Dit bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. 27 Hij stuurde meteen iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. 28 Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder. (NBV21)
Zo gebeurt het. Ook al vindt Herodes het enorm jammer (Gr perilupos), hij luister niet naar zijn gevoel. Hij kan niet (vindt hij) op zijn eed, gezworen in aanwezigheid van zijn gasten, terug komen. De dood van Johannes is geen vergissing, maar weloverwogen, de uiterste consequentie van een onnadenkend uitgesproken belofte.
Een 'soldaat uit de garde' (Gr spekoulatoor - een Latinisme) is een buitenlandse soldaat (verkenner, spion). Herodes kon voor de onthoofding kennelijk niet een van zijn eigen mensen vragen. Die hadden geen zin om de populaire profeet te doden. De lijfwacht krijgt het bevel en deze doet zonder bedenkingen wat hem bevolen is en slaat het hoofd eraf en brengt het op een schaal.
Salome neemt het hoofd in ontvangst en geeft het aan haar moeder Herodias. Een gruwelijk tafereel. Mc doet geen mededelingen over de gevoelens van de Herodes, Salome, Herodias. De laatste zal vast tevreden zijn. Of de gasten nu nog zo enthousiast zijn over de sexy Salome en wat dit met de stemming op het feest deed, laat de evangelist zich niet uit. Evenmin over wat Johannes die laatste minuten van zijn leven heeft gevoeld, gezegd, gebeden.
Mc 6: 29
Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.
De dood van Johannes werd al gauw bekend. Een paar leerlingen krijgen toestemming het lijk (gr ptooma) met of zonder hoofd (?) in een graf te leggen. Waar dat is, vond Mc niet nodig te vermelden.5 Heel sober vertelt Mc hier hoe verschrikkelijk het in deze wereld kan toegaan als mensen zich niets van God en zijn gebod aantrekken. Wie heilig en rechtvaardig zijn (Johannes de Doper, Jezus), zijn lastig, ongewenst en moeten verdwijnen.
Het is deze wereld die Jezus wil terecht brengen en waar hij alles voor over heeft.
Waarom vermeldt Mc deze geschiedenis?
- Een literaire reden: Mc wil iets vertellen om de tijd tussen vertrek en terugkeer van de uitgezonden leerlingen te vullen.
- Een theologische redenen: dit verhaal kan goed de toenemende verblinding van de wereld voor Gods openbaring in Jezus illustreren
- en: lijden en dood van Johannes voorspellen het lijden en sterven Jezus
Wie is wie?:
Herodes Antipas: zoon van Herodes de Grote en Malthake
Herodes Filippus: zoon van Herodes de Grote en Mariamne II
Aristoboulos IV: zoon van Herodes de Grote en Mariamne I
Herodes Antipas, Herodes Filippus en Aristoboulos IV zijn dus halfbroers.
Herodias: de kleindochter van Herodes de Grote, dochter van Aristoboulos IV en Berenice
Herodias was eerst gehuwd met Herodes Filippus, haar oom want halfbroer van haar vader, (zij is voor hem een nicht)
Herodias gaat bij Herodes Filippus weg om met Herodes Antipas (ook een oom want halfbroer van haar vader) de rest van haar leven door te brengen. (zij is voor hem een nicht)
Salome is de dochter van Herodias en haar eerste man.
SQE 143, 144; VBS 148, 149
Mat 14: 1 – 12 // Mc 6: 14 – 29 // Luc 9: 7 – 9 en 3: 19v
In hun eerste verzen volgen Mat en Luc hun bron Mc.
De geschiedenis over gevangenname en onthoofding van Johannes de Doper neemt Mat enigzins verkort over van Mc. Luc daarentegen vond het niet nodig er in groter detail over uit te wijden en houdt het bij enkel de mededeling van zijn dood (Lc 9: 9).
Gespreksvragen
* Zie je overeenkomsten met de geschiedenis van Koning Achab en zijn vrouw Izebel? (1 Kon 19 - 21)
* Wat je zegt moet je doen, dus pas op je woorden. Zeg je wel eens dingen waar je spijt van hebt? Waardoor kwam dat?
* Had Herodes op zijn belofte aan Salome terug moeten komen?
* Ken je voorbeelden van kritische mensen die door machthebbers monddood worden gemaakt, of erger nog gedood?
-----
1 Vazalkoning over Galilea en Perea, een kwart van het gebied van waar zijn vader over heerste; vandaar de titel viervorst Gr tetrarch.
2 Nog altijd houdt de gelovige Jood als hij Pesach viert, een stoel voor Elia vrij.
3 Zoon van Herodes de Grote en Mariamne II.
4 In 39 nC overspeelt ze haar hand. Ze dringt er bij haar man op aan naar keizer Claudius in Rome te gaan met het verzoek om hem van tetrarch te promoveren tot koning (Gr basileus). Dat mislukt omdat tegenstanders van Herodes Antipas hem verdacht maken. De keizer neemt hem dan alles af en verbant hem naar Lugdunum in Gallië (Lyon?). Herodias gaat met hem mee uit liefde voor haar man, of omdat ze niet onttroond naar Galilea terug wil?
5 De latere kerkelijke traditie wijst verschillende plaatsen aan voor lichaam en hoofd van Johannes. Deze geschiedenis en vooral de rol van Solome heeft verschillende schilders (ao Caravaggio), schrijvers (oa Oscar Wilde), componisten (Strauss) en filmmakers (bv Visconti) geïnspireerd.
Een overzicht van wat er in de eerste eeuwen over Johannes werd geschreven, biedt Roukema
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel) brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( -- ) bevat verduidelijking { -- } bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |