Mc 3: 7 - 12
Context
Na de strijdgesprekken en wonderen (Mc 2: 1 - 3: 6) en voor de gelijkenissen (Mc 4: 1vv) geeft Mc nu enkele passages die losjes met elkaar verbonden zijn. Er zijn twee motieven: onreine / boze geesten en familie
- Mc 3: 7 - 12 Jezus heeft het heel erg druk met genezingen en uitdrijven van onreine geesten.
- Mc 3: 13 - 19 Jezus stelt daarom twaalf apostelen aan met de macht om boze geesten uit te drijven (Mc 3: 15)
- Mc 3: 20 - 30 zou de boze geesten uitdrijven omdat hij in dienst staat van Beëlzebul
Jezus naaste familie vindt hem in de war - Mc 3: 31 - 35 Jezus legt uit wie er wel en niet bij zijn familie horen.
Mc 3: 7 - 12
Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde Hem. Ook uit Judea 8en Jeruzalem, uit Idumea en het gebied aan de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon kwamen veel mensen naar Hem toe, omdat ze hadden gehoord wat Hij allemaal deed. 9 Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor Hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat Hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen. 10 Want allerlei zieken verdrongen zich om Hem aan te raken, omdat Hij al veel mensen had genezen. 11 Telkens als de onreine geesten Hem zagen, vielen ze voor Hem neer en schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ 12 Maar Hij verbood hun uitdrukkelijk bekend te maken wie Hij was. (NBV21)
De wonderen en strijdgesprekken waren op dreigende taal uitgelopen (Mc 3: 6). Jezus trekt zich terug (Gr anachoreoo = terugtrekken, teruggaan, weggaan). Hij wil wat minder aandacht, zijn tijd is nog niet gekomen. Hij wijkt uit naar de zee, staat er in het Grieks. De NBG51 heeft dat ook, maar de NBV21 vertaalt en interpreteert dat als 'het meer' (van Galilea). Inderdaad lijkt het gezien het voorafgaande en het vervolg niet logisch om aan de Middellandse Zee te denken. Hoe dan ook, het lukt hem niet uit de belangstelling te geraken. Veel mensen komen naar hem toe. Er zijn zelfs twee grote menigtes (Gr: een polu plètos)
- De eerste met mensen uit Galilea.
- De tweede met mensen uit
(a) Judea en Jeruzalem : in feite hetzelfde gebied in het Zuiden van Israël: de provincie met de hoofdstad,
(b) Idumea : Edom - de streek ten Zuiden van Judea en de Dode Zee
(c) het overJordaanse : de streek ten Oosten van de Jordaan: De dekapolis (hellenistische steden)
(d) en ook bij Tyrus en Sidon vandaan : twee plaatsen ten Noorden van Israël aan de Middellandse Zee (Fenicië, nu Libanon). - Opvallend genoeg ontbreekt Samaria, de streek tussen Galilea in het Noorden en Judea in het Zuiden.
Uit alle windstreken, behalve het Westen - de Middellandse Zee - komen de mensen: Joden en niet-Joden. Jezus moet in korte tijd al heel bekend zijn geworden en velen in Israël en in de aangrenzende landen hoop hebben gegeven of nieuwsgierig gemaakt (en soms verontrust of vijandig). Het lukt hem niet om buiten de publiciteit te blijven. Iedereen heeft het over hem. Zelfs als hij nadrukkelijk gebiedt te zwijgen1, kunnen ze zich niet stil houden.
Jezus wijst niemand af. In het vervolg van Mc lezen we dat hij ook enkele niet-Joodse mensen helpt (Mc 5: 21vv het dochtertje van Jaïrus; Mc 7: 24vv de Syrofenicische vrouw)
Het is zo druk, dat Jezus vreest onder de voet gelopen te worden. Mc illustreert dit door te vertellen dat, mocht het te druk worden, Jezus wil kunnen uitwijken op het meer. De discipelen maken op zijn verzoek een boot voor hem klaar. Mc vertelt niet, dat het nodig was die te gebruiken. In Mc 4: 1 lezen we dat Jezus de mensen op de oever onderwijst vanuit een schip.
Wat zoeken de mensen bij hem? Mc noemt als eerste dat ze hem willen aanraken in de hoop genezing voor hun ziekte en gebreken te krijgen. De nood is groot, de mensen zijn wanhopig en grijpen hun kans. Vonden ze allemaal genezing? Het staat er niet met zoveel woorden, maar het is wel wat de evangelist suggereert.
Jezus drijft ook onreine geesten uit. Als die hem zien, bewijzen ze hem eer. Met 'die' zal Mc bedoelen: de bezetenen; niet de geesten. Het zijn de bezeten mensen die voor Jezus op de grond vallen en uitroepen: 'U bent de Zoon van God'. Zij weten en geloven nu al wat Mc vanaf 1: 1 wil duidelijk maken: in Jezus hebben we met God zelf te maken. Hij brengt mensen terecht en stelt orde op zaken. Hij is de beloofde Messias.
De passage eindigt met een zwijggebod. Dat sluit goed aan bij het begin: hij wil (nog) niet bekend worden.
Mat 12: 15 - 21, Mc, Luc 6: 17 - 19, Joh -
SQE 48 - SVBS 96
Mat laat achterwege waar de velen die Jezus volgen vandaan komen.
Mat en Luc laten allebei weg
- vers 9 uit Mc: ze vonden het niet nodig het bootje te vermelden.
- vers 11 uit Mc: de onreinde geesten die schreeuwen dat Jezus de Zoon van God is.
Gespreksvragen:
* Ziekte en handicaps drukken zwaar op een mens. Je kunt er zo wanhopig van worden, dat je op den duur alles aangrijpt om er weer bovenop te komen. Heel begrijpelijk, maar het maakt je ook kwetsbaar. Welke hulp zou jij wel vragen? Is er ook hulp die je zeker niet zou inroepen?
* Jezus geneest zieke en verwarde mensen door een woord, een aanraking, een gebed. Wat vind je daar van? Gebeurt dat nog wel eens?
-----
1 Opvallend zijn de zgn zwijggeboden. Herhaaldelijk verbiedt Jezus mensen en demonen om te spreken over de genezingen die hij verrichtte of over de exorcismen (geest-uitdrijvingen). Hij wil niet bekend worden (Mc 7: 24; 8: 29v; 9: 9; 9:30). Mogelijk staan hiermee ook in verband de misverstanden van zijn leerlingen (Mc 6: 52; 8: 16 - 21) en de reden die hij opgeeft voor het feit dat hij in gelijkenissen spreekt: om te verhinderen dat bij de buitenstaanders bekend wordt wie hij is (Mc 4: 11 - 12).
Zwijggebod na exorcisme: Mc 1: 25; 1: 34; 3: 12
Zwijggebod na genezing: Mc 1: 43v; 5: 43; 7: 36; 8: 26
Zwijggebod na belijdenis: Mc 8: 29v
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (bv ik doe kaas cq ham op mijn brood = ik doe kaas op mijn brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV = Nieuwe Bijbel Vertaling (2004) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in het register = Preek (bv Ps 84P = Preek over Psalm 84) p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (bv A en B reden in resp een Golf en een Astra = A reed in een Golf, B in een Astra) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum (bv SQE 37 = parallelle passages Mat 8: 14v // Mc 1: 29vv // Luc 4: 38v) TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting (bv SVBS 57 = parallelle passages Mat 8: 14v // Mc 1: 29vv // Luc 4: 38v) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling X = Chiasme (kruisstelling) > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme |