Mc 3: 1 - 6
Context
De episoden die we in het begin van Mc aantreffen kenmerken zich door stevige discussie tussen Jezus en de Schriftgeleerden en/of farizeeën. Dat loopt van 2: 1 - 3: 6. S
In deze passage draait het net als Mc 2: 23 - 28 (aren plukken) om de vraag wat er op de sabbat wel en niet is toegestaan. Maar de kwestie is een andere: iemand beter maken of niet.
Mc 3: 1 - 6
Weer ging Hij naar de synagoge. Daar was iemand met een misvormde hand. 2 Ze letten op Hem om te zien of Hij die op sabbat zou genezen, zodat ze Hem zouden kunnen aanklagen. 3 Hij zei tegen de man met de misvormde hand: ‘Kom eens naar voren.’ 4 Aan de anderen vroeg Hij: ‘Wat mag men op sabbat doen: goed of kwaad? Een leven redden of het vernietigen?’ Maar ze zwegen. 5 Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei Hij tegen de man: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak hem uit en zijn hand genas. 6 De farizeeën vertrokken en gingen meteen met de Herodianen overleggen hoe ze Hem uit de weg konden ruimen. (NBV21)
Het vraagstuk
Iemand (letterlijk staat er in het Grieks: anthropos, mens, uit het vervolg blijkt dat het om een man gaat) genezen, is dat iets dat op sabbat is toegestaan? In de tijd van Jezus werd daar verschillend over gedacht. Jezus vertegenwoordigt 'ja', zijn tegenstanders staan voor het 'nee': genezen was een vorm van werk en dat is verboden op de rustdag. Een uitzondering wilden ze alleen maken voor acute noodsituaties. Maar daar is in dit geval geen sprake van.
Wie zijn Jezus' tegenstanders? De tekst heeft het over 'ze' (vers 2, 4). Dat zullen de Farizeeën zijn uit het slot van Mc 2. Maar vast zijn er meer aanwezigen in de synagoge. Straks zullen ze, de Farizeeën (vers 6) als eersten de synagoge verlaten.
Wie provoceert wie?
Mc vertelt deze geschiedenis op zo'n manier dat je wel moet denken dat Jezus heel provocerend te werk gaat. Hij gaat naar de synagoge, uiteraard om de dienst daar mee te maken. Maar van de gebruikelijke gebeden, gezangen, lezingen, uitleg en discussie laat Mc alles onvermeld. Hij valt met de deur in huis. Er is daar een man met een verdorde, verschrompelde, misvormde hand. Jezus ziet hem direct en grijpt de gelegenheid aan om zijn opvatting over de sabbat aan iedereen duidelijk te maken.
Of is de gehandicapte man daar neer gezet door de Farizeeën? Om te zien wat Jezus zou doen? Om hem te betrappen als hij de zieke geneest en hem vervolgens aan te klagen? Ook dat is denkbaar.
Een duel
Zo leest deze passage als een duel: twee partijen die weten waar het om gaat en elkaar hebben uitgedaagd. Maar de Farizeeën zijn geen partij voor Jezus.
Het opletten (vers 2) is een nauwkeurig toezien, observeren. De Farizeeën willen graag iets zien waarmee ze Jezus voor de rechtbank voor godsdienstige zaken2 (het Sanhedrin, de Joodse Raad) kunnen slepen om hem aan te klagen.
Jezus heeft hun onuitgesproken bedoelingen ongetwijfeld door, (Luc 6: 8a vermeldt dat ook) maar aarzelt geen moment. Hij roept de man met de mismaakte hand naar voren. Letterlijk:staat er dat hij in het midden moet komen staan want iedereen moet het goed kunnen zien. Jezus heeft niets te verbergen, integendeel hij wil iets demonstreren. Hij wil deze man genezen en daarmee zijn opvattingen mbt de sabbat voor alle aanwezigen onder de aandacht brengen.
De kwestie
Om duidelijk te maken wat er op het spel staat, vraagt Jezus, als de man naast hem is komen staan: Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen? (NBG51). Dat is een rhetorische vraag, een vraag die geen antwoord behoeft omdat iedereen het antwoord weet. Geen van de omstanders zal het in zijn hoofd halen te zeggen dat je op de sabbat geen goed maar kwaad moet doen.
Maar wat is goed en kwaad? Dat omschrijft Jezus direct met: een leven te redden of te doden? (NBG51).
- Goed = een leven redden (de man genezen)
- Kwaad = een leven doden (niets voor de man doen) (Gr apokteinai)
Geloof
Jezus beveelt de man zijn misvormde hand te strekken. De man werpt geen vragen of bedenkingen op als 'dat heb ik al zo vaak geprobeerd' of 'dat is onzin om van mij te vragen'. Hij gehoorzaamt, hij doet wat Jezus hem zegt, ook al gaat het tegen alle logica in. Daaruit blijkt zijn geloof. En het onmogelijke gebeurt: hij geneest. De kramp uit zijn hand verdwijnt. Hij kan zijn hand ontspannen, zijn vingers strekken. Weer zijn taak vervullen voor zijn gezin, zijn werk weer oppakken enz. Hij heeft weer een toekomst.
| Jezus | Farizeeën |
| goed doen | kwaad doen |
| leven redden | leven vernietigen |
| misvormde hand genezen | misvormde hand zo laten |
| daar is de sabbat bij uitstek geschikt voor | genezen mag niet op sabbat |
| boos en verdrietig op zijn tegenstanders | de Farizeeën spannen met de Herodianen samen om Jezus te doden |
| Godsbeeld Jezus: Vader, Bron van alle goede dingen | Godsbeeld Farizeeën: Wetgever, wet is wet |
Voor de Farizeeën is de maat vol. Jezus gaat te ver. Hij moet ophouden, zelfs uit de weg geruimd worden. Daarover gaan ze in overleg met de Herodianen1. Wie met deze groep zijn bedoeld is omstreden:
- het kunnen de beveiligers zijn van Herodes Antipas in Galilea. Maar we lezen er ook over als Jezus in Jeruzalem is. (Mc 12: 13)
- het kan gaan om een groep die net als de Farizeeën wilde dat volk en land politiek onafhankelijk waren van de Romeinse bezetter, dus een eigen (Joodse) leider wilden.
Anders dan de Farizeeën, die een afstammeling van David als nieuwe leider willen, wensen de Herodianen zich een afstammeling van Herodes de Grote.
Het zesde gebod
Het vierde gebod om de sabbat te houden vult Jezus heel anders in dan zijn tegenstanders
| Jezus | Farizeeën |
| Het goede doen = een leven redden = de verkrampte hand genezen. | De sabbat strikt naleven = het goede doen. |
| En de sabbat is de beste van alle dagen zulke dingen. Want als zijn hand weer gezond is, vindt hij rust, nl van zijn zorgen. | De invalide man kan wel wachten. Ze houden hem gevangen in zijn benarde situatie. |
| Dan is het leven van de man gered dwz het uitzichtloze en doodse van zijn ellendige toestand is voorbij. | Ze redden niet het leven van de invalide man, maar doden zij hem. |
| Jezus wil verlossing, leven en geluk brengen | Willen Jezus uit de weg ruimen. Gr apollumi, een synoniem van het eerdere apokteinai in vers 4. |
De Farizeeënleven zelf hun strikte opvatting over de sabbatsrust niet na. Ze overtreden het vierde gebod door een kwaad werk te doen: in de visie van Jezus doden zij de invalide man!
Een strikte opvatting van het vierde gebod leidt tot overtreding van het zesde gebod (gij zult niet doden)!
Mat 12: 9 - 14; Mc; Luc 6: 6 - 11 (vgl ook Luc 14: 1 - 6); (Joh -)
SQE 47 - SVBS 95
Luc blijft dicht bij de versie van Mc, voegt toe dat Jezus zijn tegenstanders doorziet (Luc 6: 8a), laat weg uit Mc 3: 4b dat ze zwijgen en uit Mc 3: 5 de boosheid en bedroefheid. Luc verzacht de reactie van de Farizeeën: ze zijn nog niet van plan Jezus te doden (Mc en Mat), maar bespreken wat ze hem zullen aandoen (Luc 6: 11). Heriodianen niet genoemd.
Mat herschrijft de passage die hij bij Mc vindt. Jezus roept de invalide man niet naar voren. Mat verduidelijkt zijn opvatting over de sabbat met het voorbeeld van een schaap dat op sabbat in een kuil valt: wie zal die er niet uit halen? (12: 11v). Heriodianen niet genoemd.
Gespreksvragen:
* Opnieuw een genezing zonder dat er sprake is van vergeving van zonden. Wat vind je daarvan?
* Wat zouden medische verklaringen voor een verkrampte hand kunnen zijn?
* Probeer je in te denken wat het is, om een van je handen niet te kunnen gebruiken. Wat kan je andere hand overnemen? Wat zou je echt niet meer kunnen?
* Zou je een verkrampte hand ook psychologisch of symbolisch kunnen duiden?
* En wat zou een open hand kunnen betekenen?
-----
1 Ook genoemd in Mc 12: 13 en het vergelijkbare Mat 22: 15v. Waarschijnlijk duidt Herodes in Mc 8: 15 ook op deze groep.
2 Over alle andere kwesties had de Joodse Raad geen zeggenschap. Daar gingen de Romeinen over.
3 Mat en Luc vinden het dan ook niet nodig om dit van Mc over te nemen
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (bv ik doe kaas cq ham op mijn brood = ik doe kaas op mijn brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV = Nieuwe Bijbel Vertaling (2004) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in het register = Preek (bv Ps 84P = Preek over Psalm 84) p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (bv A en B reden in resp een Golf en een Astra = A reed in een Golf, B in een Astra) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum (bv SQE 37 = parallelle passages Mat 8: 14v // Mc 1: 29vv // Luc 4: 38v) TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting (bv SVBS 57 = parallelle passages Mat 8: 14v // Mc 1: 29vv // Luc 4: 38v) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling X = Chiasme (kruisstelling) > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme |