Mc 2: 23 - 28


Context
De episoden die we in Mc 2 aantreffen kenmerken zich door stevige discussie tussen Jezus en de schriftgeleerden en/of farizeeën. Dat loopt van 2: 1 - 3: 6. 
In dit gedeelte draait het om de vraag waarom Jezus de sabbatsrust niet houdt.

Mc 2: 23 - 28
Toen Hij op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen onderweg aren te plukken. 24 ‘Kijk eens!’ zeiden de farizeeën tegen Hem. ‘Waarom doen ze iets dat op sabbat niet mag?’ 25 Maar Hij antwoordde: ‘Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen gebrek leden en honger hadden? 26 Hij ging het huis van God binnen – Abjatar was toen hogepriester – en at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan zijn mannen te eten.’ 27 En Hij voegde eraan toe: ‘De sabbat is voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; 28 en dus is de Mensenzoon ook heer over de sabbat.’  (NBV21)

Mc 2: 1 - 3: 6 is gevuld met discussies (Streitgespräche) van Jezus met schriftgeleerden en farizeeën.
Hier in 2: 23 - 28 is het punt van discussie: wat mag je wel en niet op de sabbat doen? Volgens het vierde van de tien geboden1 mag er dan niet gewerkt worden, het is een rustdag.

Het gaat er dus niet om dat de discipelen diefstal plegen door aren (die niet van hen zijn) te plukken en op te eten. Dat was toegestaan, als het maar bij plukken met de losse hand bleef, dus zonder gereedschap. In Deut 23: 26 lezen we:  En wanneer u door andermans korenveld loopt mag u wel aren plukken met de hand, maar niet de sikkel in zijn koren slaan. (NBV21).  Aan die regel hielden de discipelen zich. Maar het was ook sabbat. En dat verandert de zaak:

  • De Farizeeën2 die Jezus hier op aanspreken vertegenwoordigen het strenge standpunt: aren plukken geldt als werk want dat is een vorm van oogsten. Dat hoort niet op sabbat.
  • Jezus  denkt daar heel anders over: zijn leerlingen lopen door de korenvelden en plukken de aren. Niet om te oogsten, maar om wat te eten te hebben.

Jezus verklaart dit gedrag door naar een bekende geschiedenis van koning David te verwijzen. 1 Sam 21: 4 - 7 vertelt dat David de vijf toonbroden uit het heiligdom in Nob krijgt van de priester Achimelech om zijn manschappen mee te voeden. Jezus noemt hier per abuis Abjatar, de zoon van Elimelech2 . Maar deze vergissing is niet de grootste moeilijkheid. Dat is namelijk dat we in 1 Sam 21 nergens lezen dat deze dingen op een sabbat plaats vonden. Waarom herinnert Jezus dan aan deze geschiedenis?
Het antwoord is dat Jezus hier boven het bezwaar van de Farizeeën uit gaat door iets te noemen dat (in de ogen van de Farizeeën) nog erger is dan op sabbat aren plukken, nl dat het niet de priesters zijn die het gewijde brood uit de tempel opeten, maar gewone mensen als David en zijn soldaten. Zij hadden honger, zij moesten te eten krijgen. De toonbroden zijn niet zo heilig, dat David en de zijnen maar moeten verhongeren. Zij mogen die gebruiken als het zo uitkomt. Met een variant op vers 27: De mensen zijn er niet voor de toonbroden, maar omgekeerd. Zo zegt Jezus is de sabbat (gemaakt, er gekomen) voor de mens en niet de mens voor de sabbat.

Schema
Zo staan de standpunten tegenover elkaar:

Jezus Farizeeën
de sabbat is er voor de mens de mens is er voor de sabbat
aren plukken op sabbat is toegestaan aren plukken op sabbat mag niet
David en zijn manschappen eten zelfs van de toonbroden die voor de priesters waren bedoeld (1 Sam 21) dan moet je maar honger lijden
Nood breekt wet Wet is wet, geen uitzondering mogelijk
het vierde gebod, de toonbroden en andere regels en dingen zijn er ten dienste van mensen Als er geen heilige regels en gewijde dingen zijn, waar blijven we dan?                                                

En omdat het zo is, (dat de sabbat er voor de mens is), daarom is ook de Zoon des Mensen heer over de sabbat.
De Zoon des Mensen is een verwijzing naar de eschatologische Mensenzoon uit Dan 7, maar de uitdrukking kan ook gewoon mensenkind, mens betekenen. Jezus gebruikt deze aanduiding vaak als naam of titel voor zichzelf. Het is aan de hoorders (en aan ons als lezers) wat zij/wij in deze naam beluisteren. Is Jezus

  • gewoon een mens, de zoon van timmerman Jozef?
  • Of de beloofde Zoon des Mensen uit de profetie van Daniël?

Hoe dan ook, in beide gevallen staat hij boven de sabbat.

  • Als gewoon mensenkind is hij net als ieder ander mens heer over de sabbat: de sabbat er voor de mens.
  • Als Zoon des Mensen is hij hoger, belangrijker dan alle andere mensen en des te meer heer over de sabbat. Heer met een hoofdletter. Hij mag doen en laten wat Hij wil op de rustdag. Zijn discipelen delen in dezelfde vrijheid als ze hun Heer volgen.
De Zoon des Mensen / het mensenkind is Heer over de sabbat ---------                                                                                       


Vorm
In deze verzen is een klassiek strijdgesprek te zien, opgebouwd uit

  • de aanleiding of occasio in vers 23
  • de discussie en/of overwegingen in vers 24 - 26
  • een kernachtige uitspraak in vers 27  (een apophtegma of aforisme)
  • en zelfs nog een in vers 28


Mat 12: 1 - 8; Mc; Luc 6: 1 - 5; (Joh -)
SQE 46 - SVBS 94
Mc 2: 23 Letterlijk staat er in het Grieks: begonnen een weg te maken terwijl ze de aren plukten. Dit zou het misverstand kunnen oproepen dat de discipelen geen honger hadden, maar dwars door een korenveld gingen omdat ze geen zin of tijd hadden er omheen te lopen. Mat en Luc verduidelijken: de leerlingen hebben honger (Mat) en aten het koren (Mat en Luc). Dat het om honger en eten gaat. wordt bij Mc pas duidelijk in vers 25.
Mc 2: 26 Alleen Mc noemt de hogepriester Abjatar. Mat en Luc laten deze vermelding weg, want onjuist.
Mc 2: 27 Opmerkelijk genoeg nemen Mat en Luc deze krachtige uitspraak niet over.
Mat voegt in 12: 5vv een vervullingscitaat + tekst uit Hosea 6: 6 toe.

Gespreksvragen:
* Welke versie van het vijfde gebod (zie noot 1 hieronder) ondersteunt het beste de opvatting van Jezus dat de sabbat er voor de mens is?
* Weet je nog meer voorbeelden van onenigheid tussen Jezus en andere over de sabbat?
* Zijn er dingen die je zelf wel en niet doet op zondag? (de rustdag van de kerk). 
* Waarom zou je dingen laten op zondag? Maw wat zie je als het grote belang van die dag?
* En zijn er omstandigheden denkbaar dat je je zondagsprincipes laat varen? Wat is dan je motivatie?


-----
1 In de versie van Ex 20: 8vv luidt het zo:  Houd de sabbat in ere als een heilige dag. 9Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, 10maar de zevende dag is de sabbat, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. 11Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte Hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en geheiligd. (NBV21)
In de versie van Deut 5: Neem de sabbat in acht, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden; het is een heilige dag. 13Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, 14maar de zevende dag is de sabbat, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw runderen, uw ezels en al uw andere dieren, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen; want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. 15Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft Hij u opgedragen de sabbat te houden. (NBV21).
De reden voor dit gebod is in Ex 20 dat de HERE God zelf op de zevende dag rustte van zijn scheppingswerk. In Deut 5 is de reden dat mens en dier rust nodig hebben. Israël kan dat weten want was ooit een slavenvolk in Egypte. De sabbat is er om dat nooit te vergeten.
IJveraars voor het geloof, mensen die het graag zo goed mogelijk wilden doen. Niet een schoolse richting met eenduidige opvattingen. Het latere Rabbijnse Jodendom, dat in veel opzichten de voortzetting van de Farizeeën is, geeft in haar literatuur (Misjna en Talmoed) een inkijkje in de bonte mengeling van haar opvattingen.
Abjatar is de enige die de slachting overleeft die Saul daar liet aanrichten nadat hij gehoord had dat Elimelech David geholpen had. Mat en Luc corrigeren Mc door de verwijzing naar de hogepriester Abjatar weg te laten.

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (bv ik doe kaas cq ham op mijn brood = ik doe kaas op mijn brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV = Nieuwe Bijbel Vertaling (2004)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in het register = Preek (bv Ps 84P = Preek over Psalm 84)
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (bv A en B reden in resp een Golf en een Astra = A reed in een Golf, B in een Astra)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum (bv SQE 37 = parallelle passages Mat 8: 14v // Mc 1: 29vv // Luc 4: 38v)
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting (bv SVBS 57  = parallelle passages Mat 8: 14v // Mc 1: 29vv // Luc 4: 38v) vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling
X = Chiasme (kruisstelling)
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme

 

 

×