Mc 1: 21 - 28


Na zijn doop en de roeping van de eerste discipelen gaat Jezus met zijn leerlingen naar Kapernaüm. In het eerste hoofdstuk vertelt de evangelist van de wonderen die Jezus verricht, van verbazing bij de mensen en vooral dat Jezus al gauw heel bekend wordt terwijl hij dat zelf liever niet wil (bv 1: 34 en 1: 44). Dit is een belangrijk motief bij Mc, dat bekend staat als het Messiaans geheim.

Mc 1: 21v
Ze kwamen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge en onderwees er de mensen. 22 Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals de schriftgeleerden. (NBV21)

‘Eerstvolgende’ is hier de vrije vertaling van een favoriet woordje bij Mc: ‘terstond (Gr euthus) op de sabbatten. Jezus kan nu niet langer zwijgen. Hij moet het evangelie brengen in woord en daad.

Jezus zoekt de Joodse gemeente van Kapernaüm - zijn woonplaats volgens Mc 2: 1 verzameld in de synagoge op de rustdag. Anders dan in een kerk is er niet een vaste voorganger. In principe mag iedere volwassen gelovige Joodse man daar het woord voeren. Hij kan gevraagd worden om een gedeelte uit de Torah voor te lezen en evt daar ook iets over te zeggen. Zo ook hier: Jezus onderwijst de mensen. Mc vertelt niets over het gelezen schriftgedeelte of over de uitleg, die ook nog eens nieuw is (vers 27). Waar het hem om gaat, is dat de aanwezigen diep onder de indruk (Gr. Ekplèssoo, verbazen, verbijsterd zijn) zijn van wat Jezus leert (Gr didachè). Wat zo bijzonder is: het gezag, de volmacht of bevoegdheid (Gr exousia) waarmee hij spreekt. Dat zijn ze niet gewend: hun schriftgeleerden missen kennelijk de uitstraling-kracht, de ernst, het verrassend-creatieve dat met Jezus uitleg meekomt.
De leer van Jezus mag dan nieuw heten (vs 27), het is niet zo nieuw dat het tot een complete breuk met de Joodse traditie leidt. Jezus begint in de synagoe en sluit aan bij de lezingen daar: de TeNaCh (het Joodse OT). Tegen die achtergrond wil Hij begrepen worden.

Mc 1: 23 - 26
Op dat moment was er in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: 24 ‘Wat hebben wij met Jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben Je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie Je bent, de heilige van God.’ 25 Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ 26 De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw. (NBV21)

Onder zijn gehoor bevindt zich een man met een onreine geest (Gr pneuma akathartos, ook in 26 en 27). Hij is iemand die steeds vaker zijn zelfbeheersing verliest en dan vuile taal uitslaat en voor niets en niemand respect heeft. Zo probeert hij zichzelf te handhaven waar hij zich bedreigd of de mindere voelt. Het gevolg is dat hij vervreemdt raakt van de mensen om hem heen. Hij maakt steeds minder deel uit van de gemeenschappelijk gedeelde realiteit en dreigt in een isolement vast te lopen. Wie zal hem van deze heilloze weg afbrengen?

Wat de onreine man triggert is niet altijd duidelijk, maar nu wel. Hij heeft Jezus horen spreken en weet direct (op dat moment, Gr euthus) wie het is: Jezus van Nazaret, de heilige Gods (Gr ho hagios). Zo botst het hier: de onreine man/geest tegenover Jezus, vol van Gods heilige Geest

Uit niets blijk dat Jezus onder de indruk is van de onreine man en zijn geschreeuw. Geen wonder dat de onreine man zich bedreigd voelt: zijn afweermechanisme laat hem in de steek.

  • Met ‘Wat hebben wij met jou te maken?’ geeft hij aan, dat hij wil dat Jezus hem met rust laat. Hij wil niet geholpen, bevrijd, op een nieuwe weg gezet worden.
  • In ‘Ben je gekomen om ons te vernietigen?’ (Gr apollumi, vernietigen, doden) klinkt door hoe hij de ondergang vreest. Voor zijn besef staat hij oog in oog met de dood nu de heilige Gods voor hem staat. Hij kan zich niet voorstellen dat hij zonder onreine geest nog een leven heeft.

De man spreekt in meervoud ‘wij’. Hij kan niet meer onderscheiden tussen zichzelf en de boze geest. Jezus echter zal niet de man vernietigen, maar met de onreine geest afrekenenen de man teruggeven aan zichzelf.

Gelukkig voor de onreine man duurt deze spanning maar kort. Jezus beveelt eenvoudig, soeverein en vastbesloten de boze geest te zwijgen en uit de man te gaan (Eng: get out). Van tegenstand is in het geheel geen sprake. De onreine geest is geen partij voor de heilige Gods. Het stuiptrekken is geen tegenspartelen van de onreine geest met Jezus. Het is verzet van de onreine geest met de man. Hij wil hem in bezit houden, maar moet hem verliezen aan Jezus. Met een luide schreeuw (een vloek?) geeft hij het op.

Mc 1: 27v
Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’ 28 Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea. (NBV21)

Wonderverhalen als deze eindigen steevast met de reactie van het publiek. Zo ook hier. Over de man horen we verder niets meer, over de aanwezigen wel: ze zijn allemaal verbijsterd (Gr thaumazoo). Waarover? Net als in vers 22 over de nieuwe leer (opnieuw Gr didachè) met gezag (opnieuw Gr. exousia). Dat gezag strekt zich zelfs uit over de onreine geesten. Die gehoorzamen eenvoudig zijn bevelen. Kom daar eens om bij de  schriftgeleerden. Jezus gaat hen ver te boven. Hij is een klasse apart. De lezer wist het al van de doop (Mc 1: 11) Hij is de Zoon van God.
Jezus maakt bij zijn eerste publieke optreden diepe indruk. Iedereen heeft het over hem. Het nieuwtje / nieuws (Gr akoè) over hem is in de kortste keren bekend in heel Galllea. Dat zullen we als een refrein nog vaker horen..

Gespreksvragen
* Waarom zou Jezus zijn openbare optreden beginnen in de synagoge?
* Omschrijf eens welke manier van spreken op jou indruk maakt, en welke manier van spreken maakt geen indruk?
* In Gen 1 lezen we dat God hemel en aarde enz maakt door de chaos te overwinnen. Hij stelt orde op zaken. Hij scheidt het licht van het duister, het water van het land, brengt structuur in de levende natuur: planten, bomen, vissen, vogels, landdieren enz. Vergelijk dat eens met wat Jezus in dit gedeelte doet. Zie je overeenkomsten en verschillen? Wat zegt dit over Jezus?


-----

Ook mogelijk: de onreine geest spreekt namens alle demonen.

 

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerk
cq = casu quo (bv ik doe kaas cq ham op mijn brood = ik doe kaas op mijn brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV = Nieuwe Bijbel Vertaling (2004)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
OT = Oude of eerste Testament
P = Paulus of de brieven van Paulus
p = pagina of pagina's 
PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
P = Preek (bv Ps 84P = Preek over Psalm 84)
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (bv A en B reden in resp een Golf en een Astra = A reed in een Golf, B in een Astra)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling
X = Chiasme (kruisstelling)
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme

 

 

×