Bas Heine
7 jan 2015
Het is de terroristische aanslag op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs die Heijne schokt en bij hem de vraag oproept hoe realistisch het optimistische vooruitgangsgeloof van na de tweede wereldoorlog (p 9 – 13) is. Er waren altijd al tegengeluiden die op racisme, groepsdenken, nationalisme, extremisme enz wezen, maar die werden niet echt serieus genomen en afgedaan als populisme. De mensheid zou nog steeds vooruit gaan: we leven langer, er is meer welvaart en betere gezondheidszorg dan vroeger. Maar Heijne vindt dit appels en peren met elkaar vergelijken. Vooruitgang op het ene gebied (meer welvaart) kun je niet wegstrepen tegen de achteruitgang op het andere (geweld, terreur). Het optimistische mensbeeld van humanisme en verlichting klopt niet. (22)
Paradoxen
Heijne wijst op enkele schijnbare tegenstellingen:
- de beschavingsparadox: welvaart is niet alleen bron van vooruitgang, maar ook van ernstige schade : de technologie die vrijheid belooft wordt ook gebruikt om mensen als objecten te controleren en te manipuleren (23 - 25)
- er wordt van alles gemeten en in cijfers, tabellen en algoritmes uitgewerkt. Het individu voelt zich daardoor steeds minder een mondige burger en steeds meer object.
- de biologie maakt duidelijk dat we in ons gedrag gedetermineerd zijn door patronen die we van oermens hebben geërfd. Kennis van de werking van het brein maakt neuro-marketing mogelijk. Onderzoek wakkert de zorgen over vreemdelingen aan en werkt groepsdenken in de hand. (26 – 30)
- de EU na de tweede wereldoorlog - begonnen met het project van de herrijzenis van een verwoest continent en ‘dit nooit weer’- is vastgelopen. Waarom werkte dit grote verhaal niet? Antwoord: men probeerde uit de kleine nationale gemeenschappen een nieuwe internationale gemeenschap te vormen zonder recht te doen aan de eigenheid van die kleine groepen. Gevolgen: men ervaart de EU als een bezettingsmacht (globalisering, neoliberalisme, bestuurlijke elite, bureaucratie), Brexit, vluchtelingencrisis. De critici van de EU laten zich zelfs steunen door Poetin en bewonderen zijn autocratische manier van leiding geven. (32 – 35).
Ieder nieuw verhaal over Europa, een nieuwe verbindende mythe...zal altijd tweeslachtig zijn: de burger die zijn eigen, lokale belangen behartigd wil zien en die tegelijk ondergeschikt zal moeten maken aan een groter, voor hem niet meteen vanzelfsprekend belang – het streven naar een gemeenschap voorbij de grenzen van de eigen kleine wereld. Die tweeslachtigheid kan niet worden opgelost. Het is gevaarlijk naïef gebleken te denken dat dat wel kan – die gedachte is eigen aan...het verlichtingsdenken. Er zal altijd spanning zijn tussen een individu en de cultuur waarvan het deel uitmaakt. (35)
Vraagstelling
Voor Heijne is het duidelijk: er is het verlichtingsdenken (vooruitgangsgeloof, vrijheid, gelijkheid, broederschap) en de reactie daarop: de contraverlichting (radicalisme, hetzes, leugens, racisme, verbeten onredelijkheid, geweld). Hoe verhoudt zich dat tot de toegenomen biologische kennis over de mens? Wie zijn we in aanleg en hoe bepaalt dat ons beeld van wie we willen zijn?
Robinson en andere denkers stellen dat de materialistische benadering een zo gereduceerde benadering van de werkelijkheid is, dat die niet geschikt is om de mens echt te kunnen begrijpen. Madsbjerg benadrukt het belang van geesteswetenschappen: het is niet voor niets dat mensen op hoge posities juist een taal, geschiedenis, filosofie of een andere ‘pretstudie’ hebben gedaan.
Deze relativering van de biologische kennis over de mens is terecht, maar verhindert niet dat deze kennis bij steeds meer mensen terecht komt en ons mensbeeld in materialistische zin beïnvloedt (48): we zijn steeds minder een autonoom subject dat in vrijheid kan handelen; we worden gemanipuleerd. Voorbeeld: we zijn zogenaamd vrij om te gokken, maar in de gokhal worden we verleid om door te spelen tot we alles kwijt zijn. Met dank aan de psychologische en biologische kennis die we van de mens hebben. Om dezelfde reden trekken Trump en andere populistisen zoveel stemmen: ze stellen de werkelijkheid heel simpel voor en geven mensen het gevoel dat ze weer subject van hun eigen leven zijn: ze kunnen kiezen voor de ongenuanceerde oplossingen die zij aanbieden. (51 – 54).
Freuds verklaring
Vanuit Freuds inzichten valt dit gedrag goed te begrijpen: het verlangen naar eenheid en verbondenheid met gelijkgezinden is een vorm van oceanisch verlangen. Agressie en geweld van de groep zijn een poging om het realiteitsprincipe (dat je niet altijd je zin kunt krijgen) ongedaan te maken (54 – 62). Alleen het lustprincipe regeert: het individu ziet zichzelf als de ultieme consument die op zijn wensen bediend wil worden. De wereld moet zich aan hem, autonoom en egocentrisch als hij is aanpassen. Aan de andere kant ervaart hij voortdurend verlies van autonomie (69) en ziet hij hoe zijn overzichtelijke wereld verdwijnt.
Met Freud benadrukt Crawford dat tot het wezen van het mens-zijn behoort, dat hij met hindernissen en beperkingen krijgt te maken en dat een mens zichzelf wordt door de strijd met die dingen aan te gaan. (64) Want de werkelijkheid is nu eenmaal zo, ook als die ontkend wordt in slogans als ‘facts don’t work’ (65)1. Voor Crawford is het duidelijk: 'Een mens is helemaal geen autonoom individu, maar grotendeels product van een cultuur waarin hij geboren wordt – een cultuur die zijn bestaan van een mal voorziet, waarin hij zelf zijn leven vorm kan geven. (70) Wie dat erkent, zal daar verantwoordelijkheid nemen en die cultuur zo nodig willen bijstellen aan nieuwe omstandigheden. Wie dat miskent, voelt zich in zijn identiteit bedreigd en zal die buitenwereld willen vernietigen. (72)
De tendens om een mens steeds meer los te zien van zijn omgeving, hem niet langer als een burger maar als een klant te zien, als object voor commerciële en politieke manipulatie, als louter optelsom van statistieken en tabellen, maakt de verbondenheid met zijn omgeving zwakker – en versterkt het onbehagen. Het roept – dat is de paradox – het verlangen op naar een radicaal herstel van autonomie, de fantasie van een gesloten gemeenschap die zich niets van de buitenwereld meer hoeft aan te trekken.(71)
Het nieuwe grote verhaal
De grote vraag voor Heijne is nu: welk verhaal vertellen we over onszelf? Uitdagingen genoeg: genetische manipulatie, zelfsturende auto’s, alle mogelijke relaties. Welk mensbeeld helpt ons, onze cultuur, onze wereld verder?
Zo’n verhaal weet de schrijver niet te bieden. Wel een conclusie: De aanslag van 2015 was niet onmenselijk, maar juist heel erg menselijk. Niet een uiting van één bepaalde cultuur, maar van het falen van cultuur, beschaving, remmingen en realiteitsbesef. ‘De mens laat zich niet rationeel beheersen’(76). Hoed je voor de overmoed van de rede, het idee dat de wereld zich één kant op laat sturen, dat cultuur en beschaving...een blijvende garantie vormen tegen menselijk agressie en vernietigingsdrang.' (76)
PS
In een nawoord (77vv) noodzakelijk vanwege de tweede druk gaat Heijne vooral in op de Corona-pandemie (2020v). Daarin ontwaart hij dezelfde dynamiek: de mensen lokken met het lustprincipe en het realiteitsprincipe verzwijgen, met als gevolg dromerige vergezichten, polarisatie, nepnieuws, complottheorieën etc. Tenslotte een fragment uit ‘Het onbehagen in de cultuur’ van S. Freud (91 - 102)
-----
1 wetenschap is ook maar een mening, ieder zijn eigen waarheid enz
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerk cq = casu quo (bv ik doe kaas cq ham op mijn brood = ik doe kaas op mijn brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV = Nieuwe Bijbel Vertaling (2004) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament OT = Oude of eerste Testament p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Pr = Preek (bv Ps 84Pr = Preek over Psalm 84) Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (bv A en B reden in resp een Golf en een Astra = A reed in een Golf, B in een Astra) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling X = Chiasme (kruisstelling) > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme |