1 Kor 13: 1 - 13


Context
Een van de problemen in de gemeente van Korinthe betreft de charismata, de gaven van de Geest zoals profeteren, leiding geven, barmhartig zijn, tongentaal enz. Wat betekent het, als je zo’n gave hebt? Ben je dan belangrijker dan de gelovigen die zoiets niet hebben? En zijn de charismata allemaal even belangrijk, of zijn sommige belangrijker dan andere? Blijkens Paulus' antwoord is dat een heikel punt in de gemeente: tongentaal staat er buitengewoon hoog aangeschreven. Daar komen problemen uit voort. Het is dan ook een van de thema’s die de gemeente per brief aan Paulus heeft voorgelegd. Hij gaat er uitvoerig op in: 1 Kor 12 – 14. In 1 Kor 12 legt hij uit dat alle gaven belangrijk zijn en dat die als oog en oor, als hand en voet enz met elkaar een lichaam vormen. Dat gedeelte eindigt met ‘ik wijs u een weg die nog voortreffelijker is’. Die voortreffelijker weg beschrijft Paulus in 1 Kor 13. Het is de weg van geloof, hoop en bovenal van liefde. Dan volgt in 1 Kor 14 een relativering van de tongentaal, bv omdat die niet bijdraagt aan de opbouw van de gemeente als er niemand is die de klanken kan uitleggen. Maar al in 1 Kor 13 (vanaf vers 8) begint een relativering van alle geestesgaven: die zijn maar tijdelijk, voor de tijd dat de christelijke gemeenschap onderweg is naar de toekomst van God. Als die gekomen is, verdwijnen de charismata want overbodig. Dan rest er alleen nog de liefde.

1 Kor 13: 1 - 3
1 Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schallende cimbaal. 2 Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. 3 Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs om te worden verbrand – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten. (NBV21)

Drie keer noemt Paulus iets op dat heel mooi is en hoog aangeschreven staat onder gelovigen. Telkens zijn er twee helften (a) en (b) waarbij (b) nog boven (a) uitgaat. En evenzo vaak zegt hij ervan dat het niets waard is, als je de liefde niet hebt.

  1. Spreken in talen van andere volken (a) of van engelen (b). In vers 8 noemt hij dit klanktaal (Gr gloosssai = tongen). De NBG51 had: tongen zullen verstommen.’
     Zonder liefde is het alleen maar geluid, misschien wel indrukwekkend als een dreunende gong of een een schallende cimbaal (Gr kymbalon), maar vooral iets waar geen melodie en ritme (inhoud) in zit. Iets dat alles even kort overstemt: waar een ander niet meer overheen komt. Het zal de gemeenteleden te denken geven dat tongentaal niet per se goed is, nl wanneer het niet uit liefde voortkomt. Waar komt het dan wel uit voort? Bv uit geldingsdrang. Dan lijkt het weliswaar een geestesgave, maar is het iets van de natuurlijke mens1. Het tegenovergestelde kunnen we er zelf bij denken: als tongentaal uit liefde voortkomt, is het van groot belang voor de opbouw van de gemeente.  
  2. Profeteren omschrijft Paulus nader met het doorzien van geheimenissen a). Het is bijna hetzelfde als kennis en een (groot en sterk) geloof dat bergen (b) kan verzetten dat hiermee in één adem genoemd wordt. Het verschil is dat profeteren bedoeld is om andere gemeenteleden de weg te wijzen; kennis en geloof zijn het geestelijk bezit van degene die profeteert, het is de bron waaruit het profeteren voortkomt. Opnieuw: zonder de liefde zou ik niets zijn (Gr outhen), dat is niet een klein beetje, maar nul komma nul. Dat mogen alle Schriftgeleerden van vroeger en van nu zich aantrekken. Het tegenovergestelde is ook waar: uit liefde gedaan ben je een grote in de gemeente.
  3. Opofferingsgezindheid: al je bezit te gelde maken om hongerigen te eten te geven (a), zelfs je lichaam om als martelaar te sterven in het vuur2 (b).Twee dingen die een mens niet gemakkelijk doet, het laatste al helemaal niet: Een mens heeft een drang naar zelfbehoud. Hij wil niet dood, maar leven. Daarom ook hecht hij aan zijn bezit omdat hij meent niet zonder te kunnen. Echter opvallen en geëerd worden zijn ook aantrekkelijke zaken en als je alles weggeeft of als martelaar sterft, dan val je op. Annanias en Saffira (Hnd 5) laten zien dat de motieven niet altijd zuiver zijn: ze verkopen hun bezit, en doen alsof ze de gehele opbrengst weggeven. De schijnheiligheid kost hun het leven. Inderdaad: zonder de liefde baat het je niets.
    Paulus schrijft rond 55 nC. Of dan al gelovigen in het vuur, op de brandstapel terecht kwamen valt te betwijfelen. Maar vervolgingen kwamen wel voor, en ze zouden gauw zwaarder worden3. Waarschijnlijk heeft Paulus gedacht aan de drie vrienden van Daniël in de brandende oven (Dan 3). Uit liefde voor God en de naaste is het tegenovergestelde ook waar: wie alles weggeeft of als martelaar zijn leven verliest mag een royale beloning tegemoet zien: het eeuwige leven, het koninkrijk van God beërven.

1 Kor 13: 4 - 7
Maar wat IS dan liefde? Het blijkt niet een handvol geboden en verboden te zijn. Weliswaar heeft het met gedrag te maken, maar dan vooral met de intentie achter je doen en laten, met de geest die je spreken en zwijgen bezielt. Paulus geeft een omschrijving die enerzijds beschrijft wat liefde is, anderzijds wat zij niet is:

4 De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. 5 Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, 6 ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. 7 Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. (NBV21)

  1. de liefde is (positief): geduldig, vol goedheid, vindt vreugde in de waarheid en alles (4x) verdraagt, gelooft, hoopt en volhardt ze.
  2. de liefde is (negatief); niet (8x) afgunstig, ijdel, zelfgenoegzaam, grof, zelfzuchtig, laat zich niet boos maken, rekent het kwaad niet aan , verheugt zich niet over het onrecht.

Elders (Rom 12: 21) schrijft Paulus over het kwade overwinnen door het goede. Dat is wat hij hier ook bedoelt. De christelijke gemeente is er niet om op elkaar en anderen indruk te maken met allerlei charismata; ze is er om het kwaad dat de wereld haar aandoet (spot, tegenwerking, vervolgingen enz), het lijden vanwege het geloof4 geduldig te ondergaan en op den duur te overwinnen. Ze moet zich niet van de wijs laten brengen en op vergelding uit zijn, maar het liefdevol verdragen. Zo maakt ze de opstandingskracht van de Heer zichtbaar.

1 Kor 13: 8 - 11
Door de kracht van de liefde kan de gemeente haar roeping proberen waar te maken. Maar die liefde is er niet alleen voor onderweg naar Gods toekomst. Ze zal er dan ook zijn als Gods nieuwe wereld is aangebroken. Dat is een belangrijk verschil met de andere geestesgaven, die gaan voorbij.

8 De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan – 9 want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. 10 Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. 11 Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. (NBV21)

Alle geestesgaven gaan voorbij, behalve de liefde, Profetieën en kennis zullen ophouden (beide hetzelfde Gr werkwoord katargeoo), klanktaal zal stil vallen (Gr pauoo). In Gods nieuwe wereld zullen die dingen niet meer ‘opborrelen’ uit de gelovigen. De Geest bewerkt dat niet meer. Het volmaakte is dan gekomen. Bij dat volmaakte hoort wel bij de liefde, die dan ook blijft, maar niet meer kennis en profetie (en natuurlijk ook tongentaal die Paulus niet eens meer noemt). Dat moet de gelovigen die zich op deze dingen laten voorstaan, toch wel pijn gedaan hebben: hun bijzondere gave valt weg. En waarom? Omdat die niet volmaakt is, maar beperkt, gedeeltelijk (Gr merous): stukwerk is ons kennen en stukwerk is ons profeteren (LV14)

Met het beeld kind – volwassene verduidelijkt Paulus wat hij wil zeggen: de nieuwe wereld is volmaakt en dat is een groot verschil met de beperkte wereld van nu. Een verschil zo groot als tussen een volwassen man en een kind. Veelzeggend is dat Paulus dan niet wijst op kruipen – lopen, of krassen – schrijven maar op spreken en denken. Dat zijn natuurlijk parallellen voor spreken in tongen resp profeteren en kennen. Wat de charismatici zo bijzonder vinden is in het licht van wat komen gaat maar beperkt, kinderlijk, voorbijgaand. Iets dat we te boven groeien.

1 Kor 13: 12v
Dan legt Paulus hetzelfde nog een keer uit door te wijzen op een spiegel:

12 Nu zien we nog maar een afspiegeling, een raadselachtig beeld, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. 13 Dit is wat blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. (NBV21)

Destijds was een spiegel (Gr esoptron) niet van helder glas. Men gebruikte obsidiaan, een vulkanisch gesteente dat men polijstte zodat het ging glanzen. Later gebruikte men ook wel gepolijst brons, koper of goud5. Dat levert wel een afspiegeling op, maar lang niet zo duidelijk en scherp als wij dat met glazen spiegels gewend zijn. Een raadselachtig beeld (Gr ainigma): ben ik dat? En wat rechts zit, zie ik links? Het is ook een indirect beeld, via de spiegel.
Zo kunnen we ons ook niet goed een beeld vormen van wie we zelf ten diepste zijn of van wie God werkelijk is en evenmin van Gods nieuwe wereld. Die dingen zijn voor ons verborgen. We proberen ons er enigszins een beeld van te vormen door (via) ons denken, door te kijken (naar de spiegel van de natuur of van de geschiedenis - algemene openbaring), door te lezen in de Bijbel (bijzondere openbaring). Maar het plaatje dat we daaruit opmaken is altijd min of meer bedorven door ons denken en kijken en lezen, nl in die mate dat het niet zuiver is, maar misleid door ikzucht en eigenbelang. Er komt een tijd dat dat via via niet meer hoeft. Dan zien we rechtstreeks (en onbedorven door de zonde) wie God werkelijk is: nog mooier en liefdevoller dan wij konden bedenken en dromen. En wie wij echt zijn: zijn beeld en gelijkenis (Gen 1: 26v), onze oorsprong, onze bestemming, wat Hij aldoor in ons bleef zien ondanks alles. Dat is de strekking van dan zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.

Paulus vat het allemaal samen in de conclusie: zo blijft nu geloof, hoop en liefde. Opvallend: er staat niet blijven (meervoud), maar blijft (enkelvoud). Want geloof, hoop en liefde zijn eigenlijk drie aspecten van één ding waar wij geen woord voor hebben, maar dat we alleen zo omschrijven kunnen. Het is het ene waar het vandaag en morgen en alle dagen van ons leven op aankomt.

  • Geloof oftewel groot vertrouwen, nl dat God in Christus op de Paasmorgen de overwinning heeft behaald (D-Day).
  • Hoop oftewel goed vooruitzicht, nl dat God bij de komst van Christus zijn Rijk zal oprichten (V-Day).
  • Liefde of oprechte zorg, aandacht, warmte, nl voor God en voor de naaste op je weg.
Geloof ziet op het verleden (Pasen), hoop op de toekomst (Wederkomst). Het zijn de twee peilers waartussen ons leven als een brug hangt uitgespannen. Op die brug - ons leven hier en nu - komt het op de liefde aan, die is het belangrijkste, de grootste en die blijft. Geloof en hoop zijn tijdelijke hulpmiddelen om het dagelijkse leven in de liefde mogelijk te maken. In Gods nieuwe wereld is geloof niet meer nodig: het is dan zonneklaar dat Pasen inderdaad de D-Day was die de V-Day in zich borg. En hoop is dan niet meer nodig, met de komst van de V-Day is die in vervulling gegaan: de dood in al zijn vormen is voorbij gegaan. Wat blijft nu en dan is een leven in liefde.

Gespreksvragen:

* Welke geestesgaven, charismata, talenten staan er in de Bijbel? Kun je er nog meer bedenken?
* Welk charisma heb jij van de Geest ontvangen? Weet je dat van jezelf, of zeggen andere mensen dat van je?
* Weet je uit de kerkgeschiedenis voorbeelden van 'hete hoofden, koude harten' oftewel van een verkeerd (liefdeloos) gebruik van geestesgaven?
* Zou het helpen te bedenken dat geloof en hoop belangrijke maar toch niet meer dan tijdelijke hulpmiddelen zijn?


-----
1 Inderdaad lijkt dit iets te zijn wat ieder mens van nature kan na enige oefening: de brabbeltaal van kleine kinderen voortbrengen.
2 Er zijn ook handschriften die niet kauchèsoomai hebben maar kauthèsoomai = zodat ik er trots op kan zijn.
Van de door hem zelf aangestoken brand in Rome, 64 nC gaf keizer Nero de christenen de schuld. Velen moesten dat met de dood bekopen. Op het eind van de eerste eeuw getuigt het boek Opb van het lijden dat christenen van keizer Diocletianus kregen te verduren.
4 Niet zozeer het lijden door ziekte, tegenslag.
Zie de voorbeelden van antieke spiegels in het Rijksmuseum

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerk
cq = casu quo (bv ik doe kaas cq ham op mijn brood = ik doe kaas op mijn brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV = Nieuwe Bijbel Vertaling (2004)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
OT = Oude of eerste Testament
p = pagina of pagina's 
PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Pr = Preek (bv Ps 84Pr = Preek over Psalm 84)
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (bv A en B reden in resp een Golf en een Astra = A reed in een Golf, B in een Astra)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling
X = Chiasme (kruisstelling)
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme

 

 

×