Afscheid
Open brief aan God
Niet langer God
God, ik moet van U afscheid nemen. Niet dat ik niet meer geloof, maar het woordje ‘God’ zit me in de weg. Er klinkt zoveel in door, waar ik niets mee kan:
- De Schepper die uit het niets alles maakte.
- Die al wat is laat bestaan en al wat gebeurt laat geschieden
- Die de loop van de geschiedenis bestuurt.
- Die noodlot en toeval beheerst.
- Die regen en droogte, ziekte en gezondheid, rijkdom en armoede enz over ons brengt.
- Die met alles een bedoeling heeft.
- Die af en toe op wonderlijke wijze ingrijpt in de natuurlijke gang van zaken.
- Die mensen verkiest en verwerpt.
Ik weet wel dat God niet uw echte naam is. God is een soortnaam, meervoud goden (Hebr El - Elohiem). U wilt aangesproken worden met Jahweh, Hebreeuws voor 'Ik ben die ik ben, Ik zal er zijn' (Ex 3: 14). In de Bijbel meestal weergegeven met HEER1. Ik leerde echter dat uw naam slechts een bijstelling is bij de soortnaam God (El). Jahweh moest je lezen als een nadere precisering bij datgene wat mensen gewoonlijk onder goden (Elohiem) verstaan.
- Ooit in de tijd van de Bijbel waren dat de natuurkrachten als storm, vuur, vruchtbaarheid enz. Die werden als Elohiem vereerd.
Mozes en de profeten leerden dat die goden niets zijn, maar dat Jahweh over alles gaat. - Later gingen Griekse filosofen en westerse denkers op zoek naar het oer-principe van de werkelijkheid. Ze noemden dat het Ene, de Eerste Oorzaak, de Onbewogen Beweger, het hoogste zijnde of het Zijn zelf.
De kerk zei daarvan: dat is God, de Almachtige. De Alwetende, De Alomtegenwoordige. De Eeuwige. De Schepper. Het Opperwezen.
Over die filosofische God weten wij mensen veel te te bedenken, beweren en zelfs te bewijzen (natuurlijke theologie, algemene openbaring) nog voor U ook maar één woord gesproken hebt. Uw veelbelovende Naam Jahweh preciseert niets meer aan onze eigenmachtige invulling van het Godsbeeld. Van een bijstelling door Jezus komt het niet of nauwelijks. Uw liefdevolle en genadige kant breekt niet uit dat abstracte concept naar voren. Die blijft opgesloten in dat massieve beeld van een Almachtig Opperwezen, even grillig als ongenaakbaar2. Het woordje God zet me direct al op het verkeerde been. Ik loop ermee vast.
Ontgoocheld
Het ergste zijn de waaroms die daarmee onvermijdelijk gegeven zijn: U Almachtige God, waarom hebt U nog altijd niet een einde gemaakt aan het mateloze lijden van mensen?3 Antwoorden vond ik niet. Geen 'daarom' dat er mee door kan.
Ik ging ook dingen van U verwachten:
- Eerst concrete zaken: ik bad om een goed rapport, genezing, geluk, hulp, welvaart en andere dingen.
- Toen ik daar niet in bevestigd werd, paste ik m'n verwachting aan. Voortaan bad ik om geestelijke dingen: een ingeving, een woord, inzicht, raad, leiding.
- Omdat ik daar ook weinig van ondervond, maakte ik m'n verwachting nog minder concreet. Ik hoopte op een gevoel van kracht, licht, vrede, van vriendschap, van uw nabijheid in stilte. .
- Tevergeefs. Op zo maar een dag in 2009 ging het volkomen onverwacht stormen. Maar toen het erop aan kwam, gebeurde er niets van dat alles.
Een verbijsterende ervaring die de storm aanwakkerde en plaats van tot bedaren te brengen. Ik ben ontgoocheld omdat ik U niet aan mijn zijde vond. - De jaren daarna gingen de golven vaker hoog, maar U gaf niet thuis.
Ik dacht dat ik een vriend of vader in het verborgene had, maar dat bleek een vergissing.
Ik realiseer me dat ik de beste jaren van mijn leven verspilde aan een illusie.
Het maakte me boos op U, in mezelf gekeerd, stil, moe, somber en wanhopig. En zolang ik dat woordje God gebruik, blijf ik depri. Het wordt nog m’n ondergang als ik daaraan vasthoud. Alles gaat kapot in mijzelf, in de relaties met mensen die me dierbaar zijn en met eigenlijk iedereen. Daarom moet ik afscheid van U nemen. Te meer omdat het geen zin heeft om boos te blijven op een aangeprate constructie, een filosofisch verzinsel, een afgodsbeeld (Gr eidolon). Het is dwaas me te laten verteren door iets dat alleen in mijn gedachten bestaat, maar niet daarbuiten in het echt.
Waarden
Ik geloof nog wel, nl in de geestelijke, onzichtbare wereld van liefde en vriendschap, in de waarde van dienen, delen, vergeven, omzien naar elkaar, offers brengen, lijden omwille van de goede zaak, trouw, eerlijkheid, respect, in het streven naar vrede en goede verhoudingen, mensen tot hun recht laten komen (gerechtigheid) en behoud van de schepping. Zijn dit de dingen waar het eigenlijk om zou moeten gaan in kerk en geloof? Niet zozeer over U, maar over de goede waarden en normen voor het leven? De Bijbelse verhalen van Mozes en de profeten over Jahweh gaan in die richting. De boodschap van Jezus over 'een andere, betere wereld' nog veel sterker. Het is in elk geval de moeite van het proberen waard. De gedachte alleen al doet me goed, maakt het vrijer, lichter, blijer in mijn hart.
Ik kan het geloven niet laten en vermoed dat het gaat om iets dat niet met mij samenvalt, maar groter, meer, anders is. Dat ik me daaraan kan en moet overgeven omdat het m’n oorsprong is en m’n bestemming. En als ik dat niet doe, dat ik dan m’n roeping misloop en mezelf ongelukkig maak en anderen in mijn val meetrek. Of mijn vermoeden van iets 'groter dan mijzelf' wensdenken is of echt bestaat in de werkelijkheid? Dat is niet te zeggen.
- Het is een geloof om het wensdenken te noemen.
- Het is ook een geloof als je het werkelijkheid noemt.
Gids ipv God
Hoe dan ook, dat 'grotere dan mijzelf' kan ik niet meer God noemen of HERE God. Dan ben ik het direct weer kwijt. Het woord is te groot, te massief, te beladen. Als het over U gaat, moet ik zwijgen: over U valt in objectiverende, filosofische taal niets te zeggen. Wat dat betreft ben ik agnostisch4. Ik spreek liever van:
- Jezus mijn Gids5 of van
- bron van liefde, het levende water, het levende brood, de goede herder, het licht der wereld, de weg, de waarheid en het leven (of een ander symbool) of van
- voorbeeld en verlosser, de opgestane, de levend makende Geest, Messias of Christus of Gezalfde, rabbi of meester (of een andere titel) evt van
- de God die in Jezus naar voren komt, de Jezus-God (anderen spreken en schrijven dan 'de NAAM' of G'd of "GOD" of 'Wezer')
To End all Wars
Wat ik bedoel, komt in de film 'To End all Wars' goed naar voren. In dit waargebeurde verhaal over geallieerde soldaten die als krijgsgevangenen aan de Birma spoorlijn moeten werken, laten enkelen van hen christelijke waarden en normen zien:
- je eten geven aan iemand die niets heeft
- onschuldig de schuld op je nemen om je kameraad te redden,
- en zelf gestraft, gemarteld en gekruisigd worden
- de andere wang toekeren, de vernederingen verdragen
- de vijand te drinken geven, hun wonden verzorgen (als er een vrachtwagen met gewonde Japanners in het kamp komt)
- bij een begrafenis wordt Joh 12: 24 geciteerd: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft brengt hij veel vruchten voort (NBV21). Eerst een kruis en lijden, dan de kroon en glorie.
- de boodschap: het is zoveel beter je gevoelens van haat te overwinnen en ipv wraak te willen nemen, te vergeven. Daar blijf je mens bij.
Tegelijk gaat er onnoemelijk veel fout. Pogingen om te ontsnappen mislukken. Velen sterven van honger, uitputting en ziekte. De Japanse kampleiding gedraagt zich als sadisten. Meest schrijnend is wel het vergisbombardement van het kamp door nota bene de Amerikanen vlak voor het einde van de oorlog. Met als gevolg dat van het handjevol gevangenen die het tot dan toe overleefd hadden, er alsnog velen sterven!. Wat betekenen God, zijn Almacht, zijn leiding, zijn voorzienigheid dan nog? De film doet er gelukkig het zwijgen toe. Geen gepraat over een God achter de schermen. De liefde, de humaniteit is in die paar goede mensen, hun waarden en normen, hun gedrag. De meerwaarde van die manier van leven te midden van enerzijds cynische, wanhopige en soms egoïstische makkers, en anderzijds van Japanse bewakers en beulen met hun bizarre opvatting over eer is wat mij betreft overtuigend bewezen.7
-----
1a Altijd met hoofdletters, al dan niet in klein kapitaal: HEERE (SV), HERE (NBG51) of HEER (NBV21).
1b Het is een gemiste kans dat de StatenVertalers de Naam niet onververtaald lieten, maar met HEERE weergaven. Dat deden ze in navolging van het Joodse volk. Israël sprak en spreekt de naam Jahweh niet uit, uit vrees het derde gebod te overtreden (Ex 20: 7). Overal waar Jahweh in het OT staat, zegt men bij het voorlezen Adonai = Heer.
Heer, meervoud heren (ook al een soortnaam) zijn machthebbers: koningen en keizers die de wereld naar hun hand zetten. Zo klinkt in HEERE als vanzelf het beeld mee van de Almachtige. Voor de Statenvertalers was dat geen probleem: God en het Opperwezen en Jahweh waren voor hen een en hetzelfde. Dus was het ook om die reden logisch de naam Jahweh met HEERE weer te geven.
1c In het NT is Heer een titel die vaak op Jezus betrekking heeft. Dan is het beeld van een dienende Jezus - als een vervloekte gestorven aan een kruis - zo indringend, dat het niet in je opkomt om bij Heer aan het Almachtige Opperwezen te denken. 'Jezus is Heer' zeggen, betekent hem - ondanks zijn vernedering - de hoogste eer geven omdat je gelooft dat hij de Levende, de Opgestane is. Hem tot heer en meester verklaren en daarmee van jezelf zeggen dat je zijn knecht, leerling, dienaar of ondergeschikte bent. Het is vooral een politieke uitspraak. Je zegt daarmee dat niet de keizer in Rome (of Trump in Washington of Poetin in Moskou) jouw baas is, maar dat je bij Jezus wilt horen. Ook dat je waarschijnlijk niet je zin krijgt, maar een verliezer bent (in deze wereld) en een kruis krijgt te dragen.
2 Eerste helft twintigste eeuw was het Karl Barth die een alternatief voorstelde en uitwerkte. Niet beginnen bij wat we al van God menen te weten en dat aanvullen door wat de Bijbel nog meer over God leert. Maar bij de Bijbel beginnen, ihb bij Christus en van daaruit bedenken wie of wat God is. (van het bijzondere naar het algemene, analogia fidei). Deze zgn dialectische theologie theologie werd in ons land vooral bekend door Miskotte en Noordmans. Toch blijft ook bij deze inzet God verbonden met alles wat er aan lief en leed in de schepping en de geschiedenis van mensen en volken gebeurt. Zie W.M. Dekker die uitlegt dat we moeten onderscheiden tussen Gods hart en Gods hand, zijn eigenlijke en oneigenlijke werk. Mij is dat allemaal veel te speculatief, het legt mijn waaroms niet het zwijgen op en het verandert niets aan mijn desillusie.
3 Vergelijkbare vragen: 'U die alles kunt', waarom laat U de ellende voortduren en zelfs steeds meer uit de hand lopen? 'U die alle dingen weet', waarom bent U toch ooit aan mensen begonnen?
4a Een goede vriend suggereerde de via negativa oftewel de apofatische (ontkennende) theologie. Die stelt dat onze woorden niet passen op de werkelijkheid die God is. Onze begrippen zijn geboren in de omgang met onze menselijke wereld. Ze bestaan in contrast tot elkaar, bv liefde en haat. Kun je dan zeggen God is liefde? Nee, Hij is niet liefde zoals wij mensen dat woord opvatten: Hij is niet-liefde. Maar is Hij dan haat? (want dat is niet-liefde).
Nee, God is niet haat zoals wij mensen dat woord invullen: Hij is niet-haat
Hij is niet liefde en niet niet-liefde (haat). Hij is niet haat en niet niet-haat (liefde). Hij is voorbij onze woorden, voorbij alle dualiteit. Voorbij het denken. Volstrekt transcendent.
Hoe behartenswaardig ook, deze inzichten, de vraag blijft hoe iemand kan weten dat God zo extreem anders is, dat geen enkel menselijk woord op Hem van toepassing is.
Mozes, de profeten, Jezus en de apostelen waagden het toch maar over God te spreken. Zij wisten dat sommige woorden, uitdrukkingen, gelijkenissen meer geschikt waren dan andere. Bij die bijbelse traditie wil ik aansluiten, in het besef dat die taal een spreken bij benadering is: het zijn analogieën (> 4c) en symbolen (> 4d), niet beschrijvingen van de goddelijke werkelijkheid zelf. Het alternatief is alle woorden, beelden en symbolen loslaten en zwijgen. Daarmee maak ik het mezelf moeilijker dan nodig is.
In de apofatische traditie wordt geleerd dat je om God te vinden, zelf ook non-duaal moet zijn, dwz zonder ego of bewustzijn. Je moet je objectiverende blik, je afstandelijke denken en reflecteren opgeven. Helemaal leeg worden. Dat is verre van eenvoudig, maar je schijnt het te kunnen leren. Er is stilte voor nodig, en je moet niet afgeleid zijn door invallen, gedachten, zorgen of verlangens. Maar op de momenten dat dat gebeurt, kun je je (op een dieper niveau - niet van het ik, maar van het zelf) even één voelen met al wat is. Dat zou dan de religieuze ervaring zijn. Een beleving van de ultieme realiteit (mystiek).
Ik twijfel er niet aan, dat iemand dit oceanische gevoel kan overkomen, maar is dat hetzelfde als God, Christus of de Geest ervaren? De bijbelse verhalen over ontmoetingen met God zijn toch wel heel anders: Mozes bij de brandende braambos (Ex 3: 1 - 6), Elia op de Horeb (1 Kon 19: 9 - 13), de verschijning van de Opgestane aan de Emmaüsgangers (Luc 24: 28 - 32), de bekering van Saulus (Hnd 9: 3 - 9) (2 Kor 12: 2 - 4) enz.
4b Tegenover de via negativa staan de via positiva (bv God is goed, God is machtig) en de via eminentiae (God is algoed, God is almachtig). Dit maakt katafatische (bevestigende) theologie mogelijk.
De vooronderstelling bij deze wegen is, dat er een overeenkomst (analogie) is tussen het zijn van God en het zijn van mens en wereld (de zijnden).
God is niet geheel anders zodat onze taal in het geheel niet geschikt is om iets over God te zeggen (equivook, dan zou er alleen negatieve, apofatische theologie mogelijk zijn)
God is niet precies hetzelfde, zodat onze woorden zonder meer op God kunnen slaan. (univook).
God is tot op zekere hoogte anders, tot op zekere hoogte identiek. Hij is analoog aan onze werkelijkheid. Er is een gelijkenis tussen de Schepper en zijn schepsel, tussen het Zijn en de zijnden: de analogia entis
Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt zich de HEER over wie Hem vrezen. (Ps 103: 13 NBV21).
De dingen die er zijn, zijn een min of meer geslaagde afspiegeling van Gods liefde, macht, zorg, genade enz.
Karl Barth heeft bezwaar aangetekend tegen de analogia entis en de daarmee verbonden natuurlijke theologie (zie noot 2)
4c De drie wegen via positiva, negativa en eminentiae heten samen ook wel de triplex via.
4d Een vierde weg is die van metaforen en symbolen (God is licht, God is een rots), rituelen (doop), beelden (duif), verhalen (bv gelijkenissen van Jezus: mashal) gebruiken om dat waar geen woorden voor zijn,over te brengen. (> narratieve theologie)
5 Zeker is gids ook een soortnaam net als God, maar minder beladen. Met gids is nog maar weinig gezegd; alles ligt nog open voor de precisering, de invulling die het van Jezus krijgt.
De titel gids sluit aan bij Jezus als 'Leidsman en Voleinder van het geloof' (Hebr 12: 2), de goede Herder (Joh 10) en past bij geloof als navolging.
6 Paulus noemt Jezus het beeld (Gr eikoon) van de onzichtbare God (Kol 1: 15)
7 Marion noemt het ontologische Godsbeeld een eidoolon. God verschijnt als een eidoolon voor het bewustzijn dat Hem wil begrijpen en fixeren in een beeld, ontwerp, concept. De idool-God is eigenlijk een projectie van de eigen wensen, behoeften, belangen van de gelovige, die Hem aanziet. De idool-God fixeert de blik.
Volgens Marion is het omgekeerde ook mogelijk: niet ik zie (projecteer) God, maar God ziet mij aan. Hij verschijnt als een eikoon voor het bewustzijn dat voor Hem open staat, dwz dat van Hem geen kennis, of ontwerp heeft. De gelovige ontvangt de ikoon-God.
Dieu sans l’être: théologiques, hors-texte, Fayard, Parijs, 1982. Een inleiding in het denken van Jean Luc Marion biedt Ruud Welten.
8 Ik vermoed dat wat ik bedoel, ook in de levens van Albert Schweitzer, Henry Nouwen, Dag Hammarskjöld en anderen naar voren komt.
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |