Ook interessant
blogs over:
etymologie of herkomst van het woordje God, Deus, Theos, El,
etymologie van religie,
crisis van polytheïsme en opkomst jahwisme
etymologie of herkomst van het woordje God, Deus, Theos, El,
etymologie van religie,
crisis van polytheïsme en opkomst jahwisme
Ipv Transcendentie
Van oudsher is God opgevat als Schepper, Opperwezen, het Zijn en zijn eigenschappen omschreven als eeuwig, alomtegenwoordig, almachtig, alwetend enz. Mijn ervaring is, dat die allesoverstijgende (transcendente) aankleding van God een belemmering vormt voor mijn geloof. Kan het ook anders?
God - omschrijving (1)
Hoe zou je kunnen omschrijven wie of wat we met het woordje God bedoelen?
God – omschrijving (2)
Op zoek naar een eerste omschrijving voor God. En waarom natuurlijke theologie en algemene openbaring niet te gebruiken zijn.
God - omschrijving (3)
Je hoeft het niet eerst eens te zijn over het bestaan van God voordat je het over God volgens de christelijke opvatting kunt hebben. Elke opvatting over God, goden, het heilige, het allerbelangrijkste kan als uitgangspunt dienen.
God - omschrijving (4)
Het christelijk geloof is geen tijdloos idee of een eeuwige waarheid maar de interpretatie van een concrete persoon nl van Jezus en zijn weg van liefdebetoon, lijden, sterven, begraven worden en opstanding uit het dodenrijk.
Vader, Zoon en heilige Geest (klassiek)
Voor het geloof is Jezus voluit mens, en is in hem God op een unieke wijze tegenwoordig. Hoe zijn die twee naturen samen te denken? (christologisch dogma)
Een vraag die daarmee in verband staat is, hoe Jezus die en God en mens is, 'in' de eeuwige God past.(trinitarisch dogma: God de Vader, Zoon en Heilige Geest)
Een vraag die daarmee in verband staat is, hoe Jezus die en God en mens is, 'in' de eeuwige God past.(trinitarisch dogma: God de Vader, Zoon en Heilige Geest)
Vader, Zoon en heilige Geest (modern)
Een moderne interpretatie van het trinitarische en christologische dogma
God - Etymologie
Waar komt het woordje God vandaan?
Polytheïsme en Monotheïsme
De crisis van het polytheïsme in de late bronstijd in Egypte, Babel en Kanaän
De oorsprong van het Jahwisme, de streng monotheïstische religie van Israël
zie ook preek Ruth 1: 16v
De oorsprong van het Jahwisme, de streng monotheïstische religie van Israël
zie ook preek Ruth 1: 16v
God van de Filosofen
De vraag of God bestaat en wie of wat God is, is ook door filosofen en theologen opgepakt en van een antwoord voorzien. Hun uitgangspunt is het idee of begrip God. Hun methode is deductie: uit enkel het begrip leiden ze op logische wijze allerlei nadere eigenschappen van God af. De bekendste en invloedrijkste voorstelling die zo ontwikkeld is, is het volmaakte Opperwezen.
God van de Natuurwetenschappers
Met de vraag of God bestaat en wie of wat God is hebben ook de natuurwetenschappers zich bezig gehouden. Hun uitgangspunt is de concrete werkelijkheid van zon en sterren en van de levende natuur: planten, dieren en mensen. Zij willen weten wat iets is en hoe het functioneert. Wat levert hun onderzoek op voor de vraag naar God?
Godsbewijzen
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |