Natuurlijke Theologie en Algemene Openbaring?


Omschrijving
Onder natuurlijke theologie (theologia naturalis) verstaan we de kennis van God (theologie) die een mens
  • van nature eigen is (zgn ingeschapen of aangeboren Godskennis) of
  • kan verwerven door de natuur en de geschiedenis te bestuderen.
Natuurlijke theologie is het tegenovergestelde van geopenbaarde theologie (theologia revelata).
Met natuurlijke theologie is dus niet theologie van de natuur/schepping bedoeld en ook niet ecologische of groene theologie.

Voorbeelden van aangeboren Godskennis:
  • Het besef dat God bestaat.
    Dat zou verklaren dat je wereldwijd onder alle volken godsdiensten aantreft. Alle mensen zijn religieus.
  • Het geweten dat kennis heeft van goed en kwaad.
    Dat zou wijzen op een morele orde: een God die wetgever en rechter is.
Voorbeelden van verworven Godskennis:
  • Het bestaan van de natuur zou wijzen op een Schepper die al wat bestaat heeft bedacht en gemaakt en dat in stand houdt.
  • De loop van de geschiedenis zou wijzen op een Koning die regeert.
Openbaring
De vooronderstelling is dat God zich middels Godsbesef, geweten, natuur en geschiedenis laat kennen aan iedereen: de zgn. algemene openbaring. De algemene openbaring zegt niet alles over God, maar wel belangrijke basale dingen. Het is aan de natuurlijke theologie om die kennis te verzamelen.
NB: deze Godskennis is dus niet specifiek christelijk. De eerste die er mee begon was de Romeinse geleerde Marcus Terentius Varro. Hij leefde toen Jezus nog niet eens geboren was (116 - 27vC).1 
Omdat de algemene openbaring te kort schiet, moet de natuurlijke theologie aangevuld worden met wat God over zichzelf bekend maakt door Mozes, de profeten en ihb Jezus Christus in de Bijbel. Deze aanvulling heet bijzondere openbaring.

Belang
De denkers van de kerk stonden en staan welwillend tegenover de natuurlijke theologie2. Ze zagen hier de mogelijkheid van een gemeenschappelijke bodem voor het geloofsgesprek met filosofen, dissidenten, ketters, mystici, atheïsten en aanhangers van de andere godsdiensten. Kuitert (1924 - 2017) zocht altijd weer naar datgene wat geloofsinhouden verbindt met de wetenschappelijke kennis van de werkelijkheid. Zonder zo'n verbinding zou theologie niet thuis horen aan de universiteit.3 De theologen van de kerk vonden in de Bijbel allerlei teksten die hun opvatting over openbaring en natuurlijke theologie ondersteunden, vooral Rom 1 en 2.
Voor Karl Barth daarentegen was de natuurlijke theologie een onbegaanbare weg. Theologie moest bij de Bijbel, ihb bij Christus beginnen; niet vanuit algemene ideeën naar God opklimmen. Dat leidt maar tot religie en dat is volgens hem feitelijk ongeloof, afgoderij, heidendom, eigengerechtigheid. Dat zegt hij dus ook over het christendom (!) dat zo vaak op natuurlijke theologie is gebaseerd. 

Problematisch
1) Wie inzet bij de algemene openbaring en de natuurlijke theologie krijgt een eerste Godsbeeld op hoofdlijnen. Daaraan ontbreekt alles wat Mozes en de profeten over God hebben gezegd en alles wat God in Jezus over zichzelf heeft bekend gemaakt. Dat algemene Godsbeeld moet dus bijgesteld worden vanuit de Bijbelse gegevens (bijzondere openbaring) om het christelijk te maken. In de praktijk is die bijstelling niet goed mogelijk. In het eerste Godsbeeld overwegen zozeer de transcendente abstracte eigenschappen (zoals eeuwig, alomtegenwoordig, alwetend, almachtig, onveranderlijk) dat zijn voornaamste eigenschap - de liefde - (ontferming, genade, trouw, begrip, mede-lijden) er gekunsteld aan moet worden toegevoegd. Alsof het iets bijkomstigs is, terwijl die volgens het evangelie de hoofdzaak is.

2) Dat eerste Godsbeeld is te omschrijven als 'de macht die al wat is doet zijn en al wat gebeurt laat geschieden'. Het ene Oerprincipe van de filosofie. Het Zijn dat alle dingen aanzijn verleent. In de taal van de natuurlijke theologie: de Schepper. Vaak theïstisch gedacht als het Opperwezen, maar er zijn ook andere voorstellingen mogelijk: deïstisch, pantheïstisch, panentheïstisch. In elk van deze Godsbeelden is God de Almachtige, die alles in de hand heeft (theïsme), of eens in gang heeft gezet (deïsme), of die alles bezielt (pantheïsme), of de hogere dimensie in wie (vgl Hnd 17: 28) alles is en leeft en beweegt (panentheïsme). In alle gevallen roept dat per direct de waarom-vraag of theodicee op. Waarom is de Schepping van de Almachtige doortrokken van natuurlijk kwaad: aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, orkanen, tsunami's, blikseminslagen, virussen, bacteriën, roofdieren, akelige ziektes, gebreken en dood? Waarom heeft God mensen gemaakt die tot liegen, stelen, geweld, moord en oorlog in staat zijn? Hoe is dat te combineren met de God van ontferming, genade en vergeving die in Jezus woorden, daden, lijden en sterven naar voren komt? Wanneer je inzet bij de natuurlijke theologie zijn deze vragen niet te ontlopen, maar een antwoord is er niet. Dit is de brandstof van het atheïsme en de kerkverlating.

3) Als het waar is, dat de mens van God vervreemd is (zonde), dan is niet alleen zijn doen en laten aangetast (egocentrisch), maar is ook zijn denken niet zuiver meer. Het staat in dienst van zelfhandhaving. Ook in zijn godsdienst gaat het mis. Hij gebruikt het om zichzelf te rechtvaardigen (trots, hoogmoedig) en Gods liefde niet nodig te hebben.
Om God te kennen en zuiver over Hem te spreken, is het nodig met Christus gestorven en opgestaan te zijn. De oude mens (mijn egocentrische ik) die God in zijn liefde niet kent, moet eerst plaats maken voor de nieuwe mens (ik voortaan allocentrisch) die door Christus voor Gods liefde werd ingenomen. Dan pas is de ware Godskennis4 mogelijk. Maar dat is niet het vertrekpunt van de natuurlijke theologie. Natuurlijke theologie is de zoveelste constructie waarin de oude mens zich te weer stelt tegen de God van het evangelie.


4) We weten uit onszelf wel wat macht, liefde, kennis, vrijheid enz is. We doen er ervaring mee op tijdens ons leven in deze wereld. We kunnen er ook nog over filosoferen. Maar wat we niet van nature weten, is wat deze woorden betekenen als het over God gaat. Eerst moeten we God kennen, zijn hart, zijn intenties, dan pas zien we:
  • Gods macht is niet wat wij onder macht verstaan (almacht), maar de macht van zijn liefde.
  • Zijn liefde is niet wat wij onder liefde verstaan (een gevoel) maar de alle weerstand overwinnende liefde die Hij in Christus heeft bewezen.
  • Zijn alwetendheid is niet dat hij alle feiten kent, maar de wijsheid van zijn liefde.
  • Zijn vrijheid is niet zoals onder mensen willekeur (doen waar je zin in hebt), maar de vrijheid van zijn liefde
  • Zijn onveranderlijkheid is niet starheid zodat Hij niet te verbidden is, maar de onveranderlijkheid van zijn liefde.
5) Als een uitvinder iets nieuws maakt, moet hij een naam verzinnen. Het beste sluit hij aan bij iets wat al langer bestaat en bekend is. Dat zegt tenminste al iets. Dat kun je niet van een nieuw woord zeggen. Zo noemen de gebroeders Wright hun uitvinding Flyer (1903) en niet bv Plux. Wie Flyer hoort, snapt dat het met vliegen heeft te maken. Maar pas als hij het ding ziet, weet hij dat het om een machine gaat die in weinig of niets lijkt op een vlieger, een luchtballon of vliegende wezens als vogels en insecten. 
God kreeg zijn naam (El) in aansluiting bij de bekende goden (Elohiem) van destijds. Dat was in zoverre terecht dat - volgens het geloof van Israël - deze God alle andere goden in de schaduw zou stellen. Deze ene, de ware God zou de goden te kijk zetten als leugengoden, afgoden, niet meer dan beelden en bedenksels van mensen, niet tot redding in staat. El is de grote rivaal van alles wat mensen verafgoden: geld en handel; macht, wapens en geweld; ideologie en strijd; land en volk; genot, sex en drugs. De bevrijder van mensen die onder zulke goden gebukt gaan.
Maar als El zo grondig van de Elohiem verschilt en niets met hen gemeenschappelijk heeft, dan hebben we niets meer aan de Elohiem om ons een idee van El (God) te vormen.

En omdat we van nature / uit onszelf ook al niet weten wat met het woord El of God bedoeld wordt, lopen we helemaal vast. Bij een naam als Flyer hadden we nog een idee - iets met vliegen - maar bij El of God niet meer: het is een naam even onbegrijpelijk als Plux. Een andere naam voor die Ene is Jahweh. Dat betekent: Ik ben ik en/of Ik zal er zijn. Nietszeggend (ik ben ik) en veelbelovend (ik zal er zijn) tegelijk. Maar wie of wat is die Ik? Een Geest? Weten we dan wat dat is en wat voor eigenschappen daar bij horen?

Het beste wat we kunnen zeggen: God is een ander woord voor 'Iets' (als in de zin: ik geloof wel dat er Iets is). Mooier gezegd God is 'het geheim van de werkelijkheid' (Jüngel). Dan laten we het nog helemaal open, om ons te laten verrassen.5

Communicabel?
Het ging er in de natuurlijke theologie om, het gesprek tussen gelovigen en anders denkenden mogelijk te maken. Het idee was, dat dat kon op basis van een Godsbegrip waarover iedereen het wel eens moest zijn als hij zijn verstand goed gebruikt. Er waren zelfs Godsbewijzen voor (en die worden nog steeds bedacht). Op die gezamenlijke bodem kon het gesprek vervolgens gaan over hoe dat algemene eerste Godsbeeld moest bijgesteld worden: op z'n islamitisch, Joods, katholiek, calvinistisch, luthers, dopers, mystiek enz. Maar als natuurlijke theologie niet kan, is er niet zo'n gemeenschappelijke basis. Hoe leg je dan aan buitenstaanders uit, wie of wat God is, wat geloven is?

Het antwoord: dat valt niet uit te leggen. En dat is maar goed ook, want begrippen, definities, redeneren, bewijzen en concluderen maken van geloven een logische geloofsleer waar het verrassende uit weg is. Zo de leer over de twee naturen van Jezus, de verzoening, de voorzienigheid in NGB en HCat. Geloven in christelijke zin is niet van een droge geloofsleer overtuigd worden, maar door het evangelie voor God ingenomen worden. 

Toch valt het geloof wel over te brengen, nl middels Bijbelse verhalen, want verhalen werken anders dan begrippen. Ze doen een beroep op de verbeelding. Ze ontroeren, zetten aan het denken, ze roepen ergernis op of bewondering. Daarover kun je het met elkaar hebbben. Het is niet voor niets dat de Bijbel vol staat met verhalen en gedichten, dat Jezus gelijkenissen sprak, dat zijn leven in verhaalvorm wordt gebracht, dat het evangelie pas open gaat als de Passio als sleutelverhaal verteld wordt.
Als de boodschap overkomt, is dat niet door slim redeneren met begrippen, maar door God zelf die door de verhalen het woord neemt. Dan worden buitenstaanders voor Jezus en zijn God gewonnen. Dan verdiept zich het geloof bij christenen en vinden zij troost, correctie, moed, hoop en vertrouwen.

Fideïsme
De afwijzing van natuurlijke theologie brengt me bij het zgn Fideïsme en de Narratieve Theologie.
Fideïsme6 houdt (naar mijn idee) in dat je alleen vanuit Christus / je geloof / kruis en opstanding iets zinnigs over God kunt zeggen. Je moet eerst een nieuwe mens zijn geworden.
Fideïsme is geen biblicisme, fundamentalisme of spiritualisme.
Zinnig spreken over God is alleen mogelijk in de vorm van verhalen. Narratieve Theologie is daar (in mijn opvatting) de bezinning op.



-----
1 Varro onderscheidde: theologia mythica (godenverhalen), theologia civilis (godsdienstigheid in de praktijk: offers, feesten enz) en theologia naturalis: wijsgerige theologie. De laatste is dus niet gebaseerd op godenverhalen of volksrituelen, maar op filosoferen over het denken en over de werkelijkheid (de natuur en de kosmos)
2 Via Augustinus, die Varro bespreekt, komt de term natuurlijke theologie in de christelijke theologie en begint aan zijn opmars. Een mijlpaal is het werk van Thomas van Aquino die in zijn Summa Theologiae (1265) vijf Godsbewijzen levert. Eerder al had Anselmus nog een ander Godsbewijs geleverd: het ontologische (Proslogion +/- 1077). De term raakt voorgoed ingeburgerd in de theologie door het werk Theologia Naturalis van Raymond van Sabunde (1385 - 1436). Het werd posthuum gepubliceerd in 1485. 
3 H.M.Kuitert, Filosofie van de Theologie.
Anderen hebben daar in het geheel geen problemen mee: Bekend is de uitspraak van kerkvader Tertullianus (160 - 230) 'Wat heeft Athene met Jeruzalem te maken?' Een andere uitspraak "ik geloof omdat het absurd is' wordt ten onrechte aan hem toegeschreven. Hij heeft het zo niet gezegd. Andere fideïstische denkers: Pascal (het hart heeft zijn redenen die het verstand niet kent), Kierkegaard (sprong in het geloof), Theo de Boer (De God van de Filosofen en de God van Pascal), Willem van Ockham (1287 – 1347)  Michel de Montaigne (1533 – 1592)  Pierre Bayle (1647 – 1706), F.D.E. Schleiermachter (1768 - 18341), Dostojewski (1821 - 1881). L. Wittgenstein (1889 - 1951), W. James (1842 - 1920). Lev Sjestov (1866 - 1936). C. S. Evans (Faith Beyond Reason. 1998), J. Bishop (Believing by Faith, 2007), D. Pritchard (Faith and Reason, 2017).
Omdat hij de rede inperkte om ruimte te maken voor geloof, zou je Kant (1724 - 1804), zo rationalistisch als hij was, ook bij tot het Fideïsme kunnen rekenen.
4 En dus ook zelfkennis. Je zelfbeeld bepaalt je Godsvoorstelling en omgekeerd.
5 Volgens Cusanus (1401 - 1453) schieten onze woorden tekort om ook maar iets zinnigs over God te kunnen zeggen. Onze woorden horen bij deze wereld, maar Gods wereld is een andere. Ook een woord als bestaan past niet op God. En zelfs het woordje God niet. Dat is maar een woord waar wij een idee (vaag of helder) bij hebben, maar in hoeverre dat idee werkelijk op God slaat, weet niemand. We gebruiken het woordje God - opgevat als datgene waar we ons geloof op richten - bij gebrek aan beter. 
6 Er bestaan verschillende vormen van fideïsme, al naar gelang de waardering van het denken en de religieuze ervaring. Men kan sceptisch over de rede zijn, die principiëel afwijzen (Kant) of fel bestrijden (Sjestov). Dat brengt Fideïsme in de buurt van scepticisme en irrationalisme. Mildere opvattingen zien wel een rol voor de rede weggelegd, nl voor het uitleggen van het geloof in aansluiting aan de contemporaine cultuur (Schleiermacher) of om iets van het geloof uit te leggen (Pascal's weddenschap). Op basis van de fenomenologische methode van Husserl (opschorten van oordeel) ontwikkelden Jean Luc Marion en Emmanuël Levinas een filosofie die wel eens 'postmetafysisch fideïsme' wordt genoemd.
De voorrang voor de religieuze ervaring kan algemeen zijn (James) of exclusief beperkt tot de Bijbelse boodschap (Barth).







 
terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
art - artikel (van de NGB)
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel / of anders)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804
MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret
NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
nl = namelijk
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (achtereenvolgens)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
v/a = vraag en antwoord
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV12 = Willibrord Vertaling 2012
Z = zondag (vd HCat)
zgn = zogenaamd

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
(     ) bevatten verduidelijking

{    } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×