Joh 11: 25v


Ik ben de opstanding en het leven1

(Zie ook algemene inleiding op de Ik-ben woorden)

 

1: Lectio - wat staat er wel en niet?

Joh 11: 23 - 27
Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ 25Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding2 (Gr anastasis) en het leven
(Gr zooè). Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ ‘Ja, Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat U de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’ (NBV21)

Context
Deze woorden staan in het hoofdstuk over Lazarus, een vriend van Jezus (Joh 11: 3), broer van Maria en Marta (Joh 11: 1 - 3), drie mensen die Jezus liefheeft (Joh 11: 5 en 36). Lazarus is ziek, gestorven en ligt al vier dagen in zijn graf (Joh 11: 17 en 39). Jezus wachtte twee dagen3 en was te laat om Lazarus te genezen (Joh 11: 6 en 14). De zussen verwijten Jezus dat hij nu pas komt (Joh 11: 21 en 32) en ook anderen doen dat (Joh 11: 37). Jezus ergert zich daaraan (Joh 11: 33 en 38) maar is ook tot tranen toe bewogen om de dood van zijn vriend (Joh 11: 35). Nu zal hij hem opwekken uit de dood. Na een gebed (Joh 11: 41vv) roept hij eenvoudig dit bevel: 'Lazarus kom naar buiten' (Joh 11: 43). Dan...komt de dode tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. (Joh 11: 44 - NBV21).

We komen de combinatie opstanding en leven in de Bijbel alleen nog tegen in Joh 5: 28v Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, 29 en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.  (NBG51)


2: Meditatio – overwegingen

Dood en leven
In Joh 11 vinden we de volgende opvattingen over dood en opstanding:

  • de discipelen denken aan slapen en wakker worden (Joh 11: 11vv), niet aan een letterlijke opstanding van een dode uit zijn graf. Dit is een van die typische misverstanden in Joh.
  • Marta denkt als de meeste van haar tijdgenoten aan de opstanding op het einde van de geschiedenis, bij de komst van de Messias (Joh 11: 24 en 27) als de graven open gaan en ieder mens geoordeeld zal worden. Zo bijv de Farizeeën. De Sadduceeën wijzen deze opvatting af (Luc 20: 27).
  • dood is dood. Het graf moet maar dicht blijven, want na vier dagen is de geur ondraaglijk (Joh 11: 39). Duidelijk is, dat hier aan de fysieke, letterlijke dood is gedacht; niet aan allerlei andere vormen van doodsheid (verdriet, zorgen, sleur, verveling, schaamte, eenzaamheid etc)
  • niemand rekent met de opstanding van Lazarus op zomaar een dag in de loop van de geschiedenis.

 

Waarom dit wonder?
Waarom doet Jezus dit wonder? Jezus geeft twee redenen op

  1. het is ter ere van God en zijn Zoon (Joh 11: 4), om Gods grootheid te tonen (Joh 11: 40)
  2. opdat de mensen zullen geloven (Joh 11: 4 en 14v en 41) dat Jezus door God gezonden is (Joh 11: 14v en 41) en hem als de Zoon van God zullen eren.

Ad 1. De opstanding van Lazarus is tot eer van God en Jezus: wat groots dat Jezus en zijn God macht hebben over de dood en die willen inzetten voor wie hen liefhebben en geloven!
Ad 2. Het wonder bevestigt, bewijst of legitimeert Jezus: het kan niet anders of hij is de Zoon van God.
Door dit wonder wordt Marta wel en niet in haar geloof bevestigd. Ja, hij is de Messias en nee, dit is niet het einde van de geschiedenis. Zij en haar tijdgenoten moeten hun geloof  mbt de opstanding der doden herzien.

Welke herziening?
De geschiedenis gaat gewoon door en ieder mens moet nog steeds naar lichaam en ziel sterven. Dat is onveranderd gebleven. Maar in een mens kan iets nieuws op gang zijn gekomen: het geloofsleven, het leven met Christus, uit zijn Geest, het eeuwige leven. 

  • Anders dan de eeuwigheid heeft het wel een begin: nl wanneer je door Jezus voor de liefde van God wordt ingenomen en je je kleine (egocentrische) ik opgeeft om de Geest van Christus ruimte te geven.
  • Maar dit nieuwe leven heeft geen einde, daarom heet het 'het eeuwige leven'. Dat is dus niet hetzelfde als 'naar de hemel gaan'. Het gaat  om een kwaliteit van leven. Leven met een hoofdletter, dat in het aardse bestaan al kan beginnen en dat na het aardse leven doorgaat.
Daarom zegt Jezus (Joh 11: 25) Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft. En ook: (Joh 11: 26) ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. (NBV21)  Op het eerste gezicht spreken vers 25 en 26 elkaar tegen: wie gelooft sterft <> wie gelooft sterft nooit. Maar in vers 25 betreft sterven het lichaam, de oude bestaanswijze. In vers 26 betreft sterven het nieuwe leven. De tegenstrijdigheid lost op als we zo parafraseren: Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij (lichamelijk) sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft (diens nieuwe leven) zal nooit sterven.
De opstanding der doden vindt dus niet alleen plaats op het einde der geschiedenis (ook dan - Joh 5: 28), maar al eerder, nl als een mens tot geloof in Jezus komt en overgaat van dood naar leven, van leugen naar waarheid, van de duisternis naar het licht.  Vandaar het nadrukkelijke: Ik, Ik ben de opstanding en het leven (nu al). Opstanding is er niet pas op het einde van alles, maar gebeurt op het moment dat iemand opnieuw, van boven geboren wordt (Joh 3: 3 - 5).
Het duidelijkste van de Bijbelse voorbeelden vinden we in Luc 15 waar de verloren zoon naar huis terugkeert. Zijn vader zegt dan tot de knechten: deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” (Luc 15: 24 NBV21) en tot de oudste zoon: je broer was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.”’Luc 15: 32 NBV)


3: Oratio – een gebed

Here Jezus,

Uw liefde raakte mij aan.
U roept mij uit de dood naar het leven.

Als Lazarus ben ik opgestaan.
Nog gewikkeld in linnen doeken
strompel ik mijn graf uit
mijn ogen knipperen tegen het licht.
Alles nog zo onwennig.

Maar mijn kleine is er nog steeds:
mijn buien en begeerten,
mijn angsten en zorgen,
mijn vooroordelen en eigenwijsheid,
het ligt niet echt achter mij
Al die ingesleten patronen
 - hinderlijk als ze zijn -
draag ik als grafdoeken met mij mee.

Zal ik ooit worden
de mens die U in mij ziet:
helemaal ont-wikkeld?
Bevrijd van ikzucht
Voorgoed toegewijd aan het leven?

Heb geduld met mij.
Ik probeer af te leggen wat bij vroeger hoort,
Bekleed mij met geloof, hoop en liefde.

 

4: Contemplatio – verstillen

Ben ik te aarzelend, te voorzichtig, te gereserveerd opgestaan? Dan blijf ik meer met het oude bezig dan goed voor mij is. Ik kan me beter op het nieuwe richten, me daarin oefenen en proberen met vallen (dat is onvermijdelijk) en opstaan (dat mag altijd weer) wat vooruitgang te boeken. Dat neem ik me voor.



-----
1 εἶπεν αὐτῇ ὁ Ἰησοῦς· ἐγώ εἰμι ἡ ἀνάστασις καὶ ἡ ζωή· (Joh 11: 25 - NA28)

2 Anastasis of opstanding heeft vrijwel het gehele NT betrekking op de opstanding uit de doden op het einde der tijden (bv Mat 22: 23 - 31) maar ook van Jezus uit graf en dood, ten derde dage (Hnd 1: 22, 1 Kor 15).
Het andere woord in dit verband heeft veel meer betekenissen: egerthè kan slaan op uit de dood opstaan (Mat 14: 2; 27: 52), speciaal van Jezus (oa Mat 28: 6v; Mc 16: 6; Luc 24: 6 en 34; Joh 2: 22; 21: 14; Hnd 13: 30; Rom 4: 24v; 8: 34; 1 Kor 15 passim). Het komt van egeiroo dat behalve wekken (Mat 8: 25), overeind komen (Mat 8: 26) ook opstaan om te vertrekken (Mat 26: 42), uit je bed komen (bv Mat 1: 24), geboren worden (Mat 11: 11)  of verwekken (Mat 3: 9), omhoog trekken (Mat 12: 11), herrijzen (Joh 2: 19); figuurlijk opstaan (bv van valse profeten Mat 24: 11) kan betekenen.
Bij egeiro is de dode passief: hij wordt opgewekt door God op de jongste dag, of in het midden van de geschiedenis (Jezus). Bij anastasis is de dode actief: hij staat zelf op uit de dood. In het geval van Jezus ligt dat voor de hand: als Messias en Zoon van God heeft hij die macht. In het geval van gewone stervelingen gaat het om een opstaan op bevel van God die levenden en doden zal oordelen.
3 buiten Judea omdat daar de vijandschap toeneemt (Joh 11: 8 en 16 en 54 - 57) in het Overjordaanse (Joh 10: 40).

 

 

 

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
art - artikel (van de NGB)
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel / of anders)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804
MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret
NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
nl = namelijk
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (achtereenvolgens)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
v/a = vraag en antwoord
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV12 = Willibrord Vertaling 2012
Z = zondag (vd HCat)
zgn = zogenaamd

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
(     ) bevatten verduidelijking

{    } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×