Eeuwig - Eeuwigheid


Inleiding
Het woordje eeuwig gaat terug op ewa, aiwaz: lange tijdsduur, levensperiode. Dat klinkt nog door in uitspraken als het duurde een eeuwigheid, het is een eeuwigheid geleden. Het kan ook (hyperbolisch - overdreven) gebruikt worden om op iets te wijzen dat steeds weer terug komt: dat eeuwige gezeur.
Eeuwig in de zin van altijd, onophoudelijk, zonder begin of einde, tijdloos is een latere ontwikkeling, bv eeuwige natuurwetten.
Iets kan ook voor eeuwig bedoeld zijn, zonder dat het eeuwig is, bv eeuwige trouw = levenslange trouw.
In de praktijk moet trouwens nog blijken of de trouw werkelijk levenslang is. Als een van beide partijen dat niet wil of kan opbrengen, is het voorbij. Eeuwig kan dus ook met een intentie verbonden zijn.
Tenslotte kan eeuwig ook aangeven dat iets in dit leven begint na dit leven doorgaat in het hiernamaals: bv je ziel of geest. Jezus (in het Joh evangelie) zegt vaak dat je het eeuwige leven kunt hebben.

Vaak vatten we eeuwig op als altijd durend, zonder begin en einde, tijdloos, onveranderlijk. Een mens is dat allemaal niet, maar net als alle andere wezens en dingen eindig. Een mens die sterft, raakt uit of buiten de tijd. Hij is voor wie gelooft in het hiernamaals, de eeuwigheid, de hemel. Volgens filosofen en theologen is alleen God eeuwig, zonder begin of einde in de tijd, tijdloos. De Bijbel lijkt daar minder in geïnteresseerd dan in het gegeven dat God in de tijd sprekend en handelend optreedt, zie bv Ps 136. Het woordje eeuwig komt nogal eens in de Bijbel voor. Welke betekenissen heeft het daar?

Eeuwig in het OT - 'olaam1
In het OT is eeuwig de vertaling van het Hebreeuwse (440 x)  en Arameese (20x) 'olaam. Synoniemen zijn  'ad en netsach. De woordjes betekenen een hele lange periode binnen de geschapen werkelijkheid (Ps 78: 69), dus niet de tijdloze eeuwigheid daar boven of daar buiten.
Hoe lang? 'Olaam kan een mensenleven (Ex 21: 6) duren of een aantal generaties (1 Sam 27: 12), zolang zon en maan bestaan (Ps 89: 37v), in principe eindeloos. (Soms is 'olaam een hyperbool (Ps 52: 11), of een liturgische term (Ps 41: 14)

Het 'in principe' geeft aan dat het om een intentie gaat: de bedoeling is dat een bezit, koningschap, verbond enz blijvend, voor altijd - 'olaam - is. Maar aan dit voor altijd kan wel een einde komen. Bv als Eli (1 Sam 2: 30) of het volk (Jes 24: 5) zich niet houden aan de afspraken. Als van menselijke kant aan de voorwaarden niet wordt voldaan, houdt God het verbond ook niet meer in stand.

In reactie daarop spreken Jes (54: 8 - 10; 55: 3; 59: 21), Jer (32: 40; 50: 5) en Ez (16: 60; 37: 26) van een nieuw en eeuwig verbond, dat anders dan de eerdere verbonden wel onvoorwaardelijk is.2

Dat geldt ook voor de verbonden die de structuur van de schepping waarborgen (Gen 9: 16; Ex 31: 16v) en de feestdagen en gebruiken (Gen 17: 8; Ex 12: 14, Num 15: 15). God houdt aan deze afspraken vast, ook als Israël dat niet doet.

Deze bevindingen corresponderen met Gods trouw, rechtvaardigheid, liefde en andere eigenschappen. Die zijn volgens de Psalmen (33: 11; 103: 14 - 18), Jes (51: 6 - 8; 54: 8) en Jer (31: 3b) in principe 'olaam: van het allereerste begin tot in de verste toekomst en onvoorwaardelijk. Die hangen niet af van het gedrag van mensen, maar zitten in Hemzelf verankerd. Toch kunnen die mooie eigenschappen wel plaats maken voor een periode van toorn, die zeker niet voor altijd is (Jes 57: 16a; Jer 3: 5; Ps 103: 9; Klgld 3: 31; Ps 30: 6).

 

Eeuwig tussen OT en NT - 'olaam / aioonios
In de talrijke Joodse geschriften3 van de intertestamentaire periode4 (+/- jaren 300 vC - tot 50 nC) houdt 'olaam zijn oudtestamentische betekenis: heel lang, altijd op voorwaarde dat... (mits).5  
In deze tijd komen steeds vaker apocalyptische gedachten op over de komst van het Koninkrijk der hemelen (malkuth sjamajiem), ook wel de 'olaam ha-ba (de komende eeuw/wereld) die het einde betekent van deze eeuw/wereld ('olaam ha-zèh). Al dan niet verbonden met uiteenlopende messiaanse verwachtingen. 

De vertalers van de LXX hadden de keus uit twee Griekse woorden om 'olaam weer te geven:

  • Aidios = a-idios: onafgebroken. Dit is in het Grieks het gebruikelijke woord voor eeuwig.
    De vertalers kozen het niet, omdat aidios enkel het aspect van lengte heeft: oneindige duur.
    Ze vonden het andere woord beter:
  • Aioonios van aioon dat lange tijd, eeuwigheid als ook beperkte tijd (tijdperk) kan betekenen 
    Dat is meer geschikt om lange tijd mits (olaam) te vertalen.


Eeuwig in het NT - aiooniosm en aioon
De schrijvers van het NT, bekend met de Joodse denkwijze en de LXX gingen in dit spoor verder. 
Aidios gebruikten ze vrijwel niet, het komt in het NT maar twee keer voor, om iets aan te geven dat altijd zo was, is en blijft.

  • Paulus noemt Gods kracht en goddelijkheid aidios: Rom 1: 20. Het gaat om Gods eeuwige eigenschappen.
  • Judas noemt de banden waarmee de afgevallen engelen gebonden zijn aidios Jud 1: 6. Deze banden zijn eeuwig dwz zolang deze wereld er is. 


Aionios (eeuwig, werelds) komt 70 keer voor in het NT6. Net als 'olaam betekent het

  • een tijdsduur die - binnen de grenzen van de werkelijkheid - nooit eindigt: Filemon moet zijn slaaf Onesimus liefhebben voor eeuwig = voor altijd = zolang hij leeft (Flm 1: 15)
  • een veel langere tijdsduur: eeuwen lang nl. zo lang de mensheid bestaat  (Rom 16: 25)
  • eeuwig : van vòòr het begin der tijden  (2 Tim 1: 9; Tit 1: 2)
  • eeuwig : tot ná het einde der tijden (positief)
    • het eeuwige leven (Mat 19: 16.29; 25: 46, Mc 10: 17.30; Luc 10: 25; 18: 18.30; Hnd 13: 46.48; + 17x in Joh; + 6x 1Joh; + 9x bij Paulus, Jud 1: 21
    • eeuwige tenten (Luc 16: 9); een eeuwig huis (2 Kor 5: 1); eeuwige heerlijkheid (2 Tim 2: 10); eeuwige Koninkrijk (2 Pe 1: 11)
    • eeuwige heil/verlossing/erfenis/verbond (Hebr 5: 9; 9: 12.15; 13: 20) heerlijkheid (1 Pe 5: 10) 
  • eeuwig :tot ná het einde der tijden (negatief)
    • het eeuwige vuur/straf (Mat 18: 8; 25: 41.46; 2 Thes 1: 9; Jud 1: 7)
    • eeuwig oordeel (Hebr 6: 2)
    • een eeuwige (dwz onvergeeflijk) zonde (Mc 3: 29)
  • eeuwig : zonder begin en zonder einde: een eeuwig evangelie (Opb 14: 6), een eeuwig gewicht van heerlijkheid (2 Kor 4: 17), een eeuwige troost (2 Thes 2: 16) de eeuwige God (Rom 16: 26) Gods eeuwige kracht (1 Tim 6: 16); de eeuwige Geest (Hebr 9: 14), het onzichtbare is eeuwig (2 Kor 4: 18)


Het zelfstandig naamwoord Aioon (tijdperk: eeuw of wereld) komt 97 x voor in  het NT

  • nooit meer in de nabije toekomst (Mat 21: 19, Mc 11: 14; Joh 13: 8; 1 Kor 8: 13)
  • voortdurend tot voorbij het einde der tijd (Mc 3: 29; Luc 1: 33.55; Joh 4: 14.16; 6: 51.58; 8: 35.51.52;  10: 28; 12: 34; 2 Kor 9: 9; 11: 31; Hebr 5: 6; 6: 20; 7: 17.21.24.28; 1 Pe 1: 25; 2 Pe 3: 18; 1 Joh 2: 17; 2 Joh 1: 2; Jud 1: 13
  • van oudsher, vroeger, sinds mensenheugenis (Luc 1: 70; Hnd 3: 21; Hnd 15: 18; Joh 9: 32; Ef 3: 9; Kol 1: 26)
  • eeuwig van vòòr het begin der tijd, (1 Kor 2: 7; Ef 3: 9. 11;  Hebr 1: 8) 
     
  • De werelden =  de geschapen werkelijkheid (Hebr  1; 2; 11: 3)
     
  • Apokalyptisch: deze eeuw <>  komende eeuw (Mat 12: 32; Ef 1: 21)
  • Deze tijd / wereld (Mat 13: 22; Mc 4: 19; Luc 16: 8; 20: 34; Rom 12: 2; 1 Kor 1: 20; 1 Kor 2: 6.8;  1 Kor 3: 18; 2 Kor 4: 4; Gal 1: 4; Ef 2: 2; 1 Tim 6: 17; 2 Tim 4: 10, Tit 2: 12; Heb 1: 2 
  • De komende eeuw / wereld (Luc 20: 35; 18: 30; Hebr 6: 5; Mc 10: 30; Ef 2; 7; Hebr 6: 5)
  • De voleinding der wereld ( Mat 13: 39.40.49; 24: 3; 28: 20 1 Kor 10: 11; Hebr 9: 26)
     
  • Lofprijzend: alle eer tot in eeuwigheid Amen (Rom 1: 25; 9: 5; Rom 11: 36; 16: 27; Filp 4: 20; Hebr 13: 8; 1 Pe 4: 11; 5: 11)  van eeuwigheid tot eeuwigheid (Gal 1: 5; Ef 3: 21; 1 Tim 1: 17; 2 Tim 4: 18; Hebr 1: 8; 13: 21; Jud 1; 25  + 13x in Opb bv Opb 1: 6

Het overzicht maakt duidelijk hoezeer het NT een apocalyptisch karakter draagt. Het deelt met de intertestamentaire geschriften de tegenstelling tussen deze wereld en de komende wereld. In deze wereld gedragen de mensen zich slecht, zowel naar elkaar als naar God toe. Mozes en vele profeten hebben keer op keer geprobeerd het volk te bekeren om zo een ramp af te wenden. Dat had hooguit tijdelijk effect, telkens steekt het kwaad de kop weer op. Het is hopeloos: redding van deze wereld is niet meer mogelijk. Er moet een nieuwe wereld komen. Zo staat deze wereld olv de boze < > de komende wereld die de Messias zal brengen.
Het NT verkondigt dat Jezus de Messias is. Wie bij hem hoort door een levend geloof, hoort bij de nieuwe wereld die elk moment kan aanbreken. Wie hem afwijst, blijft bij de oude wereld horen die geoordeeld is7. 

Het is opvallend hoe creatief de schrijvers van het NT waren om deze boodschap onder woorden te brengen: Mat, Mc en Luc/Hnd verschillen van Joh. Paulus redeneert weer heel anders dan Hebr en Opb is een verhaal apart.

Eeuwig in de kerkgeschiedenis
De denkers van de kerk waren niet allemaal vertrouwd met de Joodse taal en leefwereld. Zij vertaalden het Hebr 'olaam en het Gr aioon met het Latijnse aeternam. In combinatie God - gedacht als een transcendent Opperwezen - kreeg eeuwig steeds meer de betekenis van eindeloze tijd, een tijdsduur zonder begin en einde. Niet meer een woord voor deze wereld, die tijdelijk, veranderlijk en vergankelijk is. Eeuwig is vooral het woord dat bij het komende Rijk van God, de hemel, de wereld van God past. De geloofsbelijdenis van Nicea Constantinopel (325/381) heeft het over vitam venturi saeculi - het 'leven van de komende eeuw'. De apostolische geloofsbelijdenis (eindversie +/- 700) van 'vita aeterna' (eeuwig leven).
Voor de eeuwige dood (hel, verdoemenis, tweede dood) gebruikte de kerk een ander woord voor eeuwig: perpetuus8. Zo staan ze tegenover elkaar mors perpetua <>vita aeterna.
De leer van vagevuur en hel werd vooral in de Middeleeuwen ontwikkeld. Bang gemaakt voor de eeuwige pijn in een onuitblusbaar vuur lieten gelovigen zich overhalen op kruistocht of bedevaart te gaan, of geld te geven om voor zich te laten bidden of hun zonden af te kopen (aflaat).

Conclusies
De woorden 'olaam of aioonios / aioon hebben allerlei betekenissen en nuances. Als het over tijdsduur gaat: lang, heel lang, voortdurend, voorgoed, altijd, eeuwig, van oudsher, van voor alle tijden, voortdurend, tijdperk. Soms ligt de nadruk op plaats (werelden).
Omdat ons woordje eeuwig / eeuwigheid ook meer betekent dan enkel 'tijdloos, zonder begin of einde', kan dat in de meeste gevallen gebruikt worden om 'olaam of aiooonios / aioon te vertalen.


-----
1 Dit is het voornaamste uit een artikel van R. ten Hoopen die op dit onderwerp promoveerde.   
2  Omdat het verbond met David en zijn nakomelingen ook zo genoemd wordt, (2 Sam 23: 5), is het wel de vraag wat nu eigenlijk het verschil is.
3 De apokriefe of deuterocanonieke boeken (bv Makkabeeén), pseudepigrafische geschriften (bv Psalmen van Salomo, Henoch), boekrollen van Qumran en vertalingen van het OT (bv de Griekse Septuaginta) 
4 Een beknopt overzicht van dez periode geeft G.W. Lorein.
5 Volgens R. van Wingerden krijgt het geleidelijk aan wat meer de betekenis van eindeloze tijd, permanent, onomkeerbaar. (p. 27).
6 Exclusief het niet originele slot van Mc (Mc16: 8b - 20)
7 Deze woorden zijn bedoeld om volgelingen van Jezus bij de ernst van het geloof te bepalen. Het gaat niet aan daar conclusies aan te verbinden over het eeuwig lot van andersgelovigen en niet-gelovigen.
8 In deze klassieke geloofsbelijdenissen staat niets over de hel als plaats van eeuwige martelingen; alleen dat Christus is nedergedaald ter helle (ons ten goede).
De HCat gaat verder en noemt wel de eeuwige verdoemenis als plek voor de vijanden van Christus (vraag 52), de NGB weet daar nog veel meer van te vertellen in Art 37.

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
art - artikel (van de NGB)
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel / of anders)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804
MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret
NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
nl = namelijk
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (achtereenvolgens)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
v/a = vraag en antwoord
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV12 = Willibrord Vertaling 2012
Z = zondag (vd HCat)
zgn = zogenaamd

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
(     ) bevatten verduidelijking

{    } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×