Heilsgeschiedenis


Geschiedenis
Sterker dan het Joodse volk benadrukt de kerk dat de geschiedenis van mensen en volken een doel heeft en een goede afloop kent1. Het is een heilsgeschiedenis. Voor het Joodse volk gaat het in het geloof veel meer om het hier en nu, het naleven van de Torah en die toepassen op nieuwe omstandigheden. Het leven na de dood, de komst van de Messias en het aanbreken van Gods nieuwe wereld spelen geen grote rol.

OT + NT
Voor christenen is dat anders. Dat is direct al te zien aan de Bijbel. Jezus en de eerste christenen waren Joden, bekend met de TeNaCh. Zo werd de TeNaCh ook belangrijk voor de kerk. Maar die kreeg van de kerk een andere naam: Oude Testament en kwam er een extra deel achteraan: het Nieuwe Testament. Door het zo te noemen, wordt de visie van de kerk duidelijk. Er is voortgang: eerst het Oude, daarna het Nieuwe2.
Voor Israël echter is TeNaCh nooit iets van vroeger, alsof het voorbij zou kunnen gaan. Ook al is er een enorme uitlegtraditie (Mishna, Talmoed) op gevolgd, de TeNaCh is en blijft de basis, bron en norm, het belangrijkste. Daaruit wordt gelezen op de sabbat in de synagoge. De andere geschriften zijn voor het leerhuis.

Het Joodse volk leest de oudtestamentische geschriften niet als geschiedenis.3 De boeken Gen tot en met Deut noemt het wet (Torah). De daarop volgende boeken Joz – 2 Kon en Jes - Mal noemt het profeten (Nebiïm). Die roepen op terug te keren tot de Torah. De buitenste rand vormen de geschriften (Chetoebim) als Psalmen, Spreuken, Prediker, Job. Daarin komen de ervaringen van mensen met de Torah naar voren. Het draait dus om de wet in alle drie de delen, die als concentrische cirkels om elkaar heen liggen.
De kerk ging de Griekse vertaling van TeNaCh gebruiken, de Septuaginta. Die had niet alleen meer boeken dan TeNaChmaar ook een iets andere indeling: twee hoofddelen onderverdeeld in twee soorten: Het eerste deel ging over wet en geschiedenis, het tweede deel bevatte poëtische boeken en profeten. De kerk

  • verklaarde de extra boeken als minder canoniek,
  • schoof wat aan de volgorde van de profetische boeken: de grote eerst (Jes, Jer en Ez) de kleinere daarna,
  • en maakte een driedeling. Ze vatte niet alleen de Torah (Gen - Deut) maar ook de vroege profeten (Joz - 2 Kon)  en een paar van de geschriften (Kron, Ruth)  op als historische boeken die van een geschiedenis vertellen. Die plaatste het voorin in haar Bijbel (Gen - 2 Kron). Dan kwamen de poëtische boeken (bv Psalmen), en daarop volgden de profeten. Die zouden de toekomst voorspellen. Ipv concentrische cirkels om de Torah heeft de LXX dus een rechte, doorgaande lijn van verleden (schepping, geschiedenis van Israël) naar toekomst (profeten). Het OT van de kerk eindigt met “Voordat de dag van de HEER aanbreekt... stuur Ik jullie de profeet Elia, (de Messias, Jezus) en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders….(Mal 3: 23v NBV21). Zo loopt het OT uit op de verwachting van Elia, dwz van de Messias.

Op die profetie laat de kerk dan het NT volgen met eveneens een rechte tijdlijn: eerst de vervulling van de belofte: geboorte van Jezus, zijn leven en werk, lijden, kruisiging en opstanding. Op die geschiedenis blikt de kerk terug. Dan volgen de brieven die op praktische kwesties in het heden in gaan. Tenslotte de vooruitblik naar de toekomst: Het NT eindigt met Opb dat vertelt van de goede afloop van de geschiedenis: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.5

Credo
Dezelfde doorgaande lijn vinden we in de twaalf artikelen van het geloof: het credo zingt van de Schepper van hemel en aarde...over Jezus, geboren, gestorven, opgestaan...de heilige Geest… over wederkomst en oordeel over levenden en doden en een eeuwig leven.6

Vooral de visie van Augustinus (354 - 430) is bepalend geweest. Hij ziet de geschiedenis als het terrein waarop twee rijken elkaar bestrijden: de mensen die in de liefde van God leven <> mensen die op het aardse zijn gericht. Deze geschiedenis bestaat uit zes tijdvakken van elk 1000 jaar. Augustinus gelooft dat hij in het laatste, zesde duizendjarige rijk (begonnen met de geboorte van Jezus) leeft. Als die periode voorbij is, breekt de zevende periode aan: de eeuwigheid, waarbij de ziel mag rusten bij God.

In de loop van de tijd zijn er allerlei nuanceringen aan dit lineaire model toegevoegd.

De mensen die dat voorstelden, beriepen zich daarvoor op teksten uit de Bijbel. Maar de kerk vond hun interpretatie daarvan meestal niet juist: te eenzijdig, geen oog voor het tekstverband en het geheel van de christelijke boodschap. Maar hoe dit ook zij: de rechte lijn van schepping, via Jezus naar herschepping bleef ook bij deze groeperingen onaangetast.

D-Day en V-Day
Binnen de grote kerken ziet men de kerkgeschiedenis tijd als de periode tussen het voltooide werk van Christus (Pasen/Hemelvaart/Pinksteren) en zijn wederkomst op het einde der tijden. Dat is wel eens vergeleken met de D-Day en V-Day van de tweede wereldoorlog7. Op 6 juni 1944 landden de geallieerden op de stranden van Normandië. Toen werd de beslissende klap uitgedeeld (vandaar Decision Day). De Duitse troepen leden grote verliezen en zouden deze klap niet meer te boven komen. De overwinning was onafwendbaar. Toch zou het nog bijna een jaar duren voordat de Victory Day was aangebroken: op 5 mei 1945 was het weer vrede in ons land. Zo is het ook met de heilsgeschiedenis. Pasen/Hemelvaart/Pinksteren gelden als de D-Day. De overwinning staat vast. Al kan het nog lang duren, de V-Day komt: de wederkomst van Christus, de herschepping van hemel en aarde. Dan heeft God de machten van zonde en dood voorgoed vernietigd.

Geloofwaardig?
Deze heilshistorische opvatting van de geschiedenis is optimistisch en pessimistisch tegelijk. Optimistisch want het komt goed. Maar ook pessimistisch want er is niet eerst een lange periode van geleidelijke vooruitgang. De goede afloop komt – als niemand het meer verwacht - na een heel zware (eind)tijd van onderdrukking. Tegen alle verwachting in, als een complete verrassing.

  • Er zijn christenen die vast geloven dat God de wereld geschapen heeft en in stand houdt, die de geschiedenis van mens en volk stuurt en alles (lief en leed, oorlog en vrede) in de hand heeft.
  • Er zijn tal van christenen voor wie dit onderdeel van het geloof er wat onbegrepen bij hangt. Ze bidden er niet om, dromen er niet van en verlangen er niet naar. Ze houden het aan omdat het nu eenmaal in de Bijbel en de geloofsbelijdenis staat, maar het leeft niet in hart en geweten.
  • Er zijn er steeds meer die zich afvragen of ze nog aan de wederkomst en een goede afloop kunnen geloven. Want na de twintigste eeuw met ontstellend veel bloedvergieten en verwoesting, de moord op 6 miljoen Joden, de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki volgde niet de wederkomst en de goede afloop. Wat moet er dan nog meer gebeuren, wil de Heer weerkomen op de wolken des hemels? Is er nog niet genoeg geleden? Velen schrappen dit onderdeel van het geloof, of ze doen het geloof helemaal aan de kant, want geloven in een God die zo lang wacht, dat kunnen ze niet meer.

Aan die drie houdingen ligt een gemeenschappelijk filosofisch Godsbeeld ten grondslag waar ik persoonlijk in ben vastgelopen. Ik moest er met mijn denkende verstand afscheid van nemen om op een ander niveau (van hart, ziel en geweten) de God-die-in-Jezus-naar-voren-komt terug te vinden .
Maar deze Jezus-God aanwijzen in de loop van de gebeurtenissen, gaat niet. Niemand kan dat, omdat je met aanwijzen (weten, kennen, onderzoeken, redeneren enz) niet meer in de ontvankelijke, participerende, gelovige ik-gij verhouding bent, maar in de objectiverende, gedistantiëerde, zakelijke ik-het betrekking. Dan kun je misschien nog wel een filosofische God aanwijzen, maar niet de Jezus-God.

Symbolisch
Waarover je niet spreken kunt, moet je zwijgen (Wittgenstein), dat geldt ook hier. De Jezus-God en zijn invloed op de loop van de gebeurtenissen laat zich niet in descriptieve taal beschrijven. Geloof is geen kennisinformatie. Ik ben wat dat betreft agnostisch. Met de latere Wittgenstein beschouw ik religieuze taal als een uniek taalspel. Ik lees de Bijbelse verhalen symbolisch. Ze informeren niet over het verleden, de toekomst en andere dingen die je buiten de Bijbel om niet kunt weten. Het zijn verhalen van mensen die gegrepen zijn door "God". Ze vertrouwen erop dat

  • ooit  (op een niet te berekenen dag)
  • na de ondergang die we bezig zijn over onszelf af te roepen. (oorlogsgeweld, natuur, milieu, klimaat; AI; vluchtelingenstromen)
  • op een ondoorgrondelijke manier (niet als resultaat van menselijke vooruitgang)
  • het toch nog goed komt. (de Jezus-God zorgt daarvoor, niet onze wetenschap, techniek, media, legers en geldmiddelen).

Of dat buiten de symbolische werkelijkheid - dus in de alledaagse realtiteit - 'echt' zo gaat gebeuren, valt niet te zeggen (in gewone taal), beredeneren of bewijzen. De geloofswerkelijkheid kan alleen symbolisch weergegeven en beleefd worden. Bv door ervan te zingen met 'we shall overcome', of door te bidden 'onze Vader', of door het avondmaal te vieren (...we verkondigen zijn dood totdat Hij komt), of door de Bijbelse verhalen symbolisch te lezen. 

Als ik er zo (symbolisch) mee omga, weet ik 

  • dat ik me moet afwenden van mijn hoge waardering voor kennis, geld, macht, techniek, uitvindingen enz,
  • en toewenden naar Jezus (door me het sleutelverhaal te binnen brengen)
  • om een mens van geloof, hoop en liefde te worden.
  • Zo kan en wil ik mijn steentje bijdragen aan het geluk van mensen, het behoud van de schepping en de eer van de Jezus-God.
  • Dat moet ik blijven doen, ook als het veel moeite kost en weinig resultaat oplevert.8

Opmerkelijk: ik verlaat dus de rechtlijnige geschiedenis opvatting van de kerk. Ik kom dichtbij de Joodse opvatting uit: de centrale rol van de Torah, het doen van de geboden, rechtvaardig leven in het hier en nu, de aarde trouw blijven.

 

-----
Dat is tenminste de officiële leer. Voor individuele christenen ligt de nadruk van het geloof lang niet altijd bij de wederkomst en Gods nieuwe wereld, maar veel meer bij het leven na de dood, de hemel of het paradijs.
Beter zou zijn eerste testament en tweede testament. Dat klinkt gelijkwaardiger dan oude en nieuwe testament, waarbij oud al gauw associaties met 'verouderd, voorbij, ouderwets' oproept.
Israël reflecteert wel op de geschiedenis, bv in de Ps (Ps 78, 105, 106, 114, 136) of in de Deuteronomistische traditie (Joz - 2 Kon), of in de Kronistische traditie (1, 2, Kron, Ezra, Neh) maar dat is niet aan de volgorde van TeNaCh te zien.
Het gaat om oa Judith, Tobit, 1  4 Makkabeeën, Sirach, Psalmen van Salomo. Deze heten apocrief in de Protestantse kerken, en deutero-canoniek in de Katholieke traditie.
Elders in het NT vinden we ook wel vooruitblikken op de goede afloop. Mat benadrukt dat er oudtestamentische profetieën uitkomen, maw de geschiedenis is er een van belofte en vervulling. Luc ziet in Jezus optreden het midden van de geschiedenis. Vanwege Jezus is het einde der tijden nabij gekomen (Mat, Mc, Luc), lezen we ook in de brieven van Paulus en anderen.
Deze dingen staan in een nog ruimer kader: dat van de eeuwige God, de Almachtige, de Vader (van Jezus) die aan begin (schepping) en einde (herschepping) staat.
 De vergelijking is van Oscar Cullmann - een Duits nieuwtestamenticus - in 'Christus und die Zeit' (1946) met name p. 122 - 126.
8 De lijfspreuk van Willem van Oranje: "Men hoeft niet te hopen om iets te ondernemen, noch te slagen om te volharden"

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel / of anders)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804
MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret
NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (achtereenvolgens)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV12 = Willibrord Vertaling 2012

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
(     ) bevatten verduidelijking

{    } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×