Passio bij Mat


Inleiding
Mat1 neemt de driedelige opzet van Mc over: na het optreden van Jezus in Galilea (3: 1 - 18: 35 ) en de reis naar Jeruzalem (Mat 19: 1 - 20: 30 ) volgt de laatste week in Jeruzalem (Mat 21vv) uitlopend op de berichten van de opstanding (Mat 28).

Jezus
In de aanloop daarnaartoe (Mat 3 - 20) is Jezus net als bij Mc een weldoener die een religieuze en sociale boodschap heeft. Wat de godsdienst betreft, hekelt Jezus de schijnheiligheid van met name de Schriftgeleerden en Farizeeën. Geloof moet oprecht zijn, zonder het oogmerk door de mensen geëerd te worden als een vroom persoon. Geloof moet ook royaal en van harte zijn: niet de kantjes ervan aflopen. Want bij een royale God hoort dat zijn mensenkinderen als vanzelf meer dan het gewone doen (vooral de Bergrede).  Wat het sociale betreft: Jezus wijst niemand af. Zieken, melaatsen, tollenaars, buitenlanders, iedereen kan bij hem terecht.

Mat presenteert Jezus als een echte zoon van Abraham en zoon van David2, de beloofde Messias. Een aantal zgn vervullingscitaten uit het OT onderstrepen dat profetische beloften met Jezus in vervulling gaan. Toch noemt Jezus zichzelf nooit Zoon van David. In Mat 22: 41 - 46 zet Jezus zelfs vraagtekens achter de identificatie van Messias/Christus met zoon van David, waarschijnlijk omdat die titel suggereert dat hij op militaire wijze het Koninkrijk der hemelen wil realiseren. Dat is juist niet de bedoeling. Jezus weet uit de Schrift dat hij de weg van afwijzing, lijden, dood en opstanding moet gaan. Zo komt verlossing tot stand. Niet van de Romeinse bezetter, maar van de macht van de zonde. Dat blijkt daaruit dat Jezus net als bij Mc drie keer zijn lijden, dood en opstanding / opwekking aankondigt (Mat 16: 21; 17: 22v; 20: 17 - 19) en zijn leven wil geven als een losprijs voor velen (Mat 20: 28) Twee dagen voor het Pesachfeest kondigt Jezus voor de vierde keer zijn lijden en sterven aan (Mat 26: 1v).
Mat laat praktisch niets uit de Passio van Mc weg, vult daarentegen wel aan met enkele details. Zo over de aardbeving als Jezus sterft (Mat 27: 51b - 53), waarbij de graven open gaan. Vele lichamen van de ontslapen heiligen worden opgewekt om na de opstanding van Jezus aan velen (discipelen?) te verschijnen.
Er zijn nog meer aanvullingen, die komen hieronder naar voren bij motieven.

Motieven
Wat zijn de redenen voor de spelers in het verhaal om Jezus te verwerpen?

De Jeruzalemse bevolking is enthousiast als Jezus Jeruzalem binnen trekt (Mat 21: 1vv) zittende op een ezelin en een ezelsveulen. Mat benadrukt de twee ezels vanwege de profetieën (Jes 40: 9 en 62: 11 en Zach 9: 9) die hij  in vervulling ziet gaan. Daarmee tekent hij Jezus als de beloofde vredevorst. De bevolking echter verstaat het teken niet en juicht Hosanna, de zoon van David. Het ziet in Jezus de aanvoerder van een opstand die de Romeinen zal verslaan.
Later, als blijkt dat Jezus niet de gedroomde bevrijder is, slaat de stemming om en roepen ze om zijn kruisiging: 'zijn bloed mag over ons komen en over onze kinderen' (Mat 27: 23). Zo maken ze zichzelf verantwoordelijk voor de kruisiging van Jezus. Dit is heel dubbelzinnig want ze verontschuldigen Pilatus en bedoelen evt negatieve gevolgen van deze grote zonde op hen mogen neerkomen. Maar de lezer weet, dat ze nog zullen wensen dat het  bloed van Jezus over hen komt, omdat het verzoening bewerkt. Deze tekst heeft onbedoeld het antisemitisme aangewakkerd.

Overpriesters, Oudsten, Schriftgeleerden, Farizeeën, Hogepriester Kajafas komen recht tegen over Jezus te staan. Aanvullend3 op Mc is de grote redevoering (Mat 23) met een zevenvoudig4 wee u tegen de Schriftgeleerden en Farizeeën. Zo waarschuwt Jezus zijn volgelingen voor religieuze leiders die hij hypocrisie verwijt.
Hun weerstand tegen Jezus betreft zijn uitleg van de wet en de kritiek op hun hypocrisie. Mat 26: 3 - 5 nemen de overpriesters en de oudsten van het volk samen met de hogeprieser Kajafas het besluit om Jezus te doden. Als Jezus toegeeft dat hij de Messias, de Christus is, weten ze genoeg: dit is godslastering en daarop staat de doodstraf.

Mat volgt Mc voor wat betreft hun motieven en werkwijze. Een paar opmerkelijke aanvullingen:
  • Mat 26: 52 - 54 Jezus bestraft discipel die met zwaard een oor afslaat. Ze moeten de arrestatie niet verhinderen. Deze dingen moeten volgens de Schriften gebeuren (Mat 26: 54.56). Jezus voegt zich in Gods plan. Hij wil geen geweld tegen zijn arresteerders.
  • Mat 27: 62 – 66 vragen Hogepriesters en Farizeeën aan Pilatus om een wacht bij het graf van Jezus om te verhinderen dat discipelen het lijk stelen en het volk wijsmaken dat Jezus is opgestaan. Mat 28: 4 beven de bewakers vanwege de engel die de steen wegrolt en het graf opent. Mat 28: 11 - 15 brengen de bewakers verslag uit aan de hogeprieters. Die kopen hen om met veel geld om het praatje in de wereld te helpen dat leerlingen het lichaam van Jezus uit het graf gestolen hebben. Opnieuw komen de religieuze leiders er slecht: zoveel leugenachtigheid!
Stadhouder Pilatus (Mat 27: 11 - 26) is net als bij Mc een goed bedoelende slappeling, die zijn rug niet recht houdt. Hij weet dat Jezus onschuldig is en dat ze hem uit nijd hebben overgeleverd. Bovendien waarschuwt zijn vrouw hem dat Jezus een rechtvaardige is. Eigenlijk wil hij Jezus vrijlaten door het volk te laten kiezen tussen Jezus en Barabbas. Maar die opzet mislukt. Vanwege de opwinding onder het volk besluit hij tenslotte dat Jezus gekruisigd moet worden. Hij was zijn handen in onschuld (Mat 27: 24).

De soldaten en voorbijgangers  verkleden Jezus als koning, verdobbelen zijn kleren en bespotten hem: hij kan niet eens zichzelf redden! Dat zeggen ook de rovers die tegelijk met Jezus gekruisigd worden. Mc had niet gezien dat dit de zoveelste overeenkomst is met Psalm 22 die in de Passio zo'n grote rol speelt, maar Mat wel. Hij legt zijn tegenstanders vers Ps 22: 9 in de mond 'Hij heeft vertrouwd op God, laat Hij hem nu bevrijden, als Hij hem tenminste wil.' Opnieuw geen fraai gebruik van de heilige Schrift, en dat door de religieuze leiders.

De twaalf discipelen komen er bij Mat niet beter of slechter af dan bij Mc. Mat vult aan met het tragische zelfgekozen einde van Judas (Mat 27: 3 - 10). Van de dertig zilverstukken kopen de hogepriesters een stuk land van een pottenbakker. Dat kan dienen als begraafplaats voor vreemdelingen. Volgens Mat ging daarmee een woord van de profeet Jeremia in vervulling, maar hij vergist zich. Het komt van een andere profeet: Zach 11: 12v.
Uit Mc laat Mat achterwege de passage  over een leerling die naakt, zonder kleed wegvlucht als Jezus wordt gearresteerd (Mc 14: 51v). Waarschijnlijk begreep Mat niet wat de zin van dit voorval is, het lijkt geen functie te hebben in het verhaal zoals Mc dat vertelt.

Balans
Mat neemt van Mc diens visie op mensen over: De Jeruzalemse bevolking is gemakkelijk te misleiden. Godsdienst is een zaak waaraan (hoge)priesters een belangrijke positie aan ontlenen. Zij willen geen verandering. Ze bedienen zich van leugens en misleiding, desnoods laten ze een onschuldige uit de weg ruimen. De Farizeeën en Schriftgeleerden komen er bij hem zelfs nog wat schijnheiliger van af dan bij Mc. Politiek en macht zijn niet uit op waarheid en recht, een opportunistische Pilatus weet dat hij fout zit, maar wast zijn handen in onschuld. De discipelen vallen tegen: ze vallen telkens in slaap terwijl Jezus hun vroeg met hem te waken. Judas levert Jezus over. Van de goede voornemens van Petrus is na de eerste de beste vraag van nb een dienstmeisje niets meer over: hij ontkent dat hij Jezus hoort.
Een enkeling valt mee (Jozef van Arimathea), een paar vrouwelijke volgelinigen zien toe uit de verte toe als Jezus sterft en begraven wordt.

Kruiswoord
Mat laat het pijnlijke kruiswoord 'mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?' staan. (Luc en Joh vermelden andere)

De Paasmorgen
Mat heeft een heel ander einde aan zijn evangelie dan Mc. Bij Mat geen drie maar twee vrouwen (Maria van Magdala en de andere Maria - Klopas). Ze hoeven zich niet af te vragen wie de steen zal wegrollen, want dat is even eerder al door een engel gedaan. Die zegt hun dat Jezus is opgewekt uit de doden en dat ze hem in Galilea zullen zien. Dat moeten ze ook de discipelen gaan vertellen. Als ze naar hen op weg zijn, komt Jezus hen tegemoet. Ook hij zegt hun dat ze aan 'mijn broeders' moeten zeggen dat ze hem in Galilea zullen zien. Daar gaan de elf leerlingen naar toe en op 'de berg' (welke?) krijgen ze het zendingsbevel met de belofte dat hij ben hen is alle dagen tot aan de voleinding der wereld. (Mat 28)


---
1 Mat laat het wel voorafgaan door het zgn kindheidsevangelie (Mat 1 en 2) en breidt Mc uit met stof die ook bij Luc is te vinden (bron Q, vooral uitspraken van Jezus) en met stof die alleen Mat heeft. Kenmerkend voor Mat zijn de vijf grote redevoeringen waarin hij het onderwijs van Jezus op onderwerp bij elkaar zet. Een andere bijzonderheid: Mat zegt regelmatig dat iets gebeurde opdat een tekst in het OT in vervulling gaat.
2 geslachtsregister Mat 1: 1
3 Deze stof vinden we niet of nauwelijks bij Mc (wel bij Luc - Q).
Daarop volgt Mat 24: 1 - 26: 1 waarin Mat de eschatologische rede Mc 13 grotendeels overneemt en aanvult met gelijkenissen over het einde der tijden en de komst van de Zoon des Mensen.
4 Acht als je het tekstkritisch twijfelachtige Mat 23: 14 ook meerekent



 

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
art - artikel (van de NGB)
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel / of anders)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804
MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret
NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
nl = namelijk
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (achtereenvolgens)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
v/a = vraag en antwoord
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV12 = Willibrord Vertaling 2012
Z = zondag (vd HCat)
zgn = zogenaamd

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
(     ) bevatten verduidelijking

{    } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×