Denkend over God en mij


Naar de vorm is dit gedicht een sonnet: na het octaaf (twee verzen van vier regels) volgt een sextet (twee verzen van drie regels). De wending ligt tussen octaaf (ik bedoel niet) en sextet (ik bedoel wel). 

Net als in 'Vragenderwijs' van Achterberg geeft ook Schulte-Nordholt aan, dat de natuur hem niet bij God brengt: de bomen, de zon, de hemel en het verschiet: de eindeloze ruimte (eerste strofe).
In de tweede strofe gaat het over een warm gevoel bij de grens des levens: de gevoelens van dankbaarheid, zorg, vertedering, verantwoordelijkheid en liefde bij de geboorte van een kind? Ook die brengen hem niet God over.
Zo ook al niet het 'duister waarin ik ga'.
  • Bedoelt de dichter die andere grens van het leven: eens te moeten sterven? Dat dood en God wat hem betreft niet met elkaar zijn verbonden?
  • Of wil de dichter zeggen dat het raadsel van het leven niet uitloopt op God? Dat God nog wat anders is dan het antwoord op levensvragen als waar kom ik vandaan? wat is de zin van dit bestaan? waarom? enz.

Dan volgt de wending. Nu wil hij zeggen wat hij wel bedoelt, dat is een inwendige drang, hij kan er niet onder uit (derde strofe). Maar wat hij precies bedoelt, kan hij niet zeggen. Opnieuw ontkenningen:
  • Een licht dat niet bestaat - herinnert aan de zon uit de eerste strofe. Maar dit licht is: zachter, warmer, weldadiger, in de voorhanden wereld niet te vinden. Bedoelt de dichter een inwendig licht: een gloed, een stemming van vertrouwen, vrede, overgave? 
  • Een goddelijk gelaat, maar dan onzichtbaar - dat doet denken aan de tweede strofe: de dichter die liefdevol naar zijn pasgeboren kind op de arm kijkt. Gods aangezicht is verborgen, maar de dichter voelt zich desondanks gedragen, gezien en geliefd door God?
  • Een stille stem, bijna niet te horen. Je hoort die alleen maar in jezelf. Maar zodra je zelf aan het woord komt - om hem te eren, bidden, danken - overstem je hem al. Laat staan over die stem denken, praten, schrijven.



“Denkend over God en mij”  van Jan Willem Schulte Nordholt1 

Als ik God zeg, dan bedoel ik niet
al de bomen met hun hoofd omhoog,
en de zon niet met zijn gouden boog,
en de hemel niet en het verschiet,

en niet binnenin het warm gevoel
als ik aan de grens des levens sta,
en het duister niet waarin ik ga.
God ik weet het niet wat ik bedoel.

Ik bedoel, want eindeloos probeer
ik te zeggen wat ik zeggen wil,
ik bedoel een licht dat niet bestaat,

ik bedoel het goddelijk gelaat
dat onzichtbaar is, de stem zo stil
dat ik hem niet hoor als ik hem eer.



Overweging:
Stil gebed, zo heet aan het begin van de dienst het moment van stilte. Het is goed dat het er is. Want hoe komen we in de kerk: vaak jachtig en gehaast, of met tegenzin, of boos na de woorden die er vielen om iedereen op tijd in de auto te krijgen. Eenmaal in de kerk praten we misschien nog met vrienden of bekenden, de buren in de bank over de vakantie en hoe het er verder mee gaat. Dat en nog veel meer gaat er in ons om. Zou God daar nog door heen kunnen komen?

Dan wordt het tijd voor stil gebed. Niet bedoeld om een zegen over de dienst te vragen (dat komt later wel) of om vlug en stil in je zelf een gebed op te zeggen. Daarmee wakker je in jezelf alleen maar de onrust aan. Trouwens God is heus op de hoogte van de dingen die je bezig houden. Die hoef je niet binnen 30 seconden op te zenden naar de hemel. Straks op het eind van de dienst komen wel de dank- en voorbeden. Nu geen gedachten in jezelf formuleren, gewoon maar stil worden. Jezelf tot rust brengen. Op adem komen. Om te voelen wat er diep in je hart leeft. Om bewust te worden van jezelf. Om God te kunnen horen.

De stilte is nodig en blijft nodig, ook als we zelf bidden op een rustige plek in huis of in de natuur. Ook wel wat langer dan de halve minuut aan het begin van de dienst. Echt stil vallen, zwijgen, rusten, alleen maar adem halen.

Het gebeurt zo gemakkelijk wanneer we bidden, dat we alleen maar zelf aan het woord zijn. Dan worden het woorden, woorden, woorden. Zonder te vinden. Jezus waarschuwt daar voor: ga in uw binnenkamer…bidt zonder omhaal van woorden. (Mat 6: 5 - 15). De apostel Paulus waagt zelfs te beweren, dat wij niet eens weten hoe wij bidden zullen. Gelukkig zucht de Geest in ons met onuitsprekelijke verzuchtingen (Rom 8: 26). De stilte zoeken, is stil worden om te horen hoe diep van binnen de Geest in je naar God verlangt en zoekt. Dat innerlijk gebed bewust worden en meebidden brengt je bij God.



-----
1 In het Liedboek (2013, p. 708). Oorspronkelijk in Het weefsel Gods (1965), later ook in zijn Verzamelde Gedichten.

 

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
art - artikel (van de NGB)
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel / of anders)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804
MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret
NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
nl = namelijk
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (achtereenvolgens)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
v/a = vraag en antwoord
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV12 = Willibrord Vertaling 2012
Z = zondag (vd HCat)
zgn = zogenaamd

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
(     ) bevatten verduidelijking

{    } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×