Joh 10: 11
1: Lectio - wat staat er wel en niet?
Joh 10: 11.14v
Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen...
Jezus zegt hier, dat hij als de goede herder zijn leven (Gr psuchè) stelt (Gr tithèmi = stellen2) voor de schapen. De combinatie psuchè + tithèmi vinden we vaker in Joh
- In 13: 37 zegt Petrus: Ik zal mijn leven voor U inzetten! (NBG51)
- In 15: 13 zegt Jezus: Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. (NBG51)
Na de woorden over de deur der schapen, nu een ander 'herder-schapen' beeld in Joh 10: 11 - 13.3 Een kudde schapen heeft de bescherming van een herder nodig. Anders zal een wolf de schapen doden. Maar niet iedereen is een goede herder. Ingehuurde knechten zullen het gevecht met de wolf uit de weg gaan. Bang om zelf gewond of gedood te worden zullen ze de kudde in de steek laten. Een goede herder vlucht niet, gaat het gevecht aan met alle risico's van dien. Zo'n herder ben ik, zegt Jezus. Ik sta met mijn leven voor de schapen in.
De herder heeft zoveel over voor zijn schapen, niet omdat ze van hem zijn en ze veel geld waard zijn, maar omdat hij ze kent (zie ook Joh 10: 3) en de schapen hem kennen lezen we in Joh 10: 14vv. Er is sprake van een wederzijdse liefde en verbondenheid.
Een koning?
Het OT maakt duidelijk dat het volk Israël leiding nodig heeft. De beste leiding is van God zelf te verwacten. Hij is als een herder4 voor zijn schapen (het volk): een leider, beschermer (Gen 48: 15; 49: 24; Ps 23: 1; Ps 80: 2; Jes 40: 11; Jer 31: 10; Ez 34: 12) Tegenover God heeft geen herder of koning ook maar iets in te brengen (Jer 49: 19; 50: 44). De wens van het volk om als de omringende volken een koning te hebben is ergens logisch (Num 27: 17) omdat anders iedereen maar doet wat goed is in zijn eigen ogen (Ri 17: 6; 21: 25). Toch wordt die wens slechts met tegenzin ingewilligd (1 Sam 8). Het is immers een belediging voor God die tot dan toe voor zijn volk had gezorgd door het leiders als Mozes, Jozua, de richters te geven. De leiding van de koningen valt in de praktijk slecht uit: velen houden zich niet aan de geboden van Mozes of de aanwijzingen van de profeten (Zach 11: 15.16.17). Met name de profeten Jeremia en Ezechiël klagen deze herders aan: ze zorgen alleen maar goed voor zichzelf. Zulke slechte herders brengen grote moeilijkheden over het volk. Het wordt door de grootmachten onder de voet gelopen. Tien van de twaalf stammen verdwijnen in de ttv de Assyrische overheersing spoorloos. De laatste twee stammen worden later door de Babyloniërs gedeporteerd. Het is dan als een kudde schapen zonder herder (1 Kon 22: 17 = 2 Kron 18: 16; Zach 10: 2). Goede leiding kan ontbreken (Ez 34: 5.8), maar het koningschap kan ook weer hersteld worden (Ez 34: 23; 37: 24); zo is de Pers Kores of Cyrus Gods herder (Jes 44: 28)5 die het restje ballingen weer naar Juda en Jeruzalem laat terug keren. Ezechiël profeteert dat God zelf op zoek gaat naar verdwaalde, gewonde, zieke schapen om ze te redden, en die er over zal waken dat de tussen vette, sterke schapen niet de magere, zwakke kort doen (Ez 34). God zal een herder als David aanstellen (Ez 34: 23v) en zo in hun midden (Ez 34: 30v) zijn.
De enige goede herder
Tegen deze achtergrond en ihb Ez 34 krijgen de woorden van Jezus over de goede herder extra reliëf. Hij heeft zichzelf (in de visie van Joh) opgevat als de beloofde herder. Hij wist ook wat Ezechiël niet wist: dat de goede herder strijd zou moeten leveren met slechte herders en vette schapen. Dwz met de religieuze elite (priesterklasse) en de rechtvaardigen in eigen oog (zelfvoldane Farizeeërs). Anders zouden die blijven neerkijken op de gewonde, verdwaalde, magere schapen, dwz op de hoeren, tollenaren als ook de mensen met ziekte en gebrek. Die zouden zich veroordeeld blijven voelen, zichzelf als slechte zondaars blijven zien en zich ver van God verwijderd weten. In dit ik-ben woord ligt de nadruk op een gevecht op leven en dood.
Jezus geeft aan dat hij bereid is zijn leven op te offeren voor de redding van zijn volgelingen. Dat zullen zijn tegenstanders nooit voor de schapen over hebben. Zij zijn als huurlingen die neit echt om de kudde geven. Zij denken alleen aan zichzelf <> Jezus is alleen bezorgd over anderen. Hij heeft zijn leven voor hen over. Daarom zegt hij zo nadrukkelijk Ik, ik ben de goede herder (en de Farizeeën en overpriesters niet)
Hij zegt het terecht want niet veel later bereikt de strijd een climax en sterft Jezus aan het kruis. Dan is de goede herder het lam Gods dat de zonde der wereld draagt en wegneemt (Joh 1: 29. 36).
In Joh 10: 17v lezen we dat Jezus dit (zijn leven geven en weer terugnemen) als opdracht van zijn Vader heeft meegekregen.
PS
Wat de redding van de schapen / mensen inhoudt en wat de dood van Jezus daarmee te maken heeft, heeft Joh in cultische termen gevat: het offer van een lam. Omdat de wereld van tempels, offers, priesters enz ons niet meer vertrouwd is, spreekt het velen niet meer aan. Er heel veel aan uitleggen helpt niet echt, omdat dat nog meer de indruk versterkt dat het geloof hoort bij een wereld die er niet meer is. We willen het evangelie evangelie ervaren als iets dat voor ons in onze wereld relevant is. Daarom leg ik dat liever uit met het sleutelverhaal.
3: Oratio – een gebed
Heer Jezus
Als de goede herder
bent u rond gegaan
zoekende naar mensen
die verloren dreigen te gaan.
En wat knapten ze ervan op
die door U werden gevonden:
de zieken en gebrekkigen
de treurenden en eenzamen
de armen en daklozen.
Wat wekte u een blijdschap bij
allen die zich schamen of schuldig voelen
en zich afvragen waarvoor te leven.
Wat gaf u weer ruimte en vrijheid
aan allen die verlangen naar een nieuw begin;
niet langer in de schaduw van de dood
Weet ook ons te bereiken
met het goede nieuws van liefde
die onze dood niet uit de weg gaat,
van liefde die bij ons blijft
en de dood te boven komt
Neem ons voor u in
door het evangelie
Bewoon ons met uw heilige Geest
en wek in ons het leven
dat geen einde heeft.
4: Contemplatio – verstillen
Het is een heel ander beeld dan dat van de goede herder die op zoek gaat naar dat ene achtergebleven schaap, het vindt, op zijn schouders draagt en terug brengt en uit blijdschap een feest geeft (Luc 15: 1 - 7). Dat is vooral heel pastoraal. Maar hier valt het op hoe het draait om de confrontatie met slechte herders, het gevecht, de dood en de overwinning van Jezus op de Paasmorgen! Heb ik wel voldoende afscheid genomen van de houding van de zelfgenoegzame houding van de priesters en Farizeeën? Ben ik wel voldoende solidair met de underdogs van onze tijd?
-----
1
2 Ook geven, stellen, plaatsen, bepalen, bestemmen, aanstellen
3 In wat volgt komen telkens andere aspecten van de 'herder-schapen' beeldspaak naar voren:
- 10: 14v gaat het opnieuw over de goede herder die met zijn leven instaat voor de schapen, maar nu ligt de nadruk op het 'kennen': de goede herder en de schapen kennen elkaar.
- 10: 16 over schapen van een andere stal die bij dezelfde kudde moeten gaan horen.
- 10: 17v over het afleggen en weer opnemen van het leven.
- 10: 26 - 30 maakt Jezus duidelijk dat zijn tegenstanders hem niet geloven omdat ze hem niet tot zijn schapen behoren, zijn stem niet horen, hem niet volgen. Jezus kent hen niet itt zijn eigen schapen an wie hij het eeuwige leven zal geven.
- de tent van een herder: vergankelijkheid (Jes 38: 12)
- de mantel van een herder omslaan: iets met het grootste gemak doen (Jer 43: 12)
- een herder kan soms maar een kleinigheidje redden uit de muil van een leeuw (Amos 3: 12): een restje blijft van het volk Israël over.
- met herder en kudde: geheel en al (Jer 51: 23)
- de wijsheid van Prediker is van één herder: uit één bron (God of wijsheid?) afkomstig (Pred 12: 11).
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding art - artikel (van de NGB) aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis nl = namelijk NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) v/a = vraag en antwoord vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV12 = Willibrord Vertaling 2012 Z = zondag (vd HCat) zgn = zogenaamd tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |