Fascisme en Nazisme
Inleiding
Na de eerste Wereldoorlog (1914 – 1918) breekt een chaotische periode aan. Vele veteranen konden thuis niet meer aarden en raakten werkeloos. Door het uiteenvallen van de grootmachten Duitsland, Rusland, Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk komen er allerlei natiestaten bij. Door die nieuwe grenzen wonen mensen opeens in een ander land, waar ze een minderheid vormen. De ontevredenheid was groot vanwege de herstelbetalingen (Duitsland) en de oorlogsschuld (Italië). De jaren twintig (gay of roaring twenties) werden lang niet door iedereen verwelkomd, velen vonden het een decadente periode. Het volgende decennium is dat van de economische crisis (ingeleid door de beurskrach New York - 4 okt 1929).
Deze factoren voeden extremere vormen van nationalisme: het fascisme en nazisme. Een andere reactie op de chaos van die tijd is het communisme, dat zeer vijandig staat tegenover fascisme en nazisme (en omgekeerd).
Fascisme (Italië)
De term gaat terug op
- het Italiaanse fascio: bundel, groepering
- het Latijnse Fasces: een bundel roeden om een bijl heen, bijeengehouden door rode riemen. Symbool voor de macht om te arresteren, te slaan (straffen) en te beslissen over leven en dood. (ook wel de lictorbundel).
Benito Mussolini (1883 – 1945) richt 1919 de ‘Fasci Combattimento’ op, de voorloper van de politieke partij Partito Nazionale Fascista (1921). Zijn drijfveer: Hij was enorm teleurgesteld in de socialistische beweging die voorafgaande aan de eerste wereldoorlog niet neutraal wilde blijven, maar - bevangen door het nationalisme – daar volop aan meedeed. In de chaotische periode daarna weet hij 1922 minister president van Italië te worden. Zijn alternatief voor het socialisme werkt hij samen met de filosoof Giovanni Gentile (1875 - 1944) uit in De Doctrine van Fascisme (1932).
Kenmerken
De kenmerken van het nationalisme vinden we in het fascisme terug, maar dan extremer. Fascisten menen dat volk-land-cultuur de ondergang nabij zijn. Dat is hun uitgangspunt. Dat komt niet voort uit een zorgvuldige analyse van wat er aan de hand is, maar uit een mix van gevoelens: angstige bezorgdheid, gekwetste trots, ontevredenheid, domme vooroordelen, wantrouwen. Het is irrationeel.
De ondergangsstemming wordt gevoed door op een geïdealiseerd verleden terug te grijpen, toen alles zovele beter was: de Romeinse Oudheid. De antieke Romeinse waarden — plichtsgetrouw zijn, moed, standvastigheid, ernst, orde, militarisme, veroveringsdrang – moeten weer nageleefd worden. Eervol is hij die veel voor de gemeenschap (het volk) over heeft. De natie gaat voor al het andere. De individuele burger moet daar veel (in principe alles) voor over hebben: klassentegenstellingen en belangenconflicten moeten verdwijnen.
Het Italië van Mussolini moest een derde Rome worden (na dat van de Oudheid en dat van de Paus). De waardering van het Romeinse verleden blijkt uit de naam fascisme (zie boven), de adelaar als symbool voor kracht en de groet met gestrekte rechterarm, handpalm naar beneden1.
Het dreigende verlies van volk en land (soevereiniteit) kan alleen voorkomen worden door een sterke, charismatische leider, die weet hoe het moet, de beslissingen durft te nemen en weet door te zetten. De noodtoestand vereist immers bijzondere en urgente maatregelen. Daarom kan het fascisme niet goed overweg met traditionele linkse en rechtse partijen en conservatieve instituties: inspraak, overleg, compromis zouden niet tot de noodzakelijk geachte maatregelen leiden.
Het crisisgevoel is zelfs zo urgent, dat alle middelen geoorloofd zijn om de dreigende ondergang af te wenden. Fascisten hebben het geloof in verkiezingen en democratische processen verloren. Politieke tegenstanders worden gevangen gezet of door knokploegen uit de weg geruimd. De bevolking wordt met propaganda misleid. Het doel heiligt de middelen.
Zo loopt het fascisme uit op een dictatuur en een totalitaire staat, dwz een overheid die de maatschappelijke, sociale en culturele organisaties controleert. (rechtspraak onderwijs, journalistiek). Om aan de macht te blijven, beweren de machthebbers dat de noodtoestand permanent nodig is, want alleen zo kan de eigen natie overleven tussen de andere landen.
Dit verheerlijken van het eigen volk en het beklemtonen van de eigen identiteit gaat ten koste van minderheden, die als bedreigend worden gezien en de schuld van de problemen krijgen (zondebok). Politieke tegenstanders werden uitgeschakeld. Joden (vanaf 1938), Roma en Sinti, homoseksuelen hadden het slecht in Italië: ze mochten geen openbaar ambt bekleden, gemengde huwelijken waren verboden. In de Italiaanse gebieden op de Balkan werd de Sloveense taal en cultuur verboden. In Italiaans Noord Afrika leed de inheemse bevolking onder apartheid.
Opvallend: het antisemitisme in Italië was niet gebaseerd op een rassenleer zoals in Nazi-Duitsland. Joden werden eerst niet afgevoerd naar vernietigingskampen, maar vanaf september 1943, als Duitsland Italië bezet, gebeurt dat wel.
Nationaal Socialisme – Nazisme (Duitsland)
In Duitsland komt in 1933 de NSDAP van Adolf Hitler (1889 – 1945) aan de macht, de Nationaal Socialistische Arbeiderspartij Duitsland. Velen houden het woordje Nazi voor een afkorting van Na(tionaal) So(cialistisch), maar
- waarom noemen de aanhangers zichzelf nooit nazi?
- waarom is de afkorting dan niet natso of nazo?
Een andere, betere verklaring is dat nazi een al langer bestaand scheldwoord was, met de betekenis boerenpummel2.
Ideologie
‘Mein Kampf’ geschreven door Hitler, is het voornaamste ideologische werk van de nazi’s. Daarnaast moet genoemd worden 'Der Mythus des 20. Jahrhunderts' (1930) van A. Rosenberg (1893 – 1946).
In het nazisme ondergaan alle nationalistische ideeën een vergelijkbare wijziging als in het fascisme, maar wat het uniek maakt is de veel grotere rol die racisme en antisemitisme spelen. Het baseerde zich daarvoor op mythische, historische en (pseudo)wetenschappelijke ideeën (rassenleer).
Volgens het nazisme staat het bestaan van het Duitse volk op het spel. In een roemrijk verleden was dat een glorieus volk geweest dat met succes drie legioenen van de Romeinse veroveraars had weten te verslaan (de Varusslag 9 nC, in het Teutoburgerwald). De aanvoerder van de Germaanse stammen - Arminius of Hermann - kreeg 1875 in het oplevend nationalisme een reusachtig standbeeld. Een halve eeuw later is hij voor de nazi's de held bij uitstek, die laat zien dat het Germaanse ras superieur is.
Dit liet zich goed verbinden met de rassenleer van Rosenberg en het sociaal Darwinisme van die dagen. Mensen en volken zouden te verdelen zijn in Übermenschen (Germanen, Ariërs) en Untermenschen. In de tijd van Hitler was dit de identiteit en bestemming van het Duitse volk en zijn geschiedenis: een Herrenvolk zijn. Alle problemen die er spelen, zijn de schuld van de Untermensch. Ihb de Joden krijgen de rol van zondebok opgedrongen (anti-semitisme). Het Duitse volk moet zich volgens het nazisme verenigen om zich van de Joden te ontdoen. De zgn Untermensch had volgens het nazisme geen recht van bestaan, maar moest uitgeroeid worden. In de werk- en vernietigingskampen werden miljoenen mensen omgebracht, het merendeel Joden, maar ook Roma, Sinti, homoseksuelen.
Het idee van zelfbeschikking ontaardt volledig: de Übermensch moest volgens Rosenberg ‘Lebensraum’ (bij wijze van biologische habitat) krijgen om te kunnen leven. Desnoods moesten andere volken wijken. Hitler zou de ene na de andere oorlog beginnen om ‘Das Dritte Reich’ te realiseren (na het ‘Heilige Roomse Rijk’ 962 - 1806 en het Duitse Keizerrijk 1871 – 1918). Van de Weimar-republiek (1919 – 1933) cq van democratie in het algemeen moesten de nazi's niets hebben. Nadat brand het parlementsgebouw verwoest heeft (Rijksdagbrand, 27 feb 1933) maakt Hitler zichzelf tot de absolute leider (der Führer, president en kanselier tegelijk) en stelt de volksvertegenwoordiging buiten werking.
Hitler had een grote aanhang onder het Duitse volk, ook bij de meeste christenen. Er was zelfs een organisatie (Deutsche Christen) die de Joodse afkomst van Jezus ontkent en een Bijbel zonder het Oude Testament wil. (NB positief christendom genoemd!). Gelukkig was niet iedereen de weg kwijt. De ‘Bekennende Kirche’ (oa K. Barth, D. Bonhoeffer, M. Niemöller) liet in die donkere jaren een moedige proteststem horen.
Elders
Vergelijkbare uitwassen van het nationalisme ontstonden in Spanje onder Franco (Franquisme). Misschien is de combinatie ultra nationalisme met keizercultus en militarisme in het Japan van de jaren voorafgaande aan de tweede wereldoorlog ook als fascisme of nazisme aan te duiden. Maar in de meeste landen kwam het nazisme gelukkig maar moeizaam en slechts voor korte tijd beperkt van de grond, zoals in Hongarije, Roemenië, België en ook Nederland (NSB - Mussert). Ontevreden mensen op je laten stemmen is niet zo moeilijk; om ze vast te houden wel. Proteststemmen kun je de volgende keer weer kwijt zijn.
Beoordeling
Door zijn giftige mix van mythologie, geschiedenis en wetenschap is het nazisme de meest gruwelijke ontaarding van het nationalisme geworden. Met z’n leugens en progaganda vergiftigde het nazisme de gewetens van talloze mensen. Kerk en geloof, beschaving en cultuur boden maar weinig tegenwicht. Het leidde tot een wereldwijde oorlog waarbij 72 miljoen mensen omkwamen:
- 25 miljoen militairen
- 41 miljoen burgerslachtoffers.
- bijna 6 miljoen weerloze Joden die op fabrieksmatige manier werden vergast en verbrand (de holocaust).
Conclusies
De mens is niet het redelijke, goedwillende wezen waar we het vaak voor houden. We zijn tot de meest vreselijke dingen in staat. Vooral in een tijd die wij als zorgwekkend ervaren, blijken we vatbaar voor stemmingmakerij en het gebruik van geweld. Social Media en Kunstmatige Intelligentie houden wat dat betreft grote risico’s in.
We moeten duidelijk stelling nemen tegen de onderliggende ideeën van het nationalisme:
- het aanpraten van een crisis en de zgn noodzaak van een sterke leider en het einde van democratische principes.
- het idee van soevereiniteit, alsof de ene natie beter is dan de andere en meer recht op ruimte, grondstoffen enz heeft.
- identiteit en verbondenheid: tegen het polarisrende wij < > zij denken moeten we vasthouden dat het eigen volk een samengesteld volk is, een bont geheel van mensen met uiteenlopende gewoontes, religies, gender. De eenheid van al die mensen is gelegen niet in taal, geschiedenis, godsdienst, territorium enz maar in de grondwet met de daarin genoemde burgerrechten en plichten. In de eerbiediging van rechtsstaat.
- eenzijdige verheerlijking van het verleden. We moeten de verhalen van de slachtoffers blijven vertellen. Door te gedenken wat er echt gebeurde leren we hopelijk van onze geschiedenis.
De grote verhalen van fascisme en nazisme kunnen echt niet meer.
-----
1 In werkelijkheid is er geen bewijs voor dat dit werkelijk een oud Romeinse groet was. Waarschijnlijk is deze begroeting in de 17-de of 18-de eeuw in het theater bedacht.
2 Ignaz is een gewone naam op het platteland van Beieren. Die werd vaak verkort tot Nazi en met Nazi's zouden dan ook boerenjongens bedoeld kunnen zijn, misschien met de bijbetekenis 'boerenpummels'. De tegenstanders van de nationaal socialisten gebruikten die verkorte naam als een scheldwoord (zoals bij ons wel denigrerend gesproken wordt over 'achterlijke boeren')
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel) brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( -- ) bevat verduidelijking { -- } bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |