Vervulling bij Mat
Wie is Jezus?
Jezus’ woorden, daden en lotgevallen vragen om interpretatie. De mensen die hem ontmoeten, proberen hem te duiden vanuit hun ideeën, verwachtingen, geloof. Zo menen de Schriftgeleerden en hogepriesters dat hij onmogelijk de messias kan zijn. Ze houden hem voor een godslasteraar. Vele anderen zien hem als een wonderdokter. Zijn discipelen denken op den duur aan de messias, maar hij was dat anders dan zij verwachten. De gebruikelijke interpretatiekaders schieten te kort.
Jezus
Jezus begreep zichzelf vanuit het OT. Daar zag hij zijn levensweg in uitgetekend: een nazir (een toegewijde als Simson of Gideon), de Zoon des Mensen (Dan 7) , de lijdende Knecht van de Heer (Jes 53). De evangelisten zijn hem daarin gevolgd en interpreteren hem eveneens vanuit het OT. Met Jezus begint dus niet een heel nieuwe godsdienst, wat hij brengt ligt op of andere manier in het verlengde van het OT.
Mattheüs
Mat is de evangelist die veel over dat verlengde heeft nagedacht1. Bij hem vind je een tiental citaten uit het OT ingeleid door ‘...toen werd vervuld het woord van de profeet…’ Deze zgn vervullingscitaten zijn duidelijk herkenbaar als afkomstig van de evangelist. Daarnaast heeft hij aanhalingen uit het OT die ingeleid worden door ‘er staat geschreven’ of ‘God heeft gezegd’ etc. Dat zijn telkens uitspraken van Jezus. Tenslotte zijn er nog tal van andere teksten en uitdrukkingen die als citaat of toespeling op het OT overkomen2. Een overzicht vind je hier.
Vervullen
Het Griekse woord plèrooo betekent vullen, vol maken. Mat gebruikt het soms in een letterlijke betekenis, maar vaker overdrachtelijk.
- Letterlijk, bv Mat 13: 48 – toen het net vol (vissen) was, trok men het op oever
- Overdrachtelijk, bv Mat 5: 17 - Ik ben niet gekomen om wet en profeten af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.
Ons interesseert vooral het overdrachtelijke gebruik. Dat vinden we terug in de vervullingscitaten (van Mat) en een paar uitspraken (van Jezus) met ‘vervullen’.
Mattheüs’ vervullingscitaten
De evangelist citeert uit de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta (LXX)3. Hij ziet allerlei verbanden tussen het OT en Jezus. Of waren deze verbanden al voor hem gezien bij de Schriftgeleerden van de christelijke gemeente en door hem overgenomen? We lopen ze even kort na en vragen ons af wat er telkens in vervulling gaat. Een belofte of wat anders?
1 – Mat 1: 23
Dat Jezus uit een maagd (Maria) wordt geboren, gebeurde opdat een uitspraak van de profeet Jesaja in vervulling zou gaan. (Mat 1: 23). Ooit had deze profeet gezegd in een donkere periode van Israëls geschiedenis een jonge vrouw een kind zou krijgen en de naam Immanuël – God met ons - geven. Een teken van hoop. Mattheüs zegt: die belofte gaat in vervulling, komt uit als Jezus wordt geboren. (>maagdelijke geboorte).
2 – Mat 2: 15
De profeet Hosea zegt namens God, dat de Here het volk Israël heeft liefgehad als was het zijn kind, zijn zoon. De exodus uit Egypte was een blijk van die liefde. Mat zegt dat dit op Jezus slaat. Hij is de zoon die God uit Egypte terugroept, nadat Jozef en Maria daar voor hun kind een veilig heenkomen hadden gezocht. Door aan deze dingen te herinneren presenteert Mat Jezus als de eerste van het nieuwe volk van God, als een tweede Mozes die een nieuwe bevrijding bewerkt.Dat past niet zozeer in het schema belofte – vervulling. Het heeft meer van typologie: wat er ooit gebeurde is een voorafschaduwing (oerbeeld) van het eigenlijke, dat later voluit aan het licht zou komen (tegenbeeld).
3 – Mat 2: 15
De moord van Herodes op de kinderen in Bethlehem doet Mat denken aan een uitspraak van de profeet Jeremia (Jer 31: 15) dat Rachel huilt te Rama. Dat was omdat dan de Joodse bevolking in ballingschap wordt afgevoerd. Nu is er groot verdriet vanwege het bloedbad dat Herodes aanricht. De geschiedenis herhaalt en verdiept zich: geen belofte, maar typologie.
Overigens is het veelzeggend dat Mat nu niet schrijft ‘opdat in vervulling moest gaan’ alsof dat bloedbad naar Gods wil en bedoeling is. Hij schrijft ‘toen ging (helaas) in vervulling…’
4 – Mat 2: 23
Jezus gaat wonen in Nazareth opdat in vervulling zou gaan dat hij Nazoreeër zou heten. Het merkwaardige aan dit citaat is, dat het bij geen van de profeten is terug te vinden.
Mat wil verklaren waarom Jezus Nazoreeër (Gr Nazooraios) genoemd werd. Dat was waarschijnlijk niet omdat hij in Nazareth woonde (toen Jezus bekend werd, woonde hij in Kapernaüm) maar omdat hij een ‘Nazireeër’ (Num 6) was, iemand aan God toegewijd als Simson (Ri 13). Omdat we geen citaat hebben, kunnen we niet uitmaken of het om belofte – vervulling gaat of om typologie.
5 – Mat 4: 14
Mat vertelt dat Jezus verhuist van Nazareth in het bergland van Galilea (waar hij nog bij zijn ouders woonde?) naar Kapernaüm, dat 50 km Noordoostelijker ligt, aan het Meer van Galilea. Mat citeert niet al te nauwkeurig Jes 8: 23 – 9: 1. De profeet beloofde dat in een tijd van grote duisternis (verdrukking) God voor licht zou zorgen. Dat is ook gebeurd, nl toen het volk Israël uit de ballingschap terugkeerde en een zekere vrijheid verkreeg. Maar zegt Mat, nu Jezus daar gaat wonen, breekt het licht pas goed door. Dit past zowel in het schema belofte – vervulling, als in het schema oerbeeld – tegenbeeld.
6 – Mat 8: 17
Jezus geneest vele zieken. Ooit had Jesaja gesproken over iemand die veel lijden moest verdragen, maar juist daardoor veel goeds bracht voor het volk. Bedoelde Jesaja daarmee zichzelf of een tijdgenoot? Hoe dan ook, Mat ziet vele overeenkomsten met Jezus en betrekt deze profetie op hem. Wat Jesaja beloofde, dat komt in Jezus uit ( vervulling)
7 Mat 12: 17 – 21
Jezus verbiedt dat de mensen hem bekend maken. Hij is bang dat ze zich in hem vergissen en hem voor een politieke messias, een vrijheidsstrijder houden. Dan zou hij als opstandeling gekruisigd worden en niet als de degene die Gods liefde voor mensen belichaamt. Mat haalt dan een enkele verzen (nogal vrij) uit Jesaja aan. Daarin is sprake van een tijd ‘vòòr de overwinning’ en dus ook van een ‘na de overwinning’. Zo verklaart Mat dat Jezus onbekend wil blijven. Eerst een tijd dat ‘niemand zijn stem op de pleinen zal horen’. Belofte - vervulling
8 Mat 13: 35
Jezus gebruikt eenvoudige verhaaltjes om zijn boodschap over te brengen. Dat viel op en de vraag rees, waarom doet hij dat eigenlijk? Jezus zelf geeft (Mat 13: 13 – 15) als antwoord dat het is omdat de mensen hem niet begrijpen en dat is ook de bedoeling! (> gelijkenistheorie) Hij beroept zich daarvoor op Jes 6: 9v.
Mat geeft een andere verklaring. Bij een profeet (maar het gaat om Psalm 78) leest hij dat 'Ik in gelijkenissen spreek en bekend maak wat sinds de grondlegging der wereld verborgen is gebleven'. Die ik is Asaf, de dichter van deze psalm over de les van de geschiedenis. Maar voor Mat is die ik Jezus. Hij brengt de diepste waarheid aan het licht, nl van Gods nieuwe wereld. Hier is sprake van oerbeeld en tegenbeeld, van typologie.
9 Mat 21: 4
Het zoeken naar overeenkomsten tussen OT en Jezus leidt zelfs tot een merkwaardig resultaat. In Mat 21: 4 haalt de evangelist een tekst uit Zacharia aan. In het Hebreeuws staat er een ezel, een jonge ezel (Zach 9: 9). Maar in de LXX is dat vertaald met een ezelin en een ezelsveulen. Dat is de tekst die Mat aanhaalt en als die in vervulling gaat, heeft Mat er geen moeite mee, om Jezus op twee ezels te laten rijden: een ezelin en een veulen (Mat 21: 7) (Gr ep autoon, op hen - meervoud). Zoveel is Mat er aan gelegen om Jezus te presenteren als degene in wie profetische beloften in vervulling gaan!
10 Mat 27: 9v
Judas had Jezus overgeleverd en daarvoor geld gekregen. Maar, vertelt Mat, hij krijgt wroeging en gooit het geld in de tempel. Daar rapen de Overpriesters de dertig zilverstukken op en kopen er een stuk land voor van een pottenbakker. Zij geven het de bestemming van begraafplaats voor vreemdelingen. Weer duidt Mat dit als een vervulling van een profetie. Hij noemt per abuis Jeremia, maar de woorden zijn van de profeet Zacharia. Hij beschrijft een symbolische handeling (Zach 11: 12v) Op het dieptepunt van de relatie tussen God en zijn volk krijgt hij van de veehandelaren in de tempel dertig sikkel, kennelijk het bedrag dat ze God waard vinden, en laat het in de tempel achter. Van een belofte is hier geen sprake, wel van een oude geschiedenis (oerbeeld) die zich herhaalt (tegenbeeld) in de geschiedenis van Judas.
Jezus' uitspraken over vervullen
Vijf keer gebruikt Jezus het woordje vervullen in de letterlijke zin: Mat 9: 16; Mat 13: 48, Mat 14: 20; Mat 15:37 en Mat 22: 10. In overdrachtelijke zin komen we het tegen in verband met
- de gerechtigheid die God van mensen verwacht.
- de loop van de gebeurtenissen: de geschiedenis moet zich vervullen.
(1) Het vervullen van de wet
Dwz het doen van de wil van God, het metterdaad uitvoeren van zijn geboden. Op de manier zoals God het wil: royaal en hartelijk, gedreven door de liefde.
- Mat 3: 15 Jezus tot Johannes de Doper: Toch moet je het doen (mij dopen), want zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen.
- Mat 5: 17 Jezus aan het begin van de Bergrede: Ik ben niet gekomen om ze (de wet en profeten) af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.
In deze dingen schiet ieder mens te kort: hij/zij kan of wil niet, leeft er aan voorbij, faalt daarin, vergist zich enz. Anderen doen het op een hypocriete manier: om bij de mensen als vroom bekend te staan. Of op een wettische manier zodat ze zichzelf beter kunnen voelen, dan degenen die er in hun ogen niets van terecht brengen. Dat verwijt Jezus vooral de Schriftgeleerden en Farizeeën. In Mat 23: 32 roept hij hun op de maat van hun voorvaderen te vervullen, dwz hun ongerechtigheid compleet te maken door hun eigen ongerechtigheid er aan toe te voegen.
Daartegenover is Jezus zelf degene die de wil van God begrijpt en zijn wet mensvriendelijk toepast. Hij doet die van harte, oprecht en volmaakt; niet om vroom bij de mensen over te komen.
Hij roept op tot meer dan het gewone in de Bergrede, en zo doet hij zelf ook. Daarom laat hij zich dopen, niet omdat de wet het eist, maar omdat er een koninkrijk is, waar datgene wat niet moet, toch gebeurt (Noordmans). De ware gerechtigheid is een schenkende gerechtigheid. De Farizeeën en Schriftgeleerden verwijten dat Jezus door zo te doen de wet afschaft, maar de werkelijkheid is dat hij die juist bevestigt en de diepste en ware betekenis van de wet en profeten voorleeft en waarmaakt. Hij vervult de wet kwalitatief, zijn tegenstanders blijven steken in een kwantitatief begrip van de wet.
(2) ivm Gods plan
In de hof van Getsemaneh zegt Jezus, dat zijn arrestatie en wat daarop volgt (verhoor, veroordeling, kruisiging, bespotting en dood) dingen zijn die moeten gebeuren omdat de Schriften vervuld moeten worden.
- Mat 26: 54 Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waarin staat dat het zo moet gebeuren?
- Mat 26: 56 Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling zouden gaan.
We moeten hier niet zozeer aan enkele specifieke teksten in het OT denken. Het gaat om de teneur van de Schriften (Mat 26: 54), dwz van het OT als geheel. Doorheen heel de TeNaCh, en ihb de profeten (Mat 26: 56) wordt duidelijk dat we als mensen Gods wil niet zo royaal, liefdevol en verrassend vervullen als gewenst is. Maw we komen niet toe aan de gerechtigheid zoals God die van ons wil zien. Hetzelfde OT maakt duidelijk dat God het daar niet bij laat. Hij zal iemand sturen om mens en wereld terecht te brengen. Het is de vreugde van Mat dat hij kan melden dat dat Jezus is.
-----
1 Andere interpretaties: In Hebr bv is Jezus de Hogepriester bij uitstek. Paulus ziet Jezus als de Christus of de Zoon door wie God mensen met zich verzoent. Het interpreteren gaat door. Na het NT presenteert de gnostiek Jezus als iemand die de geheime kennis (gnosis) brengt om uit de aardse wereld te ontsnappen en de hemelse, geestelijke wereld binnen te gaan. Over Jezus raak je nooit uitgedacht. Elke tijd probeert moet zich in eigen termen tot hem verhouden. Tegenwoordig zien velen hem als een voorbeeldfiguur die inspireert tot het goede.
2 Mat is verantwoordelijk voor elk woord in zijn evangelie. De uitspraken die Jezus doet, zijn uitspraken die hij Jezus in de mond legt. Daarmee is niet bedoeld, dat hij ze zomaar verzint. De woorden, daden en lotgevallen van Jezus ontving hij van anderen, zowel in geschreven vorm (Mc en Q) als mondeling (levende herinneringen) En die bronnen bewerkt hij enigszins. Hij stileert ze zodanig dat ze zijn visie op Jezus ondersteunen. Dat doen Mc, Luc en Joh ook. Vandaar de verschillen tussen de vier evangeliën. Maar de eigen keus en visie van Mat komt veel nadrukkelijker naar voren in de vervullingscitaten, die hij als enige van de evangelisten heeft.
3 Niet al te precies, welke versie van de LXX heeft hij gebruikt?
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel) brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( -- ) bevat verduidelijking { -- } bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |