Voorzienigheid


In Zondag 10 staat dit:  De voorzienigheid is de almachtige en overal aanwezige kracht van God, waardoor Hij met Zijn eigen hand hemel en aarde met alle schepselen onderhoudt. Hij regeert alles zo dat niets toevallig gebeurt. Alles ontvangen we uit Zijn vaderlijke hand: bomen en planten, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, enz. Daarom moeten we in alle tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar zijn. In alles wat we nog zullen meemaken, kunnen we volledig op onze trouwe God en Vader vertrouwen. Geen schepsel zal ons van Zijn liefde scheiden want alle schepselen zijn zo in Zijn hand dat ze tegen Zijn wil niets kunnen doen1.
Dat is beschrijvende taal. Voor veel gelovigen werkt dat prima. Voor hen is het een mooie samenvatting van het geloof. Ze nemen die aan met hun verstand, leven er met hart en ziel uit en gaandeweg ontdekken ze de waarde van deze woorden. Of het hun nu goed gaat of slecht, ze weten zich in Gods hand geborgen. Ze voelen rust, vertrouwen, vrede. En die berusting zal het oude leerboek wel op het oog hebben.

Dezelfde woorden roepen bij anderen weerstand op. Allereest qua taal.

  • Een definitie die een stelling is (de voorzienigheid is), een conclusie (daarom...) en een argument (want...) Het is allemaal zo logisch en met bewijsplaatsen2 uit de Bijbel onderbouwd. Is dit de manier om over God en zijn zorg voor mensen te spreken? Met wat ik in mijn eigen leven meemaakte en in de wereld om me heen zie gebeuren, krijg ik het er ijskoud van.
  • Deze zondag zet mij schaakmat. De catechismus laat me geen ruimte voor ervaringen van wanhoop en afwezigheid van God. Ik moet van mijn hart een moordkuil maken.
  • In de Bijbel is geloof in Gods voorzienigheid geen zekerheidje, maar een spannende zaak. Jozef gelooft erin en hoopt erop, maar pas op het eind van zijn leven ziet hij dat God door alle ellende heen iets goeds tot stand heeft gebracht. (Gen 50: 20).  Uit zijn mond zijn het oprechte geloofswoorden, waarheid. Als een van zijn broers exact dezelfde woorden had gesproken, berekenend om Jozef tot vergeving te manipuleren, zou het leugenachtig zijn geweest en ijdel gebruik van Gods naam.
    Dat waar de catechismus op doelt - God zorgt voor je - kun je net als Jozef alleen maar voor eigen rekening nemen op de momenten dat je het zelf zo beleeft. Dan is het geloofstaal, waar en oprecht. Even zag je iets van Gods nieuwe wereld. Wie zou daar niet van spreken en zingen?
Maar zij hebben ook inhoudelijke bezwaren:
  • Zondag 10 baseert zich oa op Rom 8. Daar staat echter niets van regen en droogte, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede! Paulus noemt geen van zulke geluks- en pechgevallen op waar ieder mens wel  mee te maken heeft. Hij somt juist de gevaren op die christenen vanwege hun geloof lopen: (Rom 8: 35).... Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? (NBG51)....Hij benoemt de vijandelijke machten die christenen bedreigen: (Rom 8: 38v)  dood en leven, engelen en machten, heden en toekomst, krachten, hoogte en diepte, of wat ook maar. Daarvan zegt hij dat niets van dat alles ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here. (NBG51).
  • Paulus zegt hier nergens, dat als iemand vervolgd wordt of als martelaar sterft, dat de wil van God is. Het is overduidelijk dat er wel van alles tegen Gods wil in gaat, nl als mensen zich aan God en zijn gebod niet storen. Bv de broers die Jozef als slaaf verkochten aan Egyptische handelaren en hun vader wijsmaakten dat Jozef dood was.
    Daarom leerde Jezus ons bidden 'uw wil geschiede gelijk in de hemel (door engelen) alzo (volmaakt) ook op aarde (door de mensen)'. Dat gáát niet over regen of droogte, ziekte of gezondheid, creperen van honger of leven in overvloed! Alsof God dan weer het een, dan weer het ander wil. Het is geen bede om overgave of onderwerping (berusting) aan een grillige God die in niets verschilt van de lotgevallen die je overkomen. Het gaat erom dat wij mensen, of het nu regent of droog is, of we nu ziek zijn of gezond, of we nu te eten hebben of niet, toch proberen Gods wil te doen, dwz omzien naar elkaar, ons brood delen, rechtvaardig leven. Zo heeft Jezus het ook voor zichzelf gebeden in Getsemane 'niet mijn wil, maar uw wil geschiede' (Mc 14: 36 en parr). Toen wist hij het weer: niet wegvluchten - de gemakkelijke weg van zelfbehoud -  maar Gods liefde voor de mensen laten zien tot in lijden en dood aan toe. De moeilijke weg van zichzelf ten offer geven. Het kwade door het goede overwinnen.
  • Een christen is door Jezus voor God ingenomen. (> sleutelverhaal) Hij gelooft dat Gods liefde alle weerstand en geweld van mensen en machten te boven komt. In de opstanding van Jezus uit het dodenrijk is dat aan het licht gekomen. God heeft zijn mensen lief. Dat kan door niets ongedaan gemaakt worden. 
  • Het is heel mooi als je dat niet alleen weet, maar ook beleeft dat God bij je is. Toch is wel zeker dat je geloof ook uitgeput kan raken doordat je aan Jezus een voorbeeld neemt of door wat het leven je brengt aan zorgen, ziekte en sterven. Dan lijkt God ver weg. Die ervaring van wanhoop kent Paulus ook (2 Kor 1: 8v). En toen de christenen in Rome in 64 nC vervolgd werden, gingen ze echt niet zonder angst de arena in om door de leeuwen verscheurd te worden. Maar misschien wisten ze nog: uiteindelijk komt het niet op onze geloofsbeleving aan, maar op God. En zelfs als ze dat helemaal kwijt waren, blijft het zo: Hij is het die ons vasthoudt als wij sterven. Hij redt ons van de dood.

-----
1 Met dank aan https://www.heidelbergse-catechismus.nl/gewone-taal/verlossing/zondag-10
Rom 8 – een van de bewijsplaatsen is geen hemelse beschrijving van God over zichzelf; het zijn jubelende woorden van beneden, van Paulus aan de gemeente in Rome. Het is te betreuren dat de catechismus deze en alle andere teksten uit hun verband haalt.

 

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
art - artikel (van de NGB)
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel / of anders)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804
MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret
NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (achtereenvolgens)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
v/a = vraag en antwoord
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV12 = Willibrord Vertaling 2012
Z = zondag (vd HCat)
zgn = zogenaamd

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
(     ) bevatten verduidelijking

{    } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×