van Kooten, Echo's

G.H. van Kooten
Echo’s van het goede Nieuws
De evangeliën in context, toen en nu
Utrecht 2026-4

 

Inleiding
Enkele jaren geleden konden we voor het eerst in Trouw (1 april 2024 p. ) kennis nemen van de opmerkelijke stelling van Geurt Henk van Kooten over het evangelie naar Johannes. Waar vele nieuwtestamentici menen dat Joh als laatste van de Bijbelse evangeliën geschreven is, rond het jaar 100, stelt van Kooten dat Joh het oudste is. Het zou net als Mc al vòòr de verwoesting van Jeruzalem (70 nC) geschreven zijn. Mc tussen 67 - 70, Joh in 65 nC. Mat daarna en Luc (tussen 93/94 – 130) zou het jongste zijn. Het argument dat hij daarvoor geeft (Joh 5: 2) bespreken we hieronder.

Behalve dat van Kooten de datering letterlijk op zijn kop zet, neemt hij een heel andere literaire afhankelijkheid aan. Min of meer standaard is de opvatting dat Mat en Luc van Mc en een tweede bron Q - met vooral uitspraken van Jezus - hebben gebruik gemaakt om Mc daarmee aan te vullen (bv de Bergrede). Van Kooten echter neemt een totaal andere literaire afhankelijkheid. Joh en Mc zijn onafhankelijk van elkaar. Mat is van die twee afhankelijk en nog later Luc eveneens. Dus zonder Q. Dan maak je wel wat los onder nieuwtestamentici.

Wie is van Kooten?
Geurt Henk van Kooten (1969) is een grote naam in de nieuwtestamentische theologie. Hij promoveerde 2001 op The Pauline Debate on the Cosmos: Graeco-Roman Cosmology and Jewish Eschatology in Paul and in the Pseudo-Pauline Letters to the Colossians and the Ephesians. Hij heeft vele wetenschappelijke publicaties in gerenommeerde tijdschriften op zijn naam staan. Hij was hoogleraar aan de Universiteit Groningen (2006 - 2018) en is sinds 2018 professor aan de Universiteit van Cambridge. Uit de titel van zijn dissertatie blijkt al zijn belangstelling voor de Grieks-Romeinse cultuur. Het NT en de Joodse wereld hebben vanuit de klassieke wereld invloed ondergaan en moeten tegen die achtergrond begrepen moet worden. Dat probeert hij ook in andere artikelen aan te tonen. Meer over van Kooten op de Cambridge pagina

De ontdekking
In Joh 5: 2 staat: 'Er is in Jeruzalem..,' (Gr 'estin de en Ierosolumois...) Dit estin werd altijd opgevat als een verleden tijd (was) omdat men meende dat het om een 'presens historicum' ging, dwz een tegenwoordige tijd die iets uit het verleden naar het heden haalt. Een bekend literair middel om het verhaal levendiger te maken.1 Echter, recent heeft van Kooten onderzoek verricht naar uitdrukkingen van het type 'estin + een specifieke locatie in de derde naamval' in de Griekse geschriften van historici en geografen. Het blijkt dat zij met die uitdrukking plaatsen aanduiden die reëel bestaan op het moment van schrijven. Het estin is volgens van Kooten dus geen presens historicum,  maar een echte tegenwoordige tijd. Als dit klopt, dan schreef Johannes zijn evangelie vòòr de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen, waarschijnlijk in 65 nC. Dat schrijft hij 2025 in het vakblad New Testament Studies. Deze ontdekking is voor hem het archimedische punt om heel de datering van de evangeliën om te gooien, schrijft hij in een ander vakblad Novum Testamentum. De nieuwe visie zet hij uiteen in Reverberations of Good News: The Gospels in Context, Then and Now (London 2026). Het verschijnt ook in het Frans en Duits. Het boek dat wij hier bespreken is de Nederlandstalige versie.

Echo’s
I
n dit boek van ruim 350 pagina’s bespreekt van Kooten de vier Bijbelse evangeliën. Hij wijdt aan elk een hoofdstuk.2 Het gaat te ver om die hier samen te vatten of te bespreken. Het zijn vlot geschreven hoofdstukken waarin de auteur telkens de klassieke invloed op de evangeliën aangeeft. Om een voorbeeld te geven: de beroemde proloog Joh 1: 1 – 14 over het woord dat vlees is geworden en onder ons heeft gewoond. Van die openingszinnen zegt van Kooten dat die fungeren als een proloog bij de klassiek drama. Het informeert de toeschouwer over wat er komt. Bovendien staat er letterlijk ‘het woord heeft onder ons zijn tent opgeslagen' (Gr eskènoosen). Dat herinnert aan het klassieke gebruik van acteurs om hun tent op te slaan op de marktplaats (Echo's p. 258). Maw: Joh schrijft een goddelijk toneelstuk, bedoeld om de waarheid te communiceren.
Het vijfde hoofdstuk sluit af met de conclusie, nl dat de indruk die Jezus maakte op Mc en Joh door hen op verschillende manieren onder woorden is gebracht. Vandaar de titel van het boek Echo’s, en van Rimpelingen in de titel van het slothoofdstuk. De tweede echo vinden we bij Mat, de derde rimpeling bij Luc.

Beoordeling
In de geschiedenis van de uitleg gaat het altijd om de vraag naar de context van de nieuwtestamentische geschriften. Moeten die tegen de Joods Rabbijnse achtergrond verstaan worden, of tegen die van de Grieks-Romeinse oudheid? Moeten we de evangeliën zien als expressie van een geestelijke ontwikkeling van eenvoudig naar diepzinnig? Zijn er sporen van gnostiek in het NT? Of van de Esseense sekte in Qumran bij de Dode Zee? Of enz. Van Kooten wijst in de evangeliën vooral de sporen van de klassieke oudheid aan. Of dat altijd terecht is en of hij voldoende recht doet aan de Joodse achtergrond, moeten de vakgeleerden maar in hun tijdschriften en conferenties zien eens te worden.
Afgezien van het vraagstuk naar de juiste achtergrond, gaat om twee dingen die niet per se bij elkaar horen.

(1) De vroege datering van Joh
Van Kooten doet dat op basis van Joh 5: 2 waaruit hij afleidt dat Bethesda nog bestaat ten tijde dat de evangelist Joh schrijft. Dat is een erg smalle basis. Een wankele bovendien. Roukema zegt in Trouw dat de formule ‘estin de en + plaats in derde naamval’ ook in een schriftelijke bron van Johannes kan hebben gestaan, geschreven voor de verwoesting van de tempel, en dat deze door Joh later gebruikt en overgenomen kan zijn.
Onlangs schreef Roukema in Trouw 15 juni 2026 dat de formule toch wel kan slaan op plaatsen die op het moment van schrijven al verwoest zijn. Hij zegt bewijs daarvoor aangetroffen te hebben bij Flavius Josephus en Clemens van Rome. De archeoloog Jona Lendering is ook kritisch.
Iets anders is, of het zo erg is wanneer Joh het oudste evangelie zou zijn. Dat is het natuurlijk helemaal niet. Waarom zou het meest diepzinnige evangelie niet geschreven zijn als de herinnering aan Jezus nog heel vers is?

(2) Het loslaten van de Twee Bronnen Hypothese (TBH)
De TBH stelt dat Mat en Luc zijn gebaseerd op Mc (zegt ook van Kooten). Mat en Luc en zouden Mc aangevuld hebben met uitspraken van Jezus, verzameld in een schriftelijk bron (Q)3 (bestrijdt van Kooten) Ipv Q neemt van Kooten invloed van Joh op Mat en vooral Luc aan.
Als van Kooten gelijk heeft, dan moet hij toch met meer komen. Met name moet hij dan uitleggen hoe de vele overeenkomsten en verschillen tussen Mc, Mat en Luc zijn te verklaren. Daarvoor geeft het synoptisch onderzoek de TBH als de meest geloofwaardige verklaring. Zie ook de geschiedenis van het onderzoek (p. 13 - 65) in de inleiding van de 'Synopsis van de eerste drie evangeliën'.4 Dat alternatief biedt van Kooten niet.
Voor de duidelijkheid. Zo'n alternatief voor de TBH mag er wat mij betreft natuurlijk best komen, ik geef het graag op voor wat beters. De TBH betekent niets voor mijn geloof.

Wat betreft de echo’s
Jezus’ woorden, daden en lotgevallen hebben indruk gemaakt. Er zijn diverse interpretaties van hem gekomen

  • de oudste is die van Paulus, voortgezet bij Ef, Kol nogmaals voortgezet bij 1 Tim, 2 Tim en Titus. (de Paulinische lijn: nadruk op de kruisiging)
  • de synoptische traditie Mc, voortgezet en uitgebreid door Mat en Luc/Hnd 
  • de Jonanneïsche overlevering: Joh 1 – 20, aangevuld met Joh 21, vervolgens met drie brieven 1 – 3 Joh
  • een cultische tradtie: Hebr
  • een apokalyptische traditie: Opb

Het blijft een raadsel, hoe binnen enkele decennia na de dag van de Opstanding over Jezus woorden, daden en lotgevallen op zo verschillende wijze kon worden verteld:

De kerk heeft deze tradities (rimpelingen) kanoniek verklaard en in de Bijbel opgenomen en impliciet de gnostische echo afgewezen. De canonieke evangeliën en brieven bevatten volgens haar legitieme interpretaties van Jezus woorden, daden en lotgevallen.

Het christelijk staat of valt niet met de TBH of met de datering van de Bijbelse geschriften. Het geloof staat of valt met de Geest van Christus: zal het ons lukken het evangelie van Jezus relevant uit te dragen en voor te leven?
 

-----
1 (Zo bv Schnackenburg in zijn commentaar op Joh: HThKNT 2 - p. 119 noot 4).
De meeste ruimte krijgen Mc en Luc (beide meer dan 90 blzn), Mat en Joh 40 resp 57 blzn. Dat Mat wat korter is, valt te begrijpen (p. 123): veel is al bij Mc aan de orde gekomen. Maar dat Joh zo kort en Luc zo uitgebreid is, bevreemdt wel.
3  Q is helaas nooit aangetroffen, waarschijnlijk verloren gegaan. Maar zulke verzamelingen bestonden wel, zie bv het Thomas-evangelie.
4 van Denaux en Vervenne (1986, LeuvenTurnhout)

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel / of anders)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk (achtereenvolgens)
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
(     ) bevatten verduidelijking

{    } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×