van Kooten, Echo's
G.H. van Kooten
Echo’s van het goede Nieuws
De evangeliën in context, toen en nu
Utrecht 2026-4
Inleiding
Enkele jaren geleden konden we voor het eerst in Trouw (1 april 2024) kennis nemen van de opmerkelijke stelling van Geurt Henk van Kooten over het evangelie naar Johannes. Waar vele nieuwtestamentici menen dat Joh als laatste van de Bijbelse evangeliën geschreven is, rond het jaar 100, stelt van Kooten dat Joh de eerste is. Het zou geschreven zijn nog voor vòòr het begin van de eerste Joodse opstand (66 - 70 nC) Mc tijdens de opstand, Mat tussen 70 en 80 (p. 37) en Luc zou het jongste zijn (geschreven tussen 93/94 – 130 nC). Het argument dat hij daarvoor geeft (Joh 5: 2) bespreken we hieronder.
Behalve dat van Kooten de gangbare datering letterlijk op zijn kop zet, plaats hij vraagtekens bij de Twee Bronnen Hypothese. Deze theorie, ontwikkeld in 1838, heeft zich tot op vandaag keer op keer bewezen als de meest aannemelijke verklaring voor de overeenkomsten en verschillen tussen Mat, Mc en Luc (de zgn synoptici). Wie daaraan morrelt, moet van goede huize komen.
Wie is van Kooten?
Geurt Henk van Kooten (1969) is een grote naam in de nieuwtestamentische theologie. Hij promoveerde 2001 op The Pauline Debate on the Cosmos: Graeco-Roman Cosmology and Jewish Eschatology in Paul and in the Pseudo-Pauline Letters to the Colossians and the Ephesians. Hij heeft wetenschappelijke publicaties in gerenommeerde tijdschriften op zijn naam staan. Hij was hoogleraar aan de Universiteit Groningen (2006 - 2018) en is sinds 2018 professor aan de Universiteit van Cambridge.
Uit de titel van zijn dissertatie blijkt al zijn belangstelling voor de Grieks-Romeinse cultuur. Het NT en de Joodse wereld hebben vanuit de klassieke cultuur invloed ondergaan en moeten tegen die achtergrond begrepen worden. Dat probeert hij ook in andere artikelen aan te tonen. Meer over van Kooten op de Cambridge pagina
De ontdekking
In Joh 5: 2 staat: 'Er is in Jeruzalem..,' (Gr 'estin de en Ierosolumois...) Dit estin (is) werd altijd opgevat als een verleden tijd (was). Het zou om een 'presens historicum' gaan, dwz een tegenwoordige tijd die iets uit het verleden naar het heden haalt. Een bekend literair middel om het verhaal levendiger te maken.1 Echter, recent heeft van Kooten onderzoek verricht naar uitdrukkingen van het type 'estin + en + een specifieke locatie' in de Griekse geschriften van de geografen Herodotus, Strabo en Pausanias (p. 278). Het blijkt dat zij met die uitdrukking plaatsen aanduiden die reëel bestaan op het moment van schrijven. Het estin is volgens van Kooten dus geen presens historicum, maar een echte tegenwoordige tijd. Als dit klopt, dan schreef Johannes zijn evangelie waarschijnlijk in 65 nC, want dan bestaat Bethesda nog. Het wordt een jaar later als een van de eerste gebouwen door de Romeinen verwoest (volgens de historicus Josephus). Veel vroeger dan 65 nC kan niet, want Joh zinspeelt (Joh 21: 18v en Joh 13: 36) ook op de dood (64 nC) van Petrus in Rome tijdens keizer Nero. (zo volgens Clemens en de kerkelijke traditie die goede papieren heeft).
Van Kooten publiceert zijn ontdekking 2025 in het vakblad New Testament Studies. Deze vondst is voor hem het archimedische punt om heel de datering van de evangeliën om te gooien, schrijft hij in een ander vakblad Novum Testamentum. De nieuwe visie zet hij nu uiteen in dit boek, dat ook in het Engels, Duits en Frans verschijnt.
Echo’s
In ruim 350 pagina’s bespreekt van Kooten de vier Bijbelse evangeliën. Hij wijdt aan elk een hoofdstuk.2 Het gaat te ver om die hier samen te vatten of te bespreken. Het zijn vlot geschreven hoofdstukken waarin de auteur telkens de klassieke invloed op de evangeliën aangeeft. Om een voorbeeld te geven: het beroemde begin van het evangelie in Joh 1: 1 – 14 over het woord dat vlees is geworden en onder ons heeft gewoond. Van die verzen zegt van Kooten dat die fungeren als een proloog. De schrijver informeert de toeschouwer over wat er komt zoals een spreker dat bij een toneelstuk in de Griekse oudheid doet. Bovendien staat er letterlijk ‘het woord heeft onder ons zijn tent opgeslagen' (Gr eskènoosen). Dat herinnert aan het klassieke gebruik van acteurs om hun tent op te slaan op de marktplaats (Echo's p. 258). Maw: Joh schrijft een goddelijk toneelstuk, bedoeld om de waarheid te communiceren.
Het vijfde hoofdstuk sluit af met de conclusie, nl dat de indruk die Jezus maakte op Mc en Joh door hen op verschillende manieren onder woorden is gebracht. Vandaar de titel van het boek Echo’s, en van Rimpelingen in de titel van het slothoofdstuk. De tweede echo vinden we bij Mat, de derde rimpeling bij Luc.
Beoordeling
In de geschiedenis van de uitleg speelt de vraag naar de context van de nieuwtestamentische geschriften een grote rol. Moeten die tegen oud-testamentische of de Joods Rabbijnse achtergrond verstaan worden, of tegen die van de Grieks-Romeinse oudheid? Moeten we de evangeliën zien als expressie van een geestelijke ontwikkeling van eenvoudig naar diepzinnig? Zijn er sporen van gnostiek in het NT? Of van de Esseense sekte in Qumran bij de Dode Zee? Of enz. Van Kooten wijst in de evangeliën vooral de sporen van de klassieke oudheid aan. Of dat altijd terecht is en of hij voldoende recht doet aan de Joodse en andere achtergronden, moeten de vakgeleerden in hun tijdschriften en conferenties nog zien eens te worden. Bij het genoemde 'zijn tent opslaan' (Joh 1: 14) lijkt me sprake van over-interpretatie. Door het zo sterk en voornamelijk tegen de achtergrond van acteurs en toneel te zien, vergeet van Kooten dat een tent ook iets tijdelijks en kwetsbaars heeft en daarmee een beeld is voor het menselijk lichaam. (2 Kor 5: 1) Tegen die achtergrond kan 'zijn tent opslaan' betekenen dat de eeuwige Zoon van God tijdelijk onder ons heeft gewoond, dat de heilige Gods (Joh 6: 69) ons sterfelijk en zondig bestaan heeft willen delen.
Afgezien van het vraagstuk naar de juiste achtergrond, gaat het om twee dingen:
(1) De vroege datering van Joh
Van Kooten doet dat op basis van Joh 5: 2 waaruit hij afleidt dat Bethesda nog bestaat ten tijde dat de evangelist Joh schrijft. Dat is een erg smalle basis. Een wankele bovendien. Roukema zegt in Trouw dat de formule ‘estin + en + plaats’ ook in een schriftelijke bron van Johannes kan hebben gestaan, geschreven voor de verwoesting van de tempel. En dat deze door Joh later gebruikt en overgenomen kan zijn. In hetzelfde artikel wijst Janse op teksten in Joh die de situatie van ná de verwoesting van Jeruzalem veronderstellen. Onlangs schreef Roukema in Trouw 15 juni 2026 dat de formule wel degelijk kan slaan op plaatsen die op het moment van schrijven al verwoest zijn. Hij zegt bewijs daarvoor aangetroffen te hebben bij Josephus en Clemens van Rome. De archeoloog Jona Lendering is ook kritisch.
Wat ik mis is een goede afweging van de historische betrouwbaarheid van de evangeliën:
- Alle vier evangelisten vertellen bv van een tempelreiniging. Maar Joh plaatst die aan het begin van zijn evangelie en laat daar 2 à 3 jaar publieke activiteit van Jezus op volgen. De synoptici plaatsen de tempelreiniging aan het eind van Jezus leven, voorafgaand aan de kruisiging. Welke evangelist geeft de historisch meest betrouwbare informatie?
- Alle vier vertellen ze van de kruisiging. Bij Joh valt die op de voorbereidingsdag van het Joodse Pesach (14 Nisan). Jezus sterft als in de tempel de Paaslammeren worden geslacht voor de Paasmaaltijd. Bij Mat, Mc en Luc sterft Jezus na de viering van de Paasmaaltijd op het Joodse Pesach (15 Nisan). Hoe zijn die verschillen te beoordelen? Waarom volgt van Kooten, die Johannes zo betrouwbaar vindt, hier de synoptici (p. 282)?
Mag Joh dan niet het oudste evangelie zijn? Dat mag natuurlijk best. De vraag is alleen of van Kooten daar de goede argumenten voor levert. Dat valt te betwijfelen.
(2) Het loslaten van de Twee Bronnen Hypothese (TBH)
De TBH stelt dat Mat en Luc zijn gebaseerd op Mc (zegt ook van Kooten). Mat en Luc en zouden Mc aangevuld hebben met uitspraken van Jezus, die ze voor zich hadden in een schriftelijk bron Q3 en met paasverhalen. Daar denkt van Kooten heel anders over. Ipv Q neemt hij invloed van Joh op Mat en vooral Luc aan.
Als van Kooten gelijk heeft, dan moet hij toch met meer komen. Met name moet hij dan uitleggen hoe de vele literaire overeenkomsten en verschillen tussen Mat, Mc en Luc zijn te verklaren. Daarvoor geeft het synoptisch onderzoek de TBH als verklaring. Natuurlijk is die niet onomstreden, maar al met al is dit toch de meest logische verklaring. Zie bv de geschiedenis van het onderzoek (p. 13 - 65) in de inleiding van de 'Synopsis van de eerste drie evangeliën'.4 Van Kooten komt niet met een betere verklaring. Van hem moeten we kennelijk de aanwijsbare literaire afhankelijkheid (in concrete woorden en verzen) opgeven voor veel vagere culturele invloeden uit de Grieks-Romeinse wereld.
Voor de duidelijkheid. Zo'n alternatief voor de TBH mag er natuurlijk best komen. Iedere wetenschapper geeft die - al dan niet met tegenzin - op voor een betere verklaring.
Gevolgen voor het geloof?
Iets anders is of deze dingen (TBH, datering van de evangeliën) iets uitmaken voor het geloof. Dat doet het natuurlijk niet. Geloof is niet gebaseerd op de toevallige en voortdurend wisselende stand van het wetenschappelijk onderzoek naar de tekst van het NT. Dat onderzoek heeft ondertussen wel duidelijk gemaakt dat de oorspronkelijke uitspraken van Jezus en de historische feiten van zijn leven niet meer exact zijn vast te stellen. Wat we van Jezus' woorden, daden en lotgevallen weten, hebben we in verhalen van zijn volgelingen. Zij doen geen neutraal, objectief verslag, maar bieden geïnterpreteerde geschiedenis (dat is wat anders dan verzonnen) met de bedoeling om de eerste christenen in hun geloof te versterken (Joh 20: 30v; Luc 1: 1 - 4). Uitspraken en gebeurtenissen van Jezus zijn niet meer los te pellen uit hun evangeliën. John P. Meier, die een poging ondernam om de authenticiteit van Jezus' gelijkenissen vast te stellen, hield er maar vier (!) over die vrijwel zeker op Jezus teruggaan. Van de andere kon hij dat niet met zekerheid vast stellen5.
Wat betreft de echo’s
Jezus’ woorden, daden en lotgevallen hebben indruk gemaakt. Hij riep diverse interpretaties op:
- de oudste traditie: Paulus' (7) brieven, voortgezet bij Ef, Kol en 2 Thes, en nogmaals voortgezet bij 1 Tim, 2 Tim en Titus. (nadruk op kruis, gerechtigheid en geloof)
- de synoptische traditie: Mc, voortgezet en uitgebreid met Q door Mat en Luc/Hnd (over de lijdende Zoon des Mensen en het Koninkrijk)
- de jonanneïsche overlevering: Joh 1 – 20, later aangevuld met Joh 21, vervolgens voortgezet in drie brieven 1 – 3 Joh (over de Zoon van God en het eeuwige Leven)
- een cultische interpretatie: Hebr (Jezus als Hogepriester)
- een apocalyptische versie: Opb (de verhoogde Christus: het Lam, Rechter en Koning)
Het blijft een raadsel hoe - binnen enkele decennia na de Opstanding - de woorden, daden en lotgevallen van Jezus op zo verschillende wijze konden worden weergegeven.
De kerk heeft deze tradities (rimpelingen, echo's) canoniek verklaard en in de Bijbel opgenomen en impliciet de gnostische variant van de tweede eeuw nC afgewezen. De canonieke evangeliën en brieven bevatten volgens haar de legitieme interpretaties van Jezus woorden, daden en lotgevallen, mits ze volgens de regel van het geloof werden gelezen en uitgelegd.
Het christelijk staat of valt niet met de TBH of met de datering van de Bijbelse geschriften. Het geloof staat of valt met de Geest van Christus: zal het ons lukken het evangelie van Jezus relevant uit te dragen en voor te leven?
-----
1 Zo bv Schnackenburg in zijn commentaar op Joh: HThKNT 2 - p. 119 noot 4.
2 De meeste ruimte krijgen Mc en Luc (beide meer dan 90 blzn), Mat en Joh 40 resp 57 blzn. Dat Mat wat korter is, valt te begrijpen (p. 123): veel is al bij Mc aan de orde gekomen. Maar dat Joh zo kort en Luc zo uitgebreid is, bevreemdt wel.
3 Q is de afkorting van het Duits Quelle = bron. Q is helaas nooit aangetroffen, waarschijnlijk verloren gegaan. Maar zulke verzamelingen bestonden wel, zie bv het Thomas-evangelie.
4 van Denaux en Vervenne (1986, LeuvenTurnhout)
5 J.P. Meijer, A marginal Jew. Rethinking the historical Jesus. Vol V Probing the Authenticity of the Parables.
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV12 = Willibrord Vertaling 2012 tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |