Spelers in Mc
(nog in ontwikkeling)
Hoofdrolspeler: Jezus Christus (Mc 1: 1), de Zoon van God (Mc 1: 11),
gedoopt door Johannes de Doper, geleid door de Geest
titels: Didaskalos, Christus, Messias, Zoon des Mensen
zijn missie van God gekregen:zz geven losprijs (Mc 10: 45)
Medestanders van Jezus
De discipelen, apostelen, de twaalven (maar soms onbegrip, duivels)
Simon van Cyrene, Jozef van Arimathea
Maria van Magdala, Maria (de moeder van Jakobus) Salome,
mensen in nood
schare / menigte
schoonmoeder van Petrus, Bartimeüs, enz
Tegenstanders
Tegenstanders in de zin van vijanden van Jezus zijn Mc vooral de Schriftgeleerden (Mc 1: 22; 2: 6; 9: 11; 12: 28; 12: 35; 12: 39) die soms ook wel Schriftgeleerden uit Jeruzalem (Mc 3: 22; 7: 1) heten en vaak in één adem genoemd worden met de overpriesters (Mc 9: 14; 10: 33; 11: 18; 11: 27; 14: 1; 15: 31) of met de overpriesters en oudsten (Mc 8: 31; 14: 43 + hogepriester; 14: 53; 15: 1 + de gehele Raad)
De overpriesters verder nog in Mc 14: 10; 14: 55 (icm de gehele Raad); 15: 3; 15: 10 en 15: 11.
De oudsten komen alleen icm andere vijandige groepen voor (Mc 8: 31; 11: 27; 14: 43; 14: 53 en 15: 1)
De Farizeeën komen vooral in beeld als discussiepartner over de toepassing van de Joodse wet (Mc 2: 18; 2: 24; 7: 3; 8: 11; 10: 2). Wat dreigender klinkt het in Mc 2: 16; 7: 1 en 7: 5 waar de Farizeeën samen met de Schriftgeleerden worden genoemd. Mc 3: 6 en 12: 13 komen de Farizeeën voor icm de Herodianen, en in Mc 8: 15 icm Herodes.
Herodes Antipas
Pilatus
Kajafas/Hogepriesters
Sanhedrin / Raad
De duivel: Mc 1: 12v
Figuranten
Barabbas
Hoofdrolspeler: Jezus Christus (Mc 1: 1), de Zoon van God (Mc 1: 11),
gedoopt door Johannes de Doper, geleid door de Geest
titels: Didaskalos, Christus, Messias, Zoon des Mensen
zijn missie van God gekregen:zz geven losprijs (Mc 10: 45)
Medestanders van Jezus
De discipelen, apostelen, de twaalven (maar soms onbegrip, duivels)
Simon van Cyrene, Jozef van Arimathea
Maria van Magdala, Maria (de moeder van Jakobus) Salome,
mensen in nood
schare / menigte
schoonmoeder van Petrus, Bartimeüs, enz
Tegenstanders
Tegenstanders in de zin van vijanden van Jezus zijn Mc vooral de Schriftgeleerden (Mc 1: 22; 2: 6; 9: 11; 12: 28; 12: 35; 12: 39) die soms ook wel Schriftgeleerden uit Jeruzalem (Mc 3: 22; 7: 1) heten en vaak in één adem genoemd worden met de overpriesters (Mc 9: 14; 10: 33; 11: 18; 11: 27; 14: 1; 15: 31) of met de overpriesters en oudsten (Mc 8: 31; 14: 43 + hogepriester; 14: 53; 15: 1 + de gehele Raad)
De overpriesters verder nog in Mc 14: 10; 14: 55 (icm de gehele Raad); 15: 3; 15: 10 en 15: 11.
De oudsten komen alleen icm andere vijandige groepen voor (Mc 8: 31; 11: 27; 14: 43; 14: 53 en 15: 1)
De Farizeeën komen vooral in beeld als discussiepartner over de toepassing van de Joodse wet (Mc 2: 18; 2: 24; 7: 3; 8: 11; 10: 2). Wat dreigender klinkt het in Mc 2: 16; 7: 1 en 7: 5 waar de Farizeeën samen met de Schriftgeleerden worden genoemd. Mc 3: 6 en 12: 13 komen de Farizeeën voor icm de Herodianen, en in Mc 8: 15 icm Herodes.
Herodes Antipas
Pilatus
Kajafas/Hogepriesters
Sanhedrin / Raad
De duivel: Mc 1: 12v
Figuranten
Barabbas
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV12 = Willibrord Vertaling 2012 tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |