Passio bij Mc
Inleiding
M. Kähler (1835–1912) noemde de evangeliën 'lijdensgeschiedenissen met een uitvoerige inleiding'.1 Inderdaad is het duidelijk dat
- de evangelisten geen biografische interesse hadden: ze vertellen vrijwel niets over het leven van Jezus tot zijn dertigste.
- Wat betreft Jezus' laatste levensjaar vertellen ze vooral van de laatste week waarin hij in Jeruzalem leerde, werd gearresteerd, veroordeeld, gekruisigd en begraven, gevolgd door de opstanding.
- In de aanloop daarnaartoe schetsen ze een beeld van hem als weldoener.
Marcus
Deze drie punten gelden wel ihb voor het oudste, schriftelijke evangelie, dat van Mc.
- Hij vertelt werkelijk niets over de periode van Jezus' geboorte tot aan zijn doop door Johannes de Doper. Zelfs niet dat hij dan ongeveer dertig jaar is. Dat moeten we uit de andere evangeliën opmaken.
- De laatste week begint in Mc 10: 1 waar we lezen dat Jezus Galilea verlaat om via het Overjordaanse en de stad Jericho naar Jeruzalem te gaan (Mc 10: 32). Aan deze dagen wijdt de evangelist zes hoofdstukken
- Over de veel langere tijd tussen (1) en (2) - een jaar of langer? - gaan slechts negen hoofdstukken.
Het kruis werpt zijn schaduwen vooruit
Het gaat volgens Mc dus om de Passio. Toch is eerst die uitvoerige inleiding wel nodig. Daarin komt enerzijds naar voren dat Jezus een weldoener is. Hij geneest (Mc 1: 40 - 2: 12), drijft boze geesten uit (Mc 3: 7 - 12), voedt duizenden (Mc 6: 35vv) wekt doden op (Mc 5: 35vv), geeft om buitenlanders (Mc 5: 22vv; Mc 7: 24vv). Hij is een rabbi die de wet van God verrassend nieuw uitlegt (Mc 7) en mensen vergeeft (Mc 2: 7vv). Al deze dingen maken duidelijk dat Jezus dicht bij God staat (doop - Mc 1: 9vv; verheerlijking - Mc 9: 2vv). Hij is niet alleen de profeet die het Koninkrijk van God aankondigt (Mc 4: 26vv), hij is de Messias-Christus (Mc 8: 29) die het Koninkrijk van God doet aanbreken, de Zoon des Mensen. Veel van deze dingen komen in de Passio terug.
Maar anderzijds maakt Mc in deze inleiding duidelijk dat Jezus weerstand oproept. Zijn discipelen begrijpen hem niet (Petrus - 8: 32). Zijn dorpsgenoten wijzen hem af (Mc 6: vv). Farizeeën en Schriftgeleerden ergeren zich (2: 6; 2: 16; 2: 24; 3: 22; 7: 1vv; 8: 11vv). In 3: 1 - 6 valt het besluit om hem te doden. Mc 8: 31 weet Jezus dat dit hem, de Zoon des Mensen, te wachten staat. Hij herhaalt het in 9: 31, 10: 33 en 10: 45. De lijdensaankondigingen verbinden inleiding en passio.
Motieven
Wat zijn de redenen voor de spelers in het verhaal om Jezus te verwerpen?
Jeruzalemse bevolking
Eerst zijn de bewoners enthousiast (Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer - 11: 8 - 10). Ze zien in hem iemand die volk en land bevrijdt van de Romeinse bezetter. Als blijkt dat Jezus niet op die manier koning is, zijn ze teleurgesteld, boos en willen van hem af. Ze roepen om de vrijlating van Barabbas en de kruisiging van Jezus. (15: 13v)
Overpriesters, schriftgeleerden, oudsten en de hogepriester willen hem doden vanwege de tempelreiniging (11: 18) en kritiek (gelijkenis van de onrechtvaardige pachters - 12: 1 - 12; 12: 37 - 40). Jezus valt de godsdienst aan en brengt daarmee hun sociale positie in gevaar.
Ze durven eerst nog niet door te pakken vanwege de vele mensen die Jezus (dan nog) geweldig vinden (11: 18; 12: 12; 14: 1). Later sturen ze heimelijk (in de nacht) een schare (Gr ochlos) met zwaarden en stokken om hem gevangen te nemen als hij in Getsemane is (14: 43).
Als ze hem verhoren staat het vonnis al vast: de doodstraf (14: 55). Het enige wat ze nodig hebben zijn een paar betrouwbare getuigenverklaringen. Die vinden ze echter niet. Dan vraagt de Hogepriester Jezus of hij de Christus is, de Zoon van de Gezegende. Dat bevestigt hij. Daarop wordt hij van godslaster beschuldigd en ter dood veroordeeld(14: 61 - 65). Ze misbruiken hun godsdienst om Jezus uit de weg te ruimen.
Nu durven anderen (meelopers) hem te bespugen, te stompen en slaan en belachelijk te maken.
Een uitzondering in de Hoge Raad is Jozef van Arimatea. Hij vraagt en krijgt om het lijk van Jezus in een graf te leggen (15: 42 - 47). Was hij er niet bij toen de Raad bijeenkwam om Jezus te veroordelen?
Pilatus (15: 1 - 15) verhoort Jezus maar vindt niets dat de doodstraf verdient. Hij wil Jezus vrijlaten. Maar de aanwezigen - opgehitst door de overpriesters - roepen dat hij Barabbas moet vrijlaten. Pilatus oordeelt dat het geraden was te doen wat de meute wil. Reden: bang voor oproer en voor klachten over hem bij de keizer.
De soldaten verkleden Jezus als een koning: een purperen kleed, een doornenkroon, bespotten hem (wees gegroet, koning der Joden), slaan hem met een riet op zijn hoofd, bespugen hem, vallen op hun knieën. (15: 16 - 21). Dan brengen zij hem naar Golgota. Onverschillig trekken ze hem zijn kleren uit om die te verdobbelen. Het enig menselijke: ze willen hem wat wijn met mirre geven, om de marteling iets te verzachten? Die weigert Jezus.
Voorbijgangers spotten met Jezus: zichzelf redden kan hij niet, laat hij van het kruis afkomen, dan zullen we geloven (15: 29 - 32). Degenen die tegelijk met Jezus gekruisigd worden, zeggen hetzelfde.
Als Jezus om God (Eli, Eli...) roept, spot een van de aanwezigen dat hij om Elia roept om Jezus van het kruis af te nemen. (15: 36)
Judas verraad Jezus voor geld aan de overpriesters nav de verspilde mirre (14: 1- 11). Met een kus wijst hij hem aan (14: 43vv)
De twaalf discipelen zeggen meermaals geen aanstoot aan Jezus te nemen, Petrus het meest nadrukkelijk (14: 29 - 31). Maar als Jezus bidt in Getsemane zijn ze zelfs niet in staat met hem te waken, ze vallen tot drie keer toe in slaap. Bij Jezus' arrestatie vluchten ze allemaal. Petrus volgt op veilige afstand (14: 54). Als hij herkend wordt als een van Jezus' volgelingen ontkent hij dat ten stelligste, tot drie keer toe. (14: 66 - 72). Als het erop aankomt kiest hij voor lijfsbehoud.
Onder de volgelingen van Jezus zijn ook vrouwen. Zij kijken uit de verte toe hoe Jezus sterft aan het kruis (15: 40vv). Twee van hen zien waar hij wordt begraven (15: 47).
Balans
Het is al met al geen fraai beeld dat Mc hier van (ons) mensen geeft. Eigenlijk is er maar één die goed doet. Dat is de weldoener Jezus. Alle anderen vallen tegen. Hun gedrag is maar al te herkenbaar: hun frustraties (Judas, Jeruzalemse bevolking), hun religieuze en bevoorrechte positie (Sanhedrin), hun politieke carriëre (Pilatus), hun onverschilligheid (soldaten: bevel is bevel), lafheid (Petrus en discipelen). Moraal, godsdienst, rechtssysteem stellen niets voor als het erom gaat Jezus uit de weg te ruimen.
Herkenbaar betekent, dat ik mij in elk van die spelers kan verplaatsen. Ik kan me met hen identificeren. Maw deze staalkaart van slecht gedrag zit ook in mijzelf. Ik moet mij niet verbeelden, dat als ik toen in de schoenen van Petrus, Judas, Pilatus enz had gestaan, het met Jezus anders was afgelopen.
En waarom is het toch, dat Jezus met al zijn liefde voor mensen en trouw aan God, dit geweld over zich heen krijgt? Waarom verdragen wij deze weldoener niet? Is het omdat hij ons eraan herinnert dat wij ook tot liefde, vergeven, dienen in staat zijn?
Het kruiswoord
Bij het sterven van Jezus legt Mc hem een tekst uit Ps 22: 2 in de mond, zelfs in het Hebreeuws: Eloi, eloi, lama sabachthani, dwz mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
Het is op het eerste gehoor een onthutsend laatste woord van Jezus. Het klinkt als een bittere teleurstelling.
Had Jezus verwacht dat God op het laatst hem zou redden en zijn Koninkrijk zou oprichten? (Schweitzer) Maar Mc heeft in de drie lijdensaankondigingen Jezus laten zeggen dat hij gedood zou worden. Het woord over het losgeld (Mc 10: 45) spreekt van 'zijn leven geven als losprijs voor velen. Dit einde van Jezus past helemaal bij zijn eigen uitspraken.
We zien allerlei elementen van Ps 22 in de Passio terug: de bespotting (Ps 22: 8v), het verdobbelen van de kleding (Ps 22: 22), Jezus' dorst (Ps 22: 16), de handen en voeten doorboord (Ps 22: 17). Daarbij past ook de klacht van Ps 22: 2. Dit is niet als teleurstelling op te vatten, maar als uitdrukking van uiterste verlatenheid (door mensen afgewezen, door God in de steek gelaten) en toch van geloof, immers deze woorden zijn vloek, maar een vasthouden aan God: mijn God, mijn God waarom...3 Jezus sterft als een onschuldig lijdende rechtvaardige.4 Zijn dood kan niet zonder gevolgen blijven5 (2 Makk 7). God zal om hem het kwaad van mensen vergeven6.
De Paasmorgen
Tenslotte volgt het bericht van de opstanding (16: 1 - 8). Drie vrouwen gaan naar het graf om het lijk van Jezus te zalven. In het graf zegt een jongeman in een wit kleed (een engel?) hun dat Jezus is opgewekt en dat ze hem in Galilea zullen zien. Dan eindigt Mc zijn evangelie met Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden. Maar hoe kan Mc zo eindigen: zonder te vertellen van Jezus die als de levende, de Opgewekte verschijnt aan zijn leerlingen. Dit kan toch niet het laatste woord zijn van Mc?
Dat hebben vele overschrijvers van het evangelie ook gedacht. Zij zullen gedacht hebben dat een deel van Mc was verloren gegaan en vulden daarom aan met de verzen 9 - 202. Maar vanuit de wetenschap van de tekstkritiek, is duidelijk dat deze aanvullingen niet origineel zijn. De oudste en beste handschriften eindigen met 16: 8. Er zijn uitleggers die menen dat dit inderdaad een goed en passend einde van het evangelie oplevert (Pesch). Er zijn ook uitleggers die menen dat de evangelist zo niet gestopt kan zijn. Zij (bv Schweizer) vermoeden dat er na vers 8 nog een passage volgde, die helaas is verloren gegaan.
-----
1 M. Kähler, Der sogenannte historische Jesus und der geschichtliche, biblische Christus (Theologische Bücherei 2) p.60, München 1969-4
2 Dit heet wel het langere Mc slot en werd lange tijd als kanoniek beschouwd. We vinden het bv in de Statenvertaling. Met de opkomst van het tekstonderzoek kwamen nog andere afrondingen van Mc naar voren. In moderne bijbelvertalingen staan deze verzen tussen haken, om aan te geven dat ze hoogst waarschijnlijk niet tot de originele versie van Mc behoren.
3 Wie bekend is met Ps 22 weet dat er na vers 22 een omslag volgt: David, de dichter weet zich door de HERE gered. De Psalm eindigt met '
4 Dat heeft de hoofdman die de executie leidt, ook gezien. Hij zegt 'waarlijk deze mens was een zoon van God' (Mc 15: 39, idem Mat 27: 54; Luc 23: 47 heeft deze mens was rechtvaardig).
6 Andere 'effecten' van onschuldig sterven als een martelaar zijn (1) dat zo aan het licht komt, dat de daders van God noch gebod weten, ze houden er niet serieus een moraal, godsdienst, rechtssysteem op na. (2) Het kan de navolgers van de rechtvaardige extra inspireren (het bloed van de martelaren is het zaad der kerk) (3) het is het ultieme bewijs dat de martelaar werkelijk gelooft wat hij beweert, hij heeft er zijn leven voor over; liever dan het te redden door ontrouw aan zijn boodschap te worden.
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding art - artikel (van de NGB) aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis nl = namelijk NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) v/a = vraag en antwoord vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV12 = Willibrord Vertaling 2012 Z = zondag (vd HCat) zgn = zogenaamd tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |