Passio bij Luc
Inleiding
Luc1 neemt de driedelige opzet van Mc over: na het optreden van Jezus in Galilea (3: 1 - 9: 50 ) en de reis naar Jeruzalem2 (Luc 9: 51 - 19: 27) volgt de laatste week in Jeruzalem (Luc 19: 28 - 23: 56) met de eigenlijke Passio vanaf Luc 22. Het evangelie loopt uit op de berichten van de opstanding (Luc 24: 1 - 53). Daarop volgt een tweede deel, de Handelingen der Apostelen.
Jezus
Luc presenteert Jezus als de Heiland der Wereld. Dat maakt hij al duidelijk in het geslachtsregister dat teruggaat niet op Abraham (zo Mat) maar op ...Adam, de zoon van God3.
In de aanloop daarnaartoe (Luc ) is Jezus net als bij Mc een weldoener die een religieuze en sociale boodschap heeft. Vergeleken met de andere evangeliën vinden we in Luc veel vrouwen, die met name genoemd worden: Maria en Elisabet (Luc 1), een vrouw in NaÍn (Luc 7), Maria van Magdala, Johanna, Susanna (Luc 8: 1 - 3) ) Maria en Martha (Luc 10), een kromgebogen vrouw (Luc 13). Het onheil dat Jezus bestrijdt is meer dan zonde en schuld. Nadrukkelijk wijst Jezus op armoede, honger en de verantwoordelijkheid die mensen met bezit voor de armen hebben. Behalve zaligsprekingen (als Mat) heeft hij ook wee-spreuken waarin hij rijke mensen waarschuwt voor de gevolgen van een egostisch leven
Wat de godsdienst betreft is Jezus kritisch over Schriftgeleerden, Farizeeën, Oudsten, Overpriesters.
De tempel moet een huis van gebed zijn, niet een rovershol (Luc 19: 45v).
Jezus heeft verdriet over de verwoesting van Jeruzalem, die hij voorziet. En die ook gekomen is in 70 nC.
Wat het sociale betreft: Jezus wijst niemand af. Zieken, melaatsen, tollenaars, buitenlanders, iedereen kan bij hem terecht.
De drie lijdensaankondigingen van Mc vinden we terug in Luc 9: 22; 9: 44; 18: 31 - 33; Het 'losgeldwoord' (Mc 10: 45) neemt Luc niet over.
Tov Mc
Opvallend: Luc vertelt niet van de valse beschuldiging over het afbreken en opbouwen van de tempel (Mc, Mat en Joh hebben dat wel). Jezus wordt veroordeeld omdat het Sanhedrin meent dat hij zichzelf voor de Christus, de Zoon Mensenzoon, de Zoon van God houdt. (Luc 22: 66 - 71)
(In Getsemane zweet Jezus bloed - tekstkritisch niet origineel).
De twee zwaarden (Luc 22: 35 - 38) zijn uiteraard veel te weinig om een opstand tegen de Romeinen te beginnen. Toch zijn ze nodig, om Jezus verdacht te maken en tot de wettelozen te rekenen.
Motieven
Wat zijn de redenen voor de spelers in het verhaal om Jezus te verwerpen?
De Jeruzalemse bevolking hangt aan Jezus' lippen als hij in de tempel hun over het geloof leert (Luc 19: 49). Bij de intocht 'is het de gehele menigte der discipelen', die Jezus enthousiast binnenhaalt. Maar er is ook sprake van een schare die waarschijnlijk toekijkt (Luc 19: 37 - 39). Het is niet de Jeruzalemse bevolking die op Jezus' dood en Barabbas vrijlating aandringt. Dat doen de overpriesters en de schriftgeleerden (23: 10), de overpriesters en de oversten (23: 13) (en het volk - moet waarschijnlijk zijn oversten van het volk Luc 23: 13). Veel Jeruzalemmers zijn bij de kruisiging aanwezig. Als Jezus gestorven is, slaan de volksmenigten (al de scharen) zich op de borst (Luc 23: 48) als teken van rouw om de dood van Jezus.
Overpriesters, Oudsten, Schriftgeleerden, Farizeeën, Hogepriester Kajafas komen recht tegen over Jezus te staan.
Luc volgt Mc voor wat betreft de motieven en werkwijze van de tegenstanders. Een paar opmerkelijke aanvullingen:
Stadhouder Pilatus is net als bij Mc een bestuurder die bang is om tegen de wil van het volk in te gaan. Hij weet dat Jezus onschuldig is. Als hij merkt dat de hogepriesters daar geen genoegen mee nemen, stuurt hij Jezus naar Herodes, de bestuurder van Galilea die toevallig in Jeruzalem is in de hoop 'van het gezeur af te zijn'. (Luc 23: 4 - 12) Maar Herodes stuurt Jezus weer naar Pilatus terug, waaruit Pilatus opmaakt dat ook Herodes hem voor onschuldig houdt. Al met al spreekt Pilatus drie keer uit dat Jezus onschuldig is (Luxc 23: 4. 15. 22). Onder druk van de hogepriesters, de oversten en het volk - die op de vrijlating van Barabbas aandringen laat hij Jezus toch kruisigen (3) (Barabbas: vanwege oproer en moord opgepakt en gevangen gezet).
Ook op andere plaatsen schildert Luc de Romeinse bezetter positiever af dan Mc en Mat. Hij wil kennelijk waardering voor de Romeinen wekken bij zijn lezers (de jonge kerk rond het jaar 80 nC) en omgekeerd de Romeinen duidelijk maken dat Jezus en zijn volgelingen geen bedreiging zijn voor het Imperium Romanum.
De soldaten en voorbijgangers
De twaalf discipelen
Judas - waarom verraadt hij Jezus? Kan niet zijn vanwege verspillinig van dure zalfolie, want daarvan vertelt Luc al veel eerder in Luc 7: 36 - 50. Wat beweegt hem dan? Volgens Luc is dat de satan (Luc 23: 3)
Petrus
Uit Mc laat Luc achterwege de passage over een leerling die naakt, zonder kleed wegvlucht als Jezus wordt gearresteerd (Mc 14: 51v). Waarschijnlijk begreep Luc niet wat de zin van dit voorval is. Het lijkt geen functie te hebben in het verhaal zoals Mc dat vertelt.
Balans
Luc neemt van Mc diens visie op mensen over: De Jeruzalemse bevolking is gemakkelijk te misleiden. Godsdienst is een zaak waaraan (hoge)priesters hun belangrijke positie te danken hebben. Zij houden elke verandering tegen. Ze bedienen zich van leugens en misleiding, desnoods laten ze een onschuldige uit de weg ruimen. De Farizeeën en Schriftgeleerden komen er bij hem zelfs nog wat schijnheiliger van af dan bij Mc. Politiek en macht zijn niet uit op waarheid en recht: een opportunistische Pilatus weet dat hij fout zit, maar wast zijn handen in onschuld. Zelfs Jezus' vrienden, de discipelen doen het niet goed: ze vallen in slaap terwijl Jezus hun vroeg met hem te waken. Judas levert Jezus over. Van de goede voornemens van Petrus is na de eerste de beste vraag van nb een dienstmeisje niets meer over: hij ontkent dat hij Jezus hoort.
Een enkeling valt mee (Jozef van Arimathea), een paar vrouwelijke volgelingen zien uit de verte toe als Jezus sterft en begraven wordt.
Kruiswoord
Luc vervangt het pijnlijke en moeilijk te duiden kruiswoord 'mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?' door drie andere
*Luc 23: 34 Vader, vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen (vgl Hnd 7: 60) (tekstkritisch onzeker)
* Luc 23: 43 Gesproken tot een van de medegekruisigden: Heden zul je met mij in het paradijs zijn
* Luc 23: 46 Vader, in uw handen mijn Geest (Ps 31: 6) (vgl Hnd 7: 59)
De Paasmorgen
Luc heeft een heel ander einde aan zijn evangelie dan Mc.
---
1 Na de voorgeschiedenis Luc 1 en 2 over Jezus'geboorte en als twaalfjarige in de tempel.
2 Het zgn Reisbericht is opvallen lang: 10 hoofdstukken, bij Mc en Mat 1 resp 2 hoofdstukken.
3 Vandaar het tweede deel, Hnd, dat verhaalt van de verkondiging van het evangelie over de toenmalig bekende wereld. Dat begint in Jeruzalem - het Joodse middelpunt en eindigt in Rome, de hoofdstad van het Romeinse Imperium.
terug