Mc 7: 24 - 30


Context
Na de controverse met de Farizeeën en de Schriftgeleerden volgen er twee verhalen van wonderbaarlijke genezingen die zich buiten Israël afspelen. Het eerste bij Tyrus (aan de Middellandse Zee), het tweede in de Dekapolis (het verband van tien steden ten Oosten van het Meer van Galilea). Het lijkt erop, dat de discipelen er niet bij zijn.
 

Mc 7: 24 – 30
Hij ging weg en vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam Hij zijn intrek in een huis, en hoewel Hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het Hem niet onopgemerkt te blijven. 25 Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over Hem gehoord had naar Hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was. 26 Deze vrouw was van Syro-Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte Hem om bij haar dochter de demon uit te drijven. 27 Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om het brood voor de kinderen aan de honden te voeren.’ 28 De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’ 29 Hij zei tegen haar: ‘Omdat u dit zegt ... Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’ 30 En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn. (NBV21)

Het is niet goed duidelijk waarom Jezus naar Tyrus gaat. Voelt hij zich bedreigd? Wil hij wat uitrusten of zich bezinnen? In elk geval wil hij niet van alles leren en doen. Hij hoopt onopgemerkt te blijven.

Zoals altijd lukt dat niet

terug
×