Mc 6: 6b - 13

Mc 6: 6b - 7
Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen. 7 Hij riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. (NBV21)

Aan de ene kant wil Jezus onbekend blijven en verbiedt hij de mensen hem bekend te maken. Aan de andere kant, blijft hijzelf de mensen opzoeken, van het Koninkrijk Gods vertellen (leren, Gr didaskoo), genezingen en andere wonderen verrichten. Nu vertelt Mc dat Jezus zichzelf nog bekender maakt: hij stuurt zijn twaalf discipelen erop uit. Wat ze moeten gaan doen is niet helemaal duidelijk. Uit dit vers valt op te maken dat ze onreine geesten moeten uitdrijven. Maar het 'luisteren' in vers 11 veronderstelt dat ze ook een mondelinge boodschap brengen, vers 12 meldt de oproep tot bekering. Maw: het gaat om de komst van Gods Rijk, de kern van Jezus' boodschap.

De leerlingen moeten gaan in zes groepjes van twee. Dat heeft met getuige zijn te maken. Een bewering van een enkele getuige zegt weinig. Maar op het getuigenis van twee of meer staat het vast. Zo gaan de leerlingen op weg om de mensen te vertellen van Jezus: wat ze van hem gezien en gehoord hebben. Het Koninkrijk Gods is komende! Hun boodschap kunnen ze onderstrepen door onreine geesten te verdrijven. Zo maken ze zichzelf geloofwaardig. Ze maken de mensen niet maar wat wijs. Het is echt, het gebeurt.

Ze gaan niet op eigen gezag of in eigen kracht; Jezus geeft hun macht (Gr exoousia). Zonder die gave kunnen ze hun taak niet volbrengen. Hoe Jezus hun deze macht geeft, vermeldt Mc niet. Is het puur een toezegging, een belofte of gebeurd er meer, bv handoplegging? Zo worden ze uitgezonden (Gr apostelloo), de leerlingen zijn nu apostelen.

Mc 6: 8 - 11
Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld in hun gordel, alleen een stok. 9 Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei Hij, ‘trek geen extra kleren aan.’ 10 En ook zei Hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je weer verdergaat. 11 Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden als getuigenis tegen hen.’ (NBV21)

Meer dan een opdracht en de macht over onreine geesten geeft Jezus hun niet mee. Mc vermeldt dat ze de gebruikelijke dingen voor een langere reis niet mogen meenemen: brood (Gr artos), reistas (Gr pèra), geld (Gr chalkos) moeten ze achterwege laten. Alleen een stok (Gr rabdos) mogen ze meenemen, een paar sandalen (Gr sandalia) en een enkel onderkleed. Letterlijk: 'niet twee onderkleden' (Gr duo chitoonas). Vandaar dat de NBV21 heeft 'geen extra kleren'. Het gaat te ver om hieruit op te maken dat ze geen mantel / overkleed (Gr. imation) aan mochten.
Waarom deze karige uitrusting?

  • om urgentie tot uitdrukking te brengen: er was geen tijd om koffer enz in te pakken. Het Koninkrijk is zeer nabij
  • om zelf te ontdekken wat het is om helemaal afhankelijk te zijn: ze moeten leren alles (eten, onderdak) van God te verwachten; een gordel met geld, een reistas met kleding zijn niet nodig. (die ook voor de bloemen des velds en de vogelen des hemels zorgt (Mat 6: 25 - 30)
  • aangewezen te zijn op de gastvrijheid van mensen (vers 10) of afwijzing ondervinden (vers 11)

Vers 10: letterlijk staat er 'En Hij zeide tot hen: Waar jullie een huis (Gr oikia) binnengaan, daar moeten julllie blijven, totdat jullie vertrekken vandaar.' Dit zou een nietszeggende zin zijn als die betekende dat de discipelen ergens verblijven totdat ze er weggaan. Jezus bedoelt dat als de discipelen in een dorp of stadje welkom zijn en iemand biedt hun onderdak aan, ze daar blijven zolang ze in dat dorpje of stadje hun werk doen (van Jezus getuigen). Als ze daarmee klaar zijn, moeten ze naar het volgende dorpje. Zie vers 11 waar niet van huis (oikia) maar van plaats (topos) sprake is (De woorden worden zo goed als synoniem gebruikt).

Vers 11 beschrijft de andere mogelijkheid: de leerlingen vinden geen gehoor en zijn niet welkom. Letterlijk: 'En welke plaats
(Gr topos) ook maar jullie niet ontvangt en niet naar jullie luistert, gaat vandaar weg...
De uitgezonden leerlingen zijn afhankelijk van de mensen die zij willen bereiken. Alleen als de discipelen gastvrij en belangstellend ontvangen worden, moeten ze getuigen. Het evangelie mag niet met gedram, dwang of geweld opgedrongen worden. Daarom moeten ze een dorp of stadje verlaten als ze geen gehoor vinden. En niet zomaar verlaten, maar 'schudt af het stof (Gr chous) dat onder uw voeten is, hun tot een getuigenis.' (Gr marturion)
Maw bij een afwijzing moeten de discipelen op een symbolische wijze aan de bewoners laten zien dat ze weggaan en   zelfs het stof aan de voeten niet van ze willen hebben. Maw door deze gebarentaal maken ze duidelijk dat de breuk compleet is: ze willen niets met het stof, het dorpje en z'n bewoners te maken hebben.


Mc 6: 12v
Ze gingen op weg en riepen de mensen op om tot inkeer te komen, 13 en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. (NBV21)
De discipelen doen zoals Jezus zegt: twee aan twee gaan ze op weg. Mc vertelt niet welke plaatsen ze aandoen en hoe lang ze onderweg zijn. 

 

 

Gespreksvragen
* Mislukt onze inzet voor geloof en kerk wel eens omdat we het naar eigen idee en op eigen kracht willen doen?

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
( -- ) bevat verduidelijking

{ -- }  bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×