Mc 6: 1 - 6


Mc 6: 1 - 2a
Hij vertrok weer en ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen. 2 Toen de sabbat was aangebroken, gaf Hij onderricht in de synagoge...(NBV21)

Met de vaderstad is Nazareth bedoeld, waar Jezus opgroeide. Dat Mc het stadje zo noemt, is omdat hij de lezers wil voorbereiden op wat hij straks in vers 5 Jezus in de mond legt. De algemene uitspraak over het lot van profeten moet gaan over de plaats waar je bent opgegroeid, over vadersteden in het algemeen, niet over Nazareth alleen.

Het stadje ligt ongeveer 35 km ten Zuidwesten van Kapernaüm in de zuidelijke helft van Galilea. In de buurt van de berg Tabor. Van Jezus is bekend dat hij geregeld (Luc 4: 16) de synagoge bezoekt. Een samenkomst in de synagoge verschilt in vele opzichten van een protestantse kerkdienst, waar doorgaans alleen de predikant aan het woord is. In de synagoge kon iedere man de beurt krijgen om uit een van de boekrollen van de TeNaCh (OT) voor te lezen en daar iets van uit te leggen. Het was heel gewoon wanneer er vervolgens een discussie ontstaat. Zo ook nu, al vertelt Mc niet welk gedeelte Jezus leest en bespreekt.1

 

Mc 6: 2b - 3
...
en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt Hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! 3 Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem. (NBV21)

Er waren heel wat aanwezigen in de synagogde en die verbazen zich: waar haalt hij dat allemaal vandaan? Ze bedoelen de wijsheid van zijn uitleg en de wonderen die hij verricht. Wie of wat zit daarachter? Hij komt immers uit een heel gewoon gezin. Ze kennen de namen van zijn moeder en vier broers. En zijn zussen wonen ook bij hen in dat hele gewone provinciestadje. Opvallend is dat Mc zijn vader niet noemt.2

De vertaling ‘Hij is toch die timmerman?’ klinkt negatiever dan Mc bedoelt. Het suggereert dat Jezus teveel verbeelding heeft en dat de aanwezigen zich daaraan ergeren. Letterlijk staat er ‘is hij niet de timmerman?’ (Gr tektoon). Zp spreken ze hun verbazing uit.

Het loopt er wel op uit dat ze zich ergeren aan Jezus (Gr skandalizoo, struikelen, aanstoot nemen, vgl schandaal) niet omdat hij betweterig is, maar omdat hem zoveel wijsheid en wonderkracht gegeven is. Dus niet omdat hij teveel verbeelding heeft, maar omdat ze het niet kunnen hebben dat hij wijzer is en meer kan dan zij. Het is afgunst, mogelijk vermengd met irritatie omdat de boodschap van Jezus altijd ook iets kritisch heeft en op verandering aandringt.

Ze kunnen kennelijk niet geloven dat God in hem – zo gewoon als hij is qua afkomst - met liefde en ontferming naar hen omziet. Omdat ze menen zelf niet de moeite waard te zijn kunnen ze niet geloven dat de Zoon van God hen wel de moeite waard vindt.3 Dat is het ongeloof waarover Jezus zich verbaast (6a).

Mc 6: 4 - 6a
4 Jezus zei tegen hen: ‘Een profeet wordt overal erkend behalve in zijn vaderstad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’ 5 Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. 6 Hij stond verbaasd over hun ongeloof. (NBV21)

Jezus duidt zijn afwijzing als het lot van de profeten. Letterlijk zegt hij: Niet is een profeet ongeëerd dan in zijn vaderstad en onder zijn verwanten en in zijn huis. Inderdaad vonden Elia, Jesaja, Jeremia en andere profeten in Israël vaak geen gehoor. Echter niet zozeer bij verwanten en stadgenoten, maar vooral bij de machthebbers: koningen, priesters, rijke mensen. Die werkten hen tegen of erger.

Een voorwaarde voor wonderen is geloof. Veel of weinig, sterk of zwak maakt niet uit; als er maar een vorm van geloof, verwachting, hoop is. Niemand overkomt tegen zijn zin een wonder. In zijn vaderstad stuit Jezus vooral op afwijzing ipv geloof. Dan gebeurt er niets bijzonders. Slechts een paar zieken staan Jezus toe (geloven) hen de handen op te leggen. Zij vinden genezing.

Mc 6: 6b
Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen. (NBV21)

De afwijzing resulteert in het vertrek van Jezus uit Nazaret. Zijn allernaasten verwerpen hem. Het is al weer een voorbode van de totale verwerping die hem nog te wachten staat.

Straks (Mc 6: 11) raadt Jezus zijn leerlingen aan ‘als je niet welkom bent en ze niet naar je willen luisteren, ga daar dan weg’. Dat is heel nuchter en zakelijk: verspil je tijd en energie niet aan iets wat geen zin heeft. Maar ook: word niet boos of gefrustreerd, maar ga elders door met je opdracht, je roeping. Zo doet Jezus zelf ook: hij verlaat zijn vaderstad om zijn boodschap te brengen in de dorpjes rond Nazaret.

 

Mat 13: 51 – 5, Mc 6: 1 – 6a en Luc 4: 16 – 30
SQE 139 VBS 145
Mat blijft dicht bij Mc, Luc is veel uitgebreider, zie noot 1 en 2
 

Gespreksvragen:
* Je kunt je gemakkelijk van iemand afmaken door te zeggen dat hij teveel verbeelding heeft. Dan hoef je je van zijn woorden niets aan te trekken. Maar doe je daar goed aan?
* Hoe denk jij over jezelf? Kun je geloven dat je voor God de moeite waard bent? Heb je dan veel of weinig verbeelding?
* Wat doe jij als je met welgemeende raad of een goed advies geen gehoor vindt?
* Heb je je al eens gerealiseerd dat Jezus in een gewoon Joods gezin met broers en zussen is opgegroeid? Wat vind je daarvan? Lees eens 'Jezus' onbekende jaren'. 

 

 

-----

1 Lucas is wat dat betreft uitgebreider en schrijft de passage uit die Jezus leest en bespreekt: Jes 61: 1v. Na de woorden over de profeet in zijn vaderstad volgt bij Luc het voorbeeld van Elia en Elisa, die op een gegeven moment niet voor Israël, maar voor niet-Joodse mensen iets goeds deden: een weduwe in Sarepta (Sidon) een Syriër Naäman. Dit sluit goed aan bij 'de theologie van Luc' voor wie de wending van God van Israël naar de heidenen een belangrijk thema is.  Als de aanwezigen dat horen worden ze zo boos dat ze Jezus van de berg waarop de stad gebouwd is, willen gooien.
Mat en Luc noemen wel de vader van Jezus: Jezus is 'de zoon van de timmerman' (Mat 13: 55) of 'de zoon van Jozef' (Luc 4: 22)
3 Dat zit ten diepste achter hun afgunst, daaruit komt hun irritatie voort.

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
( -- ) bevat verduidelijking

{ -- }  bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×