Mc 5: 21 - 43
Vooraf
Als Jezus weer terug in Galilea is, - waarschijnlijk Kapernaüm - vertelt Mc van Jaïrus en zijn doodzieke dochtertje. Dat onderbreekt hij met het verhaal van van een volwassen vrouw die al 12 jaar lijdt aan ernstig bloedverlies. Deze inclusio of sandwich-structuur roept de vraag op of deze verhalen bij elkaar horen en als dat zo is, wat die met elkaar te maken hebben.
Mc 5: 21 - 24
Hij is radeloos, want zijn dochter ligt op sterven. Hij heeft kennelijk van Jezus gehoord en hoopt, weet of gelooft dat hij haar kan beter maken. Dat niet alleen: hij vermoedt ook iets van Jezus' hoge afkomst, want hij bewijst hem eer door voor zijn voeten neer te vallen. Zo maakt hij zich zo klein mogelijk en brengt hij zijn totale afhankelijkheid van Jezus tot uitdrukking. Dan legt hij de situatie uit: Mijn dochtertje (Gr tugathrion) is erg ziek (letterlijk: heeft het einde). Direct daarop doet hij zijn dringende bede (Gr: parakalei polla): kom en leg haar de handen op2 om haar te redden en in leven te houden. De handen opleggen werd gezien als een manier waarop genezende kracht aan de zieke kon worden overgedragen. (Te vergelijken met een moeder die over de zere plek van haar kind aait)
Uit woord en houding blijkt zijn geloof. Jezus waardeert dat - overigens zonder het met zoveel woorden uit te spreken - en gaat met hem mee. De mensenmassa wil wel eens zien hoe dat afloopt en dringt zich zo op, dat het voor Jezus hinderlijk is.
Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed.
Wat nu volgt is in allerlei opzichten het tegenovergestelde van het verhaal van Jaïrus + dochtertje. Een volwassen vrouw is al jaren ziek: chronische bloedingen (ongesteldheid) die haar niet alleen uitputten (ijzergebrek), hinderen in haar dagelijkse werkzaamheden maar ook isoleerden van de andere mensen: ze gold als onrein. Natuurlijk had ze daar niet in berust en alles aangegrepen wat haar zou kunnen helpen. De toenmalige reguliere artsen en kwakzalvers en goed bedoelde adviezen van anderen. Het trieste resultaat van ingrepen, speciale voeding, toverspreuken, rituelen, drankjes, oefeningen etc: een lege portemonnee en nog zieker dan toen het allemaal begon. Toch heeft ze de hoop niet opgegeven. Ondanks alle teleurstellende ervaringen blijft ze open staan voor toch nog genezing op een of andere manier. Dankzij die houding vangt ze het bericht op over Jezus en de wonderen die hij verricht. Haar gelovige hoop blijft niet een mooie gedachte, ze maakt er werk van: ze gaat naar Jezus.
Ze kan bijna niet tot hem doordringen, zoveel mensen zijn er om hem heen. Het is haar duidelijk, dat ze Jezus niet te spreken zal krijgen. Hij zal haar niet de handen opleggen. Maar zijn mantel aanraken, dat is ook goed. De mantel is het meest persoonlijke kledingstuk, beladen met kracht van de drager. (De mantel van de profeet Elia maakte later Elisa tot een profeet - 2 Kon 2). Dan zal zijn kracht van hem naar stromen en genezen, zo gelooft ze. Het is een magische opvatting die destijds gebruikelijk was, en die we nu nog wel zien, bv als fans hun idool willen aanraken. Haar plan gelukt. Ze weet nog net zijn mantel aan te raken, van achter.3 Op hetzelfde moment (typisch Mc: weer dat Griekse woordje euthus) is de bron van haar bloedingen opgedroogd. Dat merkt ze ook aan haar lijf: ze vloeit niet meer, is beter en voelt zich sterker.
Maar tegelijkertijd (nog een keer euthus) bemerkt ook Jezus bij zichzelf dat er wat bijzonders is voorgevallen. Er is kracht van hem uitgegaan.4 Kennelijk was deze aanraking van een andere orde dan de aanrakingen van al die mensen die zich om hem heen verdringen. Deze aanraking was opzettelijk en vol van verwachting, hoop en geloof. Heel anders dan de botsingen met de mensen. Daar zat geen opzet achter. Eerder het tegenovergestelde: ze wilden hem zo min mogelijk voor de voeten lopen, alleen maar bij hem zijn om niets te missen. Sensatiezucht. Geen nood, geen geloof, hoop en verwachting zoals bij haar.
Jezus houdt stil, draait zich om en wil weten wie hem cq zijn kleren heeft aangeraakt. De discipelen die van de vrouw en haar genezing niet weten, zeggen dat dat iedereen geweest kan zijn, zo druk is het. Een open deur, maar zo laat Mc maar weer eens het onbegrip van de leerlingen naar voren komen. Jezus reageert niet op hun onnozele opmerking. Hij legt niets uit, maar kijkt om zich heen op zoek naar haar die dat gedaan had. Het Grieks geeft aan, dat Jezus weet dat het om een vrouw gaat (poièsasan). Maar het is goed denkbaar dat Jezus ook wel wist welke vrouw het moest zijn. In elk geval: zo geeft hij haar de ruimte om zelf met haar verhaal te komen, de vrijheid desnoods om te zwijgen en onbekend te blijven. Want wil ze het taboe op bloed en onreinheid wel doorbreken te midden van zoveel onbekende mensen?
Toch komt ze naar voren. Ze is bang, ze trilt van de zenuwen. Niet omdat ze nu van haar bloedingen en genezing moet vertellen, maar 'omdat ze wist wat er met haar gebeurd was'. Gods kracht (in Jezus) was in haar gekomen toen zij het waagde hem aan te raken. Ze beseft nu pas wat ze gedaan heeft. Ze is als Mozes die bij de brandende braambos de Here ontmoet. Ze siddert, komt uit de massa naar voren en valt op haar knieën voor Jezus neer. Net zoals eerder al Jaïrus brengt ze in deze gebarentaal tot uitdrukking dat Jezus voor haar zoveel als God is, en zij maar een mens, hem onwaardig en toch volkomen afhankelijk van hem.
Ze vertelt hem de hele waarheid: wie ze is en al twaalf jaar ziek en geen dokter die haar helpen kon....tot en met genezing toen ze Jezus' mantel aanraakte. Kortom alles wat Mc vermeldt.
Jezus stelt vast: uw geloof heeft u gered. Hoe zo is dat? Wat is haar geloof?
het bestaat voor een groot deel uit doorzettingsvermogen: 12 jaar zocht ze vergeefs naar genezing, en nog had ze de hoop niet opgegeven. het is creatief: hoe ze zich door de mensen om Jezus niet laat hinderen, maar toch een weg weet te vinden om hem te bereiken. het is een zeker weten: dat haar bloedingen en onreinheid niet iets zijn om je bij neer te leggen, alsof het Gods wil is. haar geloof is ook een herkennen van Jezus, een vermoeden dat God in hem is en werkt en ook haar genadig wil zijn.
Opmerking
Natuurlijk kun je uit dit verhaal niet afleiden, dat je bij ziekte niet naar dokter, specialist en ziekenhuis moet. Mc geeft op geen enkele manier af op de toenmalige geneeskunst. Alleen stond die machteloos in het geval van deze vrouw. Maar boven hun (beperkte) kunnen gaat Jezus.
Tijdens het gesprek van Jezus met de vrouw, komen mensen naar Jaïrus toe met het droeve nieuws dat zijn dochter is overleden. Ze verbinden daaraan de conclusie dat Jezus niets meer kan doen en vragen Jaïrus waarom hij de leraar/meester (Gr didaskolos) nog lastig valt (Gr skulloo). Jezus vangt dat op en raadt Jaïrus aan (letterlijk) 'wees niet bang, geloof alleen'.
Gezien het vervolg is dat opvallend. Waarom zegt Jezus niet: 'wees niet verdrietig, ze vergissen zich, ze slaapt alleen maar, ik zal haar wakker maken. Omdat dat zou betekenen dat het meisje in een heel diepe slaap is en niet echt overleden. In dat geval hoeft Jezus niet eens naar haar toe. Jaïrus kan haar dan zelf wel wekken. De conclusie moet zijn dat het meisje echt overleden is. Het bericht van de mensen klopt. Ze vergissen zich niet zoals ook de weeklagende mensen in en bij het huis van Jaïrus terecht rouwen en misbaar maken. Maar waarom zegt Jezus dan 'wees niet bang, geloof alleen.'
- Waar zou Jaïrus angstig voor moeten zijn? Antwoord: Voor het zien van zijn gestorven dochtertje. En voor wat Jezus gaat doen.
- En alleen maar geloven? Wat dan? Antwoord: vertrouwen dat het op een of andere manier nog weer goed komt. Al is dat wel heel veel gevraagd als de dood zojuist een geliefde heeft weggenomen!
Jezus gaat naar het huis van Jaïrus. De menigte mensen wil hij er niet bij hebben. Alleen Petrus en de twee broers Johannes en Jakobus - de drie intimi - mogen mee. Bij het huis aangekomen treffen ze de rouwende familie, buren, vrienden. Ze zijn luid en duidelijk aanwezig. Als Jezus zegt dat het kind niet gestorven is maar slaapt, lachen ze hem uit. Ze weten heus het verschil wel tussen slapen en dood en ze hebben met spijt vastgesteld dat dit meisje niet in een diepe slaap is, maar werkelijk aan haar ziekte bezweken is.
Jezus gaat de discussie niet aan. Met het gezag en overwicht dat hij heeft, stuurt hij ze allemaal naar buiten. Jaïrus en zijn vrouw gaan mee naar binnen. Ze hebben niets te verliezen en hopen maar dat Jezus gelijk heeft, dus dat hun dochtertje slaapt. Ook de drie discipelen gaan mee de kamer in waar het meisje ligt opgebaard. Zo zijn ze er bij als Jezus haar hand vastpakt en 'Talita koem' zegt. Geen toverspreuk, maar gewoon de spreektaal van toen (Aramees) voor 'meisje sta op'. Zo wekt Jezus haar weer tot leven, alsof ze alleen maar sliep. Hier breekt iets door van Gods macht in Jezus: zijn liefde is sterker dan de dood.
Direct (weer het Gr euthus) staat het meisje op - de dood heeft niets in te brengen tegen Jezus' bevel - en begint te lopen en krijgt iets te eten.
Jezus bezweert dat iedereen hierover zwijgt: de ouders, de drie discipelen en ongetwijfeld ook de mensen die net nog rouwden en zo zeker wisten dat het meisje dood was. In mensenogen is de dood wat anders dan in Gods ogen. Voor ons is de dood het einde. Voor God een slaap waaruit je gewekt kunt worden.
Waarom moeten ze hier over zwijgen?
- net als de andere zwijgeboden wil Jezus geen misverstanden over wie hij zelf is. Pas als hij aan het kruis zijn leven gegeven heeft, kan het duidelijk worden dat hij de Christus, de Zoon van God is. Zo wil hij bekend staan en geloofd worden. Niet als een wonderdokter of dodenopwekker of hoe dan ook.
- deze opwekking uit de dood is niet het eigenlijke. Het meisje zal vroeg of laat nog een keer sterven. Haar opwekking is een voorafspiegeling van Pasen, de opstanding der doden bij het aanbreken van Gods nieuwe wereld. Over die overwinning op de dood moet het gaan in de kerk en die moeten christenen bekend maken. En niet suggereren dat mensen uit de dood kunnen terugkeren in dit leven. De christelijke boodschap gaat niet over reanimatie en bijna dood ervaringen.
Vergelijking:
De vraag van het begin was: wat hebben beide verhalen met elkaar te maken? In de tabel hieronder de belangrijkste overeenkomsten en verschillen. Het lijkt me dat de verhalen ook los van elkaar verteld hadden kunnen worden. Door ze in elkaar te vlechten krijgen ze niet een andere betekenis (of moeten we hier gaan psychologiseren over een meisje dat als de dood is om een volwassen vrouw te worden? En over een volwassen vrouw die...maar wat levert dat dan op?). Mc kan de verbinding ook aangebracht hebben om literaire redenen, nl om zo het verhaal meer vaart en beweging en spanning te geven. Dat doet hij wel vaker, invoegingen zijn: Mc 3: 22 - 30, 6: 14 - 29; 11: 15 - 19 14: 3 - 7; 14: 66 - 72.
| man / dochtertje | vrouw |
| naam: Jaïrus | anoniem |
| eervol: overste van de synagoge | onrein vanwege bloedverlies |
| heeft een dochtertje, | vrouw heeft wel of geen kinderen |
| Jezus noemt haar 'Talita' (meisje) | Jezus noemt haar 'dochter' (dochter Israëls, een echte Joodse vrouw) |
| ze is 12 jaar (vers 41), het begin van de huwbare leeftijd | leeftijd onbekend, al 12 jaar bloedverlies |
| hij openlijk naar Jezus en hem aangesproken | zij heimelijk naar Jezus |
| Jezus komt te laat: meisje overleden | kan niet bij hem komen": te veel mensen om hem heen |
| oplossing: Jezus naar het meisje toe en pakt haar hand | oplossing: zij raakt de mantel van Jezus aan |
| het meisje staat op | de vrouw genezen |
| Jezus zegt: wees niet bang, maar blijf geloven (36) | Jezus zegt: uw geloof heeft u gered (34) |
| overleden (oordeel mensen) slapend (inzicht Jezus) > opgewekt |
- |
Mat 9: 18 - 26, Mc 5: 21 - 43, Luc 8: 40 - 56 (Joh 4: 46 - 54)
SQE 125 SVBS 138
Mat en Luc hebben dezelfde verhalen, ook in combinatie, met enkele verschillen:
Mat noemt niet de naam Jaïrus, het dochtertje is al overleden als Jaïrus aan Jezus vraagt om te komen. Mat laat het meeste van Mc 5: 29 - 37 weg. Hij is ook heel beknopt in het wakker roepen van het meisje
Luc neemt het meeste van Mc wel over muv vers 40 (de rouwende mensen uit huis drijven)
Mat en Luc vonden het niet nodig het Aramese 'talitha koemi' over te nemen.
Joh heeft een vergelijkbaar verhaal over een doodzieke zoon van een hoveling (letterlijk: een koninklijk iemand). Die geneest op hetzelfde moment dat de vader en Jezus elkaar spreken. Dat is een genezing op afstand (Jezus en de hoveling zijn uren lopen verwijderd van de woning van de hoveling.
Gespreksvragen:
* Jezus gaat boven het kunnen van dokters uit: Wat betekent dat voor ons vandaag?
* Een dokter klaagde: als we iemand beter maken, dankt hij God en niet ons. Maar als we iemand niet kunnen helpen, dan hebben wij gefaald en niet God. Wat vind je daarvan?
* Wat vind je van mensen die schrijven dat ze stierven en meerdere dagen in de hemel zijn geweest en daarna weer terugkeren in dit leven?
-----
1 Crispus en Sostenes waren het (tegelijk of na elkaar?) in Korinthe (Hnd 18: 8 en 17; 1 Kor 1: 1 en 14)
2 Handoplegging kon genezing bewerken, zo geloofde men.
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel) brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( -- ) bevat verduidelijking { -- } bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |