Mc 5: 1 - 20 // Mat 8: 28 - 34 // Luc 8: 26 - 38
Context en locatie
Na de storm op het meer (Mc 4: 35 - 41) komt het scheepje aan in het gebied van de Gerasenen. Het strand moeten we waarschijnlijk zoeken in Gergesa (het huidige Kirsu) aan de Oostzijde van het meer. De streek maakt deel uit van de Dekapolis (Mc 5: 20), het verband van de tien belangrijkste steden in de regio. Het gebied hoorde ooit voor het grootste deel bij Israël: het was toegewezen aan de stammen Gad en Manasse. Maar in de loop van de eeuwen had het vaak deel uitgemaakt van andere landen en rijken. In de tijd van Jezus stond het bekend om zijn hellenistische cultuur, het gold als een heidense streek Dat blijkt in dit gedeelte ook uit het feit dat men daar varkens houdt. Die gelden in de Bijbel als onreine dieren.
Tot de tien steden behoorden Gerasa en Gadara in het Zuidoosten op zo'n 40 km resp 10 km afstand van het meer gelegen, eigenlijk te ver weg voor de dingen die Mc vertelt. Gergesa past beter.
Na de indrukwekkende gebeurtenissen (exorcisme) verlaat Jezus de streek en gaat via het meer naar de overkant (Mc 5: 21) en vervolgens naar Nazaret (Mc 6).
Mc 5: 1 - 5
Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen.
De discipelen verlaten ongetwijfeld ook de boot, maar dan gebeurt er nog niets. Echter, wanneer Jezus aan land komt, triggered dat direct (Gr euthus) een man die er heel slecht aan toe is. Hij wil kennelijk niet meer leven. Dat valt op te maken uit wat Mc vertelt: hij woont bij de doden in de grafspelonken. Dag en nacht loopt hij daar te schreeuwen en zichzelf te beschadigen met stenen. Uit vers 15 valt op te maken dat hij rusteloos is, slecht of niet gekleed, en zeer verward: voor geen rede vatbaar. De mensen begrijpen hem niet, en hij hen evenmin..
Als zijn familie, vrienden, dorpsgenoten hem daar weg willen halen moeten ze hem vastbinden. Maar telkens breekt hij los. Hij wil niet in hun midden, bij de levenden zijn. Zijn doodsverlangen maakt enorme krachten los, zodat hij zelfs met kettingen en boeien niet bedwongen kan worden.
Een reden voor dit doodsverlangen geeft Mc niet. Heeft hij iemand die belangrijk voor hem was, een kind misschien, verloren aan de dood? Schaamt hij zich voor zijn uiterlijk? Of voor iets wat hij in het verleden heeft gedaan? Kan hij het niet vinden in de hellenistische wereld? Dat en nog veel meer (zijn naam is legio) is allemaal en zelfs tegelijk mogelijk. Mc zegt eenvoudig dat hij bezeten is: een boze, onreine geest (Gr 'en pneumati akathartooi). Onrein (naar Joods besef) vanwege zijn verblijf te midden van de graven, zijn contact met de dood.
De reactie van deze stakker is dubbel: enerzijds zoekt hij Jezus op. Hij rent zelfs naar hem toe als hij hem nog maar in de verte ziet en knielt voor hem neer. Daaruit spreekt zijn verlangen naar bevrijding. Maar anderzijds is er die andere stem, van de boze geest die hem gevangen houdt in zijn doodsverlangen. Die wijst Jezus af: wat heb ik met jou te maken? Wat hebben jij en ik (samen?). Een goede vraag. Het antwoord is tweeledig:
- Enerzijds niets: een groter verschil dan tussen deze levende dode en Jezus, de Zoon van de Allerhoogste God, bestaat niet.
- Anderzijds alles: want de Zoon van de Allerhoogste ziet naar hem om, is om hem bewogen, deelt zijn bestaan. Zal tenslotte (Passio) zelfs zijn leven geven om hem en iedereen te bevrijden van de macht van de dood in zijn vele vormen.
De onreine geest moet nog wel zijn naam bekend maken. Hij blijkt namens vele boze geesten te spreken: Legio is zijn naam. Zijn ze met 2.000? Want zoveel varkens verdrinken er straks door hun toedoen.
Op de berghelling bij het meer zijn varkenshoeders met hun kudde. Hoe toepasselijk dat de boze geesten vragen hun intrek in de onreine dieren te mogen nemen. Jezus heeft daar geen bezwaar tegen. Maar dan slaat de kudde op hol, stormt de helling af regelrecht het water in en verdrinkt. Een ramp voor de varkenshouders: zij leiden een groot financiëel verlies.
Mc 5: 14v
De varkenshoeders ziien het tot hun verbijstering gebeuren. Ze slaan op de vlucht en in de weide omgeving (stad en dorpen) maken ze het voorval bekend. Velen gaan nieuwsgierig naar de plek waar het allemaal gebeurd is. Daar volgt een tweede verrassing: de man die altijd bezeten was door een legioen onreine geesten, is bevrijd. Hij zit op zijn gemak (ipv schreeuwend rond te lopen) ziet er menselijk uit (gekleed) en heeft zijn verstand terug. Hij kan weer mee doen met het leven, een taak in zijn dorp vervullen, verantwoordelijkheden dragen.
Als ze dat zien worden ze door schrik (Gr fobeomai > fobie) bevangen. Dwz ze kunnen er niet bij. Wat hun met ketenen en boeien niet gelukte, de onreine man (enigszins) tot bedaren brengen, dat is Jezus gelukt en meer dan dat: de bezetenee is werkelijk bevrijd. Ze kunnen het niet plaatsen. Hun wereld(beeld) staat te trillen op zijn grondvesten.
Mc 5: 16 - 20
Ze krijgen wel enige uitleg van degenen die er bij waren geweest. Maar hun uitleg gaat vooral over de bezetene en de varkens; niet over Jezus. Hij kan beter maar gaan. Ze houden liever de wereld zoals zij die kennen dan dat de nieuwe wereld komt, die Jezus brengt.
| bevolking van Dekapolis | Jezus |
| wil de wereld houden zoals die is | wil Gods nieuwe wereld brengen |
| een overzichtelijk wereldbeeld | een niet te bevatten wereld |
| een wereld waar je je moet zien stand te houden en sommigen er aan onder door gaan | een wereld waar alle mensen tot hun recht komen |
| waar onreine geesten / demonen mensen bezet houden | waar mensen vrij zijn als ze geloven en de Geest van Jezus ontvangen |
| waar het om de dood (grafspelonken) draait | waar het om het goede leven gaat |
| en die op de dood (verdronken varkens) uitloopt | waar het leven de dood overwint (Pasen) |
| een wereld die staat te wankelen | een wereld die alles aan het wankelen brengt |
| en plaats moet maken voor Gods nieuwe wereld | en ooit voorgoed doorbreekt |
Jezus dringt zich niet op. Hij gaat over het meer terug naar Galilea. De bevrijde man wil met hem mee. Jezus, die eerder het verzoek van de boze geesten inwilligde, geeft hem echter geen toestemming. De bevrijde man moet nu in vrijheid leven en niet slaafs achter Jezus aan. En bij die vrijheid hoort dat hij aan de mensen in zijn eigen omgeving - vanuit zijn eigen ervaring en in zijn eigen woorden - vertelt wat God / Jezus voor hem heeft gedaan. Dat is wat hij gaat doen tot verbazing van iedereen die hem hoort.
Mat 8: 28 - 34; Mc 5: 1 - 10; Luc 8: 26 - 39 (Joh -)
SQE 137 (91) - SVBS 143 (66)
De versie van Luc is grotendeels als die van Mc. De toestand van de bezetene (Mc 5: 4v) verplaatst en herschreven. Luc laat weg dat het om 2000 varkens gaat.
De versie van Mat is veel korter, hij laat achterwege:
de deerniswekkende toestand van de bezetenen (Mc 5: 3 - 5), en zijn mooie herstel (Mc 5: 15).
de dialoog van Jezus met de onreine geest (Mc 5: 9v)
het aantal varkens (2.000) te vermelden (net als Luc)
dat de bevrijde man met Jezus mee wil, maar geen toestemming krijgt (Mc 5; 18 - 20)
Verder valt op dat het bij Mat om de landstreek van de Gadarenen gaat,
en dat hij van twee bezetenen vertelt.
Gespreksvragen:
* Hoe weet de bezetene dat hij bij Jezus moet zijn? Mc geeft daar geen antwoord op, we mogen zelf wat bedenken.
* Voel je je ook wel aangetrokken door Jezus en wil je hem eigenlijk ook ontlopen? Waarom is dat?
* Staat jouw wereldbeeld te schudden op zijn fundamenten vanwege Jezus en Pasen? Of toch niet?
* Zit er ook iets van humor in dit verhaal?
-----
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel) brood of anders ham) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV = Willibrord Vertaling tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( -- ) bevat verduidelijking { -- } bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |