Zaligsprekingen (Mat 5: 3 - 12)
Zalig, Gelukkig, Gefeliciteerd
In het OT is 'asjree (Hebr) het gewone woord voor gelukkig. Iemand kan gelukkig zijn omdat hij zonen heeft (Ps 127: 5), omdat er te eten is (Jer 44: 17) of om de pijlen die hun doel niet missen (Jer 50: 9). Prediker prijst de doden gelukkig itt de levenden (Pred 4: 2). En Ps 137 noemt degene die Babel vergeldt wat het Jeruzalem heeft aangedaan gelukkig (Ps 137: 8v).
Maar veel vaker is de reden voor het geluk godsdienstig van aard. Iemand is gelukkig vanwege zijn goede, vrome gedrag (oa Ps 1: 1; 34: 9; 40: 4; 119: 1), omdat zijn zonden vergeven zijn (Ps 32: 1), hij door God uitverkoren is (het volk Ps 33: 12), omdat hij mag wonen in de tempel (Ps 84: 5), hij Jakobs God tot hulp heeft (Ps 146: 5; Jes 30: 18), hij die door God gecorrigeerd wordt (Ps 94: 12). Wie gelukkig wil zijn moet wijs zijn en rechtvaardig, de Here vrezen (Spr).
In het NT duidt het Griekse makarios een paar keer op deze zelfde dingen (bv vergeving in Rom 4: 6 - 8), maar veel vaker heeft het betrekking op Jezus: zalig die aan mij geen aanstoot neemt (Mat 11: 6; vergelijkbaar 13: 16; 16: 17; Luc 1: 45 en 48; 11: 27) en die in hem geloven (Opb 22: 14 ). Die niet alleen weten of horen maar ook doen (Luc 11: 28; 12: 37 - 43 Joh 13: 17; Jak 1: 25; Opb 1: 3; 22: 7)
Anders dan het OT is zalig ook wel eens verbonden met 'na dit leven': de opstanding der doden (Luc 14: 14), het Koninkrijk van (God (Luc 14: 15; Opb 14: 13; 19: 9; 20: 6).
Vanwege deze verschillen was het zinvol, dat de NBG51 met ongelijke woorden vertaalde: gelukkig voor 'esjree (OT) en zalig voor makarios (NT). Helaas ontstond daardoor de indruk dat zalig iets anders is dan gelukkig. Dat zalig te maken heeft met na dit leven (de hemel) en gelukkig met dit leven (op aarde). Dat werkt door in de uitleg van de zaligsprekingen: die worden dan misverstaan als aankondigingen over wie er in de hemel komen. Daarom is het goed dat de NBV21 geen verschil meer maakt: het vertaalt beide - 'esjree en makarios - met gelukkig. Het woordje zalig treffen we er niet in aan.
Hoe de zaligsprekingen wel bedoeld zijn, lees je hieronder.
Het woordje kan ook met God verbonden zijn: de zalige God (1 Tim 1: 11 en 6: 15).
Opmerkelijk
1) Het zijn niet de mensen die alles mee zit, die rijk en gezond en gelukkig zijn, die gelukgewenst worden. Integendeel: het zijn de mensen die wij niet zouden feliciteren. Ze komen te kort, ze zitten in de hoek waar de klappen vallen. We zouden hen eerder ons medeleven betuigen en 'sterkte' toewensen.
2) Jezus belooft dat de mensen krijgen wat ze missen: de treurenden worden vertroost, de zachtmoedigen beërven de aarde enz. Maar dat ligt toch helemaal niet voor de hand? Dat is nog nooit gebeurd!
3) Jezus is een van hen: hij is zelf ook arm van geest/gering van hart, treurend, zachtmoedig, verlangend naar gerechtigheid, barmhartig, zuiver van hart, vredestichter, vervolgd vanwege de gerechtigheid. Hij vertegenwoordigt hen. Hij deelt hun zware leven, hun moeilijke lot.
Vergeleken met Luc1
De zaligsprekingen van Mat hebben een parallel in Luc 6, maar er zijn grote verschillen:
- Mat heeft 9 x zalig, Luc 3 x.
- Luc heeft 4 wee spreuken, Mat geen.
- Luc is materieel van aard: letterlijke armoede, honger.
Mat heeft een meer psychologisch en moreel accent: armen van geest, honger naar gerechtigheid.
(Zo is het ook in de zaligsprekingen die Mat wel en Luc niet heeft.)
Elders is Mat wel heel materiëel, zie bv hoe belangrijk eten, voedsel, kleding, onderdak enz zijn in de eind-beoordeling van mensen Mat 25: 31 - 46.
Omlijsting
De eerste acht zaligsprekingen van Mat horen bij elkaar (vers 3 - 10)
- De eerste en achtste lopen allebei uit op: want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Daarmee omlijst Mat dit gedeelte (inclusio, enveloppe-structuur).
- Elke eerste helft is kort en heeft na zalig/gelukkig (Gr makarios) niet het werkwoord zijn. (een nominale zin)
- Ook elke tweede helft is kort en
- wijst op iets in de toekomst.
De negende wijkt af omdat
- de eerste helft veel langer is,
- met jullie zijn begint (geen nominale zin),
- de tweede helft is eveneens veel langer
- en bevat een verwijzing naar vroeger (de profeten).
Om de eerste acht zaligsprekingen te onderscheiden van de negende plaats ik dit teken: +++.
Klemtoon
In het Grieks hoef je het persoonlijk voornaamwoord niet te noemen. Laat een schrijver het achterwege, dan ligt het accent op het werkwoord, op wat er gebeurt of gaat gebeuren. Bv paraklèthèsontai = (ze) zullen vertroost worden, of (ze) zullen vertroost worden (al naar gelang de context).
Vermeldt de schrijver wel het persoonlijk voornaamwoord, dan doet hij dat om daar de nadruk op te laten vallen. Bv autoi paraklèthèsontai = zij, zij zullen vertroost worden (en niet anderen). Zo heeft Mat dat gedaan in de eerste acht zaligsprekingen.
Passief
In de vertaling van vers 4, 6, 7 en 9 staat ‘zullen worden’. Het is de weergave van een Griekse werkwoordsvorm (stam + thèsontai). De passieve vorm met worden geeft aan, dat 'God' (door Jezus) de betreffende handeling verricht. Deze dingen zijn niet het resultaat van menselijke inspanning. Dan zou het allemaal onzeker zijn. 'God' zorgt ervoor. Het staat vast.
Dat is uiteraard ook wat vers 5 (beërven) en 8 (zien) bedoelen. Het is 'God' die de aarde aan de zachtmoedigen geeft. Het is 'God' die zich toont aan de reinen van hart. Wie anders zou daarover gaan?
In vers 3 en 10 (voor hen is het koninkrijk der hemelen) is het uiteraard de Koning die de armen van geest en de vervolgden in zijn koninkrijk welkom heet. Wij vechten ons daar niet binnen.
Vers 11 (groot loon in de hemel) veronderstelt, dat het 'God' is die beloont; wij betalen niet aan ons zelf uit.
Vertaling
Een en ander leidt tot de volgende vertaling van Mat 5: 3 - 12:
3 Gelukkig de armen van geest (of nederigen van hart), want van / voor hen is het koninkrijk van de hemelen.
4 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
5 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
7 Gelukkig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid bewezen worden.
8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen 'God' zien.
9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van 'God' genoemd worden.
10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemelen.
+++
11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze – vanwege Mij - jullie uitschelden, vervolgen en (liegende) allerlei kwaad van jullie spreken.
12 Verheugt jullie en juicht, want jullie loon (is) groot in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.
Voor een bespreking van de afzonderlijke verzen, zie zaligsprekingen in het menu Meditaties.
Opbouw
Elk van de zaligsprekingen bestaat uit twee helften. In de eerste wordt een groep mensen aangesproken (zie hieronder). In de tweede helft wordt hun iets moois beloofd. (zie hieronder).
De mensen: de ene groep van gelovigen
De negen groepen mensen worden als volgt omschreven:
- Vers 3 - 10: de armen van geest /(of nederigen van hart), de treurenden, de zachtmoedigen, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, de barmhartigen, die zuiver van hart zijn, vredestichters, die vanwege de gerechtigheid vervolgd worden.
- Vers 11 jullie die omwille van Mij worden uitgescholden, vervolgd en van allerlei kwaad beschuldigd.
Wie zijn deze mensen? Als Jezus deze uitspraken doet, zijn er niet alleen de twaalf discipelen maar ook veel volksmenigten uit alle delen van het land en zelfs van daarbuiten (Mat 4: 25 – 5: 1). Het zijn mensen die ergens mee zitten + ze hebben een verwachting van Jezus: dat hij hen zal helpen. Ze hebben dus een zekere mate van geloof. Het is niet nieuwsgierigheid of sensatiezucht die hen drijft. Ze zijn er ook niet om Jezus op een uitspraak of handeling te betrappen en vervolgens aan te klagen.
Dat het om gelovigen gaat, blijkt ook uit het volgende. Mat had kunnen zeggen dat de mensen naar Jezus waren toegekomen, maar hij schrijft dat ze hem gevolgd waren (Gr akoloutheoo). Dat is een geloofswoord. Het gaat om mensen met een klein of groot geloof in Jezus. Dat is wat die negen groepen gemeenschappelijk hebben. Het gaat telkens om dezelfde mensen (gelovigen) bij wie wel verschillende aspecten qua gevoel (bv treurend) en omstandigheden (bv vervolgingen) en activiteiten (vrede stichten) zijn te onderscheiden.
Daar komt dit nog bij. Mat wil over Jezus (vroeger, +/- 30 nC) berichten, maar hij heeft als elke schrijver ook zijn lezers in gedachten. Hij wil zo schrijven dat ze het begrijpen en in hun geloof bijgestuurd, verrijkt, bemoedigd en aangevuurd worden. Zijn lezers moeten we waarschijnlijk in Antiochië (Syrië) zoeken, enkele jaren na de verwoesting van Jeruzalem (70 nC). Daar hebben de volgelingen van Jezus het zwaar te verduren vanwege hun geloof dat hij de Christus is, de Zoon van 'God' (Mat 8: 29; 16: 16 en 26: 63v) en de consequenties die ze daaraan verbonden. Ze hadden geweigerd mee te doen aan de Joodse opstand tegen de Romeinen en als ze in Jeruzalem woonden, waren ze die stad ontvlucht. De lezers van Mat kunnen zich in elk van de eerste acht zaligsprekingen herkennen. De negende, vers 11, lijkt wel speciaal voor de gemeente van Mat geschreven te zijn: jullie, in moeilijkheden vanwege je geloof in mij...verheug je, je loon is groot in de hemelen. (Zie ook Mat 10). Deze negende vormt de overgang naar wat volgt: jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht wereld.
Onderverdeling
De negen aanduidingen zijn niet te herleiden tot even zoveel subgroepen binnen de volgelingen van Jezus. Het gaat om de ene groep van gelovigen die op verschillende manieren wordt beschreven. Iedere volgeling van Jezus is arm van geest, treurend, zachtmoedig, enz. Al zal bij de ene meer het zachtmoedige, bij een ander meer het barmhartige etc naar voren komen. Toch is er wel een verschil:
- de eerste vier (armen van geest, treurend, zachtmoedig, hongerend en dorstend naar gerechtigheid) hebben een tekort, dat aangevuld zal worden. Ze zijn passief.
- de tweede vier (barmhartig, zuiver van hart, vredestichters, die gerechtigheid bewijzen en daarom vervolgd worden) hebben iets over, dat zij inzetten voor de goede zaak. Ze zijn actief
Aan beide groepen zal door Jezus en zijn God recht gedaan worden.
Jezus
De zaligsprekingen zijn gesproken tot volgelingen van Jezus. Toch is het opvallend, dat de zaligsprekingen ook allemaal op Jezus zelf slaan. Hij is bij uitstek de arme van geest, de treurende, de zachtmoedige enz. En voor hem zijn de zaligsprekingen ook al in vervulling gegaan, nl met Pasen, als God hem opneemt in zijn heerlijkheid. Dan is voor hem het Koninkrijk, dan is hij getroost, dan krijgt hij de aarde enz.
Het beloofde: een en hetzelfde
Zo wordt het beloofde omschreven:
- Vers 3 - 10: het koninkrijk van de hemelen, getroost worden, de aarde beërven, verzadigd worden, barmhartigheid bewezen worden, 'God' zien, kinderen van 'God' genoemd worden, het koninkrijk van de hemelen.
- Vers 11 een groot loon in de hemel
We vinden dus allerlei omschrijvingen die op het eerste gezicht zelfs tegenstrijdig over komen. Zo heeft vers 5 de aarde beërven, maar in vers 3 en 10 gaat het om welkom zijn in het koninkrijk der hemelen.
Voor Mat en zijn lezers ligt hier echter geen tegenstelling. Zoals het in de zaligsprekingen niet om negen verschillende groepen mensen gaat, maar om de ene groep volgelingen van Jezus, zo gaat het ook niet om negen verschillende beloften, maar om één, te weten Gods nieuwe wereld. Dat Mat er negen keer over spreekt, is omdat de volgelingen van Jezus zich in evenzoveel groepen verbijzonderen: er zijn er die treuren, anderen zijn opvallend zachtmoedig, weer anderen barmhartig enz. Dan is ook die ene toekomst van Gods nieuwe wereld te verbijzonderen en te omschrijven als troost, het beërven van de aarde, barmhartigheid ondervinden enz.
Contrast
Er is alle keren een tegenstelling tussen enerzijds de mensen met hun probleem, anderzijds de beloofde oplossing van hun probleem. Bv de treurenden zullen getroost worden. Wat opvalt is dat dit contrast zo groot mogelijk wordt aangezet: die hongeren en dorsten naar gerechtigheid zullen verzadigd worden. de ootmoedigen (die niets hebben) zullen de aarde (alles) krijgen. enz.
Wanneer?
Wanneer zal 'God' aan het die Jezus volgen het beloofde geven?
1 Op het einde der tijden
We zijn misschien geneigd te denken: op het einde der tijden, bij de komst van de Mensenzoon (Mat 24). Dan zullen de rechtvaardigen deel krijgen aan het koninkrijk dat al vanaf de grondlegging der wereld voor hen bestemd was (Mat 25: 34), het eeuwige leven (Mat 25: 46). Dit 'eind-tijdelijke' zit er zeker in. Op het eind van de geschiedenis, bij de komst van de Mensenzoon, komen alle dingen in orde, dan breekt Gods nieuwe wereld aan.
Maar dat is niet het hele verhaal. Want als dat zo zou zijn, dan zou Jezus zijn volgelingen alleen maar iets moois beloven voor de verre toekomst, maar ze nu, op het moment dat ze bij hem zijn, niets te bieden hebben.Waarom zijn ze hem dan gevolgd?
2 Ten tijde van Jezus
Omdat hij ook toen en daar iets te bieden had. Hij maakte zieken beter. Hij dreef boze geesten uit. Hij legde toch de Torah op een verrassende manier uit. Maw Jezus belooft niet alleen maar mooie dingen voor later; 'Gods' nieuwe wereld breekt - via hem - ook al door in deze wereld. Nog niet in volle heerlijkheid, maar toch, het is zeker niet niks.
Het Koninkrijk der hemelen is op een bescheiden manier aanwezig, present in deze wereld. Jezus heeft zichzelf gezien als degene die het brengt. Hij citeert woorden uit Jes 61:1v die we in de eerste twee zaligsprekingen terug vinden. Luc vertelt (Luc 4: 14vv) dat Jezus dezelfde verzen leest in de synagoge van Nazareth en dan uitlegt dat de profetie toen en daar in vervulling is gegaan.2 Voor de zaligsprekingen betekent dit, dat het beloofde meer is dan toekomstmuziek (dat ook); het is iets dat de mensen nu al ontvangen: troost, barmhartigheid, verzadiging, 'God' zien, kinderen van 'God' genoemd worden enz.
Het gekomen zijn van het Koninkrijk der hemelen, zijn aanwezigheid of presentie3 op aarde klinkt vooral in vers 3 en 10 door: van of voor hen is (tegenwoordige tijd) het Koninkrijk der hemelen’. Maar ook de tussenliggende zaligsprekingen (met zullen - toekomende tijd) bedoelen de zeer nabije toekomst. Ze wijzen op het werk dat Jezus toen en daar is begonnen te doen en waar hij de rest van zijn leven mee bezig blijft: zich ontfermen over, barmhartigheid bewijzen. Dat kleine begin rond Jezus is de voorbode van het eens volledig doorbreken van het Koninkrijk der hemelen.
Maar eerst moet dat kleine begin uitlopen op kruis en dood. De volgehouden liefde van Jezus breekt de macht van de boze definitief.
3 Kruis en opstanding
Als hij sterft aan het kruis, lijkt alles mislukt: hij heeft het beloofde niet gekregen. De zaligsprekingen zijn dan ontmaskerd als de zoveelste variant van 'stil maar wacht maar, alles wordt nieuw'. Maar als het op de derde dag Pasen wordt, dan verandert alles. Jezus werd door God opgewekt uit het dodenrijk. Hij heeft het beloofde ontvangen: hij werd vertroost, hem werd barmhartigheid bewezen, hij beërft de aarde, voor hem het Koninkrijk der hemelen, hij mag God zien enz.
Allen die bij hem horen zullen eens, op het einde der tijden, delen in deze zelfde heerlijkheid. Hij deelde hun lijden en dood, zij delen zijn heerlijkheid en leven.
4 Het Koninkrijk is er nog steeds
Waar wij na zoveel eeuwen in Jezus geloven en in de Geest van Christus omzien naar elkaar, daar is Gods nieuwe wereld opnieuw onder ons.
-----
SQE 51, 78 VBS 25, 99
1 De zaligsprekingen bij Mat en bij Luc
| Mat 5: 1 - 12 | Luc 6: 20b - 33 |
| zittend op de berg | op een vlakke plaats |
| gesproken tot volksmenigten + leerlingen | gesproken tot leerlingen (in bijzijn van volksmenigte?) |
| 9 x Zalig / Gelukkig / Gefeliciteerd | 3 x Zalig / Gelukkig / Gefeliciteerd |
| de armen van geest | jullie armen |
| de treurenden | --- |
| de zachtmoedigen | --- |
| die hongeren en dorsten naar gerechtigheid | jullie die nu honger hebben |
| de barmhartigen | --- |
| de reinen van hart | --- |
| de vredestichters | --- |
| die vervolgd worden omwille van de gerechtigheid | --- |
| jullie gesmaad, vervolgd, van kwaad beticht | jullie gehaat, uitgebannen, gesmaad, verworpen |
| verheug je, je loon is groot, zo hebben zij de profeten voor jullie vervolgd |
verheug je, je loon is groot zo hebben hun vaderen met de profeten gedaan |
| --- | 4x Wee u |
| --- | wee u rijken |
| --- | wee u volgepropt |
| --- | wee u die lacht |
| --- | wee u als alle mensen goed van spreken |
2 1 De geest van God, de HEER, rust op mij,
want de HEER heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft Hij mij gezonden,
om aan verslagen harten hoop te bieden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan geketenden hun bevrijding,
2 om een genadejaar van de HEER uit te roepen
en een dag van wraak voor onze God,
om allen die treuren te troosten (Luc 61: 1v - NBV21)
3 Dat 'Gods 'nieuwe wereld gekomen is, blijkt ook uit Mat 12: 28.
Johannes de Doper krijgt te horen wat er allemaal rond Jezus gebeurt: hij is de Messias, de messiaanse tijd is begonnen, het koninkrijk begint door te breken (Mat 11: 2 – 6).
Meer over 'Gods 'Rijk dat aanwezig en toekomstig is, vind je hier.
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV12 = Willibrord Vertaling 2012 tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |