Fideïsme bij Tertullianus?
Fideïsme
Fideïsme heb ik gedefiniëerd als de opvatting dat in de verhouding geloof en rede het geloof voorop gaat, omdat het denkende verstand uit zichzelf niet geschikt is om de waarheid van het geloof te kennen, onderzoeken en beschrijven. Om die reden kan er ook geen sprake zijn van natuurlijke theologie. De term stamt uit de 19-de eeuw, maar de zaak is zo oud als het christelijk geloof. Sommigen menen dat kerkvader Tertullianus een aanhanger van deze opvatting is.
Tertullianus
Quintus Septimus Florens (bijgenaamd? Tertullianus) werd geboren +/- 160 nC in Carthago, vlakbij het huidige Tunis in Tunesië. Van hieruit oefende Rome zijn macht uit over Noord Afrika. Waarschijnlijk was hij zoon van een Romeinse officier en werd hij onderwezen in rhetorica (openbaar spreken) en recht. Waarom hij met de heidense godsdienst brak om +/- 195 christen te worden, is niet bekend. Mogelijk heeft het te maken met de zedelijke levensstijl van vele gelovigen, de moed waarmee zij vervolgingen ondergingen en het martelaarschap aanvaardden.
Van Tertullianus zijn 31 werken bewaard gebleven. Ze worden wel verdeeld in:
- Apologetische geschriften waarin hij het voor christenen opneemt, verdedigt hun onschuld (ze werden beschuldigd van kannibalisme, incest) en brengt hun goede intenties naar voren (ze bidden voor vrede, zijn geweldloos).
- Polemische boeken waarin hij de opvattingen van ketters bestrijdt, met name van Marcion, die niets van de God van het OT moest hebben.
- Praktische boeken over zedelijke kwesties als geduld, kleding, theaterbezoek.
Nog later zou Tertullianus een eigen christelijke gemeente hebben gesticht.
Athene en Jeruzalem
Een paar uitspraken geven aanleiding tot de gedachte dat Tertullianus tot het Fideïsme (anachronisme) gerekend zou kunnen worden. Zo vraagt hij in De Praescriptione Haeriticorum1 (VII, 9) Wat dan heeft Athene met Jeruzalem te maken? Wat de academie met de kerk? Wat ketters met christenen?2 Het antwoord op deze rhetorische vraag moet zijn: niets.
Zegt Tertullianus hier dat geloof (Jeruzalem) en rede (Athene) niets met elkaar te maken hebben? Het vervolg maakt duidelijk, dat dat niet het geval is: [10] Onze leer komt voort uit de zuilengang van Salomo, die zelf ook had overgeleverd dat de Heer in eenvoud van hart gezocht moet worden. [11] Laat hen maar uitkijken die met een stoïcijns, platonisch of dialectisch christendom op de proppen zijn gekomen. [12] Wij hebben geen behoefte aan nieuwsgierigheid na Jezus Christus, noch aan onderzoek na het evangelie. [13] Wanneer wij geloven, verlangen wij niets meer te geloven buiten dit. Want dit geloven wij allereerst: dat er niets is wat wij daarbuiten nog zouden moeten geloven."
Tertullianus bedoelt dat wie gelooft genoeg heeft aan het geloof. We kunnen wel meer willen weten van het evangelie of van Jezus, en nieuwsgierig op onderzoek uit gaan, maar zo'n uitbreiding is overbodig. We hebben genoeg aan ons geloof. Daarbuiten is niets om ook nog te geloven. Zo'n uitbreiding maakt het maar ingewikkeld en leidt tot allerlei modieuze vormen van christendom en verdeeldheid. Tertullianus probeert zo de christenen te weerhouden kennis te nemen van de alternatieve leringen van ketters als Marcion, Valentinus, Apelles, Hermogenes ea.
Dit is iets heel anders, dan beweren dat er geen ruimte is voor natuurlijke theologie. Die heeft - zie beneden - volgens Tertullianus wel degelijke zijn recht van bestaan.
Absurd
Een andere uitspraak die op Fideïsme zou kunnen wijzen is 'ik geloof omdat het absurd is'. Bij nader inzien heeft Tertullianus dat zo niet heeft gezegd. In zijn 'De Carne Christi'3 (het vlees van Christus) schrijft hij: "De Zoon van God is geboren; ik schaam mij er niet voor, omdat het schandelijk is; en de Zoon van God is gestorven; het is volkomen geloofwaardig, omdat het onzinnig is; en Hij is begraven en opgestaan; het is zeker, omdat het onmogelijk is.4
Het schandelijke, onzinnige en onmogelijke betreft hier niet het geloof in het algemeen. Dan zou Tertullianus inderdaad geloof en rede onverenigbaar achten, maar dat doet hij niet (zie hier onder). Hier gaat het om de Zoon van God: zijn geboorte, dood, graf en opstanding. Dat zijn dingen die volgens het verstand schandelijk, onzinnig, en onmogelijk zijn. De redenering is dan ongeveer zo: 'deze dingen zijn zo onwaarschijnlijk, dit kan niet verzonnen zijn, een leugenaar zou een beter verhaal verzinnen'. Dus is het op paradoxale wijze waar en is het goed om erin te geloven.
Tertullianus bedoelt ook hier niet, dat je je verstand moet thuis laten in het geloof. Integendeel, maar sommige geloofsdingen zijn zo groots - zoals de geboorte van de Zoon van God, zijn sterven, zijn opstanding - dat je daar met je verstand niet bij kunt.
Geen Fideïsme
Uit het geheel van Tertullianus geschriften blijkt duidelijk, dat hij een aanhanger is van de natuurlijke theologie en het latere Fideïsme zou afwijzen.
Volgens hem is
(1) de ziel van nature christelijk, dwz heeft een aangeboren besef van God (Anima naturaliter christiana)
Apologeticum (en verder uitgediept in De testimonio animae).
- Aangeboren besef: Hij wees erop dat heidenen in het dagelijks leven instinctief uitspraken deden als "God is groot" of "als God het wil". [1]
- Universele bruidsschat: Volgens Tertullianus is de kennis van God vanaf het allereerste begin de "bruidsschat van de ziel" (dos animae). De menselijke rede is door God geschapen en weerspiegelt daardessen morele orde. [1, 2, 3]
"Ik stel dat God eerst door de natuur gekend moet worden, en pas daarna door de leer nader gekend moet worden" (Marc. i.18). [1]
In zijn strijd tegen ketterijen, zoals die van Marcion (in Adversus Marcionem), verdedigde Tertullianus vurig dat de materiële schepping inherent goed is omdat deze door de ware God is gemaakt. [1, 2]
-----
1 Hij noemt zijn boek een preascriptio, dat is een term uit het Romeinse recht. Voordat een rechtszaak inhoudelijk behandeld mocht worden, kon de verdediging bezwaar maken: een praescriptio inbrengen. Als de rechter dat honoreerde, werd de zaak niet-ontvankelijk verklaard en gesloten. Door zijn boek zo te noemen, wil Tertullianus aantonen dat de ketters geen zaak hebben tegen de christenen. Hij betoogt dat de Kerk de directe erfgenaam is van de apostelen. Daarom heeft de kerk de intellectuele eigendomsrechten van hun teksten (de Bijbel). Omdat de ketters buiten deze historische keten staan, hebben zij geen enkel recht om de Bijbel te gebruiken of te interpreteren.
2 Quid ergo Athenis et Hierosolymis? quid academiae et ecclesiae? quid haereticis et christianis?
3 Tertullianus schreef De Carne Christi als een verdediging van de lichamelijke menswording en opstanding van Jezus Christus tegen de gnostische leer van Marcion, die ontkende dat God een echt, stoffelijk menselijk lichaam kon aannemen of lijden.
4 Natus est Dei Filius; non pudet, quia pudendum est: et mortuus est Dei Filius; prorsus credibile est, quia ineptum est: et sepultus, resurrexit; certum est, quia impossibile.
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding art - artikel (van de NGB) aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) v/a = vraag en antwoord vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV12 = Willibrord Vertaling 2012 Z = zondag (vd HCat) zgn = zogenaamd tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |