Bergrede
Mat 5: 1 – 7: 29
Mat heeft veel woorden van Jezus op thema bij elkaar gezet. Zo vinden we de meeste ethische uitspraken als een lange redevoering bij elkaar in Mat 5: 1 – 7: 29. Deze hoofdstukken worden wel de Bergrede genoemd* vanwege 7: 1v.
Toen Hij de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2 Hij nam het woord en onderrichtte hen (NBV21):
De Bergrede eindigt Mat 7: 28v met
Toen Jezus deze rede beëindigd had, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, 29 want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden. (NBV21)
Met vergelijkbare zinnen sluit Mat ook de andere redevoeringen1 af.
Mat laat Jezus deze dingen zeggen vanaf een berg. Zo presenteert hij Jezus opnieuw2 als een tweede Mozes die op de berg Sinaï de twee stenen tafelen met de Torah van God kreeg om die aan het volk beneden, aan de voet van de berg, bekend te maken (Ex 20 – 34)3.
Indeling en inhoud
Tot wie gesproken?
Jezus spreekt zijn bergrede uit in bijzijn van de mensenmassa en zijn discipelen (Mat 7: 1), de schare (Mat 7: 23). Er zijn geen schriftgeleerde, overpriesters etc aanwezig. Telkens als er gij/u/jullie staat spreekt Jezus deze mensen aan. Als er een gebiedende wijs staat, is die telkens tot hen gericht (de tweede persoon meervoud).
Al die mensen bij elkaar doen niets anders dan het onderwijs van Jezus aanhoren. Ze hebben geen vragen of bezwaren, er is geen sprake van discussie of dialoog. Op het eind meldt Mat dat ze allemaal diep onder de indruk waren van Jezus onderricht. De reden: hij spreekt met gezag, heel anders dan de schriftgeleerden.
Jezus
Het gezag van Jezus blijkt vooral bij zijn interpretatie van de wet. Telkens staat er dan
Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is….(Mat 5: 21. 33) of
Gij hebt gehoord, dat gezegd is...(Mat 5: 27. 38. 43 ) en
er is ook gezegd (Mat 5: 31) gevolgd door een wetsregel
en dan afgesloten met
maar IK zeg u (Mat 5: 22. 28. 32. 34. 39. 44) gevolgd door Jezus opvatting over de wetsregel. (*deze formuleringen leiden tot de indeling Mat 5: 17 - 48)
Jezus keert zich heel zelfbewust tegen de gebruikelijke interpretatie van de wet van Mozes. Je moet maar durven. Maar Jezus heeft die vrijmoedigheid. En de aanwezigen merken dat het niet voortkomt uit overmoedige brutaliteit. Jezus overschreeuwt zichzelf niet. Wat hij zegt komt van binnenuit en zijn verfrissende uitleg wordt als krachtig, verhelderend en waar ervaren. Als goddelijke waarheid.
Interpretatie
Er staan pittige uitspraken in de Bergrede, bv die over ‘de tweede mijl’ (Mat 5: 38vv) en ‘je vijand liefhebben’ (Mat 5: 43vv). Er zijn dan ook allerlei pogingen ondernomen om onder die lastige wetsregels uit te komen. Bv door te zeggen dat Jezus zijn uitleg van de wet bedoelde:
voor enkel een deel van zijn volgelingen (monniken),
of alleen geldig waren binnen het domein van geloof en de kerk,
of alleen tijdelijk geldig waren, nl in de beginjaren van de kerk,
of enkel ons te laten zien dat we het niet halen, naar Gods wil te leven (dus helemaal niet praktisch bedoeld zijn).
Maar dit zijn allemaal uitvluchten. Overzien we het geheel van de Bergrede, dan is duidelijk dat deze regels bedoeld zijn voor het leven van alle dag. Ook die woorden over een tweede mijl en je vijanden liefhebben. Die komen op ons nu niet realistisch over, maar in de tijd van Jezus, als de Romeinen oppermachtig aanwezig zijn in het land, was het waarschijnlijk de beste strategie om toch nog iets van vrede en vrijheid te ervaren.
Het komt er dus op aan de bergrede als praktische, haalbare aanwijzingen te verstaan en te bedenken hoe we die als volgelingen van Jezus vandaag de dag in onze omstandigheden zouden kunnen toepassen.
Iets anders is, of we er altijd in slagen die toepassing waar te maken. Dat gaat vrijwel zeker niet: een scheldwoord ontglipt ons maar zo (Mat 5: 21vv), we zijn toch bezorgd (Mat 6: 25vv), we oordelen toch over een ander (Mat 7: 1v). Levend met de Bergrede blijven we op vergeving aangewezen.
-----
1 Mat heeft vijf van zulke redevoeringen:
2 vgl Mat 2 waar Jezus het spiegelbeeld van Mozes is. Mozes ontsnapt aan de moord op Joodse jongetjes in Egypte en moet later vluchten uit Egypte. Jezus onstnapt aan de kindermoord in Betlehem als zijn ouders vluchten naar Egypte.
3 Luc heeft daarentegen een veldrede (Luc 6: 17)
* de andere redevoeringen:
Mat heeft veel woorden van Jezus op thema bij elkaar gezet. Zo vinden we de meeste ethische uitspraken als een lange redevoering bij elkaar in Mat 5: 1 – 7: 29. Deze hoofdstukken worden wel de Bergrede genoemd* vanwege 7: 1v.
Toen Hij de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2 Hij nam het woord en onderrichtte hen (NBV21):
De Bergrede eindigt Mat 7: 28v met
Toen Jezus deze rede beëindigd had, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, 29 want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden. (NBV21)
Met vergelijkbare zinnen sluit Mat ook de andere redevoeringen1 af.
Mat laat Jezus deze dingen zeggen vanaf een berg. Zo presenteert hij Jezus opnieuw2 als een tweede Mozes die op de berg Sinaï de twee stenen tafelen met de Torah van God kreeg om die aan het volk beneden, aan de voet van de berg, bekend te maken (Ex 20 – 34)3.
Indeling en inhoud
| inhoud | inhoud subdeel | |
| Mat 5: 3 – 12 | de zaligsprekingen | |
| Mat 5: 13 – 16 | de belangrijke rol van de discipelen | |
| Mat 5: 17 – 48 | Jezus’ interpretatie van de wet: | |
| 5: 17 – 20 | de wet vervullen | |
| 5: 21 – 26 | niet in onmin met anderen leven | |
| 5: 27 – 30 | over uit elkaar gaan | |
| 5: 31 – 37 | niet zweren; ja is ja en nee is nee | |
| 5: 38 – 42 | geen wraak; een tweede mijl | |
| 5: 43 – 48 | je vijand liefhebben, meer dan het gewone | |
| Mat 6: 1 – 4 | het geven van aalmoezen | |
| Mat 6: 5 – 15 | het bidden en het onze Vader | |
| Mat 6: 16 – 18 | het vasten | |
| Mat 6: 19 – 21 | de ware schat | |
| Mat 6: 22 – 23 | een zuiver oog | |
| Mat 6: 24 – 34 | je geen zorgen maken | |
| Mat 7: 1 – 6 | niet oordelen | |
| Mat 7: 7 – 11 | gebed en verhoring | |
| Mat 7: 12 | het grote gebod (de tweede helft) | |
| Mat 7: 13 - 14 | de twee wegen | |
| Mat 7: 15 – 20 | valse profeten | |
| Mat 7: 21 – 23 | zeggen en doen | |
| Mat 7: 24 – 27 | welk fundament |
Tot wie gesproken?
Jezus spreekt zijn bergrede uit in bijzijn van de mensenmassa en zijn discipelen (Mat 7: 1), de schare (Mat 7: 23). Er zijn geen schriftgeleerde, overpriesters etc aanwezig. Telkens als er gij/u/jullie staat spreekt Jezus deze mensen aan. Als er een gebiedende wijs staat, is die telkens tot hen gericht (de tweede persoon meervoud).
Al die mensen bij elkaar doen niets anders dan het onderwijs van Jezus aanhoren. Ze hebben geen vragen of bezwaren, er is geen sprake van discussie of dialoog. Op het eind meldt Mat dat ze allemaal diep onder de indruk waren van Jezus onderricht. De reden: hij spreekt met gezag, heel anders dan de schriftgeleerden.
Jezus
Het gezag van Jezus blijkt vooral bij zijn interpretatie van de wet. Telkens staat er dan
Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is….(Mat 5: 21. 33) of
Gij hebt gehoord, dat gezegd is...(Mat 5: 27. 38. 43 ) en
er is ook gezegd (Mat 5: 31) gevolgd door een wetsregel
en dan afgesloten met
maar IK zeg u (Mat 5: 22. 28. 32. 34. 39. 44) gevolgd door Jezus opvatting over de wetsregel. (*deze formuleringen leiden tot de indeling Mat 5: 17 - 48)
Jezus keert zich heel zelfbewust tegen de gebruikelijke interpretatie van de wet van Mozes. Je moet maar durven. Maar Jezus heeft die vrijmoedigheid. En de aanwezigen merken dat het niet voortkomt uit overmoedige brutaliteit. Jezus overschreeuwt zichzelf niet. Wat hij zegt komt van binnenuit en zijn verfrissende uitleg wordt als krachtig, verhelderend en waar ervaren. Als goddelijke waarheid.
Interpretatie
Er staan pittige uitspraken in de Bergrede, bv die over ‘de tweede mijl’ (Mat 5: 38vv) en ‘je vijand liefhebben’ (Mat 5: 43vv). Er zijn dan ook allerlei pogingen ondernomen om onder die lastige wetsregels uit te komen. Bv door te zeggen dat Jezus zijn uitleg van de wet bedoelde:
voor enkel een deel van zijn volgelingen (monniken),
of alleen geldig waren binnen het domein van geloof en de kerk,
of alleen tijdelijk geldig waren, nl in de beginjaren van de kerk,
of enkel ons te laten zien dat we het niet halen, naar Gods wil te leven (dus helemaal niet praktisch bedoeld zijn).
Maar dit zijn allemaal uitvluchten. Overzien we het geheel van de Bergrede, dan is duidelijk dat deze regels bedoeld zijn voor het leven van alle dag. Ook die woorden over een tweede mijl en je vijanden liefhebben. Die komen op ons nu niet realistisch over, maar in de tijd van Jezus, als de Romeinen oppermachtig aanwezig zijn in het land, was het waarschijnlijk de beste strategie om toch nog iets van vrede en vrijheid te ervaren.
Het komt er dus op aan de bergrede als praktische, haalbare aanwijzingen te verstaan en te bedenken hoe we die als volgelingen van Jezus vandaag de dag in onze omstandigheden zouden kunnen toepassen.
Iets anders is, of we er altijd in slagen die toepassing waar te maken. Dat gaat vrijwel zeker niet: een scheldwoord ontglipt ons maar zo (Mat 5: 21vv), we zijn toch bezorgd (Mat 6: 25vv), we oordelen toch over een ander (Mat 7: 1v). Levend met de Bergrede blijven we op vergeving aangewezen.
-----
1 Mat heeft vijf van zulke redevoeringen:
| Mat 5: 1 – 7: 29 | Bergrede | Ethische voorschriften |
| Mat 10: 1 – 11: 1v | Zendingsrede | Hoe de discipelen erop uit moeten met de boodschap van het koninkrijk |
| Mat 13: 1 – 53 | Gelijkenisrede | Gelijkenissen over het koninkrijk der hemelen |
| Mat 18: 1 – 19: 1 | Gemeenterede | Hoe het er in de gemeente toe moet gaan |
| Mat 24: 1 – 26: 1 | Eschatologische rede | Over de laatste dingen, het einde der tijden, de wederkomst |
2 vgl Mat 2 waar Jezus het spiegelbeeld van Mozes is. Mozes ontsnapt aan de moord op Joodse jongetjes in Egypte en moet later vluchten uit Egypte. Jezus onstnapt aan de kindermoord in Betlehem als zijn ouders vluchten naar Egypte.
3 Luc heeft daarentegen een veldrede (Luc 6: 17)
* de andere redevoeringen:
terug
Afkortingen
van de Bijbelboeken > Register (kolom 1) adhv = aan de hand van Afb = Afbeelding aw = aangehaald werk BGT = Bijbel in Gewone Taal BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT) bv = bij voorbeeld CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken cq = casu quo (dan wel / of anders) DL = Dordtse Leerregels dwz = dat wil zeggen eva = en vele anderen FB = FaceBook GNB - Groot Nieuws Bijbel GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland) Gr = Grieks HCat = Heidelbergse Catechismus Hebr = Hebreeuws HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek) HSV = Herziene Staten Vertaling HTB = Het Boek ID = Intelligent Design itt = in tegenstelling tot Lat = Latijn LuV = Lutherse Vertaling LV14 = Leidse Vertaling 1914 LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC) M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1) McM = The MacMillan Bible Atlas, London 19804 MvG = Meer van Galilea = Meer van Tiberias = Meer van Genesaret NA = Nestle-Aland, 28-ste druk (Grieks NT) NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004) NBG = Nederlands Bijbel Genootschap NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951) NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021) nC = na Christus NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis NT = Nieuwe of tweede Testament ntisch = nieuw testamentisch(e) OT = Oude of eerste Testament otisch = oud testamentisch(e) P = Paulus of zijn brieven P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84 p = pagina of pagina's PKN = Protestantse Kerk Nederland PM = Post Modernisme Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus resp = respectievelijk (achtereenvolgens) RKK = Rooms Katholieke Kerk SV = Staten Vertaling SQE = Synopsis Quator Evangeliorum SVBS = Synopsis Vlaamse Bijbelstichting TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2) vC = voor Christus vd = van de vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3) WV12 = Willibrord Vertaling 2012 tekens: > = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2) // = synoniem parallellisme <> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme X = Chiasme (kruisstelling) ( ) bevatten verduidelijking { } bevatten woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar afgeleid uit wat er wel staat. |