Anarchisme


Etymologie
Het woord gaat terug op het Griekse an-archos, dat letterlijk geen-leider betekent.
In de 19-e en 20-ste eeuw werd dit begrip de verzamelnaam voor een aantal stromingen die als gemeenschappelijk kenmerk de afwijzing van ondergeschiktheid hebben. Het is dus niet het ontbreken van iedere vorm van leiding, maar van dát bestuur (directies, overheden) waarbij leiders gezag en macht hebben en met zachte of harde hand hun wil opleggen aan anderen, die ondergeschikt zijn.

Anarchisten begrijpen ook wel, dat een bedrijf, stad, staat zonder beleid en bestuur niet functioneren kan, anders krijg je anarchie in de betekenis van chaos, verwarring. Dat is ongewenst, omdat dan het recht van de sterkste geldt en de hardste schreeuwers hun zin krijgen. Ten koste van anderen die dan weer ondergeschikt zijn of worden gemaakt.
Anarchisten willen daarom dat het besturen gebeurt door kleine autonome gemeenschappen, waar de deelnemers zich vrijwillig bij aansluiten en dat alle deelnemers gelijk zijn.

Geschiedenis
De Fransman Proudhon was (1840, in zijn boek Qu'est-ce que la propriété?) de eerste die het woord anarchisme gebruikte. Maar al eerder (1793, in zijn boek Political Justice) had de Engelsman W. Godwin een aanzet in die richting gegeven. Hij filosofeerde over een samenleving zonder regering. Ieder mens is volgens hem vrij om voor het goede te kiezen. Godwin bedoelt daarmee niet het egoïstische eigenbelang maar het algemeen belang.

Het anarchistisch gedachtegoed leefde vooral binnen de eerste internationale arbeidersassociatie (IAA vanaf 1864). Daar was echter ook een stroming die vooral door Karl Marx werd geïnspireerd. Marx dacht heel anders dan Proudhon (en later Bakoenin) over revolutie en geweld. Hij vond dat de arbeiders sterk georganiseerd moesten zijn en dat de arbeiderspartijen aan politieke verkiezingen moesten meedoen. De anarchisten wezen dat af. Zij meenden dat de verandering (revolutie) vanzelf zou komen, nl als spontane actie van arbeiders enz. Bovendien vreesden zij een te grote macht bij de centrale partijleiding. In 1872 worden de anarchisten uit de eerste IAA gezet.

De latere zgn anarchosyndicalisten (Pelloutier) menen dat de revolutie niet vanzelf komt, maar moet worden aangejaagd door de vakbonden (syndicaten). Hun visie op de rol van de vakbonden en hun doel – een anarchistische samenleving – wordt opnieuw niet gedeeld door de arbeidersbeweging. Vanaf 1896 is ook deze tak van het anarchisme meer welkom bij de IAA. 
Omdat anarchisten niet meer welkom zijn bij de IAA, organiseren zij 1907 een eigen Anarchistische Internationale (in Amsterdam). Dan blijkt dat over de rol en betekenis van vakbonden ook binnen het anarchisme heel verschillend wordt gedacht.

Rond de eeuwwisseling plegen anarchisten een aantal moordaanslagen op regeringsleiders. De achterliggende gedachte bij dit terrorisme was dat door deze aanslagen de gewenste revolutie op gang zou komen (propaganda van de daad). Dit bloedvergieten leverde het anarchisme een slechte reputatie op.
In Mexico (1910 - 1917), Oost Oekraïne (1918 – 1921) en Spanje (1913 – 1939), ontstonden anarchistisch geïnspireerde revoluties en opstanden die aanvankelijk enig succes hadden, maar tenslotte werden neergeslagen. Daarna was de rol van het anarchisme grotendeels uitgespeeld.

Nederland
In Nederland is het anarchisme nooit een heel grote beweging geweest1. De eerste decennia van de twintigste eeuw waren er diverse, ook christelijke, anarchistische organisaties. In 1940 werden die verboden door de Duitse bezetter. Een bescheiden opleving was er later wel: de provo’s (vanaf 1965), de punkers (vanaf 1975) en vanaf 1990 tot nu leden van de Vrije Bond.

Beoordeling
Het aantrekkelijke van het anarchisme ligt in de vrijheid die het wil bieden aan alle mensen: niemand hoort ondergeschikt te zijn, niemand mag de meerdere zijn. Iedereen is gelijk en vrij. Het doet denken aan het Bijbelse verhaal over de schepping (Gen 1 - 2: man en vrouw beiden beeld van God) en aan de eerste gemeente waarin arm en rijk, man en vrouw, Jood en niet-Jood samen overleggen en eensgezind beslissingen nemen over allerlei kwesties.

Dat is de leer, de theorie. De werkelijkheid is een heel andere.

  • Mensen worden het lang niet altijd eens. Er is verschil van inzicht, van invloed. Er zijn belangen die botsen. Daarover ontstaan conflicten. Bij overtredingen en misdaden is er een rechter nodig.
  • Bijna iedereen wordt bestuurd, geregeerd, bevolen als onderdanen en ondergeschikten. Velen moeten baas, koning, rechter, belastingdienst enz gehoorzamen zonder dat zij er voor gekozen hebben. Ook in de kerk ontstonden vormen van macht over ondergeschikten.

Hoe is de gedroomde werkelijkheid dan toch te realiseren? Komt er vanzelf een omwenteling? Of is daar bestuurlijke macht en dwang voor nodig (bv van de vakbonden). Of misschien ook geweld en bloedvergieten? En past dat dan bij het anarchisme of toch niet? Of is dat alleen maar goed te praten als een (tijdelijk) noodzakelijk kwaad? Daarover werd men het binnen het anarchisme niet eens. Door de verdeeldheid bleven aansprekende resultaten uit.

Een andere vraag: is de ideale wereld zonder wetten en instanties wel een vrije wereld? Laten deregulering en een terugtredende overheid juist nu niet zien, dat mensen weer ondergeschikt en gemanipuleerd worden (social media, AI) ten gunste van de rijkdom, macht en vrijheid van enkelen?

Conclusie
Ooit sprak het anarchisme tot de verbeelding, maar nooit zette het de mensen in vuur en vlam als de andere grote verhalen. Het was te verdeeld en daardoor niet in staat op de vragen hierboven een duidelijk, geloofwaardig en inspirerend antwoord te geven. Als dat niet verbetert, zal het anarchisme iets in de marge blijven en ons af en toe herinneren aan de droom van vrijheid, gelijkheid en zelfbeschikkingsrecht boven ondergeschiktheid.

-----
De bekendste anarchist was Domela van Nieuwenhuis (1846 - 1919). De predikant die later (1879) atheïst werd, bekeerde zich 1898 van het socialisme tot het anarchisme

 

 

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
( -- ) bevat verduidelijking

{ -- }  bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×