Mc 6: 30 - 34


Context
Na de onderbreking met het einde van Johannes de Doper (Mc 6: 14 - 29), pakt de evangelist de draad weer op en vertelt van de uitgezonden leerlingen (Mc 6: 6b - 13): dat ze terugkomen  en geen rustige plek kunnen vinden.

Mc 6: 30 - 34
De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden Hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden. 31 Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.
32 Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. 33 Maar hun vertrek werd opgemerkt, en velen herkenden hen; uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en ze kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen. 34 Toen Hij uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, want ze waren als schapen zonder herder, en Hij onderwees hen langdurig.
(NBV21)

We lazen (Mc 6: 6bvv) niets over een termijn, maar Jezus zal bij het begin van hun uitzending de apostelen vast gezegd hebben, hoe lang ze moesten rondtrekken. En natuurlijk ook waar: alle steden en dorpen van Galilea en/of Judea?  In elk geval komen ze na verloop van tijd terug bij Jezus. Het lijkt logisch om minstens aan enkele dagen te denken. De suggestie wordt versterkt door het inlassen van de dood van Johannes de Doper. Zo weet Mc toch iets over die dagen dat de leerlingen erop uit gingen, te vertellen.
De discipelen brengen verslag uit van wat ze gedaan (exorcismen en genezingen Mc 6: 13 ) en onderwezen (Mc 6: 12) hebben. Ze vermelden niet het effect van hun activiteiten: bekeerden de mensen zich en gingen ze geloven in het komende Rijk van God en zijn Messias?

Eenmaal terug bij Jezus stelt hij hun voor om een eenzame plaats te zoeken om alleen te zijn en wat uit te rusten. Dat heeft Jezus voor zichzelf nodig (zoals ook in Mc 1: 35) maar nu vindt hij het ook voor de twaalven belangrijk dat ze herstellen van het zendingswerk en de indrukken, zichzelf terug vinden en weer opgeladen raken voor wat daarna op hen wacht. Om hen heen vragen echter voortdurend mensen de aandacht, daar is het zo druk dat ze zelfs de tijd niet vinden om wat te eten. Voor stilte en rust kunnen ze daar niet blijven. Dus besluiten ze te vertrekken, niet om de mensen in de steek te laten, maar omdat het zo niet is vol te houden. Het plan is, om eenmaal opgeladen, de mensen weer op te zoeken en te helpen. Hun vertrek is geen vlucht, geen in de steek laten. Of de aanwezigen dat ook zo begrepen hebben, laat Mc in het midden.

Zo nemen Jezus en de zijnen een boot, gaan het meer op en varen naar een afgelegen plek (Gr erèmon topon), om op zichzelf te zijn (Gr kat idian). Dat gebeurt bij daglicht, want in het donker kun je het water niet op.
De mensen zien het gebeuren en weten kennelijk waar hij naar toe gaat. Omdat ze hem niet kwijt willen, gaan zij over land gaan zijn naar diezelfde plaats. Ze zijn er zelfs nog eerder dan Jezus met zijn leerlingen. Er komen ook nog meer mensen bij: uit de steden, waar men gehoord heeft, dat Jezus weer met zijn leerlingen actief is.

Als Jezus op de gewenste plek is aangekomen en aan land gaat, zijn daar al die mensen weer. Hij heeft buitengewoon met hen te doen (Gr esplagchnisthè - voelt het tot in zijn ingewanden). Hij ziet in hen 'schapen die geen herder hebben'. Dat is een omschrijving die uit het OT bekend is. We vinden die in Num 27: 15 - 17; 1 Kon 22: 17, (= 2 Kron 18: 16Ez 34: 5 en Zach 10: 2 - 3. Van een kudde schapen zonder herder komt niets terecht. Die dwaalt maar rond op zoek naar weidegrond, is kwetsbaar voor roofdieren, er is niemand die helpt als een schaap verdwaalt of een poot breekt. Het is een treurig, ernstig beeld, allesbehalve vertederend, schattig. Zo ziet Jezus de mensen die naar hem toe komen:
  • ze redden het zelf niet meer en raken verdeeld: Essenen en een kloostergemeenschap in Qumran, volgelingen van Johannes De Doper, strenge (Sjamai) en minder strenge (Hillel)Farizeeën, arme en minder arme mensen, Galileërs <> Judeërs.
  • de politieke en religieuze leiders die er zijn geven niet de goede herderlijke leiding. Ze denken aan zichzelf en hun mooie posities, die ze willen behouden of verbeteren. De tempel en de wetsuitleg fungeren niet zoals ze bedoeld zijn: om de verbinding met God te herstellen.
  • in Jezus zien ze wel een goede herder: Hij helpt echt in woord (prediking van het Koninkrijk van God dat komt) en daad (genezingen, exorcisme).
  • Hij is werkelijk om hen bewogen (esplagchnisthè): Hij is er voor hen, niet voor zichzelf. 
Tot de avond valt, onderwijst Jezus de aanwezigen vele dingen cq hij onderwijst hen langdurig. Dit gedeelte loopt heel toepasselijk uit op de wonderbare spijziging (Mc 6: 35 - 44).


SQE 145, 146; VBS 150
Mat 14: 13v // Mc 6: 30 - 34 // Luc 9: 10v  (vgl ook Joh 6: 1 - 5)
Mat heeft al in Mat 10 over de uitzending van de apostelen gesproken en laat de woorden (Mc 6: 30) over hun terugkeer nu weg.
Mc vermeldt dat wel en vertelt dat Jezus het nodig vindt, dat de leerlingen op een eenzame plek uitrusten (Mc 6: 30v) 
Bij Mat zoekt Jezus voor zichzelf een eenzame plek en neemt de leerlingen met zich mee (Mat 14: 13), hij laat Mc 6: 31 weg.
De woorden over schapen zonder herder, heeft Mat in 9: 36 en hetzelfde beeld in Mat 15: 24
Luc vat deze passage kort samen om vanaf Luc 9: 12 Mc weer uitvoeriger te volgen (wonderbare spijziging). Net als bij Mat zoekt Jezus voor zichzelf een rustige plek en neemt hij de leerlingen mee.

Gespreksvragen
*
De leerlingen moeten rusten op een eenzame plek, net als Jezus. Heb jijzelf ook rust nodig voor je geloof? Waarom? Wat doe je dan? Wat brengt het je?
* Waar heb jij een rustige plek waar je je kunt terugtrekken? Is die op een speciale manier ingericht?

terug

Afkortingen


van de Bijbelboeken > Register (kolom 1)

adhv = aan de hand van
Afb = Afbeelding
aw = aangehaald werk
BGT = Bijbel in Gewone Taal
BHS = Biblia Hebraica Stuttgartensie (Hebr. OT)
bv = bij voorbeeld
CGK = Christelijk Gereformeerde Kerken
cq = casu quo (dan wel)
brood of anders ham)
DL = Dordtse Leerregels
dwz = dat wil zeggen
eva = en vele anderen
FB = FaceBook
GNB - Groot Nieuws Bijbel
GNT = Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland)
Gr = Grieks
HCat = Heidelbergse Catechismus
Hebr = Hebreeuws
HKB = Historich Kritische Benadering (of Bijbelonderzoek)
HSV = Herziene  Staten Vertaling
HTB = Het Boek
ID = Intelligent Design
itt = in tegenstelling tot
Lat = Latijn
LuV = Lutherse Vertaling
LV14 = Leidse Vertaling 1914
LXX = Septuaginta (Grieks OT; 250 - 50 vC)
M = Meditatie (bv Mc 1:1M = Meditatie over Mc 1: 1)
NA = Nestle-Aland, 27-ste druk (Grieks NT)
NB = Naardense Bijbel (P. Oussoren, 2004)
NBG = Nederlands Bijbel Genootschap
NBG51 = Bijbelvertaling van het NBG (1951)
NBV21 = Nieuwe Bijbel Vertaling van het NBG (2021)
nC = na Christus
NGB = Nederlandse GeloofsBelijdenis
NT = Nieuwe of tweede Testament
ntisch = nieuw testamentisch(e)
OT = Oude of eerste Testament
otisch = oud testamentisch(e)

P = Paulus of zijn brieven
P in bv Ps 84P = Preek over Psalm 84
p = pagina of pagina's 

PKN = Protestantse Kerk Nederland
PM = Post Modernisme
Q = Quelle, bron van uitspraken van Jezus
resp = respectievelijk
RKK = Rooms Katholieke Kerk
SV = Staten Vertaling
SQE = Synopsis Quator Evangeliorum
SVBS = Synopsis  Vlaamse Bijbelstichting 
TeNaCh = Torah+Nebiïm+Chetoebim
v = volgende vers (bv Ps 1: 1v = Ps 1: 1 - 2)
vC =  voor Christus
vd = van de
vv = volgende verzen (bv Ps 1: 1vv = Ps 1: 1 - 3)

WV = Willibrord Vertaling

tekens:
> = zie (bv > 2 betekent zie bij punt 2)
// = synoniem parallellisme
<> = tegenstelling, ook: antithetisch parallellisme
X = Chiasme (kruisstelling)
( -- ) bevat verduidelijking

{ -- }  bevat woorden niet in de bijbeltekst te vinden, maar  afgeleid uit wat er wel staat.
 

 

×